Vandaag mogen alle Utrechters naar de stembus om een nieuwe burgemeester te kiezen. De twee kandidaten, Ralph Pans en Aleid Wolfsen, hebben in de afgelopen weken volop campagne gevoerd om duidelijk te maken waar zij voor staan en waarin zij van elkaar verschillen.
Toch was het benoemen van de verschillen voor de kiezers al bij voorbaat een kansloze missie. De (kleine) verschillen die er zijn worden namelijk overschaduwd door de grote overeenkomst: beiden zijn PvdA-ers.
Het is die gemeenschappelijkheid die ervoor zorgt dat deze verkiezingen worden gezien als een wassen neus. De kandidatuur van de PvdA-ers doet sterk denken aan de traditionele verdeling van burgemeesterschappen via partijlijnen, een hardnekkig beeld dat de bevolking van Utrecht sceptisch heeft gemaakt over het nut van een referendum.
Ophef
Vanaf het begin van de procedure was het referendum al omstreden. Wat veel Utrechters niet wisten, was dat de gemeenteraad een preselectie maakte. Van de 22 sollicitanten, waaronder Leefbaren Henk Westbroek en Broos Schnetz, gingen er twee door naar de eindronde. Direct na de bekendmaking van de kandidaten werd het referendum al een “schijnvertoning” en een “poppenkast” genoemd.
De ophef werd nog groter toen Pans in een interview verklaarde dat de PvdA hem had gevraagd mee te doen in de race. Pans verklaarde later toch “voor goud te gaan” en liet, na geluiden van een morrende bevolking, een enquete uitvoeren waaruit bleek dat een meerderheid het referendum wil openbreken.