De rechtse vrijstelling voor extremisme
In de politiek geldt voor links en rechts een verschillende boekhouding. Extreemrechts kan jarenlang de toon zetten, de thema’s leveren, de taal verharden en de grens van het betamelijke verplaatsen, zonder dat rechts als geheel daar automatisch voor wordt afgerekend. Extreemlinks hoeft maar in de buurt van een debat te verschijnen en heel links mag uitleggen dat betaalbare huren geen opmaat zijn naar de goelag.
Onderzoek naar verkiezingen laat zien dat extreme kandidaten wel degelijk stemmen kosten. In Amerikaanse verkiezingen verliezen extreme kandidaten van beide partijen aantoonbaar electorale steun. Wie zelf als extremist op het stembiljet staat, betaalt vaak een prijs.
Alleen werkt extreemrechts meestal subtieler. Het hoeft niet altijd te winnen om effectief te zijn. Het hoeft vooral de agenda te bepalen. Onderzoek naar Duitsland laat zien dat radicaal-rechtse partijen steeds meer invloed kregen op de communicatie van gevestigde partijen, vooral rond migratie, islam en integratie. Ander Europees onderzoek laat zien dat het overnemen van anti-immigratiestandpunten radicaal-rechts zelden verzwakt. Het origineel blijft aantrekkelijker dan de imitatie.
Voor rechts is extreemrechts daardoor tegelijk concurrent en leverancier. Het levert thema’s, woorden en vijandbeelden. Mainstream-rechts vertaalt die vervolgens naar “zorgen serieus nemen”, “grenzen bewaken” en “realistisch beleid”. De smerige formulering verdwijnt, het frame blijft staan.