Politiek-ambtelijke verhoudingen onder het minderheidskabinet-Jetten: worden ambtenaren politieker?

van Lars Brummel en Danique François Inleiding  Onder het kabinet-Schoof kwamen de verhoudingen tussen ministers en ambtenaren onder een vergrootglas te liggen. Op sommige departementen botsten bewindspersonen en bureaucratie met elkaar, wat leidde tot openlijke controverses en bestuurlijke problemen. [1] Met het aantreden van het kabinet-Jetten is een nieuwe politieke periode aangebroken, die door menig ambtenaar met opluchting is verwelkomd. Tegelijkertijd bevindt dit nieuwe minderheidskabinet – het eerste in Nederland sinds 1939 – zich in vrijwel onbekend vaarwater. In zijn beginweken bleek hoe lastig regeren zonder vaste meerderheid in beide Kamers kan zijn. Zo wist minister Sjoerdsma (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) met veel moeite steun van een meerderheid van de Tweede Kamer te krijgen voor zijn begroting, nadat zowel linkse als rechtse oppositiepartijen forse kritiek hadden op zijn plannen. [2] Dat het kabinet-Jetten geen meerderheid heeft in zowel de Tweede als Eerste Kamer, heeft niet alleen gevolgen voor bewindspersonen. Het heeft mogelijk ook consequenties voor ambtenaren. Wat betekent het minderheidskabinet voor de Nederlandse politiek-ambtelijke verhoudingen, nadat deze eerder onder het kabinet-Schoof op scherp zijn komen te staan? Bestuurbaarheid onder druk? Tijdens de formatie van het kabinet-Jetten klonk vaak het bezwaar dat een minderheidskabinet zou leiden tot meer politieke instabiliteit. Minderheidsregeringen hoeven echter niet per se instabieler te zijn dan meerderheidsregeringen. Een internationale vergelijkingsstudie naar bijna 500 kabinetten in 30 verschillende landen tussen 1977 en 2019 toonde aan dat minderheidskabinetten gemiddeld net zo lang bleven zitten als meerderheidskabinetten. [3] Hierbij horen ook belangrijke kanttekeningen. Minderheidskabinetten blijken vooral stabiel te zijn als zij vooraf formele en schriftelijke afspraken hebben gemaakt met andere partijen die hen alsnog de steun van een parlementaire meerderheid kunnen garanderen. Bij het ontbreken van zo’n constructie (zoals in het geval van het kabinet-Jetten) bleek een minderheidskabinet juist minder stabiel dan een meerderheidskabinet. Daarnaast brengt een tweekamerstelsel extra moeilijkheden met zich mee voor een minderheidskabinet. Een belangrijke uitdaging is dat plannen uit het coalitieakkoord niet vanzelfsprekend leunen op steun van meerderheden in beide Kamers. Bewindspersonen moeten nu voortdurend op zoek naar wisselende meerderheden. Volgens sommigen zou dit leiden tot een “permanente formatie”. Hoewel de verschillende kabinetten-Rutte meestal ook geen meerderheid hadden in de Eerste Kamer, is de situatie voor het kabinet-Jetten nog nijpender met slechts 66 zetels in de Tweede Kamer en 22 zetels in de Eerste Kamer. Hierbij komt dat de politieke samenstelling van de Eerste Kamer zeer verschilt van de Tweede Kamer, en dat deze verschillen na de Provinciale Statenverkiezingen van 2027 mogelijk nog groter kunnen zijn. Gevolgen voor ambtenaren: ligt verdere politisering op de loer? Met deze nieuwe uitdagingen voor bewindspersonen groeit de druk op ambtenaren mogelijk. De toegenomen politieke onvoorspelbaarheid kan ertoe leiden dat bewindspersonen hun grip op het ambtelijk apparaat willen vergroten, bijvoorbeeld door middel van meer politieke benoemingen op ministeries. Desondanks zijn er onder het kabinet-Jetten momenteel weinig aanwijzingen voor zogeheten formele politisering. Het aantal partijpolitieke adviseurs binnen de ministeries is vergelijkbaar met vorige kabinetsperiodes. Alleen minister Van den Brink (Asiel en Migratie) heeft als vicepremier gebruik gemaakt van zijn recht om niet één, maar twee politiek adviseurs aan te stellen. [4] Een verdere functionele politisering van het ambtelijk apparaat lijkt een reëler scenario. Bij functionele politisering draait het om hoe ‘het politieke’ een steeds grotere rol speelt in het gedrag en het werk van ambtenaren. Dat betekent niet automatisch dat ambtenaren meer betrokken zullen raken bij politieke onderhandelingen of bijvoorbeeld vaker in contact zullen treden met Kamerleden van oppositiepartijen. Functionele politisering kan ook betekenen dat ambtenaren in hun advisering aan bewindspersonen meer rekening zullen houden met de politieke haalbaarheid van beleidsvoorstellen en -alternatieven. Onder een minderheidskabinet moeten ambtenaren zich in hun ambtelijke adviezen niet alleen richten op de uitvoering van het coalitieakkoord, maar ook oog moeten hebben voor wisselende meerderheden in beide Kamers. Politieke sensitiviteit wordt voor ambtenaren zodoende nog belangrijker. Op deze manier kan onder het minderheidskabinet de zelfpolitisering van topambtenaren, zoals Erik-Jan van Dorp dit omschrijft, [5] verder toenemen. Ambtenaren zullen zich steeds meer verhouden tot wat er in de politiek speelt. Concreet kan dit ervoor zorgen dat ambtenaren verschillende terugvalopties aan de minister zullen meegeven, zoals uitgewerkte alternatieven die óf voor de linkerflank óf voor de rechterflank acceptabel zijn. Mogelijk zullen ambtenaren creatiever moeten zijn om tot haalbare beleidsadvisering te kunnen komen. Het zwaartepunt van de samenwerking tussen ambtenaren en bewindspersonen verschuift van de uitwerking van het coalitieakkoord naar het kunnen bieden van doordachte keuzeruimte aan een breder politiek publiek. Bewindspersonen zullen daarbij meer moeten vertrouwen op de creativiteit en sensitiviteit van hun ambtenaren. Het is de vraag of dit minderheidskabinet hiermee een nieuwe ontwikkeling in politiek-ambtelijke verhoudingen inluidt, of dat het een bestaande trend voortzet. Volgens de bestuurskundigen Van den Berg en Belloir is er immers al langer sprake van sterke functionele politisering onder Nederlandse topambtenaren. [6] Topambtenaren geven zelf ook aan dat politiek-strategisch inzicht belangrijker is voor hun positie dan inhoudelijke expertise of procedurele kennis. Ook onder het kabinet-Jetten zal de vraag naar politiek-strategisch inzicht van ambtenaren groot blijven. Waar het vorige kabinet-Schoof zich kenmerkte door groeiend ongemak en wantrouwen op verschillende ministeries, kan het huidige kabinet de samenwerking en het vertrouwen tussen ministers en ambtenaren mogelijk herstellen. Die relatieve rust betekent echter niet dat het ambtelijk werk minder politiek wordt. Juist een minderheidskabinet kent zijn eigen vorm van politieke onvoorspelbaarheid, met wisselende meerderheden en ad-hoc onderhandelingen. De politieke en strategische rol van ambtenaren wordt onder het kabinet-Jetten niet minder relevant, maar mogelijk nog belangrijker. Op die manier kunnen ambtenaren mogelijk toch politieker worden in de komende kabinetsperiode. Noten: [1] Yesilkagit, K. (2026). Tussen loyaliteit en tegenspraak: politiek-ambtelijke verhoudingen onder het kabinet-Schoof. In S. Otjes & J. Vervliet (Red.), Het experiment-Schoof: Beschouwingen over het kabinet-Schoof 2024–2026 (pp. 131–148). Montesquieu Instituut. [2] NOS (2026, 1 april). Minister Sjoerdsma van alle kanten onder vuur: ‘Eet van twee walletjes’. https://nos.nl/artikel/2608684-minister-sjoerdsma-van-alle-kanten-onder-vuur-eet-van-twee-walletjes [3] Krauss, S., & Thürk, M. (2022). Stability of minority governments and the role of support agreements. West European Politics45(4), 767-792. [4] Ministerie van Algemene Zaken. (2026, 13 maart). Beslisnota: Mededeling aan TK over aanstellingen PA’s. https://open.overheid.nl/documenten/1331a492-862f-4886-a180-d52a2403e249/file [5] Van Dorp, E. J. (2023). ‘The minister wants it’: self-politicisation and proxy politics among senior civil servants. Public Policy and Administration38(4), 424-444. [6] Van den Berg, C., & Belloir, A. (2022). Functionele politisering en politieke fragmentatie: Ontwikkelingen in de ambtelijke top in de periode 2007-2021. Bestuurskunde31(2), 13-24. Dit artikel verscheen eerder in De Hofvijver (een uitgave van het Montesquieu Instiuut) van 27 mei 2026. Lars Brummel is universitair docent aan het Instituut Bestuurskunde van de Universiteit Leiden. Danique François is promovenda aan het Instituut Bestuurskunde van de Universiteit Leiden. 

Door: Foto: Sargasso achtergrond wereldbol
Foto: Motor TruckRun on Pexels

Het fatbike-argument

COLUMN - Er zijn woorden die je kunt uitspreken zonder ooit te hoeven uitleggen wie je bedoelt. “Fatbike” is er zo een geworden. Ja, de SUV onder de fietsen geeft overlast, maar als ik mensen erover hoor is de opmerking ‘en het zijn altijd dezelfden die er op zitten’ vaak niet ver weg. Niet het object alleen is het probleem, maar ook wie er op zit. Het gaat over jongeren van niet-westerse komaf die te luid zijn, te zichtbaar, te ongegeneerd aanwezig in de openbare ruimte. Dat ze toevallig een fatbike besturen is vooral handig. Je kunt er een hele bevolkingsgroep mee aanspreken zonder die ooit te benoemen. Zo blijft het gesprek netjes. Of liever gezegd, sociaal geaccepteerd.

De kapperszaak als symptoom
De kapsalon is een ander dankbaar symbool. Niet omdat er te veel haar wordt geknipt, maar omdat sommige kapperszaken te veel op elkaar lijken, en er te veel van zijn. Ze hebben dezelfde neonletters, dezelfde open deuren, dezelfde klanten die te lang blijven hangen. De klacht luidt dan dat het straatbeeld verloederd raakt. Dat de buurt zijn karakter verliest. Alsof dat karakter ooit neutraal was.

Geluidsoverlast
Ook geluidsoverlast is een klassieker. Muziek die te hard staat, gesprekken die niet fluisterend verlopen, lachen dat te veel ruimte inneemt. Het probleem zijn niet alleen de decibellen, maar vaak vooral ook wie die produceert. Dat het geluid niet herkend wordt als eigen, op de momenten dat je het verwacht. Wie klaagt over herrie bedoelt vaak dat hij zich niet aangesproken voelt door de bron ervan. Dat het geen achtergrondruis is, maar een signaal dat iemand anders hier ook leeft. En dat is lastig, zeker als je gewend bent dat de stad zich aanpast aan jouw ritme en gebruiken.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Thomas Hawk (cc)

Sociaal werker mag wel wat onaangepaster zijn

COLUMN - door Toby Witte

Waar blijft de stem van de sociaal professional als het gaat om het gemeentelijk sociaal beleid? Is die stem er eigenlijk wel of wordt deze niet gehoord door wethouders en beleidsmakers?

Sociaal werk heeft altijd van doen met het beleid en de politiek-bestuurlijke ambities van gemeenten. Alleen dit al is een reden voor sociaal professionals zich kritisch te verhouden tot het gemeentelijke beleid, want bij de kwaliteit van het sociaal werk gaat het zowel om uitvoering van beleid als om het kritisch en ethisch kunnen reflecteren op hoe beleidsintenties praktisch uitpakken. Denk bijvoorbeeld aan de te hooggespannen beleidsambities en verwachtingen die gemeenten hebben van hun sociale wijkteams. Dat vraag om een weerwoord vanuit de praktijk.

In tegenstelling tot de jaren zestig, zeventig en tachtig van de 20ste eeuw waarin politisering, democratisering en zeggenschap (sociale actie) de nodige aandacht kregen in de opleidingen van de toenmalige sociale academies en sociaal professionals zichtbaar en hoorbaar meer beleidskritischer waren, zien we tegenwoordig dat de gedrevenheid van het sociaal werk op het terrein van politiek, beleid en bestuur in sterkte is afgezwakt of zelfs afwezig lijkt te zijn.

Dat is vreemd, want juist door de huidige decentralisaties op het gebied van jeugd, zorg en participatie bevindt het sociaal werk zich bij uitstek in een politiek geladen context. De ronkende retoriek vanuit ‘Den Haag’ over ‘minder overheid’, ‘nabijheid’ en ‘zelfredzaamheid’ staat in schril contrast met wat op lokaal niveau momenteel plaatsvindt.

http://www.youtube.com/watch?v=R9cNsK0s9WQ

Rechts betichten van fact free politics is hypocriet

Links verwijt politici als Wilders ‘feitenvrije politiek’ te bedrijven. De populisten beroepen zich immers niet op wetenschappe-lijke feiten, maar op de meningen van ’gewone mensen’. Socioloog Dick Pels zet vraagtekens achter deze kritiek. De notie ‘feitenvrije politiek’ is misleidend.

De politieke soap rond Sarah Palin deed Bill Clinton in 2010 verzuchten: ‘We may be entering a fact free period in politics’. In Nederland hekelden politici en columnisten de ‘feitenloze politiek’ van het kabinet-Rutte. Rob Wijnberg signaleerde bij Wilders een totale politisering van het debat: ‘er zijn geen feiten meer, er is slechts politiek’.

Lak aan de feiten

Ook aan recente voorbeelden geen gebrek. Wie heeft niet het ontluisterende You Tubefilmpje van Lilian Helder gezien als ‘PVV-Miep’ die niets snapt van statistiek. VVD-staatssecretaris Fred Teeven suggereerde op basis van een wetenschappelijk onderzoek dat er onder ´de bevolking´ een breed draagvlak was voor verplichte minimumstraffen na recidive. Precies zoals Teeven al ‘in de tram’ hoorde. Helaas liet het rapport juist zien dat Nederlanders over de gewenste strafmaat en strafkeuze radicaal van mening verschilden. Taakstraffen bleken bijvoorbeeld verrassend populair te zijn.

Het lijkt vanzelfsprekend en is verleidelijk om het rechtse kabinet, met name de gedoogpartner PVV, neer te zetten als ‘fact free politics’. Tegenover een regering die zich niets aantrekt van cijfers en feiten en regeert op basis van de onderbuik, zou de linkse waarheid schitteren. Links zou – in tegenstelling tot rechts – wel de feiten respecteren en zich baseren op toetsbare, empirische kennis.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.