Armen willen eigenlijk geen microkrediet
Lekker tegendraads verhaal in de Economist van deze week naar aanleiding van dit rapport van MIT over de opkomst van de middenklasse in ontwikkelingslanden. Twee economen analyseerden cijfers uit de hele wereld en schuimden ook winkeltjes af op het Indiase platteland, waarvan de eigenaren rondkomen van twee tot tien dollar per dag (in India ben je dan middenklasse – bijna negentig procent van de bevolking doet het met minder).
Vrijwel alle winkeltjes en andere minibedrijfjes die de onderkant van de middenklasse vormen, hebben een gebrek aan kapitaal. Daarom werken microkredieten zo goed. Maar eigenlijk is de bereidheid om te investeren in het eigen bedrijf helemaal niet zo groot, constateerden de onderzoekers.
De meeste microbedrijfseigenaren willen hun bedrijfje namelijk niet uitbouwen, maar opheffen. Ze willen een baan. Dat is de beste manier om een inkomen veilig te stellen. In de poeha rond microkredieten worden arme boeren en winkeliers vaak geprezen om hun doorzettingsvermogen, alsof ze door ondernemerschap gedreven worden. Zelf weten ze wel beter. Ze zijn ondernemer, omdat ze niks beters konden vinden.
De Amerikaanse economie staat aan op de rand van een recessie. De huizenprijzen dalen en de banken lijden grote verliezen op hun ongebreidelde leningen aan huishoudens. Lange tijd hebben ze op de pof gefeest, nu zitten de Amerikanen met een kater. Eindelijk gaan de Amerikanen meer sparen. Met als gevolg: wereldwijde vraaguitval.
In 1933 schreef jeugdbeweger en volksonderwijzer Koos Vorrink, de latere voorzitter van de SDAP en de PvdA, een invloedrijk boek met de titel ‘Om de vrye mens der nieuwe gemeenschap’. Fel hekelt hij daarin ?de mateloze tyrannie van het geldbezit, die haar uitdrukking vindt in een dwaze aanbidding van het stoffelik succes?.
Mondialisering is zo snel een hype geworden dat er kennelijk niet eens de tijd was om te komen tot een goede vertaling van deze Amerikaanse ontdekking. Volkomen onterecht spreekt iedereen van ?globalisering?. Dat is inderdaad de letterlijke vertaling van ?globalization? maar niet de juiste.
Wie het weergaloze spel ?Civilization? van Sid Meier heeft gespeeld, weet wat mondialisering inhoudt. Je begint midden op een onzichtbare kaart die je al ?civiliserend? exploreert. Exploreert is het juiste woord, want je gaat op zoek naar ?resources?. In het begin zijn dat ijzer, paarden, en ?luxuries?. Hoe meer land, hoe meer kans op resources, en zo ontvouwt zich geleidelijk wat we ?mondialisering 1.0? noemen. Landjepik. Als een concurrerende civilisatie toevallig net eerder een claim legt op een begeerde grondstof, dan val je hem aan. Je kunt ook gaan handelen, maar dat maakt je afhankelijk, en dat kan op kritieke momenten fataal zijn.
Wat is de gemeenschappelijke factor tussen goud, grondstoffen, de dollar, de euro, de yuan, olie, de VS, Europa, Rusland, India en China? Zonder de pretentie dat dit álle (belangrijke) variabelen zijn, spelen alle genoemde variabelen een rol in de documentaire ?De dag dat de dollar valt?. Eén van de meest interessante documentaires die ik gezien heb. Omdat de documentaire uit 2005 nog steeds actueel is, of eigenlijk: steeds actueler lijkt te worden, bespraken we de originele documentaire
De macht van het internationale bedrijfsleven is ondertussen groter dan die van nationale regeringen. Dat wordt gestimuleerd door de Lissabon agenda van de EU over economische hervormingen. Die aanpak is niet bedoeld om verworvenheden van mensen te behouden, maar om grote bedrijven nog meer macht te geven. De Lissabon agenda was voor minister Donner de aanleiding om in Nederland het ontslagrecht te willen versoepelen.