Joost

2.731 Artikelen
2.828 Waanlinks
25.402 Reacties
Achtergrond: Kordite (cc)
Technisch opperhoofd en voorzitter van Sargasso, wat in de praktijk betekent dat hij nog geen zak te zeggen heeft :).

Developt (?) zich in het dagelijks leven het ongans en heeft veel te veel ideeën om uit te voeren. Daarom helpt Chad (zie boven) hem tegenwoordig vaak een handje zodat er toch nog af en toe een stukje verschijnt.
Foto: Marek Studzinski on Unsplash

Groenland lijkt verdomd veel op appeasement

Wat de Amerikaanse dreiging tot inname van Groenland zo ontwrichtend maakt, is niet alleen dat het machtspolitiek is, maar dat het machtspolitiek binnen de eigen orde betreft. Geen buitengrens waar het Westen vaker de regels oprekte, maar een binnengrens waar die regels juist verondersteld werden te gelden. En dat onderscheid is belangrijk. Groenland is formeel onderdeel van Denemarken en daarmee verankerd in dezelfde politieke en juridische gemeenschap als de rest van West-Europa. Een machtsgreep daar, zelfs al is die indirect, betekent dat ook binnen de kring van bondgenoten territoriale integriteit conditioneel wordt, en dat is funest. Een bondgenootschap werkt alleen zolang de spelers zichzelf onderling beperken.

Voor de Baltische staten is dat alles behalve een abstract debat. Estland, Letland en Litouwen hebben hun veiligheid expliciet geparkeerd bij artikel 5 van de NAVO. Die bepaling is niet slechts een juridische tekst, maar een geloofsartikel. Een aanval op één is een aanval op allen, juist omdat binnengrenzen niet ter discussie staan.

En precies daar schuurt het wanneer NAVO-leiders, onder wie secretaris-generaal Mark Rutte, verkennen of voorbereiden wat inmiddels wordt aangeduid als een “Groenlandse missie”. Officieel bedoeld om spanningen te dempen, stabiliteit te waarborgen en escalatie te voorkomen. In de praktijk oogt het als iets anders: een poging om een dreigende machtsgreep te managen door haar in te kapselen, te normaliseren en er institutioneel omheen te werken.

Foto: "Destroyed Drugs Vessel" by Defence Images is licensed under CC BY-NC-ND 2.0

Narcostaat: van beschuldiging naar legitimatie

Het woord narcostaat klinkt alsof het een vastgestelde diagnose is. Een technisch oordeel, ergens tussen VN-resolutie en strafrechtelijk vonnis. Maar dat is het niet. Narcostaat is geen juridische categorie, geen internationaal erkend statuut en geen neutrale beschrijving. Het is een beschuldiging. En een beladen ook.

In de berichtgeving over Venezuela wordt dat onderscheid opvallend vaak weggepoetst. Het NOS-artikel over het Kamerdebat rond het Amerikaanse optreden neemt het begrip vrijwel probleemloos over. Venezuela is een narcostaat, en vanuit die veronderstelling wordt vervolgens besproken of begrip voor Amerikaans ingrijpen gepast is. De fundamentele vraag of die kwalificatie zelf overeind blijft, wordt nauwelijks gesteld.

Want juist over die term bestaat aanzienlijke discussie. Veel onafhankelijke onderzoekers, criminologen en Latijns-Amerika-deskundigen betwisten dat Venezuela voldoet aan wat doorgaans onder een narcostaat wordt verstaan. Niet omdat er geen corruptie of drugshandel zou zijn, maar omdat het bewijs voor structurele staatssturing van de internationale cocaïnehandel zwak, fragmentarisch en sterk gepolitiseerd is. De meeste drugs die Europa en de VS bereiken, lopen via landen die nooit dat etiket krijgen opgeplakt.

Die nuance verdwijnt zodra het woord eenmaal is uitgesproken. Narcostaat fungeert als morele snelkoppeling. Het suggereert totale morele ontwrichting, een staat die zichzelf heeft opgegeven, en dus ook het recht heeft verspeeld op normale behandeling. Soevereiniteit wordt daarmee voorwaardelijk gemaakt: geldig zolang Washington het ermee eens is.

Foto: De interruptie microfoon in de plenaire zaal van de Tweede Kamer Credit: www.tweedekamer.nl

66 zetels en geen richting: het kabinet dat niemand echt wil

Het wordt dus een minderheidskabinet van D66, VVD en CDA met samen 66 zetels. Een typisch symptoom van politieke uitputting. Dat het als serieuze optie wordt gepresenteerd, zegt minder over bestuurlijke moed dan over de mate waarin de Nederlandse politiek vastgelopen is in haar eigen uitsluitingslogica. Dit kabinet ontstaat niet omdat het inhoudelijk klopt, maar omdat bijna alles wat wél zou kunnen, vooraf al onbespreekbaar is verklaard, vooral door de VVD, die het formatieproces gijzelde.

Formeel is een minderheidskabinet volkomen legitiem. In de praktijk betekent het dat het kabinet structureel afhankelijk wordt van partijen die het zelf niet wil omarmen, maar wel nodig heeft om te overleven. Dat vergt openheid, onderhandelingsbereidheid en een zekere ideologische bescheidenheid. Precies die eigenschappen ontbreken bij de drie partijen die hier samen optrekken. De VVD wil regisseren zonder toe te geven. D66 wil hervormen maar weet niet waar voldoende medestanders te vinden zijn. Het CDA wil relevant blijven maar weigert te kiezen. Samen leveren ze geen experimentele bestuursvorm op, maar een permanente formatiefase.

Wat hier verkocht wordt als pragmatisme, is in werkelijkheid het ontlopen van politieke verantwoordelijkheid. Dit kabinet heeft geen gezamenlijk verhaal over de richting van het land. Er is geen gedeelde analyse van de crises die spelen, alleen een gedeelde wens om niet opnieuw te hoeven onderhandelen met partijen die inhoudelijk of electorale risico’s opleveren. Dat leidt tot beleid dat per dossier moet worden bijeengeschraapt, met wisselende meerderheden en steeds weer nieuwe concessies. Besturen wordt zo een tactisch spel, geen politieke keuze.

Foto: Milad Fakurian on Unsplash

Wanneer wordt ‘het is AI’ zeggen voldoende?

De dood van Renee Good, 37 jaar, door kogels van een ICE-agent is op zichzelf al een schokkende tragedie. Een vrouw doodgeschoten door gemaskerde ‘handhavers’ van de staat, vastgelegd door omstanders, verspreid via nieuwsmedia en sociale netwerken. Er is geweld, er zijn beelden, er is publieke woede, en er is een officiële lezing die meer dan schuurt met wat zichtbaar is. Tegelijk, het is iets waar we de afgelopen jaren bijna gewend aan zijn geraakt. Maar de tijden veranderen: het geweld niet, maar de vraag hoe lang beelden nog tellen wordt steeds meer relevant.

Want we bewegen ons richting een moment waarop de reactie van Donald Trump niet langer hoeft te zijn dat beelden uit context zijn gehaald, of dat journalisten liegen, of dat demonstranten opruiers zijn. De volgende stap is tegelijk eenvoudiger én radicaler: hij zal gaan roepen dat de beelden niet echt zijn. Dat het AI is, of erger nog, dat er alternatieve beelden worden gefabriceerd die beter passen bij het gewenste verhaal.

Tot nu toe functioneerden beelden als laatste anker van de werkelijkheid. Je kon discussiëren over intentie, framing en context, maar wat er te zien was, stond min of meer vast. Dat anker begint los te raken, omdat de mogelijkheid om ze te ontkennen steeds geloofwaardiger wordt gemaakt. AI biedt niet alleen de techniek om te vervalsen, maar ook het excuus om alles wat ongemakkelijk is als vervalsing weg te zetten.

Foto: Kilian Seiler on Unsplash

De formatie: verzoening als rookgordijn

Er is een hardnekkige misvatting in het Haagse debat over polarisatie: dat die verdwijnt zodra je de juiste mensen rond dezelfde tafel zet. Alsof maatschappelijke spanningen het gevolg zijn van logistiek falen. In de NRC-opinie van historicus en politicoloog Kemal Rijken waarin wordt betoogd dat het betrekken van rechts bij de formatie Nederland dichter bij elkaar zou brengen, wordt die misvatting niet alleen herhaald, maar verheven tot morele plicht.

De redenering klinkt redelijk. Nederland is verdeeld. Er is wantrouwen. Er zijn kiezers die zich niet vertegenwoordigd voelen. Dus moeten partijen die zichzelf profileren als anti-establishment worden opgenomen in het bestuur, om zo het systeem weer geloofwaardig te maken. Het probleem is niet dat dit idee nieuw is, maar dat het telkens opnieuw wordt gepresenteerd alsof het een neutrale observatie is, en geen politieke keuze met duidelijke winnaars en verliezers.

Wat hier gebeurt, is dat polarisatie wordt gedefinieerd als een communicatieprobleem. Te weinig luisteren. Te weinig samenwerken. Te veel morele scherpte. Daarmee wordt de inhoud buiten beeld geschoven. Alsof het er niet toe doet waaróver men verdeeld is. Alsof de kloof tussen partijen primair gaat over stijl, toon en temperament, en niet over fundamentele meningsverschillen over rechtsstaat, minderheden, wetenschap en macht.

Foto: Jorge Salvador on Unsplash

Trump dreigt, macht beslist

Maak je de wereld veiliger door leiders van onwelvallige landen uit te schakelen? Nope. Kijk alleen maar naar het intens stabiele Irak nadat Saddam Hoessein werd afgezet. Alsof geopolitiek een Jenga-toren is waarin je simpelweg het verkeerde blokje verwijdert en de rest vanzelf blijft staan. In werkelijkheid wordt een ander signaal afgegeven. Niet dat recht zegeviert, maar dat macht loont, mits ze op het juiste moment beschikbaar is voor de juiste belangen. Dat maakt de wereld niet veiliger, maar voorspelbaarder voor wie aan de knoppen zit en gevaarlijker voor iedereen daarbuiten.

Laten we één mogelijk misverstand alvast opruimen. Nicolás Maduro is een lul. Hij heeft Venezuela verder de afgrond in bestuurd, verkiezingen gemanipuleerd, oppositie monddood gemaakt, media onder druk gezet en staatsmiddelen ingezet om een kleine kliek aan de macht te houden terwijl de bevolking verarmde. Zijn regime is corrupt, repressief en moreel bankroet. Dat Venezuela ondertussen beschikt over ’s werelds grootste bewezen oliereserves, en dat die reserves structureel slecht worden beheerd en geplunderd, is geen verzachtende omstandigheid maar onderdeel van het probleem. Maduro’s falen is echt, autonoom en niet het product van buitenlandse vijandigheid.

Juist daarom is het zo problematisch wat er nu gebeurt. De dreigementen van Trump richting de Venezolaanse vicepresident, na het ontvoeren van Maduro naar New York, zijn geen uiting van rechtsstatelijkheid maar van pure machtspolitiek. Ze passen naadloos in een lange traditie waarin instabiliteit in olieproducerende landen wordt gezien als een beheersbaar risico, zolang de toegang tot deze grondstoffen maar onder controle blijft. De boodschap is eenvoudig: wie meewerkt, mag blijven zitten; wie dat niet doet, wordt verwijderd. Desnoods met geweld. Dat is geen afrekening met autoritarisme, maar een herverdeling van wie er aan het olieventiel mag draaien.

Foto: April Pethybridge on Unsplash

Bondi Beach als alibi

Na de verschrikkelijke aanslag in Sydney voltrok zich een bekend patroon. Rouw, solidariteit, scherpe woorden over veiligheid. Terecht ook. Geweld tegen Joodse instellingen en individuen is geen abstract probleem maar een concrete dreiging, en wie dat bagatelliseert is moreel failliet. Maar vrijwel onmiddellijk gebeurde er ook iets anders, inmiddels bijna even bekend. De aanslagen werden niet alleen veroordeeld, ze werden ingezet. Als bewijsstuk in een breder betoog over Israël, over kritiek daarop, en over wie er volgens sommigen schuld draagt aan de onveiligheid van Joden wereldwijd.

De logica was eenvoudig en werd door lokale Joodse leiders, waaronder rabbijnen in Sydney, publiek uitgesproken. Kritiek op Israël voedt antisemitisme en protesten tegen de oorlog in Gaza creëren een klimaat waarin aanslagen als die in Sydney mogelijk worden. Wie Israël bekritiseert, zo luidde de impliciete boodschap, draagt indirect verantwoordelijkheid voor geweld tegen Joden elders. Dezelfde rabbijnen die deze kritiek uitten steunen tegelijk openlijk wat Israël in Gaza en op de Westoever doet.

De eenrichtingsdefinitie van gevaar
Opvallend is wat in deze redenering als gevaarlijk wordt gezien en wat niet. Kritiek op Israël zou Joden in gevaar brengen. Openlijke steun aan Israël, ook wanneer die steun onvoorwaardelijk is en expliciet wordt gegeven terwijl dat land massaal Palestijnse burgers doodt, hele steden vernietigt en humanitaire hulp blokkeert, zou dat niet doen.

Foto: Richard Horne on Unsplash

De dodelijke drift van de achtervolging

Het OM heeft bepaald dat de agenten die de achtervolging inzetten na het negeren van een stopteken niets te verwijten valt. Bij de achtervolging kwamen uiteindelijk drie van de vier inzittenden van de achtervolgde auto om het leven. Het OM heeft vast gelijk, de individuele agenten hebben zich aan de regels gehouden. Tegelijk wordt maar weer eens pijnlijk duidelijk dat er niet zoiets bestaat als een veilige achtervolging, en dat de reden voor de achtervolging zelden tot nooit het risico waard is.

Tegelijk: er is iets diep menselijks aan een politieachtervolging. Een verdacht voertuig schiet weg, de adrenaline giert, zwaailichten aan, sirenes loeien. De good guys achter de bad guys aan. Rechtvaardigheid op wielen. Tenminste, dat is het verhaal. In werkelijkheid is het vaker een scène uit een slechte actiefilm met een bloedige epiloog dan een functioneel opsporingsmiddel. Hoog tijd om de politieachtervolging met de auto af te schaffen, behalve in het uiterste geval.

Want laten we de feiten onder ogen zien: de achtervolging is zelden rationeel, zelden effectief en vaak dodelijk. In Nederland vallen er jaarlijks gewonden en doden, ook onder omstanders tijdens politieachtervolgingen. Mensen die niets met het incident te maken hadden, behalve dat ze op het verkeerde moment op de verkeerde kruising stonden. Doodgereden voor een verlopen APK. Gewond geraakt omdat iemand zijn verkeersboetes probeerde te ontlopen. Dat is geen rechtshandhaving, dat is collateral damage tijdens een potje moralistisch racen.

Foto: Gene Dizon on Unsplash

Vijf van de zes jongens zijn lief. En dus?

Er circuleert een filmpje met een gedicht dat het allemaal wat vriendelijker wil maken. Eén op de zes jongens tussen de zes en vijftien heeft een positieve kijk op Andrew Tate*, maar volgens de persoon op het podium moeten we vooral kijken naar die andere vijf. Die bakken muffins, fietsen met vrienden, blozen bij hun eerste crush en vinden bloemen mooi maar durven dat woord niet uit te spreken. De boodschap is dat we ons gerust kunnen voelen, want de overgrote meerderheid is eigenlijk heel lief.

Het is verleidelijk, in dezelfde categorie als not all men: een reflex die het systemische ongemak vervangt door individuele geruststelling. Niet de vraag waarom een misogyne influencer zoveel jonge jongens bereikt, maar de herinnering dat de meesten nog altijd nerveus worden van hand in hand lopen. Dat ze hun moeder soms irritant vinden maar haar zullen missen wanneer ze er niet meer is. Dat ze twijfelen, lachen tot ze huilen. Het is ontroerend, maar ook een rookgordijn.

Het centrale probleem verandert niet omdat je het in een warm jasje giet. Eén op de zes jongens is een indicatie van culturele normalisering, niet een detail dat je kan gladstrijken met dit soort romantiek. Dat vijf van de zes het níet zijn, is geen geruststelling maar de minder dan minimale ondergrens van wat je mag verwachten. De tekst van het gedicht maakt van die ondergrens overstijgen een morele prestatie. Alsof het juist bijzonder is dat een jongen géén geweld tegen vrouwen wil verheerlijken. Alsof het troost moet bieden dat de meerderheid liever muffins bakt dan een influencer aanbidt die vrouwen als bezit behandelt. Terwijl er inmiddels een meer dan significante minderheid bestaat die daar geen boodschap aan heeft, eentje die tot 10 jaar geleden niet zo openlijk bestond.

Foto: Dilan Yeşilgöz, De Balie, 2022, via Wikimedia Commons.

Yesilgöz, de formatie en de kunst van het verschuivende midden

Dilan Yesilgöz heeft een opmerkelijke politieke vaardigheid ontwikkeld: ze hoeft zelf niet te bewegen om het midden van plaats te laten veranderen. Haar bewering dat een kabinet met JA21 een middenkabinet zou zijn, is geen beschrijving van de politieke werkelijkheid maar een poging de werkelijkheid te veranderen. Het mogelijke gevolg? Het midden wordt niet langer gezien als een plek waar je elkaar treft, maar als een label dat je plakt op partijen die je strategisch nodig hebt.

Het traditionele midden had, ondanks zijn halfslachtigheid, een functie. Het was de zone waar partijen zichzelf temden, waar scherpe randen werden afgeslepen. Yesilgöz draait dat nu binnenstebuiten. In haar lezing hoeft niemand zich meer te matigen om het midden te bereiken; het midden schuift gewoon op tot het precies past rondom de gewenste coalitie. Het is geen ideologische beweging maar een taaloperatie.

Tegelijk blijft de realiteit dat JA21 geen middenpartij is. Het is een verzameling weggelopen FvD-standpunten in net iets acceptabeler verpakking. Door hen in het centrum te plaatsen, wordt de beweging naar rechts verkocht als bestuurlijke normaliteit. Niet de inhoud verschuift, maar de etiketten. En zodra dat frame staat, wordt kritiek afgedaan als niet willen luisteren naar de verkiezingsuitslag.

Foto: Marek Studzinski on Unsplash

De markt wordt beter, de patiënt niet

De jaren 90: het hoogtepunt van de privatiseringshype en de gezondheidszorg moest ook efficiënter. Minder bureaucratie, meer marktwerking, meer prikkels. De patiënt als klant, de zorgverlener als ondernemer, en de verzekeraar als bewaker van de ‘doelmatigheid’. Dat was het verhaal, en het klonk toen allemaal rationeel, zakelijk, onvermijdelijk (*).

Alsof een ziekenhuis hetzelfde is als een supermarkt, en een patiënt als iemand die rustig de schappen afstruint op zoek naar de goedkoopste bypass. Alsof iemand met pijn op de borst eerst even de aanbiedingen vergelijkt, de kleine lettertjes leest en nadenkt over de bonuspunten. Alsof iemand met een gebroken heup kan onderhandelen over de prijs per schroef. De fictie van de “zorgconsument” is dat mensen met keuzestress in het leven plots rationele actoren worden zodra hun gezondheid op het spel staat. In werkelijkheid kiest niemand voor een hartaanval met vrije markttoegang. De patiënt is geen klant, maar een gegijzelde: afhankelijk van schaarse zorg, van obscure declaratiecodes, van verzekeringsvoorwaarden die elk jaar opnieuw worden herschreven door mensen die zelf nooit in een wachtkamer zitten.

En we zijn nu ruim 20 jaar verder .Wat we kregen, is geen efficiëntie. Het is een andere vorm van verspilling, slimmer verpakt. De oude bureaucratie met haar papieren dossiers en stempelformulieren is ingeruild voor een digitale nachtmerrie van vinkjes, dashboards en rapportages. Een excelbureaucratie. Alles moet geregistreerd, gemeten, verantwoord en geaudit. Niet omdat het de zorg beter maakt, maar omdat aandeelhouders willen weten waar hun rendement blijft, en het personeel gewantrouwd wordt.

Foto: NLportaal.NL (cc)

Funcaps is geen oorzaak maar een symptoom

De discussie over Funcaps, een site die ‘afgeleiden’ van populaire drugs en slaapmiddelen verkocht, wordt nu gevoerd alsof de webshop het probleem zelf was. Alsof één clubje opportunisten een soort farmaceutisch kwaad introduceerde dat uit het niets tientallen levens kostte. Dat verhaal werkt blijkbaar prima, want dan kun je een boosdoener aanwijzen, het OM laten binnenvallen en vervolgens doen alsof daarmee een hoop ellende is opgelost. Maar Funcaps is geen oorzaak. Funcaps is een symptoom. De manifestatie van een beleid dat liever alles verbiedt dan iets begrijpt.

Wat je ziet in de markt voor nieuwe psychoactieve stoffen is een simpel mechanisme. Als de overheid alles verbiedt wat populair is, verschuift de vraag vanzelf naar stoffen die nog niet op de lijst staan. Net iets anders, net iets onbekender, net iets gevaarlijker. Een chemisch kat-en-muisspel waarbij de consument telkens verder van wat veilig is wordt losgeweekt. Niet omdat mensen per se op zoek zijn naar hardcore middelen, maar omdat het beleid ze daarheen duwt.

Zodra een middel wordt verboden, verdwijnt niet het gebruik maar de kwaliteit en de controle. Veiligheid wordt een toevalligheid. In die schaduwzone floreren webshops zoals Funcaps. Niet omdat de wereld vol roekeloze gebruikers zit, maar omdat beleid weigert te erkennen dat vraag een constante is. Als je alles onder de Opiumwet schuift, creëer je vanzelf een markt die zich eronderuit graven moet. En wat daaruit komt is zelden milder of veiliger.

Vorige Volgende