Helpende hand op arbeidsmarkt

In de programma’s voor de komende verkiezingen wordt ruim aandacht besteed aan arbeidsmarkt en sociale zekerheid.  Van werkzoekenden wordt in ieder geval verwacht dat zij meer zelfredzaam worden. Ondersteuning per regio zou daar wel eens een oplossing voor kunnen zijn, vinden Ton Wilthagen en Ronald Dekker van de universiteit van Tilburg.

De arbeidsmarkt en de sociale zekerheid krijgen dit jaar ruimschoots aandacht in de verkiezingsprogramma’s. Dat is wel eens anders geweest. Waar GroenLinks en D66 al langer om fundamentele hervormingen riepen en de VVD bleef hangen in liberale standaardrecepten, hadden de meeste partijen niet veel te melden over de toekomst van werk. PvdA, SP en later ook PVV zagen sowieso elke verandering als een verslechtering. Het CDA positioneerde zich letterlijk te midden van deze standpunten, maar kwam niet veel verder dan het versterken van de invloed van de sociale partners.

De schokkende ontwikkelingen in de wereldeconomie hebben alles anders gemaakt. Er bestaat op een aantal punten stiekem best veel overlap tussen de verschillende partijen. Zo willen bijna alle partijen een nieuwe wet voor de onderkant van de arbeidsmarkt. Opvallend is dat diagnoses van de huidige situatie meer uiteenlopen dan de oplossingen. De PvdA signaleert  “hyperflexibiliteit” op de arbeidsmarkt, nadrukkelijker nog dan de SP, terwijl VVD, D66 en GroenLinks menen dat diezelfde arbeidsmarkt volledig op slot zit.

Meer zelf doen op arbeidsmarkt

Mens- en maatschappijvisies variëren in de verkiezingsprogramma’s, maar wat kan de werknemer of de aankomende deelnemer aan de arbeidsmarkt verwachten, ongeacht welke veelkleurige coalitie in het zadel komt? Duidelijk is dat de overheid de werkzoekende en de werknemer minder bij het handje zal nemen. Ook al roepen enkele partijen (zoals de SP) om meer actie en bescherming vanuit Den Haag, de staatskas zal eerder minder dan meer ruimte bieden voor overheidsondersteuning. Het beleid versobert hoe dan ook en een partij als de VVD zet daar bewust op in. Wie op de arbeidsmarkt wil komen en blijven zal steeds meer zelfredzaam moeten zijn. En dat geldt ook voor degene die de arbeidsmarkt, al dan niet vroegtijdig, wil verlaten. Iedereen moet langer doorwerken en zal zich regelmatig opnieuw moeten “uitvinden”. Driekwart miljoen werkenden, de zzp’ers, weten inmiddels al wat het betekent om voor eigen risico en rekening te werken. De klassieke verzorgingsstaat bestaat voor hen feitelijk al niet meer.

Ontvoogding van de arbeidsverhoudingen?

De vraag is of het erg is dat mensen meer op zichzelf zijn aangewezen. Wellicht maken we eindelijk de door Karl Marx (naar wie steeds vaker wordt verwezen) nagestreefde emancipatie van de arbeider mee. Dan raken de arbeidsverhoudingen “ontvoogd”, zoals een Baliewerkgroep het enige tijd geleden optimistisch maar lichtelijk naïef formuleerde.  Een verwante visie is dat het gat dat de overheid op de arbeidsmarkt achterlaat ‘automatisch’  en ‘veel beter’ zal worden gevuld door maatschappelijke netwerken en andere initiatieven. De Britse  premier David Cameron is een van de fans van de idee van de “Big Society”. Die netwerken zijn creatiever, staan dichter bij de mensen en werken bovendien goedkoper dan overheidsinstanties. Ook de Nederlandse christelijke partijen zijn gevoelig voor zo’n benadering. De SGP staat in haar programma een herwaardering van kerken en particuliere organisaties voor. Enige scepsis is wel op z’n plaats bij deze ‘grote samenlevings’-ideeën want vaker wel dan niet zit er een buitengewoon prozaïsche bezuinigingsdoelstelling achter.

Niet iedereen is zelfredzaam

Bovendien staat buiten kijf dat niet iedereen in dezelfde mate in staat is om zelfredzaam te zijn. Daarvoor zijn de verschillen tussen mensen en hun uitgangssituaties te groot. En als je jong of oud bent, heb je in het algemeen meer ruggesteun nodig.  Maar ongeacht de leeftijd geldt dat er voor elke ‘zelfredzame’ er ook een ‘structuurzoeker’ is volgens het onderzoeksbureau Motivaction. Wanneer de verzorgingsstaat moet worden omgevormd tot wat in het Engels een “enabling society” heet, is dat iets om rekening mee te houden. Een maatschappij die zelfredzamen én structuurzoekers optimaal ondersteunt in hun zelfwerkzaam- en redzaamheid en die inzet op ontwikkeling van capaciteiten en vermogens. Concreet betekent dat mensen steunen bij het maken van de juiste keuzes en stappen op de arbeidsmarkt. Het kiezen van een relevante studie, het vinden van een stage of werkervaringsplek, de stap naar een eerste werkgever of naar zelfstandig ondernemerschap, de tijdige overgang van werk naar werk, desnoods in een ander sector, als het nodig is, aansluiting krijgen op goede regelingen voor (om)scholing, arbeidsongeschiktheid en pensioen en een betrouwbare voorziening voor kinderopvang. Laat mensen zoveel mogelijk hun koers bepalen, maar zorg wel voor goede bewegwijzering en verkeersregelaars, of zoals gedragseconomen dat noemen, een goede ‘default’. Ik pleit er sterk voor om op scholen een basisvak “arbeidsmarktkunde” in te voeren, want je kunt mensen niet vroeg genoeg voorbereiden en wegwijs maken op de arbeidsmarkt.

Ondersteuning blijft nodig en werkt regionaal het best

Zelfwerkzaamheid is een groot goed, maar het werkt dus niet vanzelf en zeker niet voor iedereen. Het is zeer de vraag of kwetsbare structuurzoekenden zonder baan voldoende geholpen zijn met ‘maatschappelijke netwerken’ die nog moeten ontstaan. Bovendien moeten de verschillende vormen van ondersteuning, van overheidswege of uit die netwerken, op de ‘transitionele’ arbeidsmarkt wel goed op elkaar worden afgestemd. Want de ene stap beïnvloedt nu eenmaal de volgende. Dit roept de vraag op hoe je die zelfredzaamheid dan het beste kunt organiseren en op welke schaal. Er is een zichtbare hand nodig die de verschillende netwerken waarvan mensen profijt kunnen hebben met elkaar verbindt en in een zinvolle en productieve sociaal-economische context plaats. In onze optiek kan de ondersteunende samenleving het beste regionaal worden georganiseerd, in sterke, innovatieve arbeidsmarktregio’s met een breed gedragen, strategische toekomstagenda. In een aantal verkiezingsprogramma’s druppelt dit inzicht al door. De PvdA verwijst bijvoorbeeld een aantal keren naar de Brainportregio Eindhoven en omstreken. D66 vindt dat topsectoren een hoofdstad moeten kiezen.

Zelfredzaamheid op de arbeidsmarkt bevorderen in regionaal verband sluit goed aan bij de regionale identiteit die veel mensen ervaren. Een groot deel van de bevolking wil graag in de eigen regio blijven wonen en werken. Maar dan is het wel noodzakelijk om de keuze te maken om het arbeidsmarkt-, scholings- en socialezekerheidsbeleid drastisch te regionaliseren. Laat het over aan de ‘triple helix’ van ondernemingen, onderwijs- en kennisinstellingen en (lokale) overheid. Regio’s vertonen intussen veel ambities en energie, maar missen nog teveel de middelen om hun ondernemingspotentieel en de werkzekerheid voor hun inwonenden goed te kunnen organiseren. Puur op nationaal niveau is  de idee van zelfredzaamheid een gevaarlijke abstractie, die voor diverse groepen, met name voor structuurzoekers, slecht kan uitpakken. In de regio kunnen bestaande verbindingen worden gebruikt en nieuwe worden gecreëerd, omdat mensen in meerdere opzichten gekend worden.

Foto: Flickr / Calotype46

  1. 1

    Dit roept de vraag op hoe je die zelfredzaamheid dan het beste kunt organiseren en op welke schaal.
    Die vraag staat al 20 jaar centraal als het om de arbeidsmarkt gaat en geen van de organisatiewijzigingen heeft tot een betere aanpak geleid. Probleem in deze sector is niet zo zeer de organisatie maar het amateurisme.

  2. 3

    Bestaat er ook nog zoiets als de EU, Ton en Ronald? Of is dat slechts een hinderlijke bijkomstigheid die jullie opvattingen over de mogelijkheid tot (regionale) beïnvloeding van de arbeidsmarkt verstoort?