Nelson Mandela (95) overleden
Nelson Mandela (95) overleden
Correspondente Ranko Rakkan bericht vanuit Tokyo over een nieuwe wet in Japan die critici van de regering monddood kan maken. Pas op wat je zegt, en pas op wat je vraagt. In de ogen van de Japanse overheid ben je – zonder dat je het zelf weet of zelfs kan navragen – een spion of een terrorist, en verdwijn je voor tien jaar achter slot en grendel. Dat laat de Wet ter Bescherming van Speciale Geheimen die de regering onder premier Shinzo Abe vandaag door het parlement ramt, namelijk toe. Japanse media-organisaties, schrijversverenigingen, mensenrechtenorganisaties, burgergroeperingen, theater- en filmmakers, Nobelprijswinnaars en 2000 wetenschappers, advocatenfederaties en oud-ambtenaren van hoge rang hebben heftig tegen de nieuwe wetgeving geprotesteerd. Amnesty International, de VN mensenrechtenorganisatie als ook de internationale PEN (schrijvers) Club en journalistenverenigingen schaarden zich in het protest. Het mag niet baten. De regering heeft een comfortabele meerderheid in beide huizen van het parlement. En er zijn kleine oppositiepartijen die voor deze wet een gelegenheidscoalitie aangaan. Niet alleen bedreigt de wet de vrijheid van meningsuiting, de mensenrechten en het recht op openbaarheid van informatie, de procedure waarmee de regering in grote haast de wet door het parlement stuurt, is democratisch hoogst twijfelachtig. Het is een wet die als een 'thought police' zal functioneren, is de algemene vrees. Wat gaat de nieuwe wet doen?
Nelson Mandela (95) overleden
Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.
Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.
VERSLAG - Het Franse Europarlementslid Eva Joly (Groenen) wordt vandaag 70. Zij was maandag te gast in Utrecht op een bijeenkomst van Studium Generale van de Utrechtse Universiteit die in het teken stond van 40 jaar Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO).
Twintig jaar geleden was Eva Joly als onderzoeksrechter belast met een zaak tegen het Franse oliebedrijf Elf Aquitaine. Ze verbaasde zich er over hoe eenvoudig het was enorme bedragen weg te sluizen naar belastingparadijzen als Liechtenstein. Dit soort gedrag van multinationals, zo ontdekte Joly in haar praktijk, gaat vooral ten koste van ontwikkelingslanden. Een land als Zambia verdient volgens haar nauwelijks aan de export van koper door slimme belastingtrucs via het belastingparadijs Mauritius: ‘In mijn geboorteland Noorwegen krijgt de staat 73% van de olie die daar gewonnen wordt, in Zambia krijgen de koperbedrijven 95,5% van de opbrengsten en de staat 0,5%. Dit is puur kolonialisme.’De conclusie van Eva Joly, nadat ze een reeks van dergelijke kwesties had zien passeren: er heeft in de afgelopen decennia door het optreden van multinationals een geweldige overdracht van rijkdom plaatsgevonden van zuid naar noord en van publieke naar private doelen. In 2009 besluit ze in de politiek te gaan. Ze wordt op de lijst van Europe Ecologie/Les Verts gekozen als afgevaardigde in het Europese Parlement. Het is volgens haar allemaal een kwestie van politieke wil. Het kan ook anders. Te vaak laten regeringen zich chanteren met de belofte van werkgelegenheid. Met bedrijfsvriendelijke maatregelen lopen ze miljoenen inkomsten mis en de enige uitweg is dan korten op de staatsuitgaven. Bilaterale en internationale verdragen, die overigens nauwelijks in de openbaarheid komen, bevorderen nog steeds belastingontwijking. En de onderlinge concurrentie tussen landen op het gebied van de belastingtarieven heeft de race to the bottom nog niet kunnen keren.
OPINIE - Twee christelijke Kamerleden hebben dinsdag een gelukkig moment beleefd. Een motie van Joël Voordewind (CU) en Kees van der Staaij (SGP) tegen het betalen van vergoedingen van de Palestijnse Autoriteit aan gevangenen in Israëlische gevangenissen, is aangenomen. In de motie wordt de Nederlandse regering, in casu minister Timmermans, gevraagd er bij de Palestijnse Autoriteit op aan te dringen niet meer van dit soort salarissen aan gevangenen te betalen. Het geld komt immers onder meer terecht bij mensen die terroristische aanslagen hebben gepleegd waar ‘onschuldige kinderen, vrouwen en mannen het slachtoffer van zijn geworden.’ En dat zou opgevat kunnen worden als het ‘aanmoedigen van misdrijven.’
Zo staat het tenminste in de motie. En dat is wel wat neutraler geformuleerd dan de gebruikelijk termen die Voordewind en Van der Staaij hanteren als ze het over de salarissen voor Palestijnse gevangenen hebben. Want dan heet het – in navolging van het CIDI dat deze motie aanstuurde – ‘het verheerlijken van geweld.’
Ik vermoed dat de formulering nodig was om een wat bredere steun in de Kamer te krijgen. Met hulp van de PVV en de VVD komt je een heel eind, maar haal er een paar CDA-ers erbij en je haalt de eindstreep.
Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.
Nu we het toch al over verdachte VVD’ers hadden, kan dit bericht er ook wel bij:
De rechtbank in Haarlem heeft voormalig VVD-gedeputeerde van de provincie Noord-Holland Ton Hooijmaijers veroordeeld tot drie jaar cel wegens omkoping, witwassen, valsheid in geschrifte en het aannemen van smeergeld.
Maar niet alle dubieuze uitgaven verdwenen in eigen zak:
Hooijmaijers moest in 2009 vertrekken nadat was gebleken dat de provincie tientallen miljoenen euro’s had verloren doordat geld uitstond bij de IJslandse bank Landsbanki. Later bleek dat hij enkele duizenden euro’s die hij met de provinciale creditcard had uitgegeven niet kon verantwoorden.
COLUMN - Minister Ploumen maakte deze week mooie sier door politiek incorrecte bedrijfsvoering aan de schandpaal te nagelen. Maar het zou mooier zijn als de politiek hier zelf een keer zijn verantwoordelijkheid zou nemen.
Kledingbedrijven die weigeren een contract te tekenen voor brandveiligheid in de productieplaatsen waar hun producten vandaan komen nagelt Lilianne Ploumen met liefde aan de publieke schandpaal. Wie niet horen wil moet maar voelen. Ploumen’s actie werd met blije rondedansjes ontvangen door ‘links Nederland.’
Bij de genoemde bedrijven leverde dit natuurlijk nogal wat gepruttel op. Zij brengen ter verdediging in dat ze niet genoeg tijd zouden hebben gehad om het contract te bestuderen, dat het contract zelf wellicht ook niet zou bijdragen aan de veiligheid, dat zij zelf als kleine spelers geen zicht zouden hebben op die productieplaatsen, en dat het juist aan wetgeving ligt dat onveilig geproduceerde kleding zo goedkoop is. De minister stelt zich volgens hen eerder als actievoerder op dan als bewindspersoon.
Ergens kan ik in die kritiek tot op zekere hoogte wel meegaan.
Ploumen meent dat ze door naming en shaming bedrijven kan dwingen om politiek correct te gaan handelen, omdat anders politiek correcte consumenten niet meer bij die winkels gaan kopen.
OPINIE - Probeert de PvdA nu in navolging van de VVD ook de christelijke partijen te paaien?
De Eerste Kamer behandelde dinsdag het wetsontwerp dat het verbod op godslastering uit de strafwet moet halen. Het was een initiatief van de Tweede Kamerleden De Wit (SP) en Van der Ham, nu vervangen door Schouw (D66). Het moet een einde maken aan de jarenlange slepende discussie over een obsoleet strafrechtartikel dat na de moord op Theo van Gogh weer van stal werd gehaald door Donner, toenmalig minister van Justitie en kleinzoon van de indiener in 1931. Gevoeligheden van moslims zowel als christenen gaven sindsdien meerdere malen aanleiding om een besluit over het schrappen van het zelden en sinds 1966 nooit meer toegepaste artikel 147 uit de Strafwet op de lange baan te schuiven.
De Tweede Kamer heeft nu eindelijk de knoop doorgehakt en dus is het laatste woord aan de Eerste Kamer, die naar verwachting volgende week het definitieve vonnis gaat vellen. Maar van harte gaat het niet, zo blijkt uit de bijdragen van diverse senatoren. De partijen die in de Tweede Kamer tegen het schrappen van het verbod stemden, CDA, ChristenUnie en SGP, maakten ook aan de overkant bezwaren tegen ‘dit verkeerde signaal’ dat onvoldoende tegemoet komt aan het feit dat er de binnen een multireligieuze samenleving juist behoefte is aan onderling respect en tolerantie (Kuiper, CU). Door het schrappen van het verbod van godslastering wordt volgens senator Kuiper de sluis open gezet voor zware zielsbeledigingen van gelovige medeburgers. Dat het artikel niet meer gebruikt werd was volgens hem en ook volgens Franken (CDA) geen argument. Senator Holdijk (SGP) probeerde in een niet te volgen kronkelredenering een belangrijk motief van de indieners van het wetsontwerp, dat de strafwet gelovigen niet meer moet beschermen tegen beledigingen dan niet-gelovigen, onderuit te halen.
Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.
In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.
Het internationale handelsverdrag TTP, waarover landen nu onderhandelen, is net als ACTA een bedreiging voor betaalbaarheid en beschikbaarheid gezondheidszorg. Bescherming van patenten en bedrijven zijn belangrijker dan de gezondheid van mensen.
RECENSIE - Zondagmorgen 12.00 uur. Buitenhofpresentator Pieter Jan Hagens grinnikt. Burgemeester van Heerlen Paul Depla glundert. En zelfs de doorgaans afkeurend kijkende Abvakabo-voorzitter Corrie van Brenk schatert. Michael Ignatieff is te gast bij Buitenhof ter promotie van zijn nieuwste boek Vuur en as, en ze eten allemaal uit zijn hand. Een paar uur later charmeert de hoogleraar internationale betrekkingen en voormalig presidentskandidaat van Canada met hetzelfde gemak een zaaltje vol mensen in Lux, Nijmegen, waar hij in gesprek gaat met Cees Leijenhorst en Pieter van Os . Hij is duidelijk in zijn element. Hij praat rustig, hij maakt grapjes, is vol zelfspot en beantwoordt elke vraag uit het publiek met ‘that’s a great question’.
Ignatieff heeft vijf jaar politiek bedreven. Dat moge duidelijk zijn. Charmant en welbespraakt, maar ook zo glad als een aal. Zijn strijd om het leiderschap van Canada heeft hij grandioos verloren. In zijn boek Vuur en as vertelt hij hoe hij als cosmopolitische intellectueel vol ambities het politieke strijdtoneel betrad en werd meegezogen in een wereld vol hypocrysie, vijandigheid en achterkamertjespolitiek. ‘You start with the stupid idea that what you say matters. But politics is not a battle of ideas, but a battle of standing. It’s about who has the right to be heard.’ Deze ‘battle of standing’ zal Ignatieff hopeloos verliezen.
What is the best kind of political leader? One that is highly intelligent, or one that is sincere and reflective, Paul Frijters wonders.
It is natural to think of our political leaders as either superhumanly clever and benevolent when we agree with them, or else dumb as dishwater and evil when we don’t agree with them. Yet, if one takes our own group-loyalty out of the picture, we can ask the simple question what kind of mental qualities are likely to thrive in our Western political environment.
The political environment we have is highly competitive and combative, with constant media scrutiny and constantly shifting political factions. This gives rise to particular psychological demands and pressures: anyone who can’t keep their story straight or buckles under the relentless psychological pressure put on by the opponents from both within their own political parties and outside, is dead on arrival in politics. Hence the minimum requirement is to be very tough mentally and to have a pretty good memory and ability to keep a straight story.
This is of course why so many politicians are lawyers, for the legal profession trains people to be careful with words and to keep a line of argument, irrespective of whether they agree with it or not. So successful politicians certainly need to be in, say, the top 5% of their population in terms of smartness. This tallies well with the estimates of Simonton for the IQ of US president who assigned scores by analysing the intellectual content of their written and spoken works. He puts the average US president at an IQ of 142, with Clinton close to the top, easily 20 points ahead of Bush Junior. This indeed puts even the dumber US presidents in the top 5% of their population.
‘Meer straf en minder begrip voor criminelen’ werkt volgens deze VVD’er kennelijk alleen bij de kleine misdaad. Voor de écht grote jongens is ‘minder straf en meer begrip’ blijkbaar beter op zijn plaats.
Zo kennen we onze VVD’ers weer…
Dat kan! Sargasso is een collectief van bloggers en we verwelkomen graag nieuw blogtalent. We plaatsen ook regelmatig gastbijdragen. Lees hier meer over bloggen voor Sargasso of over het inzenden van een gastbijdrage.
Vorig weekend vond in De Balie in Amsterdam de driedaagse conferentie Global Uprisings plaats, met activisten uit de hele wereld die de afgelopen jaren betrokken zijn geweest bij opstanden en sociale bewegingen in landen als Griekenland, Brazilië, Egypte, Turkije en de VS.
Eén van de deelnemers was Foti Benlisoy (37), advocaat en mede-oprichter van de Grieks-Turkse uitgeverij Istos. Van hem is een boek verschenen over de protesten in Griekenland, Tunesië en Egypte, en zal binnenkort een boek uitkomen over de demonstraties rond het Gezi-park in het centrum van Istanboel, die eerder dit jaar plaatsvonden.
Kunt u aangeven waarom Gezi zo belangrijk is in een Turkse context?
‘Gezi is voor ons belangrijk in de zin dat het een keerpunt is voor radicaal-links in Turkije. De afgelopen tien jaar werd het westelijk deel van Turkije gekenmerkt door politieke apathie. Gezi heeft dat veranderd, voor een nieuwe politieke atmosfeer gezorgd en ons allemaal een nieuw gevoel van empowerment gegeven.’
Heeft u enig idee wat daaruit zou kunnen voortkomen?
‘Nee. Ik denk niet dat er sprake zal zijn van snelle veranderingen in de politieke en sociale krachtsverhoudingen. Er zijn geen politieke krachten of sociale bewegingen die het machtsevenwicht kunnen doen omslaan door gebruik te maken van de energie die door Gezi teweeg is gebracht. En we gaan een periode tegemoet waarin er binnen twee jaar drie verkiezingen zullen zijn – regionale, parlements- en presidentsverkiezingen.