Joost

2.759 Artikelen
2.830 Waanlinks
25.490 Reacties
Achtergrond: Kordite (cc)
Technisch opperhoofd en voorzitter van Sargasso, wat in de praktijk betekent dat hij nog geen zak te zeggen heeft :).

Developt (?) zich in het dagelijks leven het ongans en heeft veel te veel ideeën om uit te voeren. Daarom helpt Chad (zie boven) hem tegenwoordig vaak een handje zodat er toch nog af en toe een stukje verschijnt.
Foto: Screenshot Tweede Kamer Debat Direct Wilders interrumpeert Schoof 13 november 2024

Wilders, dreiging en de prijs van afwezigheid

Er is altijd iets met Geert Wilders en debat. Of beter: het ontbreken ervan. Nieuw is dat nu zichtbaar wordt hoe dat tot stand komt. Uit gelekte berichten blijkt dat er actief gezocht werd naar een reden om onder debatten uit te komen. Die reden kreeg een vertrouwde vorm: dreiging.

Laat helder zijn: die dreiging is reëel, of nou ja, daar gaan we maar vanuit. In ieder geval, Wilders leeft al jaren onder zware beveiliging. Dat vraagt om aanpassingen en beperkingen. Alleen blijkt nu dat diezelfde dreiging ook wordt ingezet als politiek instrument. Niet zuiver als bescherming, ook als excuus. En opeens gaat het niet meer alleen over veiligheid, maar gaat het ook over de keuze ‘veiligheid’ strategisch in te zetten om debat te vermijden.

En die keuze heeft een prijs. Want wie herhaaldelijk onterecht naar dreiging verwijst om afwezigheid te rechtvaardigen, tast zijn eigen geloofwaardigheid aan. Een soort van ‘boy cries wolf’: het gevaar bestaat echt, alleen wordt het zo vaak en zo selectief ingezet dat het onderscheid tussen noodzaak en opportunisme vervaagt. Velen vermoedden het al, en voor het eerst is dat nu concreet zichtbaar.

Dat maakt het extra problematisch. Want die beveiliging hoort het democratisch proces te beschermen. Hier wordt die beveiliging onderdeel van het politieke spel. Een middel om controle te ontwijken in plaats van mogelijk te maken, en daarmee juist het democratische proces te frustreren in plaats van te beschermen.

Foto: Mehrshad Rajabi on Unsplash

Escalatie, volgens wie?

Iran escaleert. Dat is momenteel geloof ik de favoriete diagnose van westerse regeringen en de Golfstaten. Diplomaten spreken over roekeloosheid en destabilisatie nu Iran raketten afvuurt op landen in de regio waar Amerikaanse bases staan. Dat oordeel krijgt een merkwaardige kleur zodra men het begin van het huidige conflict bekijkt. De eerste aanvallen kwamen immers van de Verenigde Staten en Israël, die Iraanse doelen bombardeerden. Pas daarna volgden Iraanse raketten.

De meeste daarvan richten zich op Amerikaanse militaire infrastructuur in de regio. Alleen staat die infrastructuur niet op Amerikaans grondgebied, en lang niet altijd ver uit de buurt van burgers. De bases liggen in Qatar, Bahrein, Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten. Staten die zich nu geschokt tonen dat hun grondgebied doelwit wordt. Dat roept een eenvoudige vraag op. Wat verwacht men daar precies wanneer een oorlog wordt gestart tegen een land dat wordt omringd door Amerikaanse bases die op jouw grondgebied staan? Dat dat geen consequenties heeft?

Westerse commentatoren wijzen ondertussen graag op burgerdoden door Iraanse raketten. Dat verwijt klinkt principieel, totdat men naar de onderliggende asymmetrie kijkt. Iran beschikt over aanzienlijk minder geavanceerde precisiewapens dan de landen die het aanvallen. De technologie voor nauwkeurige raketten en geavanceerde targeting behoort juist tot de technologie die Iran jarenlang via sancties en exportrestricties is ontzegd.

Foto: Tim Reckmann (cc)

Neutraliteit als schaamlap: hoe het IOC Rusland een handje helpt

Er mocht geen kaart op hun kleding: Oekraïne, en zijn internationaal erkende grenzen. Inclusief de gebieden die Rusland inmiddels met geweld heeft ingenomen. Te politiek, oordeelde het Internationaal Paralympisch Comité. Dus verboden.

Dat is de lijn: geen politiek op de Spelen. Alleen geldt dat principe opvallend selectief. Want terwijl Oekraïense atleten worden teruggefloten omdat ze hun eigen land als geheel willen afbeelden, mogen Russische sporters gewoon onder eigen vlag deelnemen. Een staat die op dat moment actief een buurland binnenvalt en delen daarvan bezet houdt, vormt kennelijk geen probleem binnen het kader van ‘neutraliteit’.

Blijkbaar is een landkaart politiek. Een oorlog minder.

De redenering van het IOC en IPC is bekend. Sport moet verbinden, boven de politiek staan, neutraal blijven. Maar neutraliteit betekent hier geen gelijk speelveld. Neutraliteit betekent dat de bestaande machtsverhoudingen worden vastgezet. In dit geval: Russische bezetting als impliciet uitgangspunt. En dat helpt vooral Rusland.

Het IOC presenteert zich graag als apolitieke scheidsrechter. In de praktijk opereert het als politieke actor die zijn keuzes verhult als regels. Het verbieden van symbolen die de territoriale integriteit van een land benadrukken is geen neutrale handeling. Het is een inhoudelijke keuze. Net zoals het toestaan van Russische deelname onder eigen vlag dat is.

Foto: Minister Memory 2026

Minister Memory 2.0: voor de wél actieve herinnering

Het politieke geheugen is selectief. Wat gisteren nog stellig werd verdedigd, blijkt vandaag nuance te hebben gekregen. Of context. Of een compleet andere betekenis. Wie het nog probeert bij te houden, raakt al snel verstrikt in een moeras van quotes, terugtrekkende bewegingen en strategisch vergeten uitspraken.

Precies daarvoor is er Minister Memory. Een spel dat je geheugen traint én de politieke werkelijkheid terugbrengt tot iets tastbaars: kaartjes omdraaien, paren zoeken, en ondertussen ontdekken hoe vaak inwisselbaar niet alleen de standpunten, maar ook de gezichten lijken te zijn.

Afgelopen vrijdag lanceerden we de eerste versie van het Kabinet Jetten. En nu is er een update. Minister Memory 2.0.

Een layout. Soort van. Eindelijk.
De eerste versie had een minimalistische benadering die je ook mild kunt omschrijven als een totale afwezigheid van vormgeving. Dat is opgelost, alhoewel daar de meningen zoals altijd over zullen verschillen. Maar Minister Memory 2.0 heeft een layout. Punt. Probeer dat maar eens te ontkennen. Ook geen overbodige luxe, eerder een erkenning dat zelfs het politieke spel gebaat is bij enige visuele structuur.

Open kaarten, voor wie eerst wil spieken
Er is nu ook een variant met open kaartjes. Dat bleek nodig. Veel spelers weten namelijk nog niet eens welke kaartjes bij elkaar horen, laat staan waar ze liggen. In deze modus liggen de kaarten gewoon open. Zie het als een educatieve fase: eerst herkennen wie eigenlijk waarvoor verantwoordelijk is, daarna pas het geheugen testen.

Foto: Motor TruckRun on Pexels

Het fatbike-argument

COLUMN - Er zijn woorden die je kunt uitspreken zonder ooit te hoeven uitleggen wie je bedoelt. “Fatbike” is er zo een geworden. Ja, de SUV onder de fietsen geeft overlast, maar als ik mensen erover hoor is de opmerking ‘en het zijn altijd dezelfden die er op zitten’ vaak niet ver weg. Niet het object alleen is het probleem, maar ook wie er op zit. Het gaat over jongeren van niet-westerse komaf die te luid zijn, te zichtbaar, te ongegeneerd aanwezig in de openbare ruimte. Dat ze toevallig een fatbike besturen is vooral handig. Je kunt er een hele bevolkingsgroep mee aanspreken zonder die ooit te benoemen. Zo blijft het gesprek netjes. Of liever gezegd, sociaal geaccepteerd.

De kapperszaak als symptoom
De kapsalon is een ander dankbaar symbool. Niet omdat er te veel haar wordt geknipt, maar omdat sommige kapperszaken te veel op elkaar lijken, en er te veel van zijn. Ze hebben dezelfde neonletters, dezelfde open deuren, dezelfde klanten die te lang blijven hangen. De klacht luidt dan dat het straatbeeld verloederd raakt. Dat de buurt zijn karakter verliest. Alsof dat karakter ooit neutraal was.

Geluidsoverlast
Ook geluidsoverlast is een klassieker. Muziek die te hard staat, gesprekken die niet fluisterend verlopen, lachen dat te veel ruimte inneemt. Het probleem zijn niet alleen de decibellen, maar vaak vooral ook wie die produceert. Dat het geluid niet herkend wordt als eigen, op de momenten dat je het verwacht. Wie klaagt over herrie bedoelt vaak dat hij zich niet aangesproken voelt door de bron ervan. Dat het geen achtergrondruis is, maar een signaal dat iemand anders hier ook leeft. En dat is lastig, zeker als je gewend bent dat de stad zich aanpast aan jouw ritme en gebruiken.

Aanval Iran gestart

De langverwachte aanval op Iran is gestart. Het doel lijkt het omverwerpen van het regime, al blijft het Trump, dus strategische consistentie is vaak ver te zoeken. Ook het nucleaire programma is een doel, hoewel het de vraag is in hoeverre dat echt bestaat. In ieder geval kan Trump straks claimen dat hij opnieuw een oorlog heeft ‘beëindigd’, nadat hij die zelf heeft aangezwengeld.

Het idee dat een externe militaire ingreep in een land leidt tot een stabiele transitie blijft hardnekkig. De recente geschiedenis geeft weinig aanleiding voor optimisme. Irak en Libië laten vooral zien hoe snel staten kunnen desintegreren zodra het centrum wegvalt.

Foto: Minister Memory 2026

Sargasso presenteert: Minister Memory Kabinet-Jetten

En daar zijn we weer! Na even een kabinetje overgeslagen te hebben wegens verregaande geen zin,  zijn we nu terug met een volledige verhervernieuwde versie! Dus: ook zo’n moeite om alle nieuwe ministers te onthouden? Wil je iedereen verbazen dan wel vervelen met je kennis van het nieuwe kabinet? Speel dan nu Minister Memory. Match de ministers en hun departement in zo min mogelijk tijd en/of beurten. De eerste editie (Balkenende-IV) verscheen in 2007 op GeenCommentaar, de tweede editie (Rutte-I) volgde in 2010.

Laat je highscores achter in de comments voor eeuwige roem. Als je ze eenmaal allemaal kent zou je bijna gaan hopen dat het kabinet zo lang mogelijk blijft zitten. Is Minister Memory te makkelijk voor je? Werk je thuis? Of heb je gewoon te veel tijd? Speel dan de pro-versie en match naam én gezicht én departement.

En mocht je een hekel hebben aan memory, dan is er natuurlijk ook nog dit alternatief, met dank aan Arjen Lubach

Speel Minister Memory hier.

Speel de pro-versie hier.

Foto: Alexander Grey on Unsplash

Razendsnel terug naar aandeelhoudersmoraal

Jarenlang presenteerden bedrijven zich als morele voortrekkers. Duurzaam, inclusief, klimaatbewust, maatschappelijk betrokken. Elk jaar een dik ESG-rapport. Elke kwartaalpresentatie een slide over ‘purpose’. Het leek soms wel alsof het kapitalisme eindelijk therapie had gevolgd en tot zelfinzicht was gekomen. Maar bij al deze grote en veelbelovende woorden moesten we natuurlijk wel geduld hebben. Want verandering kost tijd.

Die fase blijkt ‘verrassend’ kwetsbaar voor politieke windrichtingen. Zodra overheden naar rechts schuiven, regels afzwakken en toezicht relativeren, verdampt het morele vocabulaire. Per direct. Wat gisteren nog kernwaarde heette, heet vandaag overbodige ballast. Verantwoord ondernemen blijkt vooral afhankelijk van de vraag hoeveel tegenmacht er bestaat.

Daar komt bij dat vrijwel al deze maatregelen geld kosten. Schonere productie, betere arbeidsomstandigheden, uitgebreide moderatie, diversiteitsprogramma’s: ze drukken op marges. Of internaliseren kosten die anders zouden worden afgewenteld op de samenleving. In een systeem waarin aandeelhoudersrendement maatgevend blijft, geldt moreel gedrag al snel als concurrentienadeel zodra de politieke bescherming wegvalt.

Klimaat zonder tegenwind

Op klimaatgebied is de terugtocht zichtbaar. Oliebedrijven schuiven investeringen in hernieuwbaar naar de achtergrond. Luchtvaartmaatschappijen relativeren hun net-zero-doelen. Autofabrikanten herontdekken de verbrandingsmotor.

Niet omdat het technisch niet kan, maar omdat het politiek weer mag. Subsidies verdwijnen. Normen worden afgezwakt. Klimaatbeleid wordt geframed als ‘linkse hobby’. In dat vacuüm hervindt de fossiele industrie haar zelfvertrouwen.

Foto: "Skate shorttrack" by Vincent Baas is licensed under CC BY 2.5

Jutta Leerdam, feminisme en verantwoordelijkheid

Op de valreep toch nog een stuk over de Olympische spelen op Sargasso. Nou ja, oké, over een randverschijnsel dat me de afgelopen dagen opviel. Want volgens een deel van feministisch Nederland zou ik mijn mond moeten houden over de relatie van Jutta Leerdam met Jake Paul. Liefde is privé. Vrouwen worden al eeuwen afgerekend op hun partners. Laat haar met rust. Dat is de lijn. En wie daar vraagtekens bij zet, zou vervallen in morele zuiverheidspolitie, of erger nog, vrouwenhaat.

Ik begrijp waar dat vandaan komt, maar het schuurt toch. Want het gaat hier om een publiek figuur dat zich verbindt aan een man die openlijk campagne voert voor Donald Trump, die meer dan flirt met autoritaire retoriek en een partij steunt die systematisch rechten van minderheden en vrouwen onder druk zet, hoewel hijzelf over dat laatste (maar niet dat eerste) genuanceerder lijkt te zijn. Dat is voor mij geen detail in de marge.

Leerdam is voor mij geen anonieme buurvrouw. Ze is topsporter, influencer, merk, met vijf miljoen volgers. Haar relatie is onderdeel van haar publieke imago. Sponsordeals, interviews, gezamenlijke optredens, sociale media. De romantiek is verstrengeld met zichtbaarheid en commercie. Wie dat ontkent, sluit de ogen voor hoe celebritycultuur werkt.

Foto: Andrew Heald on Unsplash

Camera in Beeld: het illegale surveillancenetwerk van de politie

De politie presenteert “Camera in Beeld” als een onschuldig register. Een database waarin te zien is waar camera’s hangen, zodat agenten bij incidenten snel kunnen aankloppen voor beelden. Samen werken aan veiligheid, dat soort werk.

Deze database wordt gevuld door burgers die vrijwillig hun deurbelcamera’s registreren en daarmee de overheid helpen bij het oplossen van misdaden. Mooi toch? Maar bij nadere beschouwing blijkt dat eigenlijk alleen camera’s die de wet overtreden voor de politie waardevol zijn. Camera’s die zich aan de AVG houden, filmen beperkt. Ze maskeren de openbare ruimte. Ze registreren alleen eigen terrein. Ze bewaren kort. Hun bruikbaarheid voor opsporing blijft zo goed als nihil.

De camera’s die wél veel opleveren, doen precies het omgekeerde. Ze filmen stoepen, straten, portieken, buren en voorbijgangers. Ze missen waarschuwingsborden. Ze staan te ruim afgesteld. Ze registreren permanent. Juridisch gezien onrechtmatig, praktisch gezien uiterst bruikbaar.

Die beelden vormen de kern van het systeem.

De infrastructuur draait daarmee op overtredingen van burgers. Wie zich aan de regels houdt, levert nauwelijks materiaal. Wie de privacywet negeert, wordt leverancier. Het systeem selecteert impliciet op illegaliteit.

Wat er meestal ook niet bij wordt verteld: die beelden kunnen worden opgevraagd en gebruikt zonder voorafgaande rechterlijke toetsing. Geen onafhankelijke afweging. Geen proportionaliteitstoets door een rechter-commissaris. Een vordering op basis van het Wetboek van Strafvordering volstaat. Wie zo’n verzoek krijgt, moet meewerken. “Camera in Beeld” fungeert daarmee als infrastructuur waarmee de politie snel toegang krijgt tot particuliere surveillancedata, zonder voorafgaande rechterlijke toetsing.

Closing Time | Black&Beard @ Reeperbahn Festival 2017

Vanmiddag schreef ik een stuk over de documentaire ‘Raving Iran’. De hoofdpersonen Anoosh Rakizade en Arash Shadram vroegen en kregen uiteindelijk asiel in Zwitserland. Ze zijn een gek soort politiek vluchteling. Geen grote woorden over vrijheid of revolutie, geen romantisering van hun positie. Ze willen muziek maken, draaien, een publiek bereiken.

Juist die alledaagsheid maakt hun verhaal politiek. Hun keuzes zijn praktisch, hun frustraties concreet, hun ambities herkenbaar. Wat voor hen een carrièrepad zou moeten zijn, werd in Iran een risicoanalyse. Niet omdat ze expliciet het systeem uitdagen, maar omdat ze er simpelweg in willen bestaan.

Foto: Raving Iran - screen capture uit de film

Raving Iran: Openhartig onder druk

De documentaire Raving Iran toont een paradox die wringt en blijft hangen. Een regime dat cultuur probeert te reguleren tot op het bot, en een generatie die zich daar nauwelijks nog door laat intimideren. Wat opvalt is niet alleen de ondergrondse techno, de geheime feesten in de woestijn of de constante dreiging van arrestatie. Het is de openhartigheid. Bijna iedereen spreekt vrijuit over de overheid, en zelfs tegenover ambtenaren valt een opmerkelijke directheid op.

Die openheid lijkt op het eerste gezicht roekeloos. Twee dj’s, Anoosh Rakizade en Arash Shadram, die zonder omwegen uitleggen dat hun werk feitelijk verboden is, die hun frustratie over censuur uitspreken tegenover functionarissen die hen kunnen dwarsbomen, of erger. Toch voelt het geen moment als bravoure. Eerder als vermoeidheid. Alsof de energie om nog toneel te spelen simpelweg op is.

De documentaire is inmiddels bijna tien jaar oud, en dat gegeven schuift de film in een ander licht. Wat toen nog voelde als een ondergrondse spanning, blijkt onderdeel van een bredere ontwikkeling. De openhartigheid die in de film doorsijpelt, was geen uitzondering. Het was een voorbode.

De recente en steeds groter wordende protesten in Iran maken dat pijnlijk zichtbaar. Wat in Raving Iran nog kleinschalig en impliciet is, is inmiddels uitgegroeid tot openlijke, massale confrontatie. Vrouwen die hun hoofddoek afwerpen, jongeren die de straat op gaan, slogans die direct de kern van het regime raken. De terughoudendheid is verdwenen. De onderstroom is bovengronds gekomen en wordt daar door het regime hard weer naar teruggeslagen. Deze documentaire laat zien dat dat tevergeefs is.

Vorige Volgende