Joost

2.770 Artikelen
2.834 Waanlinks
25.534 Reacties
Achtergrond: Kordite (cc)
Technisch opperhoofd en voorzitter van Sargasso, wat in de praktijk betekent dat hij nog geen zak te zeggen heeft :).

Developt (?) zich in het dagelijks leven het ongans en heeft veel te veel ideeën om uit te voeren. Daarom helpt Chad (zie boven) hem tegenwoordig vaak een handje zodat er toch nog af en toe een stukje verschijnt.
Foto: Chandler Cruttenden on Unsplash

In Iran helpt elke bom het regime

Wanneer buitenlandse aanvallen op Iran plaatsvinden, duikt in westerese media vaak dezelfde verwachting op: dat militaire druk het regime zal verzwakken en de oppositie ruimte zal geven. In werkelijkheid gebeurt meestal het omgekeerde. Buitenlandse bombardementen verschuiven het politieke kader in Iran onmiddellijk. Protest verandert van binnenlandse kritiek in vermeende samenwerking met een vijand.

Het Iraanse regime gebruikt dat mechanisme al jaren. Demonstranten worden geregeld beschreven als instrumenten van buitenlandse machten. Zodra er daadwerkelijk een militaire aanval plaatsvindt, krijgt dat frame enorme kracht. Elke demonstratie kan en wordt dan neergezet als steun aan een agressor. Repressie krijgt zo een nieuwe rechtvaardiging. Veiligheidsdiensten krijgen daarmee een vrijwel onbeperkte ruimte om protest hard neer te slaan.

Van protest naar verraad
Voor demonstranten verandert de situatie fundamenteel. Wat eerst een politieke demonstratie was, wordt nu gepresenteerd als hulp aan een vijandige staat. Arrestaties worden dan verdedigd als nationale veiligheid. Schoten op demonstranten als noodzakelijke verdediging van het land. Verschilt dat van hoe de protesten hiervoor werden neergeslagen? Niet per se, maar een groot deel van het land accepteert deze uitleg wél.

De Iraanse oppositie is zich van dit risico al lang bewust. Activisten benadrukken regelmatig dat buitenlandse interventie hun positie verzwakt. Veel protestbewegingen proberen juist te voorkomen dat ze worden gezien als instrument van buitenlandse belangen. De geschiedenis van buitenlandse inmenging in Iran, maakt dat stigma politiek explosief.

Het CIDI even niet aan tafel

Minister-president Rob Jetten spreekt vandaag vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap over antisemitisme. Op de lijst met genodigden ontbrak één bekende naam: het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI). Volgens directeur Naomi Mestrum een breuk met eerdere jaren, waarin haar organisatie “vaak” werd uitgenodigd bij dit soort gesprekken.

De verontwaardiging, die door de regels heen sijpelt, roept een simpele vraag op: waarom zou het CIDI daarbij moeten zijn?

Het CIDI presenteert zich graag als vertegenwoordiger van “de Joodse gemeenschap”. In werkelijkheid functioneert het vooral als lobbyorganisatie voor de Israëlische staat. Dat is een politieke positie. Een zeer uitgesproken politieke positie zelfs, waarin de Israëlische oorlog in Gaza en bezetting van de Westoever consequent worden verdedigd of gebagatelliseerd, ook wanneer internationale organisaties spreken over mogelijke oorlogsmisdaden of genocide.

Foto: "The Strait of Hormuz" by NASA Johnson is licensed under CC BY-NC-ND 2.0

NAVO-bondgenoten of vazallen?

Donald Trump waarschuwde NAVO-landen vandaag voor een “zware toekomst” wanneer zij de Verenigde Staten geen steun geven rond Iran en de Straat van Hormuz. Volgens berichtgeving verwacht Washington dat bondgenoten oorlogsschepen sturen om de scheepvaart te beschermen. Wie afhankelijk is van olie uit de Golf moet volgens Trump ook militair bijdragen, want de wereldhandel moet immers beschermd worden.

Alleen blijft één detail buiten beeld: de huidige escalatie rond Iran ontstond natuurlijk pas nadat de Verenigde Staten en Israël militair ingrepen. Eerst zelf een geopolitiek vuur aansteken, daarna rondkijken wie de brandweer mag gaan spelen tegen de fallout van je eigen acties. En ja, natuurlijk kijkt Washington dan naar de NAVO.

Trumps waarschuwing dat het bondgenootschap een “zeer slechte toekomst” wacht zonder steun klinkt dramatisch. Tegelijkertijd is het inmiddels vooral routine geworden. Onder Trump bestaat Amerikaanse diplomatie uit een vrij overzichtelijk stappenplan. Eerst een conflict laten escaleren. Daarna bondgenoten oproepen “verantwoordelijkheid” te nemen. Vervolgens dreigen wanneer die bondgenoten vragen stellen of weigeren.

Het bondgenootschap wordt daarmee steeds minder een overlegclub en steeds meer een logistiek platform. Washington beslist. Europa mag de schepen sturen. Dat schuurt met het oorspronkelijke idee achter de NAVO. De alliantie was ooit bedoeld als collectieve verdediging tegen externe dreiging. Niet als abonnement op Amerikaanse geopolitieke avonturen.

Foto: Chandler Cruttenden on Unsplash

3000 Iraniërs overleden. Alsof niemand heeft geschoten

Meer dan drieduizend Iraniërs zijn volgens een bericht op NU.nl “overleden“. Zo staat het er. Overleden. Een woord dat we in Nederland gebruiken voor een opa die in zijn slaap wegzakt, of een buurvrouw die na een lang ziekbed sterft. Het woord draagt een sfeer van onvermijdelijkheid. Van natuur. Van tijd die verstrijkt.

In dit geval gaat het over mensen die door explosieven, kogels en ander militair geweld zijn gedood. Geweld van ‘ons’.

Toch kiezen media en organisaties regelmatig voor deze terminologie. Mensen “overlijden”. Er “vallen” doden. Er “komen” mensen om. De taal doet een wonderlijk kunstje: het geweld blijft staan, de dader verdwijnt. Alsof de dood zelf langs is gekomen om een rondje te maken, zonder dat daar iemand anders aan te pas is gekomen.

Dat patroon duikt telkens weer op wanneer het geweld zich ver genoeg van het westerse publiek afspeelt. In Europa spreken kranten vrij direct over “moord” of “doden” wanneer een aanslag plaatsvindt, of bijvoorbeeld als ‘de ander’ de oorlog start, zoals in Oekraïne. Zodra bommen vallen in het Midden-Oosten, en wij er direct dan wel indirect iets mee te maken hebben verandert het vocabulaire. Burgers “komen om”. Duizenden “overlijden”. De taal schuift een stap op richting abstractie.

Foto: "AI Image of a Spearfish Torpedo" by Defence Images is licensed under CC BY-NC-ND 2.0

De torpedo die voor Iran bedoeld was, maar India trof

Het laten zinken van een Iraans fregat in internationale wateren klinkt op het eerste gezicht bijna vanzelfsprekend. Iran toont zelf geregeld weinig terughoudendheid wanneer het schepen of doelen aanvalt. In een oorlogssituatie hoort dat soort geweld ‘er gewoon bij’, denk je dan.

Dat verklaart vermoedelijk waarom het incident in veel westerse media nauwelijks inhoudelijke aandacht kreeg, behalve dan dat het het eerste schip was dat door een Amerikaanse torpedo zonk sinds de Tweede Wereldoorlog. Een Iraans oorlogsschip dat door een Amerikaanse onderzeeër tot zinken wordt gebracht past in het vertrouwde script van deze oorlog: vijandelijk schip, Amerikaanse torpedo, boeien.

De Amerikaanse minister van Defensie Pete Hegseth hielp dat beeld graag versterken. Hij kondigde het zinken van het schip met zichtbare trots en waarschijnlijk iets vergrote piemel aan en benadrukte dat een Amerikaanse onderzeeër voor het eerst sinds lange tijd weer een oppervlakteschip had gekelderd. De boodschap was helder: een demonstratie van militaire kracht.

Alleen, het fregat was daar niet toevallig, het bevond zich in de regio op uitnodiging van de Indiase regering voor een ceremoniële maritieme oefening. Aan die bijeenkomst namen marines uit uiteenlopende landen deel, waaronder oorspronkelijk ook de Verenigde Staten, dat zich later terugtrok. Het doel van deze oefeningen lagen juist in diplomatiek vertoon en het bouwen van vertrouwen tussen rivaliserende staten.

Foto: Koushik Pal on Unsplash

De prijs van 530 grensweigeringen

Even een nabrander. Een nieuwsbericht dat me een tijdje geleden al opviel, en recent opnieuw actueel werd. Het draait om één getal: 530. Zoveel mensen werden in een jaar tijd geweigerd aan de Nederlandse landgrens. Het getal werd bijna gepresenteerd als bewijs dat de grens “weer werkt”, en dat dat de verlenging van de controles met een half jaar rechtvaardigde. Ondertussen doen we alsof dit het Schengenverdrag niet raakt.

Alleen werkt het Schengenakkoord vanuit precies het tegenovergestelde uitgangspunt. Vrij verkeer is de norm. Grenscontroles vormen de uitzondering, bedoeld voor tijdelijke en concrete dreigingen. Geen structureel instrument, geen permanent politiek signaal. Met deze verlenging zetten we weer een stap in de richting van permanente controles.

Sinds eind 2024 controleerde de Koninklijke Marechaussee aan de grenzen met België en Duitsland bijna 144.000 mensen. Daarvan werden er 530 geweigerd. Meer dan 99,6 procent mocht simpelweg door. Dat plaatst het succesverhaal meteen in perspectief. Het getal 530 klinkt substantieel zolang de rest van de zin ontbreekt. Zodra die zichtbaar wordt, blijft vooral een enorme controleoperatie over met een zeer beperkte opbrengst. En zelfs over die opbrengst kan je vragen stellen.

Want wat weten we eigenlijk over die 530? Weinig dat wijst op kwaadwillendheid. Weigeringen ontstaan vaak door administratieve kwesties: iemand heeft geen geldig document bij zich, kan geen helder verhaal geven over verblijfsduur, of beantwoordt vragen op een manier die niet netjes in het formulier past. Dat zijn geen veiligheidsdreigingen. Dat zijn mensen die vastlopen in bureaucratie. De kans dat het overgrote deel geen enkele kwade intentie had is dan ook simpelweg statistisch groot.

Quote du Jour | Nederlanders

In het stuk “Joods-christelijke natie” reageert Peter Breedveld ouderwets venijnig op de politieke verontwaardiging rond het tijdelijk schorsen van een Kamercommissievergadering voor een iftar, en de claim dat dit het ‘Joods-Christelijke’ karakter van Nederland zou aantasten. Volgens hem toont de ophef vooral hoe het begrip “joods-christelijke cultuur” instrumenteel wordt ingezet: niet uit daadwerkelijke solidariteit met Joden, maar als retorisch wapen tegen moslims.

Nederlanders houden niet van Joden, ze hebben nooit van Joden gehouden, ze haten moslims, ze haten zwarte en bruine mensen, dat is wat anders.

Foto: ©️ TransDistribution_free use_free share

Eén incident, en ineens zijn alle transvrouwen het probleem

Dagblad van het Noorden publiceerde recent een artikel van journalist Ina Reitzema met de kop: “Petitie na grof geweld door als man geboren Groningse (47) in vrouwengevangenis. ‘Transvrouwen zijn gevaar voor vrouwelijke medegedetineerden’.

De aanleiding is een ernstig incident in vrouwengevangenis Ter Peel. Een transvrouw stichtte brand in haar cel en mishandelde een cipier zwaar. De bewaker liep onder meer botbreuken rond de oogkas op. Dat geweld is ernstig en verdient natuurlijk aandacht.

Opvallend is echter hoe snel het artikel het incident gebruikt als opstap naar een bredere politieke claim. Binnen enkele alinea’s verandert één dader in een argument over een hele categorie mensen.

De kop kiest het frame

Formeel staat de uitspraak over het gevaar van transvrouwen tussen aanhalingstekens. Het gaat dus om een citaat uit de petitie van stichting Voorzij, geen redactionele conclusie.

De redactionele keuze zit ergens anders. Precies dit citaat staat in de kop. Dat is de plek met de grootste impact. Daarmee krijgt een activistisch geformuleerde claim onmiddellijk het zwaarste journalistieke gewicht.

Daar komt nog iets bij. De titel gebruikt ook de formulering “als man geboren Groningse” voor een transvrouw. Dat is een vrij specifieke en in het debat vaak denigrerend gebruikte aanduiding. Het is geen neutrale beschrijving maar een term die het perspectief van tegenstanders van transrechten overneemt.

Foto: "Kantoren overheid" by Marvin Jansen van der Sligte is licensed under CC BY 2.0

Vaste verkeersboetes, variabele ellende

Het CJIB stelde recent dat verkeersboetes in Nederland te hoog zijn en niet meer in verhouding staan tot het vergrijp. Dat is een opvallende constatering uit de organisatie die ze dagelijks int. De uitspraak legt een ongemakkelijke realiteit bloot. Een verkeersboete heeft voor verschillende mensen een volledig andere betekenis.

Dezelfde overtreding, totaal andere gevolgen

Voor iemand met een hoog salaris vormt een boete hooguit een irritatie. Het bedrag wordt betaald, er volgt een schouderophalen en de dag gaat verder. Voor iemand met een krappe financiële situatie kan precies dezelfde overtreding het begin zijn van een keten van problemen. De boete blijft liggen omdat andere rekeningen eerst moeten. Daarna volgen verhogingen, aanmaningen en uiteindelijk een bedrag dat weinig relatie meer heeft met de oorspronkelijke overtreding.

Daarmee verandert een verkeersboete van gedragsprikkel in een mechanisme dat bestaanszekerheid onder druk zet. De overtreding blijft identiek, de financiële impact verschilt radicaal. Het systeem accepteert dus impliciet dat dezelfde regel voor de ene burger nauwelijks betekenis heeft en voor de andere mogelijk een financiële valkuil vormt.

Richting een eerlijker model

Het ministerie verdedigt de huidige hoogte vanuit handhaving, en I kid you not, dat ze noodzakelijk zijn voor de begroting. Maar de kern van het probleem ligt elders. Een vaste geldboete werkt alleen rechtvaardig wanneer ieders financiële situatie vergelijkbaar is. Dat is in werkelijkheid uiteraard niet zo.

Foto: Markus Spiske on Unsplash

Waarom ik, als man, feminist ben

Wanneer een man wordt gevraagd waarom hij feminist is, volgt vaak een omweg. Er verschijnt een dochter in het verhaal. Soms een partner. Af en toe een moeder. De motivatie ligt dan ergens buiten hemzelf. Feminisme krijgt zo de vorm van een vorm van liefdadigheid. Iets wat je doet voor vrouwen, uit sympathie of zorg.

Dat antwoord vraagt weinig zelfonderzoek. Het patriarchaat blijft daarmee een systeem dat vooral vrouwen raakt, terwijl mannen er hoogstens als bondgenoot naast staan. En dat laatste moet ook gebeuren, maar voor mij werkt het toch anders. Ik ben feminist omdat ook mijn eigen leven in een patriarchale samenleving wringt.

De rol die nooit past
Het patriarchaat verkoopt een vrij smal model van mannelijkheid. De alfa. De leider. De rationele beslisser. De kostwinner die alles onder controle houdt. Emoties blijven onder de motorkap. Twijfel geldt als zwakte. Zorg en afhankelijkheid krijgen een bijrol.

In de praktijk blijkt dit een model waar bijna geen man werkelijk in past. Slechts een klein deel van de mannen kan leven als die imaginaire alfa. De rest vormt de grote stille meerderheid die voortdurend langs een meetlat wordt gelegd waar ze per definitie niet aan voldoen.

Die druk blijft vaak onzichtbaar omdat mannen geleerd krijgen die spanning naar binnen te trekken. Wie moeite heeft met die rol, concludeert al snel dat er iets mis is met hemzelf.

Foto: ©️ TransDistribution_free use_free share

De prijs van vrouw zijn

In het Verenigd Koninkrijk is een nieuwe drempel opgeworpen voor vrouwelijke atleten. Wie wil meedoen in de vrouwencompetitie kan voortaan gevraagd worden te bewijzen dat ze daadwerkelijk vrouw is. Kosten: 185 pond. Niet voor deelname, niet voor training, niet voor materiaal. Voor het ‘privilege’ om te bewijzen dat je lichaam bestaat zoals het bestaat.

De ironie is moeilijk te missen. Jarenlang werd beweerd dat sportorganisaties vooral vrouwen wilden beschermen. De competitie moest eerlijk blijven. De categorie ‘vrouw’ moest worden afgeschermd tegen indringers. Het verhaal werd geframed alsof het ging om het verdedigen van vrouwen. In feite was het vooral een manier om transvrouwen te straffen en uit te sluiten. Niet alleen in de praktijk, maar ook als maatschappelijk signaal om aan te geven dat ze er niet bij horen, een afwijking zijn die moest worden bestreden.

Maar in plaats van dat vrouwen ‘beschermd’ worden, worden ze nu administratief verdacht gemaakt. Iedere vrouwelijke atleet wordt een potentieel probleem. Iedere afwijking, ieder vermoeden, ieder gerucht kan aanleiding zijn om een test te eisen. Het probleem dat hiermee zou worden bestreden is ondertussen opvallend klein. Het aantal trans atleten op topniveau is minimaal. In veel sporten gaat het om aantallen die letterlijk op één hand te tellen zijn. Daarbij, een transitie is vaker een belemmering dan hulp bij topsport. De paniek is groot. De statistische realiteit nauwelijks zichtbaar.

Foto: Ruben Aster on Unsplash

Hypocrisie als politiek sabotagemiddel

Elke poging tot maatschappelijke verandering roept tegenwoordig dezelfde reflex op. Iemand spreekt zich uit over klimaat, arbeidsomstandigheden of ongelijkheid, en binnen seconden klinkt het verwijt: hypocrisie. Je eet vlees. Je vliegt. Je bezit een smartphone. Dus zwijg. Het is een opvallend soort kritiek. Ze komt vrijwel altijd van mensen zonder alternatief, zonder plan, zonder ambitie om iets te verbeteren. Het hypocrisie-argument fungeert als moreel veto: wie zelf onderdeel is van het systeem, verliest het recht om dat systeem te bekritiseren. Betrokkenheid wordt zo omgedraaid tot schuld.

Die redenering houdt alleen stand als je het grotere plaatje negeert. Het huidige kapitalistische systeem is zo ingericht dat vrijwel elke handeling ecologische en sociale schade veroorzaakt. Energieopwekking, voedselproductie, kleding, elektronica, vervoer: alles is doordrenkt van uitstoot, uitbuiting en externalisering van kosten. Wie leeft, participeert. Wie participeert, veroorzaakt schade.

Morele zuiverheid is in zo’n systeem geen realistische optie. Er bestaat geen levensstijl zonder voetafdruk en geen consumptie zonder gevolgen. Wie dat toch eist, stelt een onhaalbare norm en kan vervolgens iedereen afserveren die die norm onvermijdelijk overschrijdt. Dat is geen principiële kritiek, dat is een techniek om verandering te blokkeren.

Toch maken mensen voortdurend keuzes die de schade beperken. Minder vlees eten. Minder vliegen. Stemmen op partijen die klimaatbeleid serieus nemen. Fast fashion mijden. Zich organiseren in vakbonden. Demonstreren. Dat gebeurt vaak inconsistent, soms tegenstrijdig, altijd onvolmaakt. Precies zoals menselijk handelen eruitziet.

Vorige Volgende