Dit weekend pakte Trouw uit met een groot interview met Diederik Stapel. Stapel is terug. Hij heeft nu ‘vijf, zes keer sorry gezegd’, zijn doctorstitel en salaris ingeleverd, hij heeft geestelijk aan de grond gezeten en hij is veroordeeld voor een taakstraf van 120 uur. Op een gegeven moment is het klaar. Daarbij komt dat er gewoon brood op de plank komen voor Stapel en zijn gezin. Dus wil Stapel weer aan het werk: lezingen geven, strategisch advies, coachend chauffeuren (‘zinrit’), de theaters in met Anton Dautzenberg. Natuurlijk, Stapel verdient net als iedereen een tweede kans en hij verdient het ook om geld te verdienen. Maar dan moet hij ook echt afstand doen van zijn vorige, frauduleuze zelf en niet moeten willen profiteren van diens bekendheid.
De recensie in NRC Handelsblad van Stapel’s boek Ontsporing sluit af met de zin: ‘Diederik Stapel blijkt een man die niet alleen zijn onderzoeken, maar ook zichzelf steeds weer moet verzinnen.’ Zichzelf opnieuw verzinnen betekent in Stapel’s geval: ergens anders opnieuw een hoofdrol spelen, opnieuw gezien en gehoord worden, schitteren op een nieuw podium.
Stapel heeft natuurlijk toegang tot dat nieuwe podium, omdat hij een fraudeur was. Stapel’s bekendheid is verworven over de rug van collega’s, promovendi en studenten, en niet te vergeten: de belastingbetaler. Het is kapitaal dat is opgebouwd uit brokstukken van carrières van (jonge) wetenschappers en de wetenschap in het algemeen. Stapel’s bekendheid is niet van hem en niet iets dat hij te gelde zou moeten willen maken.