Beschaafd genieten

Op 22 april 1870 beleefde Bachs Mattheus Passie zijn Nederlandse première, in Rotterdam. Een inhaalslag. De beroemde ‘herontdekking’ van het werk door Felix Mendelssohn was ruim veertig jaar verleden tijd, maar dat werd nu goedgemaakt. De fine fleur van het Nederlandse muziekleven was aanwezig. De Amsterdamse première van de Passie was vier jaar later en is vooral de geschiedenis in gegaan omdat (aldus het verhaal) een deel van het publiek nog tijdens het slotkoor (‘Wir setzen uns…’) opstond en de uitgang opzocht. Waarop dirigent Johannes Verhulst zich omdraaide en verontwaardigd riep: ‘Mensen, wat doen jullie nou, nou lopen jullie weg bij het mooiste koor dat ooit geschreven is!’ Waar gebeurd? Het zou kunnen, schrijft Jeroen van Gessel.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: © Sargasso logo Goed volk

Goed volk | De Vliegende Hollander (3)

ACHTERGROND - De vorige keer ben ik geëindigd met het ontstaan van een geschreven, literaire traditie over de Vliegende Hollander en hoe de meeste schrijvers een eigen draai aan de sage hebben gegeven zodat als het ware een ‘invented tradition‘ ontstond. Die heeft als zodanig een intrinsieke waarde, maar vaak weinig te maken met de oorspronkelijke sage. Overigens moet wel opgemerkt worden dat orale en literaire traditie elkaar over een weer hebben beïnvloed.

De volgende vraag die beantwoord moet worden luidt: waar baseerden de literaire schrijvers hun verhalen en romans op, hoe luidt in zijn meest ontwikkelde vorm die oorspronkelijke sage en wanneer is die ontstaan ? Thomas Moore betitelde de Flying Dutchman in 1804 al als een wijd verbreid zeemansbijgeloof.

De kapitein die eerste Paasdag uitvoer


De sage van de Vliegende Hollander heeft in de late 18e eeuw zijn ‘definitieve’ beslag gekregen, hoewel er voor en na die tijd vele varianten de ronde deden. De meest gehanteerde versie is deze de volgende.

In Amsterdam vertrekt op de ochtend van de eerste paasdag een schip van de Verenigde Oost-Indische Compagnie naar de Oost. De V.O.C. bestond van 1602 tot en met 1799, dus het is aannemelijk dat het verhaal zich ergens in die twee eeuwen afspeelt, preciezer tussen 1652 en 1795 toen de Kaapkolonie als verversingsstation op weg naar de Oost in Nederlandse handen was.

Foto: © Sargasso logo Goed volk

Goed volk | De Vliegende Hollander (2)

ACHTERGROND - Mijn vorige artikel over de sage van de Vliegende Hollander behelsde een inleiding in het onderwerp en een paar opmerkingen over het onderzoek van Gerrit Kalff jr. uit 1923. Ik had toen nog de illusie dat ik aan twee blogs genoeg zou hebben, maar het worden er drie om het onderwerp voldoende recht te kunnen doen.

Deze week springen we eerst naar de 19e eeuw als de orale traditie van het spookschip in de literatuur en de muziek terecht komt, en daarnaast hoe de oorsprong van de sage juist dankzij die literatuur ten onrechte in Terneuzen wordt gesitueerd. In deel drie hoop ik aan de hamvraag toe te komen: waar komt de sage van de Vliegende Hollander ten principale vandaan ? Wordt dat verantwoord giswerk of kunnen we dichter bij de waarheid komen ?

De ballade van de oude zeeman

Het verhaal van de Vliegende Hollander zoals wij dat nu globaal kennen, kreeg gestalte in de literatuur van de Romantiek in hoofdzakelijk de 19e eeuw, toen het zeemansverhaal in al zijn varianten volgens Thomas Moore al wijd verbeid was en opgepikt werd door schrijvers uit deze periode die maar wat tuk waren op dit soort spookverhalen die zij tot een soort ‘gothic novels’ ombouwden.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Closing Time | Mysteries of the Macabre

Van het ene percussiestukje naar het andere. Hier zagen en hoorden we een stukje beginnen met ‘vocale percussie’. Dat doet we denken aan Barbara Hannigan. Een sopraan die een bijna popster-achtige divastatus heeft in de moderne serieuze muziek. Inmiddels maakt ze ook naam als dirigent. Vandaag laten we zien dat ze zang, dirigeren en theater moeiteloos beheerst.

U ziet en hoort ‘Mysteries of the Macabre’ van de in 2006 overleden componist György Ligeti. Mysteries of the Macabre is een door Ligeti gearrangeerd stuk van drie aria’s uit zijn opera Le Grand Macabre.

Foto: © VPRO screenshot Zomergasten 2019 Ivo van Hove

Zomergasten 2019 | Ivo van Hove

NIEUWS - Let op: een recensie van deze aflevering leest u hier.

En toen was het alweer tijd voor de laatste aflevering van Zomergasten 2019. Waarin presentatrice Janine Abbring de Belgische, internationaal gelauwerde theaterregisseur Ivo van Hove ontvangt. Sinds 2001 is Van Hove directeur van Toneelgroep Amsterdam (het ITA-Ensemble sinds de fusie met De Stadsschouwburg Amsterdam), waarvoor hij uiteenlopende toneelstukken regisseerde zoals Angels in America (van Tony Kushner), De Dingen die Voorbij Gaan (naar het boek van Louis Couperus) en Opening Night, naar de film van John Cassavetes. Vermoedelijk niet geheel toevallig is die laatste titel, over een actrice die getuige is van de dood van een fan, ook de keuzefilm van Van Hove.

In zijn ‘ideale televisieavond’ zal Van Hove fragmenten laten zien ‘waarin mensen zich volledig overgeven aan hun passie, maar daar ook in falen’. Wanneer dit in het werk van Van Hove gebeurt, kan het haast gevaarlijk worden en word je als toeschouwer medeplichtig gemaakt.

Afgelopen kerstvakantie zag ik een reprise van The Fountainhead, naar het gelijknamige boek van Ayn Rand. Hierin speelt Ramsey Nassr de compromisloze architect Howard Roark. Het knappe vond ik dat het Nasr en Ten Hove lukte om mij mee te sleuren in een gedachtewereld waarvoor ik een diepe afkeer voel.

Foto: Eric Heupel (cc)

Closing Time | Klein concert

Al eerder met zaaloptreden hier te zien geweest, nu in kleine, studeerkamerachtige ambiance. En toch weer even intens. Een kamerrecital (prachtig concept trouwens dat Tiny Desk Concert) door Barbara Hannigan, begeleid door de onvolprezen Reinbert de Leeuw, een handje geholpen door Suraya Mohamed.

 

U hoort (en ziet): Alexander Zemlinsky: “Empfängnis”; Alma Mahler: “Licht in der Nacht”; Hugo Wolf: “Nur wer die Sehnsucht kennt” en Arnold Schoenberg: “Schenk mir deinen goldenen Kamm”.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

https://www.youtube.com/watch?v=YQ6OxM6S3gw[/embed

Closing Time | Gilbert & Sullivan

]

Aan het einde van de negentiende eeuw schreven Gilbert & Sullivan, ofwel librettist W. S. Gilbert (1836–1911) en componist Arthur Sullivan (1842–1900) veertien komische opera’s, waarmee ze de grondslag legden voor wat nu een “musical” heet. Om de waarheid te zeggen: het is niet de muziek waar ik zelf heel enthousiast van word, maar dat wil niet zeggen dat ik niet soms verbluft luister naar hoe knap sommige zangers zijn.

Hulspas weet het | De bijl in de opera!

COLUMN - Regisseur Lotte de Beer heeft in het Amsterdamse Compagnietheater een gekuiste Zauberflöte neergezet. Zoveel mogelijk gekuist van racisme. Berucht (maar dat ook pas sinds kort) is de figuur van Monostatos, de tempelwachter van de tovenaar Sarastro. Een zwarte man, volgens het libretto. En ook nog eens gemeen en onbetrouwbaar – maar dat komt vaak voor. En ondertussen zingt hij ook nog een aria waarin hij het betreurt dat hij geen vrouw kan krijgen omdat-ie zo zwart is.

Ik weet niet wat De Beer met Monostratos heeft gedaan (ik ben geen Mozartfan) maar enig wieden om de moderne mores tegemoet te komen is hier op zijn plaats. (Ik vertel straks waarom.) Tegenstanders van dergelijke ingrepen roepen dan dat het meesterwerk van het genie Mozart wordt aangetast (maar dat voel ik dus niet zo) en dat het werk niet over racisme gaat maar een allegorie is op de Vrijmetselarij. Wat een irrelevant argument is. Mein Kampf (hier alvast mijn eerste Godwin) gaat ook hoofdzakelijk niét over de joden.

Het politiek corrigeren van muziek heeft zijn grenzen. Misschien dat Die Zauberflöte nog met wat coupures op smaak kan worden gebracht; van een werk als Les Indes Galantes van Rameau zou alleen de ouverture overblijven. Maar alles bij elkaar zijn vreemde kleurtjes zeldzaam in de opera; veel ‘actueler’ (en opera wil actueel zijn) was de aanwezigheid van joden.

Foto: Joan (cc)

Kunst op Zondag | Tentegenovertoonstelling III

Ook deze Kunst op Zondag is geïnspireerd door een van de reacties op ‘Tentegenovertentoonstelling’, dat handelde over het naast of tegenover elkaar geëxposeerde werk van verschillende kunstenaars, uit verschillende tijden en/of stromingen.

Vorige week namen we drie keer een paus naar aanleiding van deze reactie. Nu maken we dankbaar gebruik van de de andere reactie:

Het zou misschien wel interessant zijn om het werk van Charlotte Salomon te zien naast de schilderijen van Keith Haring. Beiden leefden voor hun schilderwerk, en bij beiden kon je op hun werk zien wat hen bezig hield, allebei figuratief. En beiden stierven tragisch jong. En ze waren allebei, als ik dat woord mag gebruiken, gepassioneerd bezig met hun schilderwerk.

Tja, welke kunstenaar leeft niet voor zijn/haar werk. Bij Salomon en Haring kun je ook stellen dat hun werk een middel was de aldoor aanwezige dood te trotseren.

Charlotte Salomon kwam uit een familie waar zelfmoord erfelijk leek te zijn (haar moeder, een tante, haar oma en drie andere familieleden doodden zichzelf), ze vermoordde haar grootvader met een omelet, leefde onder de continue dreiging van de Holocaust en werd zelf op 26-jarige leeftijd in Auschwitz vergast. Ze had nu 100 kunnen zijn.

Volgende