Joost

2.707 Artikelen
2.826 Waanlinks
25.313 Reacties
Achtergrond: Kordite (cc)
Technisch opperhoofd en voorzitter van Sargasso, wat in de praktijk betekent dat hij nog geen zak te zeggen heeft :).

Developt (?) zich in het dagelijks leven het ongans en heeft veel te veel ideeën om uit te voeren. Daarom helpt Chad (zie boven) hem tegenwoordig vaak een handje zodat er toch nog af en toe een stukje verschijnt.
Foto: Dmitry Ulitin on Unsplash

Verkiezingen: elke paar jaar opnieuw die kater

Er is een moment, ergens tussen de eerste exitpoll en de analyse aan tafel bij de NOS, waarop je het weet: het is weer gebeurd. Je hebt nog even de adem ingehouden, nog even gehoopt dat de exitpoll ongelijk zou krijgen, maar nee: Nederland heeft weer met een glimlach tegen zijn eigen toekomst gestemd.

De terugkerende teleurstelling die verkiezingen heet
Voor links-progressieve kiezers is politiek al decennia een ritueel van hoop en vernedering. Iedere verkiezing begint met idealen, klimaatrechtvaardigheid, fatsoen, inclusie, solidariteit, en eindigt met de constatering dat de meerderheid iets anders bedoelt met ‘verantwoordelijkheid’.

We weten inmiddels hoe het gaat: de campagnes draaien om bestaanszekerheid, onderwijs, woningnood, klimaat. En vervolgens stemt de helft van het land op partijen die diezelfde thema’s als eerste opofferen zodra de formatietafel in zicht komt. Zetels worden weer wat verschoven: de PVV krimpt en draagt haar haat over aan JA21 en godbetert het FvD, de VVD blijft, GL verliest onverwacht, het CDA herrijst als een zombie, D66 redt het land van de ondergang en belandt straks weer in een compromis dat alles afvlakt, of erger maakt als het een beetje tegen zit. Maar de tendens is duidelijk: keer op keer verliest links-progressief Nederland terrein. En ergens in die herhaling begint iets in je te breken.

Foto: Stempotlood Verkiezingen 2021 - Gebruik op Sargasso met toestemming. (c) Sidney Smeets

Stemtijd stemfietijd. Maar je kleuter is te gevaarlijk

Er wordt weer gekozen, en ik verbaas me steeds maar weer over de stemfie. De Kiesraad heeft er blijkbaar geen enkel bezwaar tegen als je een selfie maakt waarop je ingevulde stembiljet zichtbaar is, maar een kind meenemen in het stemhokje? Dat mag niet, “in verband met het stemgeheim”. Alleen als de voorzitter ervan overtuigd is dat het kind geen invloed kan uitoefenen, bijvoorbeeld omdat het nog vooral op potloden kauwt in plaats van ermee kleurt, wordt een uitzondering gemaakt.

Het is een merkwaardige tegenstrijdigheid. De staat vertrouwt op de standvastigheid van burgers met een telefoon, maar niet op die van die met een kleuter. Een foto van je keuze delen met een publiek dat wél kan lezen, oordelen en liken is blijkbaar minder controlerend of bedreigend dan de aanwezigheid van een kind dat nog niet kan spellen. Het stemgeheim wordt hier niet beschermd, maar geritualiseerd: de oude regels zijn belangrijker dan de veranderende realiteit die ze moeten beveiligen.

Want waar ligt de echte dreiging van beïnvloeding? Niet bij het kind dat het potloodje het liefst mee zou nemen, maar bij de druk buiten het hokje. Dwingende partners die “even overleggen”, werkgevers die subtiel aanmoedigen “voor stabiliteit te kiezen”, kerkgemeenschappen die hun stemadvies op de kansel projecteren, of criminele organisaties die hun belangen behartigd willen zien worden: dat zijn de echte erosies van het stemgeheim. Toch is daar geen regel voor. En sinds de stemfie kan je ‘bewijzen’ dat je gedaan hebt wat je is opgedragen. Maar de Kiesraad houdt zich liever bezig met de hypothetische macht van een kleuter dan met de feitelijke macht van algoritmes, sociale of echte druk en digitale echo­kamers.

Foto: Roel Wijnants (cc)

De A12 spreekt als het Malieveld niets meer zegt

Afgelopen zondag liep een stoet van tienduizenden mensen door Den Haag. Geen plunderaars, geen hooligans, geen ‘linkse relschoppers’. Gewoon burgers – waaronder ik – die zich zorgen maken over een planeet die soms letterlijk in brand staat. ‘We’ deden precies wat mensen van ons verwachten: netjes binnen de demonstratielijntjes kleuren, op het Malieveld. Je zou denken dat zo’n massale opkomst de voorpagina’s zou halen. Maar bij een significant deel van de Nederlandse media bleef het oorverdovend stil. Nu.nl bijvoorbeeld, doorgaans niet vies van een liveblog over een losgebroken alpaca, negeerde de klimaatmars volledig.

En precies dáár zit het gelijk van Extinction Rebellion. Want vandaag blokkeren ze opnieuw de A12. Weer die snelweg, weer die heisa, weer de voorspelde verontwaardiging van politie en politici. Maar wat moet je anders, als de boodschap van tienduizenden op het Malieveld niet eens de krant haalt?

De oproep van XR is simpel: stop met het subsidiëren van fossiele brandstoffen. Een eis die zelfs de VVD in theorie onderschrijft, maar in de praktijk verbergt achter uitzonderingen, overgangstermijnen en “internationale concurrentieposities”. De macht heeft alle tijd, de planeet niet.

Het contrast tussen de demonstratie op het Malieveld en een blokkade van de A12 legt een pijnlijk mechanisme bloot. In Nederland mag je best protesteren, zolang het niets verandert. Je mag roepen, zolang niemand luistert. Zolang niemand er last van heeft. Zodra je iets doet dat de normale gang van zaken echt verstoort, een stukje asfalt bezetten, een distributiecentrum blokkeren, word je ineens een bedreiging voor de rechtsstaat.

Foto: Stempotlood Verkiezingen 2021 - Gebruik op Sargasso met toestemming. (c) Sidney Smeets

De ongewisse flirt van Rob Jetten

Rob Jetten lijkt de laatste tijd steeds meer te flirten met rechts. Wie luistert, hoort het schuiven. Hij benadrukt dat de keuze in de politiek “niet zozeer over rechts of links” gaat. Dat klinkt als de openingszin van iemand die alvast een uitweg zoekt voordat de avond goed en wel begonnen is. D66, ooit het geweten van het ‘redelijke midden’, maakt zich op voor weer een ronde ideologische Tinder: swipen naar wie de macht heeft, niet per se naar wie de principes deelt.

De partij lijkt te leven van ambiguïteit. D66 is een kameleon die in elke coalitie van kleur verandert. In een kabinet met linkse partijen verdedigen ze de rechtsstaat en het klimaat. In een kabinet met rechts dereguleren ze de markt en praten ze over “persoonlijke verantwoordelijkheid”. Dat is niet ideologische lenigheid, dat is strategische vloeibaarheid: alles om in de regering te mogen zitten.

Zo bezien is het logisch dat Jetten de afgelopen tijd opvallend vaak tegen rechts-conservatieve thema’s aanschurkt. Hij flirt met patriottisme, spreekt over “een sterk Nederland” op een toon die een PVV’er of VVD’er niet zou misstaan, en laat de deur open voor samenwerking met partijen op de radicale rechterflank. Tegelijk probeert de partij links-progressief Nederland ook te paaien.

Foto: IoSonoUnaFotoCamera (cc)

Trump’s politieke chantage als regeringsmodel

Stem op ons, of we breken je stad – Donald Trump gebruikt geen klassieke campagnepolitiek meer. Hij bouwt aan een systeem van afpersing, een strategie waarin de boodschap glashelder is: als je op Democraten stemt, dan wordt jouw stad of staat gestraft. Geen hulp, geen geld, geen bescherming. In plaats daarvan: pesterijen door federale instanties, het blokkeren van fondsen en het inzetten van nationale troepen om een voorbeeld te stellen. Het presidentschap wordt zo geen nationaal ambt, maar een wapen.

Tijdens zijn eerste termijn dreigde Trump meermaals federale hulp aan Democratische staten in te trekken, zelfs bij rampen. Gouverneurs die niet loyaal genoeg waren, werden publiekelijk bespot of genegeerd. De boodschap sijpelde toen al door: stemmen op de verkeerde partij kost je letterlijk levens en infrastructuur. Nu, in zijn hernieuwde campagne, is dit geen impliciete ondertoon meer, maar een expliciet programma. Hij belooft “orde”, maar alleen voor wie zich onderwerpt.

De Hongaarse blauwdruk

Het model komt niet uit de lucht vallen. Kijk naar Hongarije onder Orbán, de politieke idool van de MAGA-beweging. Ook daar werd macht gecentraliseerd en geldstromen herverdeeld. Gemeenten die oppositie stemden, verloren financiering. Media werden onder druk gezet. De nationale politie en troepen werden instrumenten van het regime. Het effect was eenvoudig: kiezers begonnen op Fidesz te stemmen. Niet uit overtuiging, maar uit zelfbescherming.

Foto: Schermopname Tweede Kamer Debat Gemist 4 juni 2024 hoofdelijke stemming

Populisme: je kan gif niet terugclaimen

Je hoort het de laatste tijd vaker, progressieve of linkse partijen willen het populisme “terugclaimen”, alsof het een marketinglabel is dat je met een nieuwe verpakking plots onschadelijk maakt. Rob Jetten van D66 speelde een paar dagen geleden ook met het idee. Hij vindt populisme niet per se “een vies woord”, maar dat van Wilders wel “doorgeslagen”. Het is het witwassen van de term, alsof populisme een instrument is dat je verantwoord kan inzetten. Maar populisme is niet neutraal, het is een manier van politiek bedrijven die haaks staat op een volwassen democratie. Het claimt namens “het volk” te spreken, reduceert politieke tegenstellingen tot een strijd tussen “wij” en “zij”, en zet wantrouwen in als munitie. Dat is geen stijlkeuze, dat is een machtsstrategie.

Het fundament van een democratie is pluralisme. Meerdere belangen, meerdere perspectieven, meerdere waarheden die naast elkaar mogen bestaan. Populisme verwerpt dat. Het doet alsof er één homogeen volk bestaat, met één wil, en dat alleen de ‘echte vertegenwoordiger’ die wil begrijpt. Daarmee wordt elke oppositie niet gewoon andersdenkenden, maar vijanden van het volk. Een democratie kan veel hebben, maar niet de systematische ondermijning van tegengeluid. Zodra “het volk” een heilig begrip wordt, worden de democratische spelregels omgezet in een religieuze doctrine.

Foto: Dilan Yeşilgöz, De Balie, 2022, via Wikimedia Commons.

De rechtsstaat en Yesilgöz: wanneer ‘mening’ een handig schild wordt

Het begint bijna routine te worden in de Nederlandse politiek: zodra een onafhankelijke instantie iets kritisch zegt over plannen die fundamentele rechten raken, wordt er niet inhoudelijk gereageerd, maar wordt de boodschapper verdacht gemaakt. Dilan Yesilgöz doet er nog een schep bovenop door een rapport van de Nederlandse orde van advocaten weg te zetten als “hun mening”. Je hoeft geen staatsrechtgeleerde te zijn om te snappen dat dit gemakzuchtig, misleidend én gevaarlijk is.

De rechtsstaat is geen moodboard

De NOvA verzon dit rapport niet tijdens de vrijdagmiddagborrel. Een onafhankelijke commissie toetste verkiezingsprogramma’s aan drie kernpunten van de rechtsstaat: betrouwbaarheid van de overheid, bescherming van fundamentele rechten, en toegang tot het recht. Dat zijn geen subjectieve voorkeuren, maar de basisvoorwaarden van een democratische samenleving. Alsof je zegt dat verkeersregels slechts een “mening” zijn van het CBR.

Het is ironisch dat Yesilgöz zegt dat haar voorstellen bedoeld zijn om de rechtsstaat te beschermen, terwijl een commissie van deskundigen precies uitlegt hoe diezelfde voorstellen die rechtsstaat ondermijnen.

Van kritiek naar slachtofferschap

Yesilgöz “wordt pissig” van de stempel “antirechtsstatelijk”. Dat mag, emoties zijn menselijk. Maar politici krijgen geen vrijstelling van kritiek omdat ze er chagrijnig van worden. In plaats van uit te leggen waarom de analyse van de commissie fout zou zijn, kiest ze voor de klassieker: framen alsof het een politiek spelletje is. “Ze noemen ons antirechtsstatelijk, dus ze zijn partijdig.” Het is dezelfde strategie die we kennen van partijen als PVV en FVD: draai de zaak om, speel slachtoffer, en vermijd inhoud.

Foto: Trump White House Archived (cc)

Gaza: Op naar een genocide in slow motion

Het zogenaamde vredesplan voor Gaza wordt door velen gepresenteerd als een “kans op rust” of “het begin van een nieuw tijdperk van stabiliteit”. In werkelijkheid is het niets anders dan een dictaat, een document opgesteld door de bezetter en zijn bondgenoten, zonder de stem van de Palestijnen zelf. Achter de diplomatieke taal van “veiligheid”, “heropbouw” en “staakt-het-vuren” schuilt een harde realiteit: dit plan legt  het fundament voor een nóg grotere onderwerping van het Palestijnse volk.

Onder het mom van vrede wordt Gaza omgevormd tot een gecontroleerde openluchtgevangenis. Dat was het al, maar hiermee wordt het ook officieel: Israël behoudt feitelijke controle over grenzen, veiligheid, hulp en nu ook bestuur. Palestijnse soevereiniteit, ooit een kernbelofte van het vredesproces, verdwijnt volledig uit zicht. De Palestijnen krijgen geen staat, geen recht op zelfbeschikking, geen vrijheid. Wat ze krijgen, is een leven onder toezicht, afhankelijk van de willekeur van hun onderdrukker.

Ondertussen blijven Israëlische oorlogsmisdaden onbestraft. De verwoesting van ziekenhuizen, scholen en vluchtelingenkampen wordt weggemoffeld onder de noemer van “zelfverdediging”. Geen enkele Israëlische leider hoeft rekenschap af te leggen voor het doden van tienduizenden burgers of het gebruik van uithongeringsstrategieën als oorlogswapen. Straffeloosheid wordt opnieuw de norm, en dat is precies wat dit plan bevestigt: er is vrede voor de daders, maar geen recht voor de slachtoffers.

Foto: Mark Vletter (cc)

De premier die op de verkeerde plek was

Er zijn momenten waarop symboliek meer zegt dan duizend regeringsverklaringen. ‘Premier van alle Nederlanders’ Dick Schoof zat zondag in Amsterdam, bij de herdenking van de 7-oktoberaanslag van Hamas. Op hetzelfde moment dat op een paar honderd meter meer dan een kwart miljoen mensen demonstreerden tegen de genocide die Israël sindsdien in Gaza heeft aangericht, met deze gebeurtenis als rechtvaardiging.

Het was niet zo maar een herdenking. Hij zat in het publiek in een zaal waar de vlag van genocide-Israël gebroederlijk naast die van Nederland hing, terwijl de Israëlische ambassadeur het woord voerde. Niet met een boodschap van vrede, maar met een propagandapraatje dat de aanval van Hamas gebruikte als vrijbrief voor twee jaar van moord en vernietiging. Hij koppelde opnieuw de Holocaust en het jodendom aan de staat Israël, met de impliciete boodschap dat kritiek op Israël automatisch antisemitisme is. En de premier luisterde beleefd, als een man die niet wist dat stilte in zo’n context instemming betekent. Terwijl buiten Nederlanders van alle achtergronden en leeftijden riepen om een einde aan het bloedvergieten, zat de premier binnen in een zorgvuldig geregisseerde herdenking die elke verwijzing naar Palestijns leed bewust vermeed.

Schoof, oud-topman van de veiligheidsdiensten, weet beter dan wie ook hoe macht en framing werken. Hij weet dat als hij daar zit hij zegt dat Nederland solidair is met Israël, en dat dat geen diplomatieke formaliteit is maar een politiek signaal. Hij weet dat wie blijft zitten terwijl propaganda wordt uitgesproken, meepraat zonder woorden.

Foto: De interruptie microfoon in de plenaire zaal van de Tweede Kamer Credit: www.tweedekamer.nl

Function creep als politiek tijdverdrijf

Vorige maand introduceerde de regering een nieuwe wet die verheerlijking van terrorisme strafbaar stelt. Klinkt stoer, alsof je met een juridische moker op jihadistische fanboys in Telegramgroepen slaat. Maar zoals wel vaker met dit soort wetten: de hamer ligt al klaar om ook op heel andere nagels te slaan.

Het probleem zit in de vaagheid. “Verheerlijking” en “steun” zijn woorden waar je alles mee kunt doen. Vandaag zijn het jihadisten, morgen klimaatactivisten, overmorgen iedereen die iets lelijks twittert over een NAVO-missie of over de haardracht van de premier. Een wet die bedoeld is om terrorisme te bestrijden, kan zo ineens veranderen in een wapen tegen politieke tegenstanders. Function creep in zijn engste vorm.

We kennen dit trucje inmiddels. Denk aan de ANPR-camera’s die overal langs de snelwegen hangen. Sargasso heeft het proces jaren gevolgd en daar een heel dossier over aangelegd. Ooit neergezet om de doorstroming te meten en misschien een parkeerboete te innen. Niets aan de hand, beloofden bestuurders, dit is géén opsporingsinstrument. Totdat de politie merkte dat die camera’s best handig zijn bij het opsporen van gestolen auto’s, voortvluchtigen, belastingontduikers en alles daar tussenin. Wat begon als verkeersmanagement is nu onderdeel van het opsporingsapparaat. En niemand die nog precies weet waar de grens ligt.

Foto: "Anti-Semitism" by quinn.anya is licensed under CC BY-SA 2.0

De IHRA-definitie van antisemitisme, de last van herinnering en de definitie van kritiek

Er is een soort historische ballast die in Europa generatieslang is meegegeven. Wie hier opgroeit, krijgt de Holocaust niet als een hoofdstuk in een geschiedenisboek, maar als een erfenis die in je vezels kruipt. Het besef dat wij medeverantwoordelijk zijn voor een van de grootste georganiseerde genocides in de moderne tijd, laat zich niet van je afschudden. En terecht. Tegelijkertijd is Israël sinds de oprichting in 1948 aan ons verkocht als de uitzondering in de regio, de enige plek in het Midden-Oosten waar parlementen functioneren, kranten tegenspraak bieden en waar verkiezingen tenminste nog iets betekenen. Het is een frame dat blijft hangen, ook bij wie beter weet.

De IHRA-definitie van antisemitisme speelt hier handig op in. Whataboutism is een van de basisbeginselen: als je kritiek hebt op Israël, maar niet of minder op andere vergelijkbare landen die dingen doen, ben je een antisemiet. Ze schuift kritiek op Israël en haar beleid by design gevaarlijk dicht richting antisemitisme, alsof wie vraagtekens zet bij bezetting, apartheid of etnische hiërarchie automatisch het oude continentale gif van Jodenhaat in zich draagt, als men tegelijk niet even hard ageert tegen vergelijkbare zaken elders. Dat is een vals frame. Juist omdat wij Europeanen weten waartoe antisemitisme kan leiden, juist omdat we de Holocaust in onze morele rugzak meedragen, moeten we scherp kunnen onderscheiden: antisemitisme is een haat tegen Joden als mensen, Israël-kritiek is een oordeel over een staat die macht uitoefent. En juist omdat we weten hoe een rechtsstatelijke democratie behoort te werken en Israël die twee woorden claimt mogen we daar kritiek op hebben. En juist ook omdat we die staat mede mogelijk hebben gemaakt.

Foto: Taylor Brandon on Unsplash

Israël: het verplichte geloofsartikel

In bijna elk debat over Israël en de genocide die het pleegt komt vroeg of laat – meestal vroeg – die ene vraag: “Vind je dat Israël mag bestaan?” Het is een soort toegangsticket. Als je niet braaf ja zegt, hoef je verder niets meer te zeggen. In westerse media, parlementen of praatprogramma’s ben je meteen af. Je wordt weggezet als extremist of antisemiet. De discussie is dood voordat hij begonnen is.

Maar het is een bizarre vraag. Israël bestaat namelijk al. Het land heeft kernwapens, een van de machtigste legers ter wereld en een hecht netwerk van internationale steun. Er is geen enkele denkbare situatie waarin Israël van de kaart geveegd zou kunnen worden, waar veel interviewers zich zorgen om lijken te maken. Zelfs als elke Palestijn, elke Iraniër en elke activist ter wereld het zou willen, is het praktisch onmogelijk. Het land is dé regionale supermacht. De vraag of Israël mag bestaan is daarom niet meer dan een retorische valstrik: wie hem ontkent, diskwalificeert zichzelf. Tegelijk: wie hem bevestigt, accepteert impliciet de status quo.

Want de werkelijke vraag is niet of Israël mag bestaan, maar hoe het mag bestaan. Israël is opgericht zonder rekening te houden met de mensen die er al woonden. Het verdrijven van Palestijnen was geen bijeffect, het was een voorwaarde voor de oprichting van ‘de joodse staat’, zoals het zich sinds een aantal jaar officieel noemt. Vanaf die oprichting is dat patroon niet veranderd: annexatie, nederzettingen, militaire overheersing en een systeem dat niet anders dan apartheid genoemd kan worden.

Vorige Volgende