Op naar de permanente democratie
Uit de as van de jaren zestig verrees een partij die Nederland democratischer wilde maken. Onder andere door de premier en de burgemeester direct te laten kiezen door het volk. En door het referendum makkelijker te maken, zodat het volk in zou kunnen grijpen als zij het niet eens was met de besluiten van de regering. Daar was veel voor te zeggen in die dagen toen wij door een arrogante kliek geregeerd werden die overigens volledig gelegaliseerd was door het behoudende volk. De politiek was toen trouwens wel leuker met bijvoorbeeld de cliniclown-avant-la-lettre Joseph Luns. Die man is nooit meer overtroffen al heeft Pim natuurlijk een heel verdienstelijke poging gedaan met z’n “at your service”.
Hoe mooi de permanente democratie van het referendum ook leek, er kleefde wel een groot bezwaar aan. Regeren is een zaak van lange adem. Het aanleggen van ’s lands infrastructuur is niet iets dat in 4 jaar geregeld is evenals minder grijpbare zaken als de participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt. Tijdens een regeerperiode telkens het roer om moeten gooien ten gevolge van referenda had de hoge snelheidslijn echt niet dichterbij gebracht. Vandaar dat politici niet van harte warm liepen voor het referendum. Direct kiezen van de premier zou het belang van partijen uit kunnen hollen. Een gekozen burgemeester was strijdig met de gegroeide praktijk van beloning voor bewezen diensten. De initiatiefnemers bleven tenslotte met de brokken en weinig zetels zitten.




Vorige week was even in het nieuws dat minister Eurlings een campagne startte voor het hebben van een 

