IJdele hoop nekt de woningmarkt
We denken allemaal dat we de uitzondering op de regel zijn. Ook als het om de prijs van onze huizen gaat.
In Nederland is het geheel vaak minder dan de som der delen. Nederlanders vinden al jaren dat het met henzelf beter gaat dan met ‘ons’ (denk aan Paul Schnabel’s ‘Met mij gaat het goed, met ons gaat het slecht’). Het schijnt ook dat de meerderheid denkt beter dan gemiddeld te kunnen autorijden. En nu blijkt uit een enquête in de ESB van deze week (pdf) dat Nederlanders de waarde en de prijsontwikkeling van hun eigen huis hoger inschatten dan van alle andere huizen. Dat is dus niet rationeel, aldus de medewerkers van De Nederlandsche Bank die enquête bespreken. En het vertraagt de aanpassing naar een nieuw prijsevenwicht op de woningmarkt.
Sinds augustus 2008 zijn de woningenprijzen met 13% gedaald, het aantal transacties daalde met meer dan een derde, en de gemiddelde verkooptijd is meer dan verdubbeld. En veel prognoses wijzen er op dat de komende jaren de huizenprijzen (regionale verschillen daargelaten) verder zullen dalen – tot wel 20% tegen 2015.
Uit de enquête blijkt dat huiseigenaren gemiddeld genomen de huizenprijzen ook 20% te hoog vinden. De helft verwacht een daling en slechts 5% een stijging. Maar over de waarde en verwachte prijsontwikkeling van het eigen huis zijn respondenten gek genoeg veel optimistischer. De gemiddelde woningeigenaar denkt dat de eigen woning sinds 2008 ongeveer evenveel waard is gebleven, en schat de toekomstige prijsontwikkeling ook rooskleuriger in. Woningverkopers weigeren dus om zelf mee te bewegen met de markt.


