Wat willen partijen doen aan ongelijkheid? Deel 2: inkomen

Het thema ongelijkheid kon in de afgelopen jaren op veel belangstelling rekenen. In aanloop naar de verkiezingen kijk ik wat partijen beloven te doen aan het verminderen van ongelijkheid. Deel 2: inkomen. In deel 2 van de serie kijk ik naar inkomensongelijkheid (zie deel 1 voor verantwoording). De bruto-inkomensongelijkheid is in de afgelopen decennia ‘drastisch toegenomen’, concludeert de WRR in 2014: ‘de laagste inkomens blijven over de 35 jaar grosso modo onveranderd, de hoogste inkomens stijgen met meer dan 60 procent.’ Vanwege herverdeling via belastingen en toeslagen blijft de inkomensongelijkheid in Nederland relatief laag. Leidse economen berekende dat tussen 1990 en 2000 ‘de ongelijkheid van primaire inkomens [is] toegenomen, maar die stijging is nagenoeg volledig afgevlakt door sociale uitkeringen en directe belastingen’. De WRR stelt echter dat de herverdelende werking van belastingen en premies is afgenomen, waardoor dus ook de netto-ongelijkheid toeneemt. De Leidse economen spreken echter tegen dat de rijken steeds rijker worden.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Foto: Thomas Geersing (cc)

Graaiende zorgbestuurders overgeleverd aan Brinkman en Gerbrands

ACHTERGROND - Zorgbestuurders stapten eerder dit jaar naar de rechter vanwege het aan banden leggen van de topinkomens in de publieke sector. Maar de rechter stelde hen in het ongelijk. Clara Mens geeft achtergrond bij de ‘graaiende zorgbestuurders.’

Wie er als topfunctionaris in de zorgsector warmpjes bijzit en dan toch durft te klagen bij de rechter over de per 1 januari 2013 in werking getreden Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (Wnt), loopt uiteraard het risico in de publieke opinie verketterd te worden. Dit artikel beoogt zeker geen sympathie te kweken voor de zorgbestuurders in kwestie. Integendeel. Wat deze bijdrage wel beoogt, is iets te vertellen over de achtergronden van het conflict dat recent voor € 816 aan salaris advocaat en € 575 aan griffierecht (gemeenschapsgeld?) door de voorzieningenrechter werd beslecht.

Commissie-Dijkstal

De discussie over topsalarissen in de publieke en semipublieke sector is niet nieuw. In haar rapport ‘Over dienen en verdienen’ uit april 2004 concludeerde de commissie-Dijkstal dat de salarisstructuur in de publieke sector (in dit geval vooral de ambtenarensector) oorspronkelijk gebaseerd was op de gedachte dat de minister, gezien zijn staatsrechtelijke positie en verantwoordelijkheden, het hoogste salaris behoort te hebben. Vervolgens constateerde zij dat die oorspronkelijke gedachte in de praktijk niet meer verwezenlijkt werd. Diverse topfunctionarissen verdienden aanzienlijk meer dan een minister. Daarbij was de commissie – die overigens breed was samengesteld met naast Dijkstal (VVD) ook Andrée van Es (GroenLinks), Jan Hendrikx (CDA) en Coen Teulings (PvdA) – van mening dat dit onder meer te wijten was aan een salarisachterstand bij ministers. Anders gezegd: het probleem was niet direct dat topfunctionarissen teveel verdienden, ministers verdienden gewoon te weinig. De commissie signaleerde een salarisachterstand van ongeveer 30% ten opzichte van rijksambtenaren. Mede gelet op het feit dat de ministerssalarissen volgens de commissie in internationaal perspectief sober waren, adviseerde zij de achterstand weg te werken, de ministers opslag te geven en aldus het uitgangspunt te herstellen dat het ministerssalaris vertrekpunt is voor het loongebouw van de publieke sector.

Foto: Newsphoto (cc)

Graaiende zorgbestuurders overgeleverd aan Spekman

ANALYSE - Topinkomens in de publieke sector worden aangepakt, ook in de zorg. Maar de belangengroep van zorgbestuurders laat het er niet bij zitten: die stapte naar de rechten.

[Deze post verscheen eerder op Publiekrecht & Politiek.]

Sinds begin dit jaar gelden wettelijke maatregelen tegen topinkomens in de publieke sector. Kort en goed: geen bestuurders die op onze kosten boven de Balkenende-norm zitten. Wie op dit moment meer graait, krijgt vier jaar respijt maar ziet zijn salaris dan toch echt afgebouwd naar waar een minister-president het mee moet doen. Tegen deze regels een procedure aanspannen ligt – zacht gezegd – publicitair gevoelig. Toch durfde de belangengroep van zorgbestuurders (NVZD) meteen bij de rechter aan te kloppen voor bescherming van hun preferente positie aan de staatsruif. Het recht belooft immers iedereen ‘het zijne’ te geven. Waarom dan niet ook als dat jaarlijks een paar ton gemeenschapsgeld is?

Dit soort zaken verloopt in Nederland over de band van artikel 1 Eerste Protocol bij het EVRM: het recht op eigendom. Dat begrip is ruim genoeg om ook aanspraken op toekomstig loon te omvatten, en je kunt natuurlijk niet zomaar eenzijdig iemands salaris halveren omdat de Socialistische Partij kwaad is. Wie zo’n procedure echt goed wil aanpakken, schakelt Barkhuysen als advocaat in. Maar die had de Staat reeds geadviseerd. Dus weken de zorgbestuurders uit naar De Gaay Fortman van Houthoff. Vandaag deed de voorzieningenrechter uitspraak: nul op het rekest.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Taryn (cc)

Feit of fabel: topinkomens

ACHTERGROND - 1 januari 2013 is de Wet Normering Topinkomens van kracht gegaan. Hiermee wordt een wettelijke grens gesteld aan inkomens van topfunctionarissen in publieke en semipublieke functies. Wat gaat er nu veranderen met de invoering van WNT?

Het idee om extreem hoge inkomens in de publieke en semipublieke sector aan banden te leggen is niet nieuw. We zijn al een aantal jaren bekend met de Balkenendenorm. Vooralsnog was de Balkenendenorm een vrijwillige norm, vanuit het idee dat bestuurders in publieke functies niet meer dan 130% van het ministersalaris zouden moeten verdienen. Met de komst van WNT is deze vrijwilligheid ten einde.

Al geruime tijd wordt er aandacht besteed aan de inkomens van topfunctionarissen in publieke en semipublieke sectoren. 1 januari 2006 trad de Wet Openbaarmaking uit Publieke middelen gefinancierde topinkomens (WOPT) in werking. Volgens deze wet moesten functionarissen die meer verdienen dan de WOPT-norm (het gemiddeld jaarinkomen van ministers) hun inkomen openbaar maken.

De Wet Normering Topinkomens (WNT) is de opvolger en vervanger van de WOPT. Met de komst van WNT moeten topinkomens niet alleen openbaar gemaakt worden, maar is er een wettelijke grens voor inkomens in publieke en semipublieke sectoren. Topfunctionarissen die teveel verdienen moeten het teveel verdiende geld terugbetalen. Opvallend detail is dat het terugbetaalde geld niet naar de instelling gaat waar de topfunctionaris werkzaam is, maar terecht komt bij de Staat.

Foto: Kort - illustratie Sargasso

KORT | Dé Bank en hét topinkomen

OPINIE - Het is 2013. Dat betekent dat ABN Amro in oktober van dit jaar z’n vijfjarige jubileum viert als staatsbank. Daar moest ik aan denken toen minister Plasterk recent vertelde over de salarissen in de publieke en semipublieke sector, die nu echt genormeerd gaan worden.

Semipublieke instellingen zoals woningbouwcorporaties zijn niet in handen van de staat, maar toch gaat de minister normering afdwingen. ABN Amro is wel in handen van de staat, volledig publiek bezit. Dat kan voor een consequente politicus maar één ding betekenen, namelijk dat ook de inkomens van de staatsbankiers onder deze norm gaan vallen.

Overigens zou ik één reden voor uitzondering kunnen verzinnen. Stel dat een bedrijf dat wordt overgenomen, slechts tijdelijk staatsbezit is. Dan zou het geforceerd zijn om voor die korte tijd een salarisverlaging af te dwingen. Maar nu er na vijf jaar nog geen uitzicht is op verzelfstandiging, kan niemand meer van een tijdelijke situatie spreken.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Zwitsers stemmen over topsalarissen

NIEUWS - De Zwitsers mogen vandaag in een referendum bepalen of de topsalarissen in het land drastisch worden verlaagd. De initiatiefnemers willen dat er een maximum wordt gesteld van 12 keer het minimumloon. Dat varieert in Zwitserland van 2200 tot 3200 euro, afhankelijk van het bedrijf waar iemand werkt.

Volgens peilingen zal een meerderheid tegen stemmen op advies van de regering opvolgen. De regering waarschuwt dat de belastinginkomsten zullen kelderen.

De topman van Nestlé heeft een jaarsalaris van 73 keer het minimumloon. De directeur van Crédit Suisse heeft een inkomen van 1812 keer het minimumloon. Dat komt neer op een jaarinkomen van 72 miljoen euro.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Buitenlanders schuldig aan stijging topinkomens

Monopoly (Foto: Flickr/DavidDmuir)

Afgelopen weekend was het weer raak: de topinkomens lagen onder vuur. De loonstijging in 2007 bedroeg een, je mag wel zeggen stevige, 23%. Daar is vast van alles over te zeggen en dat zal ongetwijfeld ook gebeuren. Veel belangrijker dan de jaarlijkse verandering is echter de langjarige trend. Met behulp van de speciale Volkskrant-site over de topsalarissen is op dat gebied interessante data beschikbaar, die na wat rekenwerk leiden tot een nog interessantere conclusie: het is vooral de schuld van de buitenlanders.

Beloningen voor buitenlanders stijgen harder
Waar gaat het om? Het blijkt dat tussen 1996 en 2006 de beloning van een bestuursvoorzitter van 0,82 naar 2,32 miljoen euro is gestegen. Er blijkt echter ook een groot verschil in beloning te bestaan tussen buitenlandse bestuursvoorzitters en Nederlandse bestuursvoorzitters en dat verschil groeit. Was het verschil in 1996 een kleine 21%, in 2006 verdient een buitenlandse voorzitter gemiddeld maar liefst 41% meer dan zijn Nederlandse collega. Die 41% verschil komt neer op 0,79 miljoen euro, ofwel bijna gelijk aan een gemiddeld voorzittersalaris van een decennium eerder. Daarnaast is ook het aandeel buitenlandse bestuurders sterk toegenomen: vormden zij in 1996 maar een kwart van de bestuurders, in 2006 was dat al bijna de helft. Een toenemend aandeel buitenlandse bestuurders, gecombineerd met een groeiend inkomensverschil tussen Nederlandse en buitenlandse bestuursvoorzitters betekent in ieder geval dat de inkomensstijging van de afgelopen jaren in sterke mate in buitenlandse zakken is verdwenen. Zeker als je dit even in een grafiekje (pdf) uitzet, zie je goed hoe sterk dit effect is.

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.

Lezen: Het wereldrijk van het Tweestromenland, door Daan Nijssen

In Het wereldrijk van het Tweestromenland beschrijft Daan Nijssen, die op Sargasso de reeks ‘Verloren Oudheid‘ verzorgde, de geschiedenis van Mesopotamië. Rond 670 v.Chr. hadden de Assyriërs een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen verenigd in een wereldrijk, met Mesopotamië als kernland. In 612 v.Chr. brachten de Babyloniërs en de Meden deze grootmacht ten val en kwam onder illustere koningen als Nebukadnessar en Nabonidus het Babylonische Rijk tot bloei.