Politieke partijen kunnen we echt niet missen

Als ze niet bestonden, zouden ze moeten worden uitgevonden. Politieke partijen zijn nodig om de politiek gaande te houden: een staatsbestel op democratische basis is niet wel denkbaar zonder vitale, goed functionerende partijen. Nog steeds niet. Dat schrijven Jan Schinkelshoek en Gerrit Voerman bij de start van een serie artikelen over de Nederlandse politieke partijen. Toegegeven: het is een boud vertrekpunt voor een zoektocht langs het Nederlandse partijwezen. Maar het kortstondige, mistroostige avontuur met het kabinet onder leiding van de – partijloze – premier Dick Schoof is misschien wel het beste bewijs voor die stelling. Het was een kabinet bestaande uit vier partijen waarvan er slechts eentje een gevestigde, zelfs doorgewinterde partij mocht heten: de VVD. De andere drie, PVV, NSC en BBB, zijn/waren gemankeerde, onvolgroeide partijen, partijen die zich op z’n best nog moesten bewijzen. Het bestond uit ministers en staatssecretarissen die voor een belangrijk, zelfs gezichtsbepalend deel, laten we zeggen, onervaren waren. Het werd geleid door een premier die geen wortels had in een politieke partij. En het had een regeringsprogramma dat meer een ruwe optelsom van loshangende en zelfs tegenstrijdige wensen en belangen was, geen uitwogen beleidsprogramma. Binnen het kabinet had men ook zelf kennelijk geen idee waar men aan begonnen was, wat men wilde en hoe het kon worden gerealiseerd. Waarschijnlijk – nieuwe boude stelling – heeft het ontbreken van een stevige partijpolitieke basis bijgedragen aan het voortijdig inzakken van die constructie. Nog steeds – zo’n 150 jaar na de opkomst van politieke partijen in Nederland – is een partij nodig. Nog steeds geldt ook in Nederland dat wat de Amerikaanse politicoloog Schattschneider in 1942 schreef: ‘The political parties created democracy and modern democracy is unthinkable save in terms of the parties.’ Je kunt niet zonder – om minstens drie redenen: 1. Om opvattingen, sentimenten en belangen, als schakel tussen samenleving en staat, te vertolken, heb je zoiets als een politieke partij nodig, een verzameling mensen die zich aaneensluiten om die meningen om te zetten in beleid. 2. Er moeten mensen worden geselecteerd, gerekruteerd en opgeleid om steun voor ideeën te mobiliseren, om die om te smeden tot een programma en vervolgens in praktijk te brengen – hetzij in de oppositie of in de regering. 3. Dat vergt vakmanschap, iets waarvoor partijen politieke leerscholen kunnen zijn. Je hebt, anders gezegd, politieke partijen nodig om te representeren, te opponeren en te regeren. Je hebt ze nodig om effectief beleid te kunnen voeren. Je moet weten wat je wilt, je moeten weten wat mogelijk is, je moet de krachten en competentie in huis hebben om het te kunnen uitvoeren. Dat vergt organisatie, politieke organisatie. Voor een democratie zonder politieke partijen bestaat geen reëel alternatief. Ja, op papier. In de jaren’30 werd gepleit voor een corporatistische staatsvorm, waarin (georganiseerde) belangengroepen het voor het zeggen hebben. Maar er zijn er maar weinigen die vandaag de dag voor zo’n experiment voelen. Je laat de publieke zaak niet kapen door verzamelde belangenbehartigers. De partijendemocratie – dat is waarmee we het moeten doen. Het heeft geen vaste vorm, Misschien kan het wordt verbeterd, via meer directe vormen van democratie, zoals een referendum. Maar dat is een ander verhaal. De kern – parlementaire zeggenschap via politieke partijen – staat niet ter discussie. Er is niks beters. Sommigen dromen van onafhankelijke, zelfbewuste, zelfs ‘soevereine’ volksvertegenwoordigers met een eigen mandaat, iets waarmee de parlementaire democratie in de negentiende eeuw begonnen is. In theorie klinkt dat aardig, maar in de praktijk blijkt dat een te hoog gegrepen ideaal. In Nederland zie je vanaf 1850 onafhankelijke Kamerleden steeds meer samenklonteren tot ‘Kamerclubs’ van liberale, conservatieve, katholieke of antirevolutionaire richting. En die Kamerleden laten zich maar al te graag steunen door buitenparlementaire organisaties, kiesverenigingen, om steun onder kiezers te mobiliseren. Het is dan nog maar een kleine stap naar aaneensluiting van die verenigingen tot een landelijke politieke partij – met een programma, met kandidatenlijsten, in de ene partij steeds meer dan in de andere geregisseerd vanuit een centraal bureau. Jarenlang hebben partijen het politieke toneel gedomineerd. Zeker vanaf 1918, toen na de afschaffing van de districtsgewijze verkiezing van de Tweede Kamer landelijk georganiseerde verkiezingen werden ingevoerd. In combinatie met de verzuiling – de organisatie van bevolkingsgroepen in min of meer vaste verbanden – konden zo de grote volkspartijen tot ver na de oorlog de toon zetten. Nog in 1989 bezetten de grote drie, PvdA, CDA en VVD, gezamenlijk 125 van de 150 parlementszetels. Vanaf de jaren ’90 is er in hoog tempo de klad in gekomen. Bij de verkiezingen van vorig jaar haalden diezelfde partijen niet meer dan 60 zetels – en dan is GroenLinks ook nog eens bij de PvdA geteld. Kiezers blijken minder ‘partijtrouw’. Een partij kan bij verkiezingen enorm schommelen. Vraag het de PvdA (2017), vraag het het CDA (2023), of NSC (2025). De winnaar van vandaag is de verliezer van morgen. En andersom. Politieke partijen zijn niet meer wat ze geweest zijn: bolwerken van gevestigde ideeën, belangen en levensbeschouwingen, gedragen door een soms compleet volksdeel. Minder dan voorheen kan men rekenen op een roestvast kader, geworteld in de partij, er bij wijze van spreken mee opgegroeid. Op het hoogtepunt van de verzuiling wisten de gevestigde partijen welk vlees ze in de kuip hadden. Daarvan is tegenwoordig minder sprake, wat partijen kwetsbaar maakt voor incidenten, zoals D66 overkomen is met nieuwkomer-uit-het-niets Nathalie van Berkel. Het is ook te zien bij het toenemend aantal afsplitsing van fracties in de Tweede en zelfs in de Eerste Kamer. Het dwingt tot een scherpere selectie van het ‘politieke personeel’, iets wat nog steeds onnatuurlijk aanvoelt. Over de oorzaken van die teloorgang van het klassieke partijwezen – individualisering, secularisering, deconfessionalisering, in combinatie met de opkomst van het populisme – zijn boekenkasten vol geschreven. Maar minstens zo belangrijk is het effect van die volatiliteit op partijen zelf: de bijna verlammende onzekerheid. Aan de top van alle partijen is men zich sterk bewust van de vele dreigingen. Men weet zich permanent in een onveilige omgeving te opereren. Regeren is helemaal een riskante business geworden. Bij D66 weten ze het: regeren is halveren; bij NSC weten ze: regeren is creperen. Soms kun je in de luwte van de oppositie een beetje opkalefateren, zoals het CDA na 2023 onder Bontenbal heeft laten zien. Maar garanties op terugkeer naar de glorieuze tijden van Lubbers zijn er voor de christendemocraten niet. Het regeringsavontuur kan, eerder dan verwacht, maar zo onder de guillotine eindigen. Die verlammende onzekerheden trekken hun sporen. Meer dan ooit proberen politieke partijen greep te krijgen op alles om hen heen. Boodschappen worden standaard geframed – ‘verkocht’ met behulp van spindoctors en allerlei marketingtechnieken. Een mediatraining is vast onderdeel van het repertoire, minstens zo belangrijk als een wetgevingscursus. De campagne is nog niet afgesloten, of de nieuwe start al. Kamerfracties worden gedisciplineerd. De fractiediscipline wordt, soms aangestuurd vanuit afdelingen voorlichting, zo aangesnoerd dat bijna niemand het aandurft buiten de pot te pissen – op straffe van uitsluiting. Alles is er zo op ingericht dat de partij naar buiten komt met een eenduidig, stevig verhaal. Je moet wel. Die geforceerde maskerade van onzekerheid wordt ook ‘afgedwongen’ door media. Veel meer dan vroeger (voor 1970) zijn kranten, radio en televisie zich onafhankelijker gaan opstellen. Sterker nog: men stelt er een professionele eer in het ‘de politiek’ zo lastig mogelijk te maken. In de wandelgangen regeert wantrouwen tussen wat ooit parlement en pers heette, zoals een paar jaar geleden nog eens is vastgesteld. Sociale media – ongebondener dan ooit – doen de rest. Die massieve mediadruk dwingt (ook) een politieke partij zich eendrachtig op te stellen – soms tot op het krampachtige af. Meer dan ooit op zichzelf teruggeworpen, staan in en rond het Binnenhof de partijen voor een nieuwe krachtproef. Met het aantreden van het kabinet-Jetten start het experiment van het minderheidskabinet. Dat is bijzonder voor Nederland. Al meer dan een eeuw is het land geregeerd door meer of minder stabiele coalities. Die werden vaak zo stevig in elkaar gezet tijdens langdurige en soms moeizame kabinetsformaties dat het bon ton werd te klagen over dichtgespijkerde regeerakkoorden. De regeringscombinatie-van-de-dag bepaalde de gang van zaken, de rest van de Kamer zat er min of meer voor spek en bonen bij. Dat beeld gaat kantelen. Het was – om preciezer te zijn – al aan het kantelen. Vanaf 2010 hebben de kabinetten onder leiding van Rutte moeten leren omgaan met een minderheidspositie in de Eerste Kamer. Ze hebben geitenpaadjes moeten zien te vinden om te overleven. Maar onder Jetten wordt het een serieuze opgave. Zijn coalitie van D66, VVD en CDA kan ook in de Tweede Kamer niet op een vaste meerderheid rekenen. Dat is een weloverwogen keus geweest. Maar omdat het kabinet structureel zo’n tien stemmen te kort komt, zal zo’n beetje over alles onderhandeld moeten worden. De regeringsperiode belooft zo een lange kabinetsformatie te worden. Hoe gaan partijen met die nieuwe verhoudingen om? Een regeringspartij zal zich niet meer onaandoenlijk, laat staan arrogant kunnen opstellen. En vanuit de oppositie kun je niet bij alles moord en brand schreeuwen. Dat vraagt om een andere politieke cultuur. Achter dat nieuwe tasten en zoeken gaan enkele lastige vragen schuil, vragen die te maken hebben met het profiel van de politieke partijen. Hoe redelijk wil je zijn? Hoeveel water doe je als regeringspartij bij de wijn? Laat je je als speelpop gebruiken? En wil je als officiële oppositiepartij zo meegaand zijn dat je ook een kabinet overeind houdt dat op sommige punten geheel tegen je opvattingen ingaat? Geldt dat ook als je zelf in de peilingen op winst staat? De politieke partijen moeten op zoek naar nieuwe rollen – en dat in een toestand die onzekerder, bedreigender en zelfs riskanter is. Het wordt tijd om ze het komende jaar een voor een langs te lopen: van links naar rechts. Uit: de Hofvijver van 23 februari 2026 Jan Schinkelshoek, oud – lid van de Tweede Kamer (CDA), was hoofdredacteur van de Haagsche Courant en campagneleider van Ruud Lubbers in de jaren ’80. Gerrit Voerman, emeritus hoogleraar Nederlandse politiek aan de Rijksuniversiteit Groningen, was directeur van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen. Samen starten zij een tour langs alle politieke partijen. Maandelijks doen ze verslag in De Hofvijver.

Forse toename van het aantal leden van politieke partijen in 2025

Het ledental van landelijke partijen is in 2025 met ruim 57.000 toegenomen tot 448.100 – een groei van 14,6%. Daarmee is de laatste piek in ledentallen, van 1982, overtroffen. Op dit moment is 3,3% van de kiesgerechtigde Nederlanders lid van een politieke partij; begin 2021 was dat nog 2,4%. Vrijwel alle in de Eerste en Tweede Kamer vertegenwoordigde partijen hebben in het afgelopen verkiezingsjaar meer leden mogen verwelkomen, zo blijkt uit de jaarlijkse opgaven aan het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (DNPP) van de Rijksuniversiteit Groningen

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: DALL·E-2023-10-27-21.59.12 Een groep diverse mensen van verschillende afkomsten en geslachten staan in een halve cirkel met boeken in hun handen

Verkiezingsprogramma’s over taal: NSC, BBB, Denk

ANALYSE - Marc van Oostendorp heeft de verkiezingsprogramma’s doorgeworsteld en zocht naar de standpunten over taal en literatuur. Het eerste artikel (met VVD, PVV, JA21 en FvD) verscheen ook bij Sargasso. Op zijn eigen webstek volgden analyses van de programma’s van CDA, CU, SGP (30 oktober), PvdA/GL, BIJ1, SP, PvdD (1 november), D66 en Volt (3 november) en gisteren sloot hij af met NSC, BBB en DENK, hieronder integraal overgenomen.

Tenzij er de komende tijd ineens nog een partij uit het niets als een komeet komt opklimmen. zijn we aan de laatste partijen in dit overzicht beland, die eerlijk gezegd weinig meer met elkaar gemeen hebben dan dat ze allemaal betrekkelijk laat waren met het formuleren van hun verkiezingsprogramma.

NSC

De partij van Pieter Omtzigt heeft de meest complete tekst over een regionaal taalbeleid – wat sowieso naast het Engels op de universiteit hét taalonderwerp is bij de huidige Tweede Kamerverkiezingen:

Regionale talen

Regionale identiteiten en culturen verdienen erkenning, waardering en bescherming. Hierover zijn concrete afspraken gemaakt in het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden en in het Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden. Deze afspraken moeten serieus worden nageleefd. We zetten hierbij in op bewustwording, zichtbaarheid en een stevige wettelijke verankering en naleving van de verdragen.

  • We houden ons aan de verplichtingen uit het Europees Handvest en het Kaderverdrag om in het onderwijs goed aandacht te besteden aan regionale geschiedenis, cultuur en taal, zoals het Fries, Nedersaksisch, Limburgs, Jiddisch en Sinti-Romanes.
  • Wij erkennen het belang van andere Europese (taal)minderheden en bevorderen de samenwerking tussen de verschillende taalregio’s.
  • Het Fries is een officiële taal in Nederland en moet in de Grondwet worden erkend. Dat geldt ook voor de Nederlandse taal zelf en voor de Nederlandse Gebarentaal.
  • Wij werken vanwege de relatie met de eilanden Aruba, Bonaire en Curaçao actief mee aan het verbeteren van de taalpositie van het Papiaments.
Foto: Logo's nieuwe politieke partijen TK Verkiezingen 2023

Wie van de acht – nieuwe partijen bij TK-verkiezingen 2023

De Tweede Kamer ging vorige week vrijdag met reces om de partijen in staat te stellen vol op verkiezingscampagne te gaan. Dat zal even onderbroken moeten worden want er zijn in de wereld wel verschrikkelijker dingen gaande dan de Tweede Kamerverkiezingen.

De SP en D66 hebben een spoeddebat aangevraagd over de stemonthouding die Nederland in de VN uitsprak over de resolutie die een humanitair staakt-het-vuren oproept. De Kamerleden moeten de komende week over de aanvraag van SP en D66 stemmen.

Geen nood: partijkopstukken schuiven ondertussen aan bij de tv-tafels, worden in landelijke dagbladen ondervraagd en bereiden zich voor op de komende verkiezingsdebatten op televisie. Allemaal ten dienste van de kiezer die zich natuurlijk goed wil informeren teneinde op 22 november een weloverwogen en verantwoorde keuze uit alle 26 partijen te maken.

Alle 26? Nee, een achttal partijen worden behoorlijk genegeerd. Niet alleen door de NOS, die ‘de 17 grootste partijen’ vlotjes uitlegt aan het publiek.  Daarmee wordt bedoeld de 17 partijen die nu in de Tweede Kamer zitten en meedoen aan de verkiezingen.

Maar er doen 26 partijen mee. De NOS laat 50PLUS buiten beschouwing. De partij had na de vorige verkiezingen wel een zetel, maar die werd ‘meegenomen’ door mevrouw Den Haan toen zij uit de partij stapte. Zij (i.c. de door haar opgerichte partij GOUD) doet niet mee aan de verkiezingen.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: Ed van Thijn foto Ron Kroon - Anefo, CC0, via Wikimedia Commons.

De profetie van Ed van Thijn

COLUMN - van Prof. Dr. Joop van den Berg

Meer dan een halve eeuw geleden leverde Ed van Thijn, toen nog aanstormend talent in de PvdA, een bijdrage aan een boek over partijvernieuwing die heel lang als profetisch is beschouwd. [1]

Gebruik makend van zijn ervaringen als student in Parijs zag hij hoe de naoorlogse Franse democratie niet bleek opgewassen tegen de dekolonisatie van Algerije. Van Thijn ging ervan uit dat een stabiele democratie zich kenmerkt door periodiek wisselende meerderheden van één partij of coalitie, zoals dat in Engeland het geval is en in de Verenigde Staten. ‘Penduledemocratie’ noemde hij dat beeldend. De Franse Vierde Republiek (1944–1958) zag er heel anders uit: dat was een volledig versplinterd geheel van partijen die als snippers van links naar rechts lagen uitgespreid. Zij was nauwelijks in staat een stabiele meerderheid te vormen die langer dan een jaar aan het bewind bleef. ‘Waaierdemocratie’ noemde Van Thijn dat.

Wat er in Frankrijk gebeurde: aan de uiteinden van de waaier groeiden uit ongenoegen partijen met extreme, antidemocratische opvattingen: links de communisten, rechts de aanhangers van de fascistoïde André Poujade. Die drukten het gematigde midden samen tot een steeds moeizamer opererend geheel van coalitie en oppositie, dat tot weinig in staat bleek. In 1958 werd deze niet meer functionerende Vierde Republiek vervangen door de presidentiële Vijfde Republiek van generaal De Gaulle. Daarin zag Van Thijn toen ondermijning van de democratie. Dat bleek later mee te vallen, maar rond 1960 was het optreden van De Gaulle toch een schrikbeeld voor de oprechte liefhebbers van de parlementaire democratie, Van Thijn voorop.

Foto: Sebastiaan ter Burg (cc)

Verkiezingen 2023 – overzichtelijke stembiljetten

Terwijl de gevestigde parlementaire orde de vakantierust ernstig verstoord ziet en flink aan de bak moet om verkiezingsprogramma’s en kandidatenlijsten te vullen, is het opvallend stil van de zijde van partijen die niet eerder een zetel wisten te bemachtigen.

Hebben zij de moed opgegeven? Zien we ze in november niet meer terug op de stembiljetten? En hebben er zich (nog?) geen gloednieuwe partijen aangemeld voor de verkiezingsstrijd? Wie wil heeft nog veertien dagen de tijd om een partijnaam te registreren.

Bij de Kiesraad zijn 51 partijen geregistreerd voor de Tweede Kamerverkiezingen. Zeventien daarvan zitten nu in de Tweede Kamer. Onder de 34 andere partijen zien we ‘oude bekenden’ als de Piratenpartij, Jezus Leeft en Partij voor de Republiek.

Henk Krol lijkt vergeten zijn registratie als ‘Lijst Henk Krol’ in te trekken. Hij wordt immers nummer 2 op de lijst van Wybren van Haga’s BVNL. Dus waarom nog een eigen partij in de lucht gehouden?

Ook de roemruchte Richard de Mos heeft de administratie niet op orde. Waarschijnlijk te druk gehad met rechtszaken en coalitieperikelen in de Haagse gemeenteraad. Hoe dan ook, zijn Code Oranje staat nog steeds geregistreerd bij de Kiesraad, ondanks dat hij in 2021 vorig jaar verkondigde dat Code Oranje de komende jaren landelijk geen rol meer speelt.
De Mos was voorlichter geworden van (hee, ook al!) Wybren van Haga’s BVNL en combineert dat met zijn raadslidmaatschap.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

ZZZ | Minister-president boven de partijen

In het kader van Zonnige Zomerse vergeZichten over mooie nieuwe progressieve idealen: pleidooi voor een minister-president die boven de partijen staat. Ofwel: een MP bij wie het landsbelang boven het partijbelang staat.

Het is niet ongebruikelijk dat een premier ook politiek leider van een partij is. In een land dat vaak wordt geregeerd door coalities van meer dan twee partijen, wordt de minister-president geacht ‘eerste onder zijn/haar gelijken te zijn’ en vooral als regisseur op te treden.

Hoe menselijk moeilijk het ook is, het zou mooi zijn als de leiders annex lijsttrekkers van partijen hun politieke programma terzijde kunnen schuiven zodra ze door de Koning tot minister-president zijn benoemd.

Maar wacht, dat is onmenselijk moeilijk. Krijgt iemand eindelijk de macht, dan zou zij/hij de idealen niet meer mogen praktiseren? Daar zou een normaal mens knettergek van worden.

Toch, juist in een land dat altijd door coalities wordt geregeerd, zou het handig zijn als tenminste één regeringsfunctionaris niet gebonden is aan partijpolitieke agenda’s om blikveld en handen vrij te hebben voor het grote geheel: het landsbelang.

Dan moeten we wel van wat vanzelfsprekendheden af, die in de loop der geschiedenis gewoonterechtelijk bestuurscultuur zijn geworden. Namelijk dat de grootste partij bij verkiezingen ook de minister-president levert. Slechts drie keer werd de ’winnaar’ buiten de formatie en kabinet gehouden en werd dus niet in staat gesteld de premier te leveren. Dat overkwam de PvdA in 1971, 1977 en 1982.

Foto: Jesterhat84, CC BY-SA 3.0. Departement van Justitie in Den Haag, via Wikimedia Commons.

Groeien vertegenwoordigen en verantwoordelijkheid nemen uit elkaar?

ANALYSE - een gastbijdrage van Simon Otjes, eerder verschenen bij Stuk Rood Vlees

Er is in Nederland al twee jaar een discussie bezig over een nieuwe bestuurscultuur. Dat lijkt te gaan over de manier waarop Mark Rutte het land bestuurt. Echter, als je langer kijkt naar de elementen van die bestuurscultuur dan valt op dat deze verder teruggaan. Bovendien is verzet tegen de Nederlandse bestuurscultuur al eerder opgekomen.

In een recente podcast Het Spel en de Macht spreek ik hierover met bestuurskundige Caelesta Braun en student journalistiek Arend Viëtor. Het is de laatste in een reeks over de Nederlandse bestuurscultuur. Als we die langere lijnen volgen dat valt op dat het verschil tussen toen en nu is dat electorale positie van partijen die volgens de regels van het spel politiek bedrijven zwakker is dan in het verleden. Partijen die het primair als hun rol zien om onvrede te vertegenwoordigen sterker zijn geworden.

De Regels van Lijphart

De regels van het spel zijn eigenlijk opvallend constant in de afgelopen 70 jaar. De regels die politicoloog Arend Lijphart in 1968 formuleerde over de Nederlandse politiek in jaren ’50 zijn nog springlevend: als politici in Nederland een beslissing moeten nemen benaderen ze de materie zakelijk en niet ideologisch. Als ze er onderling niet uitkomen dan kijken ze naar experts en belangengroepen. De oplossingen komen van buiten de politieke arena. Als coalitiepartijen recht tegenover elkaar staan, dan stellen ze beslissingen uit. Moeten ze nu een oplossing vinden, proberen ze een compromis te formuleren waar iedereen zich in kan vinden. Zelfs een kleine coalitiegenoot kan dat vetoën. Zulke compromissen worden niet gesloten in de plenaire zaal van de Kamer maar achter dichte deuren.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Mark (cc)

Kandidaatselectie: de ‘secret garden’ van Nederlandse politieke partijen

ANALYSE - van Rozemarijn van Dijk, eerder verschenen bij Stuk Rood Vlees.

We gaan een periode tegemoet van vele verkiezingen: de Provinciale Staten, Waterschappen, het kiescollege, de eilandsraadsverkiezingen en uiteindelijk ook die van de Eerste Kamer. Partijen zijn dus druk bezig (geweest) met het opstellen van kandidatenlijsten. Hoe kandidatenlijsten precies tot stand komen, is voor velen niet altijd gemakkelijk te doorzien. Het kandidatenselectieproces wordt niet voor niets door politicologen de ‘secret garden’ van de politiek genoemd. Doordat partijen er lange tijd niet open over waren, was er ook niet veel bekend over kandidaatselectie. Gelukkig is daar de afgelopen jaren verandering in gekomen.

In de aanloop van de Tweede Kamerverkiezingen in 2021 heb ik onderzoek gedaan naar hoe de kandidatenlijsten werden samengesteld. In onderzoek naar dit soort processen is het belangrijk om formele regels en procedures in kaart te brengen. Om in de metafoor van de ‘secret garden’ te blijven, door formele regels te bestuderen krijg je een goed gestileerde plattegrond van een tuin. Maar een echte tuin ziet er doorgaans vaak wat anders uit dan de gestileerde plattegrond die er aan ten grondslag ligt. Om een echt goed beeld te krijgen van die tuin, moet je er eigenlijk in gaan staan. Door verschillende leden van selectiecommissies en een aantal partijvoorzitters van 9 politieke partijen [1] te interviewen, heb ik geprobeerd daadwerkelijk in die tuin te staan en een beter beeld te krijgen van het kandidaatselectieproces.

Foto: Tweede Kamer Schermafbeelding Debat gemist stemmingen 18-10-2022

Ledental politieke partijen stijgt licht

DATA - Het ledental van de politieke partijen (met een plek in het parlement) is afgelopen jaar gestegen van 374.000 naar 379.000. Daarmee zet de stijging van het jaar daarvoor nog wat door. De grootste partij qua leden is opnieuw de FVD met 61.000 leden. Op de tweede plaats staat de PvdA met 39.500 leden, gevolgd door GroenLinks met 33.800.

Hier een aantal grafieken die de ontwikkeling van de afgelopen jaren weergeven.

Grafiek ledental alle politieke partijen vanaf 1950

Ledental politieke partijen als percentage volwassen bevolking vanaf 1950

Ledental individuele politieke partijen vanaf 1967 per jaar

Ledental individuele politieke partijen vanaf 2000

 

Met dank aan het DNPP voor het jaarlijks publiceren.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Volgende