Joost

2.808 Artikelen
2.839 Waanlinks
25.621 Reacties
Achtergrond: Kordite (cc)
Technisch opperhoofd en voorzitter van Sargasso, wat in de praktijk betekent dat hij nog geen zak te zeggen heeft :).

Developt (?) zich in het dagelijks leven het ongans en heeft veel te veel ideeën om uit te voeren. Daarom helpt Chad (zie boven) hem tegenwoordig vaak een handje zodat er toch nog af en toe een stukje verschijnt.
Foto: Katie Moum on Unsplash

De ‘asielcrisis’ als electoraal businessmodel

De Nederlandse asielopvang functioneert inmiddels als een ellende-carrousel. Eerst wordt de structurele opvangcapaciteit afgebouwd, vertraagd of bewust krap gehouden. Vervolgens ontstaat er “plotseling” een crisis. Gemeenten raken overbelast, Ter Apel loopt vast, mensen slapen buiten, het COA moet in paniek noodopvang regelen, en de overheid betaalt vervolgens astronomische bedragen voor hotelkamers, cruiseschepen, sporthallen en commerciële tussenoplossingen. Daarna volgt politieke verontwaardiging over “de onbeheersbare instroom”.

Dat patroon is inmiddels zo consistent dat het moeilijk nog als falen alleen te zien valt. Het begint verdacht veel op een systeem te lijken.

Nederland weet namelijk vrij goed hoeveel opvangplekken er gemiddeld nodig zijn. Toch wordt opvangcapaciteit politiek en bestuurlijk nog steeds behandeld alsof ieder leeg bed een vorm van verspilling is die zo snel mogelijk moet verdwijnen. Iedere tijdelijke daling in bezetting leidt vrijwel onmiddellijk tot afschaling, sluiting of uitstel van investeringen. Asielmigratie fluctueert, alleen die fluctuaties zijn geen onbekend natuurverschijnsel. Toch wordt opvangcapaciteit keer op keer ingericht alsof iedere stijging uit de lucht komt vallen. Structurele locaties verdwijnen zodra de druk even afneemt, langetermijninvesteringen worden uitgesteld, gemeenten krijgen onvoldoende ondersteuning en spreidingsbeleid wordt politiek opgeblazen tot nationale crisis.

Het gevolg laat zich raden: zodra de aantallen weer stijgen, ontstaat er onmiddellijk schaarste. En schaarste kost geld. Heel veel geld.

Israël: De oorlog komt altijd thuis

Een samenleving die decennialang leeft met bezetting, permanente oorlog en het normaliseren van extreem geweld, houdt dat geweld zelden netjes binnen de grenzen van het slagveld. Dat geldt voor grootmachten, koloniale regimes en staten die zichzelf permanent in een existentiële oorlogstoestand plaatsen. Israël vormt daarop geen uitzondering.

Wie generaties lang leert dat geweld een legitiem antwoord is op politieke problemen, importeert uiteindelijk dat wereldbeeld in de eigen samenleving. De grens tussen “veiligheid” en militarisering vervaagt. De grens tussen burger en vijand eveneens. En zodra een staat burgers conditioneert om permanent in termen van dreiging, zuivering en vergelding te denken, blijft dat denken zelden beperkt tot Gaza, Libanon of de Westelijke Jordaanoever.

De Verenigde Staten zagen dat na Vietnam. Politiecorpsen werden in toenemende mate gevuld met veteranen die waren getraind voor oorlogssituaties, terwijl de bredere cultuur van “warfare policing” zich steeds verder ontwikkelde. De militarisering van de politie kreeg een enorme impuls. Protesten werden behandeld als opstanden. Wijken als vijandig gebied. Zelfs taal veranderde: agenten werden “warriors”, burgers “targets” of “threat environments”. Onderzoekers en historici beschrijven al jaren hoe militaire logica langzaam het civiele domein binnendrong.

Dat proces begon overigens al eerder, maar oorlogen als Vietnam versterkten het aanzienlijk. Amerikaanse politieadviseurs die actief waren geweest in Vietnam namen tactieken, denkwijzen en trainingsmodellen mee terug naar binnenlandse politiekorpsen. Sommige betrokkenen bij repressieve operaties in Vietnam doken later weer op binnen Amerikaanse veiligheidsstructuren.

The Late Show gestopt

De stekker is uit The Late Show, de show waar Stephen Colbert een niet aflatende stroom van in humor verpakte kritiek op de regering van Trump losliet. Officieel vanwege geld, dalende reclame-inkomsten en een veranderd medialandschap. Dat klinkt ook meteen een stuk netter dan: “de president werd er boos van”. CBS benadrukt uiteraard dat politiek er niets mee te maken heeft. Toevallig gebeurde het wel vlak nadat Colbert kritiek had op Paramounts schikking met Trump. Toevallig moest er ook nog een fusie langs toezichthouders, die in Trunmps zak zitten. Toevallig vierde Trump daarna publiekelijk feest. Heel veel toeval dus.

Foto: Jm Yan on Unsplash

Waanzin als beleid: de eeuwige herhaling van mislukt rechts beleid

“De definitie van waanzin is steeds hetzelfde doen en een ander resultaat verwachten.” Het citaat wordt vaak aan Einstein toegeschreven, ten onrechte. Maar de observatie blijft staan. Wie beleid analyseert dat al decennia wordt herhaald, ziet een patroon dat weinig met ratio te maken heeft en veel met ideologie.

Neem belastingverlaging voor bedrijven en vermogenden. Het verhaal is bekend: lagere lasten leiden tot meer investeringen, hogere lonen en uiteindelijk brede welvaart. De praktijk vertelt een ander verhaal. Sinds de jaren tachtig zijn in vrijwel alle westerse landen de hoogste tarieven structureel verlaagd. De investeringen bleven achter, de lonen vlakten af, de vermogensongelijkheid groeide. Trickle-down bleef wat het altijd was: een belofte.

Deregulering van financiële markten volgt dezelfde logica. Minder regels zouden innovatie en efficiëntie brengen. Wat volgde was een reeks crises, met 2008 als dieptepunt. Banken namen risico’s die uiteindelijk publiek werden afgewenteld. De reactie: tijdelijke aanscherping, gevolgd door versoepeling zodra de druk wegviel. De cyclus herhaalt zich, met dezelfde argumenten.

Hetzelfde geldt voor flexibilisering van de arbeidsmarkt, gepresenteerd als motor van dynamiek en werkgelegenheid. Wat ontstond is een groeiende groep werkenden zonder zekerheid, met lagere inkomens en zonder onderhandelingsmacht. De beloofde doorstroom naar vaste banen blijft uit. Het antwoord op deze uitkomst is opvallend genoeg: meer flexibilisering. Alsof de vorige ronde slechts half af was.

Foto: Amy Syiek on Unsplash

Piratenstaat Israël, en Nederland blijft stil

Israël enterde opnieuw schepen in internationale wateren. Ditmaal ging het om de Global Sumud Flotilla, een vloot met activisten en hulpgoederen op weg naar Gaza, waaronder ook Nederlandse opvarenden. De onderschepping gebeurde honderden kilometers van Gaza vandaan, nabij Cyprus en Kreta.

Dat laatste is juridisch relevant. Een staat mag namelijk niet willekeurig schepen op volle zee enteren. Israël beroept zich al jaren op de blokkade van Gaza. In het internationaal oorlogsrecht bestaat inderdaad een beperkte mogelijkheid om een maritieme blokkade af te dwingen buiten territoriale wateren. Alleen zit daar een cruciale voorwaarde aan: die blokkade moet zelf rechtmatig zijn.

Update: De extreem-rechtse minister Ben-Gevir heeft op social media beelden gedeeld van de behandeling (lees: mishandeling) van de activisten. Ondertussen geeft onze minister van Buitenlandse Zaken oorlogsmisdadiger Netanyahu een complimentje. Inmiddels is de Israëlische ambassadeur wel ontboden, maar pas nadat bleek dat de activisten werden mishandeld.

Tot een paar jaar geleden hield dat juridische en diplomatieke verhaal ook nog soort van stand. Alleen vooral omdat Israël voor het Westen nu eenmaal een bondgenoot is. Bondgenoten krijgen traditioneel meer ruimte binnen het internationale recht, zeker wanneer hun tegenstanders gemakkelijk als terroristen of schurkenstaten kunnen worden weggezet. Zolang de humanitaire gevolgen nog enigszins abstract bleven en westerse regeringen bereid waren weg te kijken, konden veel van Israëls acties nog worden verpakt als harde maar legitieme veiligheidspolitiek.

Foto: Frank Okay on Unsplash

De NPO moet juist uit botsende belangen bestaan

Volgens de commissie-Lenferink heeft de NPO te veel kapiteins, te veel deelbelangen en een te complexe structuur. Omroepen werken langs elkaar heen, bestuurders trekken aan hun eigen belang, sociale onveiligheid wordt onvoldoende aangepakt en de werkwijze van Ongehoord Nederland tast volgens de commissie de betrouwbaarheid van de publieke omroep aan.

En daar zit een interessante spanning. Want vrijwel alles wat het rapport beschrijft als bestuurlijk probleem, was ooit juist onderdeel van het ontwerp. De Nederlandse publieke omroep is historisch gebouwd als een gecontroleerde chaos van botsende belangen, stromingen, ideologieën en maatschappelijke zuilen. Katholieken, protestanten, socialisten, liberalen, jongerenomroepen, religieuze clubs, regionale geluiden en experimentele makers moesten allemaal een plek krijgen binnen hetzelfde publieke bestel. Juist omdat men wist dat media nooit neutraal zijn.

Dat systeem levert vanzelf frictie op. Omroepen concurreren met elkaar. Bestuurders trekken aan hun eigen belangen. Journalisten botsen over normen, toon en inhoud. Sommige clubs gedragen zich irritant, opportunistisch of activistisch. Dat hoort bijna onvermijdelijk bij een bestel dat pluriformiteit serieus neemt.

Het probleem is alleen dat pluriformiteit slecht past binnen modern rendementsdenken. De afgelopen jaren werd de NPO steeds sterker afgerekend op efficiency, bereik, bestuurbaarheid en meetbare “publieke waarde”. En precies daardoor leest het rapport ook minder als een neutrale analyse, en meer als de bestuurlijke opmaat voor een volgende centralisatieslag en bezuinigingsronde. Eerst wordt vastgesteld dat het bestel versnipperd, inefficiënt en vol conflicten is. Daarna volgt vanzelf de conclusie dat er meer centrale regie nodig is.

Foto: Markus Spiske on Unsplash

Haatzaaien en OM: Nog een uitzondering?

Eerder deze week schreven we al over het besluit van het OM om Geert Wilders niet te vervolgen vanwege een racistische campagneafbeelding. De kern daarvan was simpel: racisme lijkt in Nederland steeds minder strafbaar zodra het een politiek nut dient. Politieke context fungeert steeds vaker als beschermlaag waarachter uitspraken verdwijnen die buiten de Haagse arena grote problemen zouden opleveren.

De aangifte tegen PVV-Kamerlid Gidi Markuszower legt daar nu een veel ernstiger vraag naast. Markuszower stelde dat Palestijnen “misschien met nog meer geweld dan waar ze vandaan komen” tegengehouden moeten worden, en wat hem betreft in Gaza mogen “verpieteren”. Dat is geen abstract frame meer, geen “kritiek op immigratie”, geen debat over integratie of grenzen. Hier komt expliciet geweld in beeld. Niet als verspreking, maar als politiek taalgebruik richting een compleet volk.

En precies daarom zou niet-vervolgen hier een fundamenteel kantelpunt zijn.

Het Nederlandse recht kent bewust hoge drempels rond politieke uitingen. Alleen bestaat die bescherming uiteindelijk bij de gratie van één impliciete grens: dat politici geen vrijbrief krijgen om groepen structureel te ontmenselijken of geweld tegen hen te legitimeren. Als zelfs dit juridisch irrelevant blijkt zodra een Kamerlid het zegt, blijft er inhoudelijk nauwelijks nog een grens over.

Foto: MVStudio on Pixabay

Odido: ’transparantie’ als mistmachine

De afgelopen maand wordt het een na het andere datalek bekend. Ikzelf ben er van minstens één medeslachtoffer: dat van Odido. Klanten ontvingen deze week een uitgebreide mail over de cyberaanval door ShinyHunters. De toon is warm, persoonlijk en ernstig. In de eerste paragraaf wordt gezegd dat ze me graag “persoonlijk willen meenemen in wat er is gebeurd, wat we hebben geleerd en wat we precies gaan doen (en al doen) om verder te gaan”. Maar er wordt uiteindelijk zo goed als niets in de mail en de video gezegd.

Het bericht bestaat grotendeels uit zinnen die tegelijk professioneel klinken en vrijwel niets betekenen. Odido “blijft investeren in beveiliging”. Odido “blijft open over wat we leren”. Odido “blijft extra ondersteuning bieden”. Alles blijft, ook al was dat wat blijft in het verleden duidelijk geen garantie. Dus wat wordt er precies geleerd? Hoe helpt die extra ondersteuning ons tegen het al gebeurde datalek? Wat er concreet misging blijft opmerkelijk vaag. Wat er precies gedaan wordt om het in de toekomst te voorkomen ontbreekt grotendeels of is zo vaag dat het alles kan betekenen.

Dat is ergens indrukwekkend. Een telecombedrijf weet een complete mail over een enorm beveiligingsincident te schrijven zonder daadwerkelijk uit te leggen welke beveiliging faalde, welke systemen kwetsbaar waren, welke keuzes verkeerd uitpakten of welke structurele maatregelen nu zijn genomen. Het woord “transparantie” valt meerdere keren, terwijl de tekst zelf vooral uit abstracte mist bestaat.

Foto: Markus Spiske on Unsplash

Het OM vs Wilders: tja, het is maar hoe je kijkt

Het Openbaar Ministerie heeft eindelijk duidelijkheid gegeven over de Wilders-afbeelding met de blonde “PVV”-vrouw tegenover de nors kijkende vrouw met hoofddoek: geen vervolging. Want volgens het OM is de afbeelding “voor verschillende uitleg vatbaar”.

Daarmee heeft het OM vooral iets anders duidelijk gemaakt: racisme wordt in Nederland blijkbaar vooral strafbaar geacht zolang het buiten de politiek plaatsvindt. Zodra discriminatoire beeldtaal onderdeel wordt van een electorale strategie, verandert zij juridisch in “maatschappelijk debat”, “politieke context” of “verschillende interpretaties”. Precies op de plek waar racisme historisch het krachtigst functioneert, namelijk als politiek mobilisatie-instrument, brengt de rechtsstaat plotseling uitzonderlijk veel begrip op.

Politieke uitingen krijgen altijd al meer ruimte dan gewone publieke communicatie. Dat principe bestaat om scherpe oppositie, provocatie en fundamentele kritiek mogelijk te maken. Maar de grens van wat onder die noemer nog acceptabel is, schuift hiermee steeds verder op. Het probleem van deze beslissing is dan ook niet dat Wilders wegkomt met één specifieke afbeelding. Het probleem is dat politieke context tegenwoordig fungeert als vrijbrief voor beeldtaal die in elke andere omgeving direct als stigmatiserend en racistisch gemotiveerd zou worden herkend.

Vanaf nu bestaat discriminatie in de politiek blijkbaar pas wanneer iemand er letterlijk “ik discrimineer nu” onder zet in Comic Sans, ondertekend met naam en datum. Iedere andere vorm van beeldtaal zweeft voortaan in een semantische mistbank waarin alles tegelijk propaganda, satire, politieke analyse en misschien gewoon een gezellig moodboard kan zijn.

Foto: Jon Tyson on Unsplash

Accijnzen: ook de schatkist heeft een verslaving

Accijnzen zijn politiek een fascinerend verschijnsel. Zodra ze géén effect hebben, is het een inkomstenbron en verstandig ontmoedigingsbeleid. Zodra ze wél effect hebben, ontstaat paniek. Dan blijkt ineens dat mensen over de grens sigaretten halen, dat ondernemers omzet verliezen, dat de staatskas inkomsten misloopt. Het succes van de maatregel verandert daarmee direct in een argument tégen diezelfde maatregel.

Dat patroon zagen we bijvoorbeeld in 2003 bij de accijnsverhoging op sterke drank. Hogere accijnzen moesten consumptie ontmoedigen én geld opleveren. Vervolgens daalde de verkoop stevig. Precies het mechanisme waar deze accijnzen voor bedoeld zijn. Alleen bleek dat politiek ongewenst, zodra slijterijen begonnen te klagen en belastinginkomsten tegenvielen. Dus werd de verhoging een jaar later alweer teruggedraaid. De impliciete boodschap: ontmoediging is prima, zolang mensen het signaal eigenlijk niet of nauwelijks oppakken en de inkomsten op peil blijven. Dat zie je eigenlijk ook altijd met de raming van de inkomsten na een verhoging. Bijna altijd wordt er van uitgegaan dat de maatregel niet werkt en wordt de verhoging alvast één op één als extra inkomsten op de begroting gezet.

Bij sigarettenaccijnzen gebeurt exact hetzelfde. Hogere prijzen leiden aantoonbaar tot minder rokers. Vooral jongeren beginnen minder snel, bestaande rokers stoppen vaker of minderen. Vanuit volksgezondheidsperspectief werkt het beleid gewoon. Alleen ontstaat er tegelijk ook een voorspelbaar neveneffect: mensen rijden naar Duitsland of België voor goedkopere sigaretten. Experts zijn het erover eens, netto is het nog steeds een positief effect op de volksgezondheid, maar meteen verschuift het debat dan van “hoe krijgen we minder rokers?” naar “hoe beschermen we de staatsinkomsten?”.

Foto: Toshiyuki IMAI (cc)

Goed nieuws! De planeet gaat iets minder kapot

De klimaatontkenner heeft weer een snoepje gevonden. Het IPCC heeft het “rampscenario” geschrapt [*]. Geen 4 à 5 graden opwarming meer in 2100, ‘hooguit’ nog 3,5 graden. De champagne kan open bij Clintel. Marcel Crok mag weer een victorie kraaien op internet, tussen de grafieken, de suggestieve framing en het eeuwige theaterstukje waarin iedere nuance meteen wordt verkocht als totale capitulatie van de klimaatwetenschap.

Alleen zat het echte nieuws ergens anders. Want bijna ongemerkt verdwenen namelijk óók de scenario’s aan de onderkant. De paden waarin de opwarming beperkt bleef tot relatief lage niveaus gelden inmiddels eveneens als weinig realistisch. Dat detail kreeg hooguit een bijzin. De koppen draaiden vrijwel volledig om het verdwijnen van het extreme scenario, alsof dat het hele verhaal was.

En daarmee hielp de journalistiek het frame te versterken waar professionele twijfelzaaiers op teren. Zet “IPCC schrapt rampscenario” in een kop, verstop “lage scenario’s eveneens onhaalbaar” halverwege het artikel, en het internet doet de rest. Binnen een paar uur verandert een complexe wetenschappelijke actualisering in: zie je wel, klimaatalarmisme stort in elkaar. Het stuk in de Volkskrant hielp daar flink aan mee, zeker omdat de ‘maar’ die nu in de kop tussen haakjes er in sommige versies van het stuk niet stond.

Quote du Jour | Marktconform

“We moeten naar de markt kijken en we bevinden ons in een wereld waarin de entertainmentmarkt zich het meest heeft ontwikkeld. […] Dus moeten we marktconforme tarieven hanteren.”

Infanto legt het ons even uit: je wordt wel gedwongen woekerprijzen te vragen voor tickets, omdat anderen dat ook doen. Het is het argument van de huisjesmelker die “ook gewoon marktconform” verhuurt, van de supermarkt die inflatie nét iets enthousiaster interpreteert dan noodzakelijk, van ieder kartel ooit dat zichzelf liever een natuurverschijnsel noemt. Niemand kiest ervoor, iedereen doet slechts gehoorzaam mee. De markt wordt zo een soort hogere macht: een god die toevallig altijd het hoogste vraagt en die niet mag worden tegengesproken.

Vorige Volgende