Als preventie regeert, wordt de politie het probleem
Het klinkt fijn: misdaad voorkomen in plaats van achteraf opruimen. Minder slachtoffers, minder schade, efficiënter gebruik van capaciteit. Wie kan daartegen zijn. Toch wringt hier iets fundamenteels. Op het moment dat politie zich richt op wat mogelijk gaat gebeuren in plaats van wat feitelijk is gebeurd, verschuift het hele systeem van rechtshandhaving.
De recente plannen om de politie meer ruimte te geven om sociale media te doorzoeken passen naadloos in die logica. Niet wachten tot iemand een strafbaar feit pleegt, maar alvast meekijken, signaleren en ingrijpen. De belofte is veiligheid. De prijs is een steeds meer structurele verschuiving van handelen naar vermoeden.
Capaciteit verdampt in waarschijnlijkheden
Politiecapaciteit is eindig. Elke inzet op preventieve monitoring gaat ten koste van het oplossen van daadwerkelijk gebeurde misdrijven. Dat is geen ideologisch punt, dat is een rekensom. Het doorzoeken van sociale media, het analyseren van patronen, het volgen van risicoprofielen levert vooral veel ruis op en een kleine hoeveelheid bruikbare signalen.
De opbrengst per geïnvesteerd uur is laag. Ondertussen blijven zaken liggen die wél hebben plaatsgevonden en waar slachtoffers op antwoord wachten. Preventie verkoopt zich als efficiëntie, maar functioneert in de praktijk ook vaak als verdunning.