Recht op inzage is een wassen neus
Een gastbijdrage van Jaap-Henk Hoepman, verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen en TNO. Het stuk is op persoonlijke titel geschreven en ook te lezen op zijn site.
Volgens de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) heeft iedere burger het recht om inzage te krijgen in de persoonsgegevens die een organisatie over haar verwerkt. Tevens moet deze organisatie informatie geven over het doel van de verwerking, de herkomst van de persoonsgegevens, en een overzicht van organisaties waaraan deze gegevens eventueel zijn verstrekt. In het kader van het Privacy Seminar dat ik ieder voorjaar geef aan de Radboud Universiteit Nijmegen, heb ik mijn studenten gevraagd om bij een aantal organisaties gebruik te maken van dit recht. Zelf heb ik dat ook gedaan. Doel was om te kijken hoe organisaties met dergelijke inzageverzoeken omgaan. De conclusie is ontluisterend: dat doen ze beroerd. Het recht op inzage is in de praktijk een wassen neus.
We hebben de klantenservice van telecommunicatiebedrijven, verzekeringsmaatschappijen, webwinkels, supermarkten e.d. aangeschreven. De meerderheid (70% in deze beperkte steekproef) van de bedrijven en organisaties reageert simpelweg niet. Van de bedrijven en organisaties die wel reageren, kunnen we stellen dat de reactie zelden voldoet.

