dossier

Israël/Palestina conflict

Alle artikelen die de afgelopen jaren op Sargasso verschenen zijn en betrekking hebben op het Israël-Palestina conflict.


Foto: Enric Borràs (cc)

Media over Israël en Palestina: onvolledig en richting pro-Israël

Zijn de Nederlandse media zoals NRC Handelsblad, Telegraaf en de Volkskrant vooringenomen in hun berichtgeving over het Israëlisch-Palestijnse conflict? In ieder geval zijn ze onvolledig en soms duidelijk pro-Israël. Dat blijkt uit een kwantitatieve analyse van de Nederlandse Nieuwsmonitor. Onderzoeker Joep Schaper legt uit.

Zijn de Nederlandse kranten ‘pro-Israëlisch’ of ‘pro-Palestijns’? Deze vraag dringt zich al snel op als het gaat over de media en het Israëlisch-Palestijns conflict. Voormalig NRC-redacteur Hans Moll beschuldigt in een zijn boek het NRC Handelsblad van een pro-Palestijnse vooringenomenheid. Onderzoek naar vooringenomendheid in een dergelijk complex conflict is lastig, want wat is objectief?

Verschillende aspecten in de berichtgeving over gebeurtenissen kunnen duiden op partijdigheid. Vooringenomenheid meten door middel van brongebruik is eenvoudig. Omdat het om twee partijen gaat en hoor en wederhoor in ieder artikel een basiswaarde is, is ongeacht de onderzoeksperiode en nieuwsgebeurtenis een verhouding van 50 procent voor de ene partij en 50 procent voor de andere partij het meest ‘eerlijk’.

Het meten van slachtofferschap is moeilijker. We hebben onderzocht welke krant in verhouding tot de andere kranten meer de ene partij als dader en de andere partij als slachtoffer beschouwt, maar in hoeverre dat terecht is of recht doet aan de situatie hangt van zienswijze van de lezer af. Om toch uitspraken over vooringenomendheid te kunnen doen, vergelijken we kranten met elkaar en met rapporten van de VN en Amnesty International.

Foto: copyright ok. Gecheckt 11-02-2022

Luisteren naar het lijdend voorwerp

Vrijdag werd de lang voorziene knuppel in het hoenderhok gegooid: de PNA (Palestijnse Nationale Autoriteit) onder leiding van Mahmoud Abbas legde de Palestijnse aanvraag voor VN-lidmaatschap op tafel. De VN Veiligheidsraad gaat erover stemmen: alleen bij een meerderheid van stemmen en het uitblijven van een (Amerikaans) veto zal Palestina worden toegelaten als volwaardig VN lidstaat.

De speech van Abbas (Abu Mazen) was duidelijk: genoeg is genoeg. De Palestijnse burgers en politici hebben inmiddels alles geprobeerd wat in hun macht lag om het conflict te beëindigen. De afgelopen 63 jaar wisselden vreedzaam verzet, gewapend verzet, ontwapening, onderhandelingen, juridische procedures en zelfs de acceptatie van vele nederzettingen elkaar af. Niets van dit alles bracht het einde van de bezetting of de terugkeer van vluchtelingen dichterbij. De verstreken tijd heeft slechts meer nederzettingen, meer militair geweld en onderdrukking opgeleverd, onder toeziende blik van iedere aangestelde mediator, onderhandelaar en VN vergadering.

De Palestijnen hebben lang genoeg geleden onder bezetting en gewacht op bevrijding en terugkeer. Ze eisen nu op waar ze recht op hebben, aldus Abbas, die voor hem ongebruikelijk gepassioneerd bewoordingen gebruikte in zijn speech. Ook zei Abbas dat de Palestijnen een religieuze framing van het conflict, zoals die door de Israëlische regering geïntroduceerd is, niet accepteren. Even maakte zijn grijze muis imago gisteren plaats voor een op-de-strepen houding. Diverse intermezzo’s van (staande) ovaties doorkruisten zijn toespraak.

Foto: copyright ok. Gecheckt 11-02-2022

In Gaza: eigen doelpunt

Palestijnse politiek in voetbaltermen: het team bestaat uit 11 spelers van gemiddeld niveau. De andere ploeg is in topvorm en heeft 40 man op het veld. De scheidsrechter ziet overtredingen van het topteam door de vingers en verwacht van de underdog dat het overtredingen beantwoord met nederigheid en een high five. Verontwaardiging op de tribune groeit. Na verloop van tijd ontstaat onenigheid binnen het team over de speltactiek:  6 krijgen lak aan de scheidsrechter en kiezen voor de aanval en fellere confrontatie, de overige 5 zijn voor pleiten bij de scheidsrechter en high-fiven met de tegenpartij. Uiteindelijke zitten de 6 op de strafbank, uitgesloten van het spel. De vijf overgebleven spelers sjokken afgemat door, aangemoedigd door de toeschouwers. Veel van de doelpunten die ze voor elkaar krijgen zijn echter in eigen goal.

Afhankelijk van hoe het spel gespeeld wordt, zou de erkenning van de Palestijnse staat (tijdens de aankomende sessie van de VN) een volgende eigen doelpunt kunnen worden. De Israëlische ploeg en Amerikaans-Europese scheidsrechter lijken nog te weten hoe ze de komende actie moeten tackelen.

Tot nu toe vormde de PLO de ultieme vertegenwoordiging van het gehele Palestijnse volk; zowel Palestijnen binnen de bezette Palestijnse gebieden als daarbuiten. Bij officiële erkenning van de staat dreigt deze PLO vervangen te worden door de nationale Palestijnse regering. Daarmee zouden miljoenen Palestijnse vluchtelingen hun kans op politieke vertegenwoordiging en verdediging van hun rechten kwijtraken.

Foto: Enric Borràs (cc)

Erkenning staatje op de Westoever is geen goed idee

De Palestijnse Autoriteit (PA) is volop bezig met een campagne voor erkenning door de Verenigde Naties van een Palestijnse staat. Een keur van landen heeft al toegezegd vóór te gaan stemmen. Tenslotte erkennen meer dan 100 landen Palestina nu al (de Palestijnse staat was namelijk al uitgeroepen op een bijeenkomst van de Palestijnse Nationaal Raad, het PLO-parlement, in 1988 in Algiers). Zoals het er uitziet komt het voorstel van de PA op 20 september aan de orde in de Algemene Vergadering van de VN en zal het daar worden aangenomen. Daarna moet het bekrachtigd worden in de VN-Veiligheidsraad. En daar –  dat staat zo goed als vast – zullen de Verenigde Staten een veto uitspreken.

Is de erkenning door de Algemene Vergadering van de VN nu goed of slecht voor de Palestijnen, c.q. voor Israel, c.q. voor het streven naar vrede? De meningen daarover zijn verdeeld. Een deel van de Palestijnen ziet er een erkenning van de Palestijnse aspiraties in, een groot aantal anderen, zeker buiten de bezette gebieden, is echter tegen. Ook de Israelische regering is tegen. Israelische- en Joodse vredesorganisaties als Gush Shalom, Jewish Voice for Preace (JVP) of in Nederland Een Ander Joods Geluid (EAJG) zijn echter vóór. Het is de moeite waar de motivatie van JVPof die van EAJG na te lezen.

Foto: copyright ok. Gecheckt 22-04-2022

Twee verhalen over Palestina

Israël en de Palestijnen. Er bestaan zo langzamerhand twee verhalen. Er is het oude verhaal, dat in de westerse wereld tot 1967 zonder vragen werd herhaald: de Joden waren na de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog teruggekeerd naar hun aloude land, waren laaghartig aangevallen door de Arabieren, maar weerstonden hun vijanden dapper.

Na de Zesdaagse Oorlog kwamen er vragen over het Palestijnse probleem, maar de eersten in Nederland die er iets over zeiden, werden met hoon overladen. Ze verdedigden immers standpunten van de terroristen die zich in 1964 in de PLO hadden verenigd. Geleidelijk kwam er echter meer oog voor de ellende van de Palestijnen, en inmiddels is er naast het eerste verhaal een tweede ontstaan, over Joden die zich vestigden in het aloude land van de Palestijnen en laaghartig dorpen ontruimden, en over de weerstand van het Palestijnse volk.

Wat de twee verhalen – in historisch jargon: “de twee narratieven” – gemeen hebben, is dat er selectief wordt omgegaan met de feiten. Waarom negeren de mensen die het tweede verhaal vertellen, zo vaak dat de Joden in 1947 het VN-delingsverdrag aanvaardden en dat de Arabische landen in 1948 niet vochten om de Palestijnse leiders te steunen, maar stukken van het Mandaatgebied wilden veroveren voor zichzelf? Misschien omdat Egypte en Jordanië de Gazastrook en de westelijke Jordaanoever later opgaven? Waarom erkennen Israëli’s en de aanhangers van het eerste verhaal zo zelden dat de Israëlische strijdkrachten in 1948 Arabische dorpen ontruimden, eerst uit militaire noodzaak, maar steeds meer om land over te nemen? De archieven zijn open, de Israëlische krijgsplannen zijn voor iedereen in te zien.

Foto: copyright ok. Gecheckt 04-10-2022

De progressie in de geschiedenis

Toont de geschiedenis vooruitgang? Leren wij iets? Het zijn geen kleine vragen voor een eenvoudige blogger, maar de herdenking van de bouw van de Berlijnse Muur riep die vragen op. De muur van Berlijn werd in 1961 gebouwd en werd in 1989 afgebroken. Mag je dat begrijpen, respectievelijk daar blij om zijn?

“Ein deutsches Drama aber hat ein guter Ende gefunden; das Drama der deutschen Teilung.”(Die Welt, 13 augustus, 2011)

De geschiedenis heeft geen eindpunt, geen doel of richting, dus ik word door twijfel bevangen als ik zo’n zin lees. Het is mooie ironie: Marxistische dialectiek gaat uit van een onweerstaanbare historische noodzakelijkheid en ontwikkeling, maar het is net de overwinning op deze wijze van denken, die werd gevierd bij onze oosterburen.

Maar dan begint mijn binnenste een dialoog: de revolutie ‘met het gerucht van vallende bladeren’ was toch prachtig? Miljoenen onderdrukten werden toch bevrijd? Gedenk de euforie van de rinkelende sleutelbossen in Praag, de pleinen in Leipzig waar “wir sind das Volk” werd gescandeerd, de eindeloze files van walmende Trabantjes en Wartburgs, met DDR burgers die hun begroetingsgeld kwamen omzetten in verse sinaasappels.

Allemaal waar, denk ik dan. Maar ik stond er ook met de neus boven op toen Gerhard Schroeder en Angela Merkel verkiezingscampagne voerden in Jena: die keuze ging  tussen “Dreck”of “Scheisse”, zo wist men op het marktplein. Ik bedoel: is met het einde van het Duitse Drama van de deling, ook het rationele en democratische leven gevestigd? Het ‘meisje van Kohl’ is inmiddels al jaren de onbenoemde leidster van de Verenigde Staten van de Euro, maar indrukwekkend is haar leiderschap niet. Het is waar: politieke gevangenen zijn er niet of nauwelijks meer. Die Welt nog eens: “Die Mauer demonstrierte was ein totaler Staat ist.” Maar pardon? Dat wisten de Duitsers toch wel, wat ein totaler Staat is? Hadden ze de muur nodig voor die herinnering?

Foto: Enric Borràs (cc)

Atlas van het Israelisch-Palestijnse conflict

De relatie tussen Joden/Israëli’s en Palestijnen zorgt al ruim 100 jaar voor spanningen in het Midden-Oosten. Een oplossing is nog lang niet in zicht. De Palestijnen bezitten nog maar elf procent van hun territorium van 1947 en Israël is niet geneigd de in 1967 bezette gebieden terug te geven of vluchtelingen te laten terugkeren naar hun dorp of stad van herkomst. Beide antagonisten maken aanspraak op dezelfde gebieden, steden, heilige plaatsen, zeker op Jeruzalem en de geschiedenis van haat en geweld is lang.

Malkit Shoshan is zelf een joodse, opgegroeid in een context van volle bewondering voor het mirakel Israël, waarin de periode van 2000 jaar ballingschap genegeerd werd en gedaan werd alsof Israël altijd bestaan had, zonder verband met de Palestijnse tragedie.



Haar atlas is niet de eerste. Martin Gilbert stelde in 1993 al zijn atlas samen over de geschiedenis vanaf 636 na Christus. Het is een briljant boek met heldere kaarten, die klassikaal ook zeer bruikbaar zijn. Van zijn hand is ook nog een atlas van de Joodse geschiedenis, vanaf 2.000 voor Christus, waarin het conflict in een iets andere context aanwezig is. Vreemd genoeg ontbreken beide atlassen in de bibliografie van Shoshan. De atlas van Shoshan en designer Joost Grootens begint in 1040 v.C. en reikt tot 2010 n.C. Hij overkoepelt dus drie millennia.

Foto: Enric Borràs (cc)

Hamas, vijand

Laat ik dit stuk maar beginnen met een bekentenis, dan kunt u zelf bepalen of u verder leest: ja. Ik ben zo iemand die de palestijnen op de westelijke jordaanoever en de gazastrook intuïtief in de eerste plaats ziet als verliezers. Een door verheffingsidealen verblinde palestijnenknuffelaar ben ik zeker niet, maar ik heb – observeer ik – als vanzelf begrip, en een bepaalde mate van sympathie, voor de woede die er onder hen leeft – en met ‘hen’ bedoel ik dan de mannen, vrouwen en kinderen die daar in die omstandigheden zoveel mogelijk op normale wijze iets van hun leven willen maken. Ik begrijp dat die mensen boos, ziedend, laaiend zijn vanwege de situatie waarin ze zitten. En ik ben deels boos met hen, want ze zijn en worden door de loop der dingen ongenadig gepakt, en ja, ik ben zo iemand die meent te zien dat het deels, grotendeels Israel is dat aan het Palestijnse rad van fortuin draait. De Palestijnen – althans, de welwillenden onder hen – kijken toe en zien hoe het rad steeds opnieuw tot stilstand komt bij ‘0’. Dat is meer dan schrijnend. Maar slachtofferschap is nooit iets passiefs of objectiefs. Het is iets dat je jezelf aanmeet, of dat anderen jou aanmeten naar aanleiding van de loop der dingen, en iets dat zich na verloop van tijd in een bepaalde richting ontwikkelt. Alle betrokkenen spelen daarin een actieve rol. Gedeeld en gecultiveerd slachtofferschap is bovendien vruchtbare grond voor van alles en nog wat. Mooie dingen, zoals saamhorigheid, maar vaak ook lelijke dingen, zoals binair vijanddenken en extremisme.

Foto: Enric Borràs (cc)

Weinig revolutionairen, maar veel steun voor revolutie

Eergisteren was het een jaar geleden dat Khaled Said door de politie van Alexandrië werd doodgeslagen nadat hij getuige was geweest van een drugsdeal van twee agenten. Enkele honderden demonstranten herdachten dit in Cairo met een demonstratie tegen politie-willekeur. Hier één van hen met een poster van het verminkte lijk van Khaled Said bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. (Foto Hossam Hamalawy).

Twee tegelijk verschenen enquêtes – een van het International Republican Institute (IRI), de andere van Gallup Abu Dhabi – bevestigen dat de Egyptische bevolking en masse achter de omwenteling staat die Mubarak de laan uitstuurde. Om en nabij de negentig procent in beide onderzoeken is er blij mee dat hij weg is. Een meerderheid verwacht ook dat het nu beter zal gaan met Egypte (90% – IRI) en een veel groter aantal mensen dan voorheen heeft het gevoel dat de economie- die in slechte staat verkeert –  nu kan opkrabbelen (Gallup: 46% – was 15% vóór de revolutie). Gallup meldt ook dat veel minder mensen nu – na de revolutie nog zouden willen emigreren. Vóór de revolutie was dat 23%, nu nog 11%.

Foto: Enric Borràs (cc)

Polderen om Palestina

Dit is een gastbijdrage van Marcel Otto, journalist en historicus.

De Israëlische premier Benjamin Netanyahu hield dinsdag een toespraak voor het Amerikaanse Congres. “Als leider van Israël is het mijn verantwoordelijkheid om mijn volk naar vrede te leiden”, zei hij. Ook als dat betekent dat er ‘pijnlijke compromissen’ moeten worden gemaakt. Veelbelovende woorden, die het dan ook goed deden als kop boven nieuwsberichten.

En inderdaad gaf Netanyahu in zijn toespraak aan bereid te zijn concessies te doen. “Voor daadwerkelijke vrede moeten we delen van het oude joodse vaderland opgeven”, sprak hij. Dat betekent dat in elke vredesovereenkomst die een einde maakt aan het conflict sommige nederzettingen achter de grenzen van Israël zullen blijven. Het ‘Israëlische volk is bereid een verregaand compromis te bewerkstelligen’ als de Palestijnen, en dan met name de Palestijnse president Mahmoud Abbas, ertoe besluiten ‘een joodse staat te accepteren’.

Hier hield de Israëlische bereidwilligheid echter wel op. “Israël zal niet terugkeren naar de onverdedigbare grenzen van 1967”, zei Netanyahu. “Een groot deel van de 650 duizend Israëliërs dat achter de grenzen van 1967 woont, is gevestigd in (buiten-)wijken van Jeruzalem en groter-Tel Aviv. Deze gebieden zijn dichtbevolkt, maar geografisch gezien ook vrij klein. In elke serieuze vredesovereenkomst worden deze gebieden, evenals andere plekken van essentieel strategisch en nationaal belang, opgenomen binnen de definitieve grenzen van Israël.”

Foto: Enric Borràs (cc)

Ach ja, de grenzen van 1967

En ineens hebben we dus nu een ‘kwestie’ over de grenzen van 1967. Obama hield een speech over het Midden-Oosten, donderdagavond. Daarin plaatste hij zich vijf maanden na dato op een – om het beleefd te zeggen – weinig overtuigende manier – alsnog achter de diverse opstanden in de Arabische wereld.(Kijk hier voor een verslag op mijn andere, Engelstalige blog).

In dezelfde toespraak maakte hij ook opmerkingen over het Israelisch-Palestijnse conflict. Daarbij vielen een paar dingen op. Om te beginnen dat hij, toen hij het had over de rest van de Arabische wereld, wel sprak over allerlei waarden en vrijheden waar de VS achter zouden staan, maar dat geheel achterwege liet toen hij het had over de Palestijnen. In verband met Israel-Palestina had hij het uitsluitend over de verbondenheid met Israel en het feit dat Amerika volop stond achter Israels veiligheidseisen.

Verder viel op dat hij 1) niet kwam met nieuwe plannen voor hervatting van enig overleg, 2) hij zich uitsprak tegen een erkenning door de Verenigde Naties van een Palestijnse staat, waar de Palestijnse Autoriteit op aanstuurt, 3) hij aangaf dat van Israel niet verwacht kan worden dat het vredesbesprekingen aangaat als de Palestijnse kant zojuist een akkoord heeft gesloten met een organisatie (Hamas) die weigert Israels bestaansrecht te erkennen, 4) hij zei dat een eventuele Palestijnse staat gedemilitariseerd moet zijn

Foto: Enric Borràs (cc)

Twee manieren van overleven als Joden

Ik wil beginnen met een verwijzing naar een collega blogger, de Magnes Zionist, alias Jerry Haber (wat op zijn beurt weer een alias is van een Amerikaans/Israelische professor in de filosofie en Joodse medievalistiek). Ik heb Haber vaker geciteerd op dit blog. Dit keer ga ik hem zelfs twee keer aanhalen. Op de dood van Osama bin Laden reageerde hij met een citaat uit het bijbelboek Spreuken:

Verheug je niet over de val van je vijand, juich niet als hij ten onder gaat.Want de HEER ziet het en keurt het af, en laat zijn woede op je vijand varen. Wind je niet op over kwaadaardige mensen, wees niet jaloers op goddelozen.Want wie kwaad doet, heeft geen toekomst,het licht van goddelozen wordt gedoofd. (Spreuken 24:17-20).

Ik sluit me daar graag bij aan (en zie tot mijn verrassing dat Anja Meulenbelt op haar blog ook Haber’s bijbelcitaat aanhaalt).

Een tweede aanhaling van Haber betreft een stukje van hem waarin hij verwijst naar de Joodse filosoof Emil Fackenheim. Die schreef destijds dat na de Holocaust als aanvulling op de 613 ge- en verboden in de Tora eigenlijk een soort 614e gebod kwam, dat inhield dat Joden als Joden moesten overleven om Hitler die hen had willen uitroeien, niet alsnog postuum de overwinning te gunnen.

Vorige Volgende