De Amerikaanse kiezer heeft Trump en de Republikeinen een forse nederlaag bezorgd. Een dag later stegen de beurzen nog, maar donderdag sloeg de stemming om. De Nasdaq verloor 5,5 procent, waarbij vooral technologiebedrijven en chipfabrikanten zware klappen kregen.
De reden is veelzeggend. Beleggers vrezen dat de Democraten de vrijwel ongeremde groei van de AI-industrie gaan beperken. In Texas wil de nieuwgekozen Democratische gouverneur nieuwe datacenters voorlopig tegenhouden, totdat er fatsoenlijke regels zijn voor onder meer waterverbruik, energievoorziening en de belangen van omwonenden.
En daar hebben we het kapitalisme weer, dat bejubelde economische systeem dat volgens zijn aanhangers uiteindelijk voor iedereen het beste oplevert. Kennelijk zolang niemand de vrijheid van bedrijven aantast om hun eigen kosten op de samenleving af te wentelen.
Want de beurs kijkt wel degelijk naar de toekomst, alleen vooral naar de toekomstige winsten, of nou ja, waarbij toekomst vooral staat voor een zo kort mogelijke horizon. Wat een investering over een of twee jaar betekent voor de elektriciteitsrekening van huishoudens, de beschikbaarheid van water of het milieu, is van ondergeschikt belang. Pas wanneer die maatschappelijke kosten op de bedrijfsbalans dreigen te belanden, worden ze ineens een probleem.
De reactie van Wall Street legt daarmee wederom het failliet bloot van het sprookje dat winstmaximalisatie vanzelf het algemeen belang dient. Zodra democratisch gekozen bestuurders proberen dat algemeen belang daadwerkelijk te beschermen, zien beleggers hun rendement bedreigd.
Het kapitalisme zou iedereen rijker maken. Inmiddels lijkt zelfs de mogelijkheid dat burgers iets te zeggen krijgen over de gevolgen ervan al voldoende om honderden miljarden aan beurswaarde te verdampen.
Reacties (1)
De vrees van beleggers moet een andere zijn. Deze verkiezingsuitslag zag iedereen al maanden aankomen. De vrees was dus al in de koersen verdisconteerd.