Waar gebeurd op maandagmiddag, 3 augustus. De vaste telefoon in Huize Van Aalten gaat over. Dat kan twee dingen betekenen: moeders of telemarketing. Van Aalten neemt op. Hij hoort gekraak en dan een stilte. Van Aalten wil de verbinding bijna verbreken. Dan hoort hij alsnog een stem. ‘Spreek ik met meneer El Hamdaoui?’ ‘Nee, zo heet mijn vrouw. Ik ben meneer Van Aalten. wat wilt u mij verkopen?’
Een korte stilte aan de andere kant van de lijn. De jongen, ik vermoed een jonge knul met stekels (gelkop), die na zijn havo even wil ‘knallen’ in de zomermaanden voor hij aan zijn studie bedrijfseconomie begint, zegt niet van welke firma hij is. ‘Verkopen? Een zak patat, nou goed.’
Ik wacht even. Vermoed dat hij nu overgaat op een schaterlach, gevolgd door een goedbedoelend hijgerige glijpraatje over een of ander abonnement of voordelige aanbieding voor een meeneemprijs. Maar nee.
‘En u krijgt er ook nog een gratis dvd van Bon Jovi bij vol clips die u ook op Youtube kunt bekijken. Plus plasmascherm ter grootte van een postzegel.’
Het is rond drieën, het zou kunnen dat deze onverlaat al de hele dag tevergeefs met een hongermond in het microfoontje van zijn headset zit te hijgen en daarom nu een beetje melig wordt van de automatenkoffie. Zijn supervisor die meeluistert zal straks eens die cubicle binnenstormen. Op de achtergrond hoor ik het geratel van zijn collega’s.