Groenland lijkt verdomd veel op appeasement
Wat de Amerikaanse dreiging tot inname van Groenland zo ontwrichtend maakt, is niet alleen dat het machtspolitiek is, maar dat het machtspolitiek binnen de eigen orde betreft. Geen buitengrens waar het Westen vaker de regels oprekte, maar een binnengrens waar die regels juist verondersteld werden te gelden. En dat onderscheid is belangrijk. Groenland is formeel onderdeel van Denemarken en daarmee verankerd in dezelfde politieke en juridische gemeenschap als de rest van West-Europa. Een machtsgreep daar, zelfs al is die indirect, betekent dat ook binnen de kring van bondgenoten territoriale integriteit conditioneel wordt, en dat is funest. Een bondgenootschap werkt alleen zolang de spelers zichzelf onderling beperken.
Voor de Baltische staten is dat alles behalve een abstract debat. Estland, Letland en Litouwen hebben hun veiligheid expliciet geparkeerd bij artikel 5 van de NAVO. Die bepaling is niet slechts een juridische tekst, maar een geloofsartikel. Een aanval op één is een aanval op allen, juist omdat binnengrenzen niet ter discussie staan.
En precies daar schuurt het wanneer NAVO-leiders, onder wie secretaris-generaal Mark Rutte, verkennen of voorbereiden wat inmiddels wordt aangeduid als een “Groenlandse missie”. Officieel bedoeld om spanningen te dempen, stabiliteit te waarborgen en escalatie te voorkomen. In de praktijk oogt het als iets anders: een poging om een dreigende machtsgreep te managen door haar in te kapselen, te normaliseren en er institutioneel omheen te werken.