OPINIE - Hij staart me al een tijdje aan, vanaf de schoorsteen: de kiezerspas voor de Europese Verkiezingen op 22 mei aanstaande. En telkens raak ik weer in een overpeinzing verzonken over nut en noodzaak. Sinds in 1992 aan de oevers van de Maas het eerste EU-akkoord werd gesloten, is de Europese werkelijkheid een stuk weerbarstiger geweest dan wat Kok en Kohl c.s. gehoopt hadden. De Euro is gesmolten, de 4% begrotingsdiscipline is in zowel Noord als Zuid niet te handhaven en de politieke unie loopt stroef omdat onder andere het vrije verkeer van mensen en diensten op weerstand is gestuit. Waarom nog stemmen? En waarom nog voor Europa stemmen?
Maar bij het plussen en minnen strepen is er nog een belangrijke plus die ik in de afgelopen drie jaar met eigen ogen heb gezien. Ik heb aan den lijve ondervonden hoe collega’s uit verschillende Europese landen met een totaal andere manier van werken toch, doordat zij hetzelfde einddoel voor ogen hadden, gezamenlijk een succesvol en belangrijk project konden afronden dankzij Europese subsidies. Europa is als gezamenlijke wetenschappelijke organisatie namelijk veel sterker dan de som van haar delen en de enige sparringpartner die met China en de VS mee kan.
De complexe vraagstukken die mij, u en uw buurman staan te wachten stoppen niet bij de grens: energie, milieu, voedselveiligheid, ouder worden, infectieziekten, biodiversiteit, digitale veiligheid. Recent is het nieuwe wetenschappelijk programma van de EU, Horizon 2020, gestart. Dit programma zal in de komende zeven jaar een slordige 80 miljard in wetenschappelijk onderzoek steken. De voordelen van dit gezamenlijk onderzoek is dat er meer operationele slagkracht gecreëerd kan worden. Publiek-privaat partnerschap is vaak een vereiste en leidt tot grotere (inter)nationale projecten met meer belanghebbenden en regio’s en dus hogere relevantie. Er kunnen databases ontworpen worden die genoeg en juiste informatie bevatten en betrouwbaar bijgewerkt worden of onderzoeksinstallaties en productie faciliteiten die te duur zijn voor iedereen behalve Angela Merkel.