Paraguay | Carving Up The Chaco
Paraguay is hip. Paraguay is hot. Telegraaf journalist Rob Muntz specialiseert zich er momenteel in hoeren en hakenkruizen (note to Robbie: niet vergeten die hepatitus B herhalingsprik). Hier op Sargasso beloofde ik u na mijn bezoek aan de Mennonieten een volgend fotoverslag met: “verstoppertje spelen met uncontacted tribes, geesten oproepen uit een vergeten oorlog en olie zoeken aan het Einde van de Wereld”. Uiteraard heb ik gewacht op een juiste aanleiding en die diende zich aan toen de geïsoleerd levende Ayorero stam in het nieuws kwam. Ze waren hun leefgebied ontvlucht voor de bulldozers van Braziliaanse kapbedrijven. De Ayorero indianen worden de laatste ongecontacteerde stam buiten de Amazone genoemd. Ze leven in de Chaco: de uitgestrekte dun bevolkte Noordwest punt van Paraguay die momenteel ten prooi valt aan de expansiedrift van veeboeren en houtkappers. Ikzelf stond op een paar kilometer van een tijdelijk kampement van de Ayorero’s, alleen kwam ik daar pas later achter…

De Chaco begint even buiten Asuncion en is daar nog een relatief vochtig ecosysteem met palmen, poeltjes en weiden.

Maar voorbij Mennonietenhoofstad Filadelfia wordt het klimaat droger en heter. De Chaco Seco begint. Het gebied is zo plat als een pannenkoek en er staan uitgestrekte bossen van hardhouten quebracho blanco / colorado, palo borracho (die water opslaat in de stam), cactussen en doornige struiken. Tijdens mijn bezoek was het een fris lenteweertje van 42 graden, maar het kan er in de zomer nog veel heter worden.

Slechts een paar wegen doorkruizen de Chaco Seco, dit is de oude weg naar Bolivia. Hallicunerend: als je achterin in een pickup urenlang alleen maar dit ziet.

Dit is het gebied van waar jaguars op tapirs jagen. Terwijl de jaguar in Latijns-Amerika gemiddeld zo’n 75 kg wordt is de Chaco jaguar een stuk groter: 120 kg. Hij laat zich de vette tapirs klaarblijkelijk goed smaken.

Ondanks de droogte en de hitte wemelt het er van het leven. Tegen zonsondergang landen duizenden miniscule stingless bees op je oogleden om het vocht op te likken. Zodra de zon onder is kruipen de Chaco bewoners uit hun holen…
Een jonge tarantula steekt de weg over.
Viscacha’s spelen bij hun holen.

Na een regenbui beproefde deze waterschorpioen zijn geluk elders al borstscrawlend door het zand.

Maar als je denkt dat je hier geen last van de beschaving hebt dan heb je het mis. Zelfs aan het Einde van de Wereld werden we geconfronteerd met Peakoil. Dwars door een beschermd natuurgebied had een oliemaatschappij exploratielijnen getrokken opzoek naar olie in de grond.

Een bulldozer met daarop een zwaar metalen rek duwt alle bomen en struiken omver. Waarom? Gewoon omdat het kan! Niet alleen doorsnijden ze hiermee een uniek ecosysteem (ja je kan er echt van gaan houden ondanks die kriebelige foto’s van hierboven). Maar ze verwoesten ook het leefgebied van de Ayorero indianen. Zie hier het videoverslag van een Ayorero indiaan die tien jaar geleden een bulldozer aanviel. De aanleg van een weg is vaak het begin van het einde want via een weg komen stropers en boeren het gebied binnen en start ‘de ontwikkeling’.

De vermeende aanwezigheid van aardolie in de Chaco was reden voor Bolivia om in 1932 Paraguay binnen te vallen. De Chaco War die volgde was een loodzware oorlog zonder duidelijke overwinnaar (Youtube Tribute). Dorst was de grootste vijand van beide legers. De indianen in de Chaco waren zonder twijfel de grootste verliezer. Ze werden door beiden legers gezien als spionnen van de andere partij en genadeloos abgeknallt. Vijfenenzeventig jaar later liggen de olievaten t.b.v. de legervoertuigen nog steeds te roesten.

Nu wordt de Chaco voornamelijk bedreigd door veeboeren die de natuur gestaag omzetten in hoekige velden. De hardwerkende Mennonieten hebben een kapitaalkrachtige Boerenleenbank opgebouwd die nu grif strooit met investeringskredieten om de Chaco te ontginnen. Zonder tegenmaatregelen is deze klus binnen vijftien jaar geklaard en is er zo goed als geen natuurlijke Chaco meer.
Grotere kaart weergeven
Google Earth toont het Malevich-Mondriaanachtige patroon dat de veeboeren scheppen.
Terug in Asuncion hoorden we dat er op een van de dagen dat wij in het gebied waren er een rooksignaal was gezien vanuit een vliegtuigje. De Ayarero krijgers waren waarschijnlijk twee kilometer van ons verwijderd geweest. Wij hebben ze niet gezien, maar het is net als met de jaguar: voordat je die ziet heeft hij jou al veel vaker gezien…



