1968
In 1968 was het – 1968 was het jaar waarin de Mammoetwet in werking trad, de Fabeltjeskrant voor het eerst op de televisie verscheen, Tsjechoslowakije werd overvallen door de Russen, zonder dat wij er iets tegen deden (wij gooiden liever bommen op Vietnam, maar wij hadden natuurlijk tegen de Russen moeten zeggen: trek je binnen 24 uur terug, anders ben je Moskou en Sint Petersburg kwijt). Het was ook het jaar waarin Neal Cassady en Joeri Gagarin overleden, Marcel Duchamp stierf ook in dat jaar, maar gelukkig stierf ook Lou de Palingboer – in 1968 was het dat ik mijn vader vroeg: ‘Mag ik straks studeren?’ Het was nog lang niet zo ver, want ik was nog maar vijftien jaar oud, maar je kon er niet vroeg genoeg bij zijn, vond ik. ‘Wat wil je dan gaan studeren?’ vroeg hij. ‘Nederlands,’ zei ik. ‘Maar dat spreek je al!’ Het leek hem verspilde moeite. Later heb ik hem nog geprobeerd over te halen met ‘Geschiedenis’, maar ook dat haalde niets uit: geschiedenis hoefde helemaal niet bestudeerd te worden, dat kon je wel in je avonduren doen.
Ik moest maar aan het werk gaan als ik achttien was, en geld verdienen en dan kon ik altijd nog gaan studeren, want dan betaalde ik het allemaal zelf. Ik was thuis de oudste van negen kinderen, dus dat kon ik wel begrijpen: mijn vader was een zelfstandig loodgieter, hij zou arm geworden zijn als alle negen kinderen gestudeerd zouden hebben.

