Joost

2.721 Artikelen
2.826 Waanlinks
25.367 Reacties
Achtergrond: Kordite (cc)
Technisch opperhoofd en voorzitter van Sargasso, wat in de praktijk betekent dat hij nog geen zak te zeggen heeft :).

Developt (?) zich in het dagelijks leven het ongans en heeft veel te veel ideeën om uit te voeren. Daarom helpt Chad (zie boven) hem tegenwoordig vaak een handje zodat er toch nog af en toe een stukje verschijnt.
Foto: Ari Dinar on Unsplash

De Fifa Vredesprijs: een schoen, een wortel en Trump

De Fifa heeft een nieuwe internationale traditie bedacht, al is het geen traditie waar iemand om gevraagd heeft. Morgen, op 5 december, een datum die in Nederland ruikt naar kruidnoten en passief-agressieve gedichten, reikt ze een Vredesprijs uit. Geen symboliek, geen culturele verwijzing, puur toeval. Maar dat maakt het alleen maar absurder: ergens op de wereld zit een organisatie die structureel conflicten veroorzaakt door stadiondeals, smeergeld en geopolitieke stunteligheid, en precies op die dag speelt ze voor mondiale vredesduif, en geeft een cadeautje weg.

En wie staat er op de – waarschijnlijk – eenregelige shortlist? Donald J. Trump. De man die huilde dat hij de nobelprijs voor de vrede niet kreeg, maar het aankomende WK al gebruikte als politiek wapen en dreigde wedstrijden verplaatsen uit Democratisch bestuurde steden. Waar voetbal bedoeld is om landen dichterbij te brengen, maakt Trump er een instrument van om tegen steden te kunnen slaan.

De Fifa doet alsof dit allemaal niet bestaat, of nou ja, ze hopen misschien dat als je Trump vleit hij dat soort dingen niet gaat doen. Ze zullen officieel wel beweren dat Trump “wereldwijde aandacht voor voetbal” genereert, of zoiets. Dat is ongeveer hetzelfde als zeggen dat een aangestoken vuilnisbak “aandacht genereert voor afvalbeleid”. Formeel klopt het, maar niemand met een functionerend stel hersenen neemt het serieus.

Foto: Wouter Supardi Salari on Unsplash

Productinnovatie gone wrong: de kruidnootreep

De kruidnotenreep van Bolletje lijkt op het eerste gezicht een onschuldige seizoensgril. Een reepvorm, tien aan elkaar geplakte kruidnoten en negen van die repen in een zakje. Briljant, maar ik zie toch vooral een symptoom van hoe de markt is uitgegroeid tot een laboratorium voor overbodige innovaties die vooral het klimaat en de portemonnee raken. Niet omdat de ingrediënten anders zijn, maar omdat de vorm dat wel is. En die vorm kost grondstoffen, energie en transport. De kruidnoot wordt steeds vierkanter, de wereld erachter steeds krommer.

Het begint al bij het prijsverschil. De kleine zak kruidnoten van Bolletje kost bij Albert Heijn 1,19 voor 200 gram. De kruidnotenreep kost 1,99 voor 155 gram. Je betaalt dus ruim het dubbele per gram. De productie zal niet veel duurder zijn, maar de reepvorm heeft marketingwaarde. Althans dat denken ze bij Bolletje vermoed ik. Dat je de pepernoten niet meer hoeft te tellen, bijvoorbeeld. De consument moet geloven dat hij iets handigs koopt, iets bijzonders, pepernoten die zich gedragen als een reep en dus automatisch een soort functioneel aura krijgen, en daarmee kunnen concurreren met andere repen zoals Mars en Twix, waar de nietige pepernoot dat op zichzelf niet kan.

Dat prijsverschil heeft ook een milieukant. Losse kruidnoten hebben één verpakking. De kruidnotenreep heeft negen individuele wikkels plus een buitenzak. Extra folie, extra verwerking, extra transportvolume. Allemaal materiaal dat na een paar seconden scheuren eindigt in de afvalstroom. De industrie noemt het gemak, de realiteit is dat dit soort producten de hoeveelheid verpakkingsafval jaar na jaar laat stijgen. Het is moeilijk uit te leggen waarom we ons druk maken over plastic rietjes en tasjes, terwijl we tegelijkertijd accepteren dat een seizoenssnack per hap wordt ingepakt.

Foto: Towfiqu barbhuiya on Unsplash

De vrijwillige glijbaan naar mondiale surveillance

Nederland lag tot en met het eind (en terecht) dwars, maar nu is de kogel dan toch door de kerk. De nieuwe EU-wet tegen online kindermisbruik introduceert een systeem waarin appmakers “vrijwillig” hun platforms kunnen scannen. Niet meer verplicht, zoals eerder, waardoor bijna iedereen overstag ging. Dat klinkt alsof Europa het netjes aan bedrijven laat om te bepalen of ze hun gebruikers aan algoritmische inspectie onderwerpen. Maar die vrijwilligheid is vooral een diplomatiek doekje voor het bloeden. De werkelijke consequenties liggen, behalve in Europa ook ver daarbuiten.

Want zodra een grote appmaker één regio bedient met “vrijwillig” ingebouwde scanmechanismen, ontstaat er een wereldwijd precedent. En als één partij in Europa overstag gaat, dan wordt de druk op de anderen vanzelf groter: want ‘wat hebben zij te verbergen?’. En ‘denk aan onze kinderen!’. Als bijvoorbeeld Meta de scanner inbouwt voor Europa, dan kunnen Rusland en China precies hetzelfde eisen, maar dan zonder het gêne van een publieke rechtvaardiging, en het bestaat al! Europa heeft immers gezegd dat de technologie moreel en juridisch acceptabel is. En wat acceptabel is voor Brussel, wordt bruikbaar voor regimes die minder scrupules hebben. Vrijwillig scannen in Europa leidt tot verplicht scannen elders.

Dit is het patroon waarin een liberale rechtsstaat, goedbedoeld of niet, technologie legitimeert die vervolgens in autoritaire – en misshcien in de eigen – handen verandert in een machtsmiddel. Function creep is daarbij geen risico maar een zekerheid: zodra de scanner bestaat, groeit het toepassingsgebied vanzelf. Eerst alleen beelden. Dan ook teksten. Daarna metadata. Vervolgens “verdachte patronen”, want dat klinkt als moderne veiligheid. En uiteindelijk kan elke overheid het label “bescherming” plakken op wat feitelijk gedragsanalyse is.

Foto: Remy Gieling on Unsplash

Het Concertgebouw en de middenweg waar niemand om vroeg

De afgelopen weken liep de spanning rond het geplande Chanukah-concert in het Concertgebouw verder op. De aangekondigde aanwezigheid van een cantor die verbonden is aan het Israëlische leger veroorzaakte protesten, bezwaren en een groeiende druk op de instelling om eindelijk kleur te bekennen. Het Concertgebouw laveerde zichtbaar. Eerst mocht de man komen, daarna werd het afgeblazen, vervolgens werd er weer geschoven met de programmering. Tegelijkertijd nam de druk toe vanuit Israël en de organisaties die nooit verlegen zitten om een telefoontje richting bestuur of directie. Uiteindelijk verscheen er een gezamenlijke verklaring waarin het Concertgebouw “nog steeds” stelt dat een vertegenwoordiger van een leger dat een genocide pleegt niet op het podium kan staan. Het compromis dat geen compromis is, kwam er toch: hij mag wél optreden, maar dan in besloten kring. Met andere woorden, het conflict is formeel opgelost, maar vooral op een manier waar de Israël-lobby geen moment wakker van ligt.

De verklaring van het Concertgebouw en de Stichting Chanukah Concert probeert een explosieve kwestie te presenteren als een kwestie van both sides. Niet de vraag of een vertegenwoordiger van een strijdkracht midden in een genocide geprogrammeerd moet worden wordt dan centraal, maar hoe je een evenement organiseert in tijden van “extreme polarisatie”. Daarmee verschuift het gesprek van inhoud naar toon, van verantwoordelijkheid naar sfeerbeheer. Het is de taal van instellingen die hopen dat iedereen ophoudt met lastige vragen. Geen woord over machtsverhoudingen. Geen woord over geweld dat niet om nuance vraagt maar om ruggengraat.

Foto: Jurriaan on Unsplash

Leert Rotterdam het dan nooit?

Rotterdam heeft nieuwe maatregelen aangekondigd tegen daklozen en bedelaars. De maatregelen zijn specifiek bedoeld om het bedelen tegen te gaan op grote kruispunten. Het is een mix van hulp en handhaving, met de nadruk op dat laatste. De stad zet straatteams in, opent extra opvangplekken en richt zelfs een aparte gebruiksruimte in. Maar tegelijk komen er gebiedsverboden, worden inkomsten van bedelaars afgepakt en blijft de boete het favoriete bestuurlijke wapen. Het geheel voelt als een herhaling van een oud script. Rotterdam presenteert zich graag als stoer, maar is vooral een stad die niet aarzelt om haar eigen kwetsbare inwoners onder de bus te gooien.

In de aankondiging gebruikt de wethouder een bekende retorische truc: hij waarschuwt dat de situatie doet denken aan de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw. De stad zou op weg zijn naar verloedering., en dat moeten we niet willen met zijn allen. Maar dat frame dient vooral een politiek doel: daklozen zijn geen mensen met problemen, maar dragers van verval. Wie zo denkt, hoeft zich ook niet af te vragen waarom iemand dakloos is geworden of waarom verslaving en schulden zo hardnekkig zijn. De zichtbare persoon op straat wordt het probleem, niet de omstandigheden die hem daar hebben gebracht.

Closing Time | Closing Time

Tot mijn ontsteltenis is dit nummer nog nooit langsgekomen in deze serie. Een omissie die nodig rechtgezet moest worden. Bij deze.

Semisonic was geen grungeband, geen boyband, geen rebellie. Ze waren de soundtrack van het moment waarop de Amerikaanse middenklasse dacht dat de geschiedenis voorbij was. De koude oorlog was gewonnen, Bill Clinton speelde saxofoon, en iedereen dacht dat het internet de democratie zou redden. Closing Time klonk als het geluid van tevredenheid, het soort tevredenheid dat achteraf bezien altijd de voorbode is van een crash.

Closing Time | Het is toch een act dit

Afgelopen weekend speelde Sam Bettens van K’s Choice een ietwat, eh, geactualiseerde versie van hun megahit ‘Not an addict‘, in ‘Even tot Hier’. Hij vraagt zich af hoe het nou verder moet de formatie, en noemt het gesteggel ’typisch Nederlands’, een subtiel grapje van de Belg, neem ik aan.

Foto: "Zohran Mamdani Speaking at a DSA 101 Meeting at the Church of the Village in NYC" by Bingjiefu He is licensed under CC BY-SA 4.0

Mamdani, New Yorks onwaarschijnlijke burgemeester

In een tijd waarin Amerikaanse verkiezingen steeds vaker verworden tot investeringsprojecten van miljardairs, heeft Zohran Mamdani iets ongebruikelijks gedaan: hij heeft gewonnen. Niet dankzij de miljoenen van hedgefondsen, niet dankzij de steun van vastgoedmagnaten of  door een als ‘independent’ meedoende Andrew Cuomo, maar ondanks hen. Tegen een lawine aan geld en desinformatiecampagnes in, wist Mamdani gekozen te worden op een programma dat zich expliciet keerde tegen de machten die normaal bepalen wie überhaupt kans maakt.

Mamdani is niet de gladde centrist die de Democratische Partij doorgaans voortbrengt. Hij noemt zichzelf een democratisch socialist en handelt er ook naar. Hij is een politicus die niet wegkijkt van woorden als klasse, ongelijkheid of kolonialisme, en daar openlijk trots op is. Terwijl anderen hun eerste bezoek als burgemeester plannen naar Israël om de partijdiscipline te tonen, zei Mamdani openlijk: nee. Geen rituele knieval, geen diplomatiek toneelstuk. Het was een kleine daad van morele autonomie in een omgeving die daar allergisch voor is.

Zijn openlijk islamitische identiteit maakt hem bovendien een zeldzaamheid in het Amerikaanse politieke landschap, waar religie vaak een instrument is om conformiteit te etaleren, niet verschil. Voor Mamdani is dat geen merk, maar een realiteit die samenvalt met zijn politiek: solidariteit met gemarginaliseerde groepen, kritiek op onderdrukking, en de overtuiging dat je niet kunt praten over vrijheid zolang macht ongelijk verdeeld blijft.

Foto: R4vi (cc)

En nu graag een écht protestlied, op repeat

Het lijkt op eerste gehoor een onschuldig liedje: een goede beat, een simpele melodie. Maar een paar seconden later spat dat uiteen. De tekst “Wij zeggen nee, nee, nee, tegen een AZC” is geen vrolijk ‘protestlied’, zoals het in de media wordt genoemd. Het is een verzameling halve waarheden, verdraaiingen en leugens, verpakt in een carnavalesk jasje. En het feit dat het nu dreigt nummer één te worden in de hitlijsten, zegt niet iets over de kracht van protest, maar over de honger naar bevestiging van vooroordelen.

De leugen als volkswijsheid
Ik ga het nummer hier niet linken, en luister het vooral niet, het wordt zelfs op YouTube meegeteld voor de hitlijsten. In ieder geval, het grossiert in verzinsels. Over luxe opvang, over privileges van asielzoekers, over dreiging en gevaar. De teksten spelen in op angst, niet op feiten. Het protesteert niet tegen beleid, maar tegen mensen. Niet tegen bestuurlijke keuzes, maar tegen menselijke aanwezigheid. En dat is het punt: dit is geen protestlied, het is een aanklacht tegen solidariteit. Waar een echt protestsong macht bevraagt, trapt dit lied naar beneden en roept het het publiek op om mee te doen.

De truc van de lach
Maar de echte kracht van het nummer ligt in de lach. Mensen zingen het mee “voor de grap”, zogenaamd als uitlaatklep voor frustratie over politiek en elite. Maar humor is hier het verdovingsmiddel.  Op TV zagen we de vrolijke meewiegende hoofden toen het nummer werd gedraaid – we see you, Albert Verlinden – die eigenlijk zeggen: “Neem dit niet zo serieus.” En zo wordt discriminatie alweer salonfähig. Het klinkt niet meer als haat, maar als gezelligheid. De muziek maakt verteerbaar wat anders onverteerbaar zou zijn.

Foto: Clay Banks on Unsplash

Democratie: buigen of barsten?

In Californië is dinsdag 4 november per referendum een voorstel aangenomen om de kiesdistricten aan te passen en zo de invloed van Trump en zijn partij te beperken: klassieke gerrymandering, een voorheen vooral Republikeinse hobby. Het idee komt van gouverneur Gavin Newsom, die zich profileert als verdediger van de democratie tegen Republikeinse manipulatie van het systeem, en is een reactie op Republikeinen in Texas, die hetzelfde gaan doen.  Deze aanpassing kan 5 extra Democratische zetels in het huis van afgevaardigden opleveren, meer dan de plannen van Texas kosten.

Toch roept zijn voorstel een ongemakkelijke vraag op: als je de ander niet kunt verslaan, mag je dan zijn vuile spel meespelen? Of verlies je daarmee precies wat je probeert te beschermen? Want Republikeinen staan al klaar om hetzelfde te doen in andere staten, en zien hierin misschien een vrijbrief om nog verder te gaan.

Het adagium “if you can’t beat them, join them” is oud, en politiek gezien vaak effectief. Macht verandert immers weinig door morele overtuiging alleen. In de praktijk overleven partijen door zich aan te passen aan hun tegenstanders: door dezelfde media­technieken te gebruiken, door net zo handig om te gaan met regels, door op dezelfde manier de publieke emotie te bespelen. Maar hoe vaker dat gebeurt, hoe moeilijker het wordt om nog te onderscheiden wat verdediging tegen de afbraak en wat juist verdere afbraak van de democratie is.

Foto: Vrouwe Justitia. Bron: pixabay.com

Afghaanse beveiligers: kruideniersmentaliteit met mensenlevens

Nederland is niet verplicht om de 42 Afghaanse beveiligers van de ambassade in Kabul naar Nederland te halen. Juridisch klopt het ongetwijfeld allemaal. Er is geen formele gezagsverhouding, de mensenrechtenverdragen bieden geen “zelfstandige grond”, en Afghaans recht was van toepassing. Prachtig, een sluitend juridisch bouwwerk, maar in de praktijk zit je tot je middel in het drijfzand.

Want laten we niet doen alsof er werkelijk een relevant verschil is tussen de Afghaanse en de Hongaarse bewakers die tijdens de val van Kabul aan dezelfde poort stonden. De enigen die dat verschil zagen, waren bureaucraten in Den Haag. Voor de Taliban was het één pot nat: wie met de Nederlanders werkte, was een verrader. De juridische nuance van “geen zorgplicht” maakt in dat soort omstandigheden net zoveel indruk als een handboek arbeidsrecht op een kalasjnikov.

De uitspraak past naadloos in het Nederlandse migratieklimaat waarin “niet toelaten” zwaarder weegt dan “het juiste doen”. Niet bestaande precedentwerking, de al lang ontkrachtte mythe van ‘aanzuigende werking’ en angst voor electoraal verlies lijken groter dan de wil tot rechtvaardigheid. Zelfs wanneer het om maar een paar dozijn mensen gaat. Geen massa, geen volksverhuizing, maar een handvol individuen die hun leven op het spel zetten voor de Nederlandse missie. Alles wordt afgewogen en afgezwakt tot de kern verdampt. Morele verantwoordelijkheid is alleen nog een PR-term voor op de website van Buitenlandse Zaken. Zodra het over echte mensen gaat, over de chauffeurs, tolken en beveiligers die hun leven riskeerden voor de Nederlandse missie en ‘dreigen’ naar Nederland te komen, wordt het ineens een kwestie van “toepasselijk recht”. Want voor de achterban is elke migrant er een te veel.

Foto: Ash Hayes on Unsplash

Israëls geheime wapen: taal

De genocide in Gaza gaat gewoon door, ondanks dat er een ‘wapenstilstand’ is. Israël blijft aanvallen, maar met een verschil: de aanvallen heten nu volgens Israël ‘antiterreuroperaties’. Een manier van praten die maar al te gemakkelijk wordt overgenomen door westerse media.  Zo wordt maar weer eens pijnlijk duidelijk hoe ook taal een wapen is in het conflict, en dat dat wapen vaak in één richting schiet. Want als Palestijnen weerstand bieden tegen zo’n operatie heet dat ‘een inbreuk op het bestand’ en gebruikt Israël het als excuus om te reageren met bombardementen, sorry, nieuwe ‘antiterreuroperaties’ op totaal ongerelateerde doelen waarbij honderden mensen omkomen, en waarschuwt dat ‘verdere inbreuken niet worden getolereerd’.

Dit is niet nieuw, wie het nieuws volgt, ziet het al langer. Bijvoorbeeld bij een kop als: “Israëlische gijzelaars vrijgelaten, Palestijnse gevangenen uitgewisseld.” Dat lijkt neutraal, maar dat is het niet.

Een gijzelaar is iemand die onschuldig vastzit, iemand die onterecht wordt vastgehouden door barbaren. Een gevangene daarentegen, dat is iemand die  ‘iets’ heeft gedaan. Een verdachte, een misdadiger, of minstens iemand die door een rechter is veroordeeld. Maar de Palestijnse gevangenen waar hier over gesproken wordt, zijn in veel gevallen nooit aangeklaagd, laat staan berecht. Kinderen van dertien, jongeren die een spandoek vasthielden, vrouwen die bij een checkpoint werden opgepakt omdat ze de verkeerde achternaam hadden. Toch noemt het journaal hen gevangenen, alsof het allemaal keurig volgens het recht is verlopen.

Vorige Volgende