Joost

2.807 Artikelen
2.839 Waanlinks
25.618 Reacties
Achtergrond: Kordite (cc)
Technisch opperhoofd en voorzitter van Sargasso, wat in de praktijk betekent dat hij nog geen zak te zeggen heeft :).

Developt (?) zich in het dagelijks leven het ongans en heeft veel te veel ideeën om uit te voeren. Daarom helpt Chad (zie boven) hem tegenwoordig vaak een handje zodat er toch nog af en toe een stukje verschijnt.
Foto: IoSonoUnaFotoCamera (cc)

Israël: het kind dat weet dat papa toch wel over de brug komt

Israël heeft een merkwaardige verhouding met de Verenigde Staten ontwikkeld. Officieel is Washington de grote bondgenoot, de beschermheer, de strategische rugdekking zonder wie Israël militair en diplomatiek aanzienlijk minder, of zelfs geen, bewegingsruimte zou hebben. In de praktijk gedraagt de Israëlische regering zich steeds vaker alsof die bondgenoot vooral een hinderlijke ouder is: nuttig voor de bescherming, irritant zodra er grenzen worden gesteld.

Die houding is onder Trump scherper zichtbaar geworden. Trump presenteert zich graag als de man die deals sluit, oorlogen beëindigt en bondgenoten aan de lijn houdt. Alleen botst dat in het Midden-Oosten op een bondgenoot die allang geleerd heeft dat Amerikaanse woede zelden hetzelfde is als Amerikaanse consequenties. Netanyahu kan Trump irriteren, frustreren en publiekelijk vernederen, zonder werkelijk te hoeven vrezen dat de Amerikaanse veiligheidsparaplu wordt dichtgeklapt.

Dat is de kern van Israëls weerbarstige houding richting de VS. Washington kan aandringen op terughoudendheid, onderhandelingen, humanitaire toegang of een staakt-het-vuren. Israël kan vervolgens knikken, traineren, herformuleren of doorgaan. En ergens in Jeruzalem weet men waarschijnlijk precies waarom dat kan: uiteindelijk laten de Verenigde Staten Israël toch niet vallen.

Wie zo’n vangnet heeft, leert iets over zwaartekracht. Namelijk dat die vooral voor anderen geldt. Neem de recente spanning rond Amerikaanse pogingen om verdere escalatie in de regio te voorkomen (hoewel het daar zelf ook niet consequent in is). Trump zou volgens recente berichtgeving woedend zijn geweest op Netanyahu omdat Israëlische aanvallen op Beiroet een naderend akkoord met Iran zouden hebben vertraagd. Trump verweet Netanyahu een gebrek aan beoordelingsvermogen (lol), terwijl hij tegelijk volhield dat een deal met Iran nog steeds mogelijk was.

Foto: Michal Soukup on Unsplash

Luisteren naar de buurt, buigen voor intolerantie

De gemeente Lansingerland had voor een nieuwbouwwijk in Bleiswijk zes Arabische straatnamen bedacht. Wadi Musa, Wadi Rum, Wadi Shab, dat werk. En logisch, want in de wijk komen ook wadi’s: groene greppels waarin regenwater wordt opgevangen. Het woord wadi is Arabisch. Niet zoveel aan de hand, zou je denken.

Of nou ja, het is Nederland in 2026. Dus omwonenden maakten bezwaar. De namen pasten niet bij het gebied, vonden ze. Ze misten de relatie met Bleiswijk. Dus krijgen de straten nu namen als Kolenschuitpad, Westlanderstraat en Tuindersvlet. Alsof de Nederlandse identiteit alleen nog veilig is wanneer je bij het bezorgen van een pakketje het gevoel krijgt dat je door het Openluchtmuseum loopt.

Dit is geen groot geweld. Er staan geen fakkels voor een gemeentehuis. Er wordt geen zwaar vuurwerk gegooid bij een informatieavond over een AZC. Er worden geen raadsleden bedreigd omdat ergens mensen moeten worden opgevangen die hun land zijn ontvlucht. Dat is de harde variant: intolerantie als intimidatie, als straatterreur, als politiek drukmiddel. Daar zien we in Nederland inmiddels óók genoeg voorbeelden van.

Bleiswijk is kleiner. Nette intolerantie. Procedurele intolerantie. Het bezwaarformulier als hooivork. Geen Arabische woorden in de straat, want dat voelt niet eigen. Niet omdat iemand er écht last van heeft. Niet omdat een straatnaam schade veroorzaakt. Alleen omdat een stukje taal uit een ander deel van de wereld kennelijk al genoeg is om de plaatselijke cultuurpaniek aan te zetten.

Foto: Xavi Cabrera on Unsplash

VVD-realisme: beleid vermomd als natuurwet

De VVD heeft op haar partijcongres weer eens ontdekt dat ondernemers de oplossing zijn, vakbonden lastig doen en links de economie vooral in de weg loopt. Dilan Yeşilgöz en Ruben Brekelmans richtten zich tot vakbonden en linkse partijen: zij moesten “meedenken” en de economische groei vooral niet “tegenwerken”. Ook moest de sociale zekerheid op de schop, anders zou die onbetaalbaar worden.

Daarna kwam de zin die het hele VVD-denken in één keurige vitrinekast zette: “Het grootste verschil tussen links en rechts is: wij kijken naar de wereld hoe die is, niet hoe die had moeten zijn.”

Die formulering is bedoeld om nuchterheid te suggereren, alsof de VVD slechts constateert wat ieder verstandig mens allang zou moeten zien. In werkelijkheid worden politieke keuzes voorgesteld als feiten waar niemand onderuit kan. Lage lonen, uitgeklede sociale zekerheid, belastingvoordelen voor bedrijven en een economie die vooral om aandeelhoudersvertrouwen draait, verschijnen zo als onvermijdelijke randvoorwaarden. Je kunt er boos over worden, je kunt er idealistisch over doen, je kunt met een bord op het Malieveld gaan staan, alleen verandert dat volgens de VVD niets aan de werkelijkheid.

Het is vooral handig: wie de eigen ideologie natuurwet noemt, hoeft die ook niet meer te verdedigen.

Foto: Edu Raw on Pexels

Elon Musk: De biljonair, democratie en de armste vier miljard

Elon Musk is na de beursgang van SpaceX waarschijnlijk de eerste biljonair ter wereld geworden. Zijn vermogen zou door de notering boven de 1,1 biljoen dollar uitkomen, vooral door zijn belang in SpaceX. Het bedrijf haalde bij de beursgang 75 miljard dollar op en wordt nu gewaardeerd rond de 1,77 biljoen dollar. Ja, biljoen. Duizend miljard. Een miljoen miljoen. De Washington Post omschreef Musks nieuwe status terecht als rijkdom “op papier”, want het grootste deel van dat vermogen bestaat uit aandelenwaarde, verwachtingen en marktprijs.

De meest kaakzakkende vergelijking komt van Oxfam. In 2024 had de armste 46 procent van de wereldbevolking, 3,8 miljard mensen, samen een nettovermogen van 890 miljard dollar, omgerekend naar prijzen van januari 2026. Bij een vermogen van 1 biljoen dollar bezit Musk dus meer dan bijna de helft van de mensheid samen. Eén man boven bijna vier miljard mensen. Eén beursnotering boven het gezamenlijke bezit van complete continenten aan armen, schuldenaren, huurders, flexwerkers, landlozen en mensen die vooral worden meegeteld wanneer economen een grafiek over armoede nodig hebben.

De beursgang van SpaceX gaat daarmee minder over ruimtevaart dan over een economie waarin fictieve waardering echte macht produceert. Musks biljoen ligt nergens in een kluis. Het is geen stapel geld die hij morgen zonder gevolgen kan opnemen. Het bestaat grotendeels uit aandelen die alleen deze waarde houden zolang beleggers, banken, analisten, indexfondsen en markten blijven geloven dat SpaceX later nog meer waard wordt. De armste 3,8 miljard mensen leven met materiële tekorten.

Foto: Jannik on Unsplash

Het WK hoeft van de FIFA helemaal niet uitverkocht te zijn

Bij berichten over mogelijke lege stoelen tijdens het WK gaat de discussie meestal over de hoogte van de ticketprijzen. Die prijzen zijn hoog, en volgens de FIFA wordt de organisatie daartoe gedwongen. Dat weten we inmiddels wel. Interessanter is een andere vraag: wat als volle stadions simpelweg geen prioriteit zijn?

Dat klinkt misschien vreemd voor een sportorganisatie. Je zou verwachten dat het grootste voetbaltoernooi ter wereld er alles aan doet om iedere beschikbare stoel te vullen. Volle tribunes zorgen voor sfeer, betere televisiebeelden en een overtuigend bewijs dat het WK leeft onder supporters. Toch is dat alleen logisch als het doel daadwerkelijk een vol stadion is, en voor de FIFA hoeft dat niet zo te zijn.

Een organisatie die vooral naar inkomsten kijkt, hoeft niet iedere stoel te verkopen. Sterker nog, het kan financieel aantrekkelijker zijn om minder kaartjes te verkopen tegen hogere prijzen dan een stadion tegen lagere tarieven vol te krijgen. In dat model vormen lege stoelen geen probleem. Ze zijn een geaccepteerd neveneffect van een strategie die op maximale opbrengst is gericht.

Dat maakt de berichtgeving over onverkochte kaarten en woekerprijzen ook minder verrassend. Het grootste voetbaltoernooi ter wereld kampt niet met een tekort aan belangstelling. Het kampt met een tekort aan mensen die bereid of in staat zijn de gevraagde prijs te betalen. Dat zijn twee heel verschillende dingen.

Foto: SpaceX on Unsplash

SpaceX: Publieke raketten, private jackpot

Privatizing profits, socializing losses. De staat helpt bouwen, de markt mag applaudisseren, en zodra de waardering hoog genoeg is, schuift het risico door naar iedereen met een pensioenpot. Bij SpaceX wordt het principe tot het uiterste gerekt. Het bedrijf wil naar de beurs. Dat betekent dat een bedrijf dat jarenlang in private handen was, aandelen gaat aanbieden aan publieke beleggers. Voor vroege investeerders en insiders is een beursgang vaak het grote afrekenmoment: hun belang, opgebouwd in besloten kring, krijgt eindelijk een openbare prijs. SpaceX mikt op een beursgang waarbij het ten minste 75 miljard dollar wil ophalen, bij een waardering rond 1,75 biljoen dollar.

Bij SpaceX wringt dat extra. Het bedrijf is puur op zichzelf groot geworden. Het is groot geworden met publieke contracten, publieke infrastructuur, publieke afhankelijkheid en strategisch staatsbelang. NASA, defensie, vergunningen, lanceerlocaties, frequenties: de overheid staat overal in de machinekamer. Alleen verdwijnt die overheid uit beeld zodra de winst straks privaat verdeeld kan worden.

Een deel van de kritiek op de beursgang draait precies daarom. Deze prikt wel meteen een krankzinnig hoge prijs vast. Gewone beleggers en pensioenfondsen stappen straks via de index gedwongen in op dat niveau, en zodra de periode voorbij is waarin insiders nog niet mogen verkopen, kunnen zij en de vroege investeerders daar alsnog tegen uitstappen. En er speelt nog iets, gerelateerd aan die net genoemde index: aangepaste Nasdaq-regels. Vroeger moest een nieuw beursfonds normaal eerst een seasoning period doorlopen: maanden handelsgeschiedenis om prijs, liquiditeit en stabiliteit te laten ontstaan. Sinds 1 mei 2026 kan een extreem groot nieuw aandeel onder de fast-entryregel al na vijftien handelsdagen in de Nasdaq-100 belanden. En zodra zo’n aandeel in een grote index komt, moeten indexfondsen en passieve beleggingsproducten het volgen. Pensioengeld beweegt dan niet omdat SpaceX ineens een redelijke prijs heeft, maar omdat de index het zegt. En SpaceX zal direct het grootste fonds worden, en dus een significant deel van wat die fondsen moeten aankopen.

Tata had de vinger niet aan de Pols

Tata Steel dacht met Donald Pols een mooie groene laklaag binnen te halen: ex-Milieudefensie, en meteen directeur duurzaamheid én communicatie, zodat de giftige rookpluim voortaan netjes in een persbericht kon worden weggepoetst. Zijn eigen milieuclub nam per direct afstand van hem toen hij bij een van de grootste vervuilers van Nederland aanschoof, maar die groene geloofwaardigheid was natuurlijk het hele verkoopargument. De laklaag bladderde dus al vóór dag één. Een milieuactivist inhuren als luchtverfrisser voor de hoogovens, dat kan bijna niet goed gaan.

Foto: "Israel - Boycott, divest, sanction" by John Englart (Takver) is licensed under CC BY-SA 2.0

Israël: Sancties voor de figuranten

Wanneer een staat zich schuldig maakt aan mensenrechtenschendingen, bezetting of annexatie, richten sancties en diplomatieke druk zich doorgaans op die staat. Op de regering. Op de instituties die het beleid uitvoeren. Op de organisaties die ervoor zorgen dat het beleid iedere dag opnieuw werkelijkheid wordt.

Behalve bij Israël, een land dat bezig is een genocide te plegen. Daar krijgen we sancties tegen een paar kolonisten op de Westelijke Jordaanoever. Af en toe tegen een individuele minister. Soms tegen een specifieke organisatie. Alsof de bezetting en genocide het resultaat zijn van een verzameling losse incidenten. Alsof er geen regering bestaat die al decennia hetzelfde beleid voert.

Neem de kolonisten. Die worden vaak gepresenteerd als extremisten die de situatie verder op scherp zetten. Dat beeld heeft één groot probleem: kolonisten kunnen alleen bestaan en doen wat ze doen dankzij actieve steun van de Israëlische staat. Nederzettingen verschijnen niet spontaan. Er zijn wegen nodig, militaire bescherming, vergunningen, subsidies, juridische constructies, landonteigeningen en politieke dekking. Het leger bewaakt de nederzettingen. De overheid financiert infrastructuur. Rechters en ambtenaren leveren de juridische legitimatie.

De kolonist is geen uitzondering op het systeem. De kolonist ís het systeem. Sancties tegen hen zijn zinloos zolang er een regime zit dat maar al te graag meewerkt om die zo min mogelijk impact te laten hebben.

Foto: "Trump" by Cowgirl111 is licensed under CC BY-NC-SA 2.0

Weet iemand nog waar de VS mee bezig zijn?

De Verenigde Staten lijken de afgelopen maanden buitenlandse politiek te bedrijven alsof iemand halverwege een potje Risk telkens het bord omgooit. Eerst onderhandelingen met Iran. Dan signalen dat een deal “nog steeds mogelijk” is. Vervolgens weer aanvallen. Daarna opnieuw diplomatieke taal. Ondertussen stijgen olie- en gasprijzen zodra Washington besluit ergens een raket op af te sturen.

Wie probeert hier eigenlijk nog een lijn in te ontdekken?

Het klassieke beeld van de VS was ooit dat van een cynische, imperialistische grootmacht met tenminste een strategische doctrine. Die doctrine kon verwerpelijk zijn, desastreus zelfs, denk aan Irak, Vietnam of talloze staatsgrepen, alleen er zat doorgaans een herkenbare logica achter. Bondgenoten werden beschermd, vijanden – echte of bedachte – geïsoleerd, markten bewaakt, invloedssferen afgebakend. De wereld wist ongeveer waar Washington stond, ook wanneer dat standpunt neerkwam op: wij bepalen de regels.

Dat beeld valt inmiddels hard uit elkaar. Onder Trump is buitenlandse politiek steeds meer gaan lijken op een reeks losse impulsen, gestuurd door verkiezingsdruk, mediacycli, persoonlijke profilering en de behoefte om voortdurend kracht uit te stralen. Onderhandelingen ogen als tijdelijke tussenstations. Diplomatie functioneert vooral als decor tussen escalaties door. Zelfs eigen ministers lijken geregeld pas via de televisie te ontdekken welke koers Trump die ochtend heeft gekozen. Bondgenoten inlichten lijkt optioneel geworden, ook wanneer besluiten hen direct raken of wanneer tegelijk verwacht wordt dat ze loyaal meebewegen.

Foto: NASA, publiek domein

Artemis II en de illusie dat uitleg nog helpt

Sommige mensen dachten dat de maanmissie Artemis II voor Flat Earthers een eyeopener zou worden. Vier astronauten vlogen rond de maan, verder van de aarde dan de mens ooit geweest is. De missie werd live gevolgd, onafhankelijk gemonitord en leverde een continue stroom aan beelden en data op. Toch veranderde het internet vrijwel direct in een realtime complotmachine.

Livestreams werden frame voor frame uitgeplozen op TikTok, Reddit, YouTube en X. Compressiefouten, reflecties en overlayproblemen veranderden binnen minuten in “bewijs” dat NASA alles in een studio had opgenomen. Een zwevend knuffelbeest in de Orion-capsule dat kort visuele artefacten vertoonde, groeide online uit tot vermeend greenscreenbewijs. Factcheckers moesten uitleggen dat het probleem ontstond in een tv-uitzending en niet in NASA’s originele beelden.  Ondertussen gingen AI-gegenereerde nepbeelden van Artemis II viraal, waarna dezelfde accounts die NASA beschuldigden die vervalsingen weer gebruikten als bewijs dat NASA met CGI werkt.

Dat maakt Flat Earth interessanter dan alleen een bizarre nichegemeenschap. De beweging functioneert steeds meer als een uitvergrote versie van bredere (internet)mechanismen: wantrouwen richting instituties, algoritmes die emotie belonen en online ecosystemen die complete alternatieve werkelijkheden bouwen rond identiteit en verontwaardiging.

Hetzelfde patroon zie je terug bij klimaatontkenning en radicale anti-immigratieprotesten. Niet een gebrek aan informatie vormt het probleem, maar een overdaad aan selectief gebruikte informatie. Voor vrijwel ieder onderwerp bestaat inmiddels een parallel circuit van influencers en complotters die uitleggen waarom officiële cijfers, wetenschappelijke conclusies of journalistieke verslaggeving verdacht zouden zijn.

Foto: WenPhotos on Pixabay

Polarisatie als probleem, onrecht als bijzaak

Er bestaat een heel genre aan schrijfsels waarin polarisatie wordt behandeld als een probleem van toon, empathie en sociale omgangsvormen. De conflicten zelf verdwijnen daarin naar de achtergrond. Deze column is daar een goed voorbeeld van. Het stuk presenteert zichzelf als een pleidooi voor nuance en het hervinden van ‘het echte gesprek’, maar schuift daardoor al snel van inhoud naar omgangsvormen, alsof maatschappelijke tegenstellingen vooral ontstaan doordat mensen niet aardig genoeg met elkaar praten.

Dat begint al in de openingsscène. De zoon die over Gaza begint wordt neergezet als emotioneel, absolutistisch en sociaal agressief: “Het zijn gewoon de feiten, en wie dat niet wil zien, die bestaat voor mij niet.” Opvallend genoeg is dat soort taal, en vooral dat dramatische “bestaat niet voor mij”, een positie die ik buiten columns als deze eigenlijk nooit tegenkom. Het voelt vooral toegevoegd om het standpunt radicaler en onredelijker te laten klinken. Daar tegenover staat een uitspraak die inmiddels juist overal te horen is: “Begin bij 7 oktober. Jullie laten je inpakken door Hamas-fakenieuws.” Toch behandelt de column beide reacties als equivalent bewijs van ontsporende polarisatie. Daarna positioneert de auteur zichzelf erboven, als degene die ziet hoe “beide kanten” ontsporen en reflecteert op zichzelf. Dat is een bekende journalistieke reflex: het redelijke midden claimen. Alleen is dat midden zelden neutraal.

Foto: Katie Moum on Unsplash

De ‘asielcrisis’ als electoraal businessmodel

De Nederlandse asielopvang functioneert inmiddels als een ellende-carrousel. Eerst wordt de structurele opvangcapaciteit afgebouwd, vertraagd of bewust krap gehouden. Vervolgens ontstaat er “plotseling” een crisis. Gemeenten raken overbelast, Ter Apel loopt vast, mensen slapen buiten, het COA moet in paniek noodopvang regelen, en de overheid betaalt vervolgens astronomische bedragen voor hotelkamers, cruiseschepen, sporthallen en commerciële tussenoplossingen. Daarna volgt politieke verontwaardiging over “de onbeheersbare instroom”.

Dat patroon is inmiddels zo consistent dat het moeilijk nog als falen alleen te zien valt. Het begint verdacht veel op een systeem te lijken.

Nederland weet namelijk vrij goed hoeveel opvangplekken er gemiddeld nodig zijn. Toch wordt opvangcapaciteit politiek en bestuurlijk nog steeds behandeld alsof ieder leeg bed een vorm van verspilling is die zo snel mogelijk moet verdwijnen. Iedere tijdelijke daling in bezetting leidt vrijwel onmiddellijk tot afschaling, sluiting of uitstel van investeringen. Asielmigratie fluctueert, alleen die fluctuaties zijn geen onbekend natuurverschijnsel. Toch wordt opvangcapaciteit keer op keer ingericht alsof iedere stijging uit de lucht komt vallen. Structurele locaties verdwijnen zodra de druk even afneemt, langetermijninvesteringen worden uitgesteld, gemeenten krijgen onvoldoende ondersteuning en spreidingsbeleid wordt politiek opgeblazen tot nationale crisis.

Het gevolg laat zich raden: zodra de aantallen weer stijgen, ontstaat er onmiddellijk schaarste. En schaarste kost geld. Heel veel geld.

Israël: De oorlog komt altijd thuis

Een samenleving die decennialang leeft met bezetting, permanente oorlog en het normaliseren van extreem geweld, houdt dat geweld zelden netjes binnen de grenzen van het slagveld. Dat geldt voor grootmachten, koloniale regimes en staten die zichzelf permanent in een existentiële oorlogstoestand plaatsen. Israël vormt daarop geen uitzondering.

Wie generaties lang leert dat geweld een legitiem antwoord is op politieke problemen, importeert uiteindelijk dat wereldbeeld in de eigen samenleving. De grens tussen “veiligheid” en militarisering vervaagt. De grens tussen burger en vijand eveneens. En zodra een staat burgers conditioneert om permanent in termen van dreiging, zuivering en vergelding te denken, blijft dat denken zelden beperkt tot Gaza, Libanon of de Westelijke Jordaanoever.

De Verenigde Staten zagen dat na Vietnam. Politiecorpsen werden in toenemende mate gevuld met veteranen die waren getraind voor oorlogssituaties, terwijl de bredere cultuur van “warfare policing” zich steeds verder ontwikkelde. De militarisering van de politie kreeg een enorme impuls. Protesten werden behandeld als opstanden. Wijken als vijandig gebied. Zelfs taal veranderde: agenten werden “warriors”, burgers “targets” of “threat environments”. Onderzoekers en historici beschrijven al jaren hoe militaire logica langzaam het civiele domein binnendrong.

Dat proces begon overigens al eerder, maar oorlogen als Vietnam versterkten het aanzienlijk. Amerikaanse politieadviseurs die actief waren geweest in Vietnam namen tactieken, denkwijzen en trainingsmodellen mee terug naar binnenlandse politiekorpsen. Sommige betrokkenen bij repressieve operaties in Vietnam doken later weer op binnen Amerikaanse veiligheidsstructuren.

The Late Show gestopt

De stekker is uit The Late Show, de show waar Stephen Colbert een niet aflatende stroom van in humor verpakte kritiek op de regering van Trump losliet. Officieel vanwege geld, dalende reclame-inkomsten en een veranderd medialandschap. Dat klinkt ook meteen een stuk netter dan: “de president werd er boos van”. CBS benadrukt uiteraard dat politiek er niets mee te maken heeft. Toevallig gebeurde het wel vlak nadat Colbert kritiek had op Paramounts schikking met Trump. Toevallig moest er ook nog een fusie langs toezichthouders, die in Trunmps zak zitten. Toevallig vierde Trump daarna publiekelijk feest. Heel veel toeval dus.

Foto: Jm Yan on Unsplash

Waanzin als beleid: de eeuwige herhaling van mislukt rechts beleid

“De definitie van waanzin is steeds hetzelfde doen en een ander resultaat verwachten.” Het citaat wordt vaak aan Einstein toegeschreven, ten onrechte. Maar de observatie blijft staan. Wie beleid analyseert dat al decennia wordt herhaald, ziet een patroon dat weinig met ratio te maken heeft en veel met ideologie.

Neem belastingverlaging voor bedrijven en vermogenden. Het verhaal is bekend: lagere lasten leiden tot meer investeringen, hogere lonen en uiteindelijk brede welvaart. De praktijk vertelt een ander verhaal. Sinds de jaren tachtig zijn in vrijwel alle westerse landen de hoogste tarieven structureel verlaagd. De investeringen bleven achter, de lonen vlakten af, de vermogensongelijkheid groeide. Trickle-down bleef wat het altijd was: een belofte.

Deregulering van financiële markten volgt dezelfde logica. Minder regels zouden innovatie en efficiëntie brengen. Wat volgde was een reeks crises, met 2008 als dieptepunt. Banken namen risico’s die uiteindelijk publiek werden afgewenteld. De reactie: tijdelijke aanscherping, gevolgd door versoepeling zodra de druk wegviel. De cyclus herhaalt zich, met dezelfde argumenten.

Hetzelfde geldt voor flexibilisering van de arbeidsmarkt, gepresenteerd als motor van dynamiek en werkgelegenheid. Wat ontstond is een groeiende groep werkenden zonder zekerheid, met lagere inkomens en zonder onderhandelingsmacht. De beloofde doorstroom naar vaste banen blijft uit. Het antwoord op deze uitkomst is opvallend genoeg: meer flexibilisering. Alsof de vorige ronde slechts half af was.

Foto: Amy Syiek on Unsplash

Piratenstaat Israël, en Nederland blijft stil

Israël enterde opnieuw schepen in internationale wateren. Ditmaal ging het om de Global Sumud Flotilla, een vloot met activisten en hulpgoederen op weg naar Gaza, waaronder ook Nederlandse opvarenden. De onderschepping gebeurde honderden kilometers van Gaza vandaan, nabij Cyprus en Kreta.

Dat laatste is juridisch relevant. Een staat mag namelijk niet willekeurig schepen op volle zee enteren. Israël beroept zich al jaren op de blokkade van Gaza. In het internationaal oorlogsrecht bestaat inderdaad een beperkte mogelijkheid om een maritieme blokkade af te dwingen buiten territoriale wateren. Alleen zit daar een cruciale voorwaarde aan: die blokkade moet zelf rechtmatig zijn.

Update: De extreem-rechtse minister Ben-Gevir heeft op social media beelden gedeeld van de behandeling (lees: mishandeling) van de activisten. Ondertussen geeft onze minister van Buitenlandse Zaken oorlogsmisdadiger Netanyahu een complimentje. Inmiddels is de Israëlische ambassadeur wel ontboden, maar pas nadat bleek dat de activisten werden mishandeld.

Tot een paar jaar geleden hield dat juridische en diplomatieke verhaal ook nog soort van stand. Alleen vooral omdat Israël voor het Westen nu eenmaal een bondgenoot is. Bondgenoten krijgen traditioneel meer ruimte binnen het internationale recht, zeker wanneer hun tegenstanders gemakkelijk als terroristen of schurkenstaten kunnen worden weggezet. Zolang de humanitaire gevolgen nog enigszins abstract bleven en westerse regeringen bereid waren weg te kijken, konden veel van Israëls acties nog worden verpakt als harde maar legitieme veiligheidspolitiek.

Foto: Frank Okay on Unsplash

De NPO moet juist uit botsende belangen bestaan

Volgens de commissie-Lenferink heeft de NPO te veel kapiteins, te veel deelbelangen en een te complexe structuur. Omroepen werken langs elkaar heen, bestuurders trekken aan hun eigen belang, sociale onveiligheid wordt onvoldoende aangepakt en de werkwijze van Ongehoord Nederland tast volgens de commissie de betrouwbaarheid van de publieke omroep aan.

En daar zit een interessante spanning. Want vrijwel alles wat het rapport beschrijft als bestuurlijk probleem, was ooit juist onderdeel van het ontwerp. De Nederlandse publieke omroep is historisch gebouwd als een gecontroleerde chaos van botsende belangen, stromingen, ideologieën en maatschappelijke zuilen. Katholieken, protestanten, socialisten, liberalen, jongerenomroepen, religieuze clubs, regionale geluiden en experimentele makers moesten allemaal een plek krijgen binnen hetzelfde publieke bestel. Juist omdat men wist dat media nooit neutraal zijn.

Dat systeem levert vanzelf frictie op. Omroepen concurreren met elkaar. Bestuurders trekken aan hun eigen belangen. Journalisten botsen over normen, toon en inhoud. Sommige clubs gedragen zich irritant, opportunistisch of activistisch. Dat hoort bijna onvermijdelijk bij een bestel dat pluriformiteit serieus neemt.

Het probleem is alleen dat pluriformiteit slecht past binnen modern rendementsdenken. De afgelopen jaren werd de NPO steeds sterker afgerekend op efficiency, bereik, bestuurbaarheid en meetbare “publieke waarde”. En precies daardoor leest het rapport ook minder als een neutrale analyse, en meer als de bestuurlijke opmaat voor een volgende centralisatieslag en bezuinigingsronde. Eerst wordt vastgesteld dat het bestel versnipperd, inefficiënt en vol conflicten is. Daarna volgt vanzelf de conclusie dat er meer centrale regie nodig is.

Foto: Markus Spiske on Unsplash

Haatzaaien en OM: Nog een uitzondering?

Eerder deze week schreven we al over het besluit van het OM om Geert Wilders niet te vervolgen vanwege een racistische campagneafbeelding. De kern daarvan was simpel: racisme lijkt in Nederland steeds minder strafbaar zodra het een politiek nut dient. Politieke context fungeert steeds vaker als beschermlaag waarachter uitspraken verdwijnen die buiten de Haagse arena grote problemen zouden opleveren.

De aangifte tegen PVV-Kamerlid Gidi Markuszower legt daar nu een veel ernstiger vraag naast. Markuszower stelde dat Palestijnen “misschien met nog meer geweld dan waar ze vandaan komen” tegengehouden moeten worden, en wat hem betreft in Gaza mogen “verpieteren”. Dat is geen abstract frame meer, geen “kritiek op immigratie”, geen debat over integratie of grenzen. Hier komt expliciet geweld in beeld. Niet als verspreking, maar als politiek taalgebruik richting een compleet volk.

En precies daarom zou niet-vervolgen hier een fundamenteel kantelpunt zijn.

Het Nederlandse recht kent bewust hoge drempels rond politieke uitingen. Alleen bestaat die bescherming uiteindelijk bij de gratie van één impliciete grens: dat politici geen vrijbrief krijgen om groepen structureel te ontmenselijken of geweld tegen hen te legitimeren. Als zelfs dit juridisch irrelevant blijkt zodra een Kamerlid het zegt, blijft er inhoudelijk nauwelijks nog een grens over.

Foto: MVStudio on Pixabay

Odido: ’transparantie’ als mistmachine

De afgelopen maand wordt het een na het andere datalek bekend. Ikzelf ben er van minstens één medeslachtoffer: dat van Odido. Klanten ontvingen deze week een uitgebreide mail over de cyberaanval door ShinyHunters. De toon is warm, persoonlijk en ernstig. In de eerste paragraaf wordt gezegd dat ze me graag “persoonlijk willen meenemen in wat er is gebeurd, wat we hebben geleerd en wat we precies gaan doen (en al doen) om verder te gaan”. Maar er wordt uiteindelijk zo goed als niets in de mail en de video gezegd.

Het bericht bestaat grotendeels uit zinnen die tegelijk professioneel klinken en vrijwel niets betekenen. Odido “blijft investeren in beveiliging”. Odido “blijft open over wat we leren”. Odido “blijft extra ondersteuning bieden”. Alles blijft, ook al was dat wat blijft in het verleden duidelijk geen garantie. Dus wat wordt er precies geleerd? Hoe helpt die extra ondersteuning ons tegen het al gebeurde datalek? Wat er concreet misging blijft opmerkelijk vaag. Wat er precies gedaan wordt om het in de toekomst te voorkomen ontbreekt grotendeels of is zo vaag dat het alles kan betekenen.

Dat is ergens indrukwekkend. Een telecombedrijf weet een complete mail over een enorm beveiligingsincident te schrijven zonder daadwerkelijk uit te leggen welke beveiliging faalde, welke systemen kwetsbaar waren, welke keuzes verkeerd uitpakten of welke structurele maatregelen nu zijn genomen. Het woord “transparantie” valt meerdere keren, terwijl de tekst zelf vooral uit abstracte mist bestaat.

Foto: Markus Spiske on Unsplash

Het OM vs Wilders: tja, het is maar hoe je kijkt

Het Openbaar Ministerie heeft eindelijk duidelijkheid gegeven over de Wilders-afbeelding met de blonde “PVV”-vrouw tegenover de nors kijkende vrouw met hoofddoek: geen vervolging. Want volgens het OM is de afbeelding “voor verschillende uitleg vatbaar”.

Daarmee heeft het OM vooral iets anders duidelijk gemaakt: racisme wordt in Nederland blijkbaar vooral strafbaar geacht zolang het buiten de politiek plaatsvindt. Zodra discriminatoire beeldtaal onderdeel wordt van een electorale strategie, verandert zij juridisch in “maatschappelijk debat”, “politieke context” of “verschillende interpretaties”. Precies op de plek waar racisme historisch het krachtigst functioneert, namelijk als politiek mobilisatie-instrument, brengt de rechtsstaat plotseling uitzonderlijk veel begrip op.

Politieke uitingen krijgen altijd al meer ruimte dan gewone publieke communicatie. Dat principe bestaat om scherpe oppositie, provocatie en fundamentele kritiek mogelijk te maken. Maar de grens van wat onder die noemer nog acceptabel is, schuift hiermee steeds verder op. Het probleem van deze beslissing is dan ook niet dat Wilders wegkomt met één specifieke afbeelding. Het probleem is dat politieke context tegenwoordig fungeert als vrijbrief voor beeldtaal die in elke andere omgeving direct als stigmatiserend en racistisch gemotiveerd zou worden herkend.

Vanaf nu bestaat discriminatie in de politiek blijkbaar pas wanneer iemand er letterlijk “ik discrimineer nu” onder zet in Comic Sans, ondertekend met naam en datum. Iedere andere vorm van beeldtaal zweeft voortaan in een semantische mistbank waarin alles tegelijk propaganda, satire, politieke analyse en misschien gewoon een gezellig moodboard kan zijn.

Volgende