Wie heeft de formatie gewonnen en verloren?

van Simon Otjes, eerder verschenen bij Stuk Rood Vlees (1 februari 2026): de CPB-doorrekeningen naast de begrotingstabellen gelegd maken duidelijk wie winnaars en verliezers zijn in het coalitieakkoord tussen D66, VVD en CDA dat op 30 januari 2026 gepresenteerd. Als er een coalitieakkoord gepresenteerd wordt, bladeren de echte nerds naar de bijlagen met de begrotingstabellen. Papier is geduldig: fractievoorzitters kunnen pijnlijke maatregelen verbloemen in prachtig proza. Extra belasting voor burgers en bedrijven wordt een vrijheidsbijdrage. Maar in de begrotingstabellen worden de echte keuzes gemaakt. Hier kunnen we ook zien wie de echte winnaars en verliezers zijn. D66 verliezer van de formatie; CDA en VVD winnaars Samen met David Willumsen ontwikkelde ik een methode om onderhandelingen te analyseren. We leggen de CPB-doorrekeningen van de programma’s naast de begrotingstabellen. Immers deze maken gebruik van heel vergelijkbare items. Zo kan je zien wie zijn beloften in het akkoord gekregen heeft en wie daar minder goed in geslaagd is: als een voorstel van een partij in het akkoord is gekomen krijgt de partij een score “1” voor dat voorstel zo niet krijgen ze de score “0”. D66 diende bij het CPB in totaal 196 voorstellen in, gevolgd door het CDA met 130 en de VVD met 87. De bijbehorende begrotingstabellen telden 72 afzonderlijke posten. Van de voorstellen van D66 vonden er uiteindelijk 46 hun weg naar het akkoord. Dat komt neer op nét meer dan een kwart van het verkiezingsprogramma. Zo werd op initiatief van D66 het terugdraaien van de bezuinigingen op brede brugklassen opgenomen. Ook het samenvoegen van de kinderbijslag en het kindgebonden budget tot één uniforme regeling kwam uit de koker van D66. Het CDA zag 41 van zijn voorstellen terug in het akkoord, goed voor 33 procent van het programma. Enkele maatregelen, zoals het herstel van de waterkwaliteit en de invoering van een suikerbelasting, kwamen op voorstel van het CDA in het akkoord. De VVD wist 29 voorstellen binnen te halen, wat overeenkomt met 34 procent van haar plannen. Daaronder vielen onder meer bezuinigingen op de zorg voor gehandicapten en ouderen. Ook stelden zij het koppelen van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting voor. In absolute aantal voorstellen scoort D66 misschien beter dan CDA en VVD, maar in het aandeel voorstellen niet. Dat lage percentage komt omdat D66 veel meer beloofde dan CDA (anderhalf keer zoveel) en VVD (twee keer zoveel). Nu zou je kunnen zeggen: de logica van de onderhandelingstafel is toch niet dat als je als partij meer beloofd hebt, je dan ook meer moet krijgen? Maar volgens mij is de logica van de representatieve democratie dat partijen beloften maken aan de kiezer en dat ze proberen om die beloften te realiseren. Een partij die meer beloofd heeft, verplicht zelf ook om meer punten te realiseren. Tien voorstellen uit het regeerakkoord zijn niet terug te vinden in de doorrekeningen. Dat geldt voor kleine voorstellen, die niet in de doorrekening worden opgenomen zoals “Commissie sociaal minimum BES”. Maar ook grotere voorstellen vinden we niet terug. Zo zit in het akkoord een “tabelcorrectiefactor die beperkt toegepast wordt in de inkomstenbelasting” van 3.4 miljard. Dat is ambtenarentaal voor hogere inkomstbelastingen. Dit kwam in het akkoord ondanks het feit dat het CDA 3,3 miljard aan lagere lasten op arbeid en inkomen beloofd had. De VVD stelde 7,7 miljard aan lagere lasten op deze post en D66 zelfs 30,9 miljard. Als je een plan in de bijlage van het akkoord krijgt, betekent dat nog niet dat je het gehele bedrag dat je wilde in het akkoord krijgt. We kunnen dus ook voor ieder voorstel berekenen welk aandeel in het akkoord kwam. Het laagste percentage zien we voor de plannen van het CDA voor duurzame energie. Het wilde 800 miljoen extra aan duurzame-energiesubsidies. Dat werd 8 miljoen (1%). Het hoogste percentage zien we voor de bezuinigingen op het openbaar bestuur. De VVD en het CDA wilden 200 miljoen bezuinigen op het openbaar bestuur. In het regeerakkoord staat een bezuiniging van 1,4 miljard onder de bezwerende woorden “slagvaardige overheid”. Bijna de helft van ieder CDA-voorstel kwam in het akkoord. De VVD krijgt een derde van ieder voorstel in het akkoord. D66 krijgt van ieder voorstel slechts minder dan een kwart in het akkoord. Hoe we ook kijken, D66 is de grote verliezer van de onderhandelingen over financiën deze formatie. Ze is misschien de grootste partij, maar hoe je er ook naar kijkt krijgen ze een kwart of minder van het programma in het akkoord. VVD en CDA doen het beter, afhankelijk van hoe je kijkt iets of veel beter. Het feit dat D66 de grootste partij was, lijkt hun onderhandelingspositie niet versterkt te hebben. [caption id="attachment_367799" align="aligncenter" width="300"] Figuur 1: Steun in de Coalitie en de kans om in het akkoord te komen[/caption] Willumsen en ik zagen bij eerdere onderhandelingen dat hoe meer partijen aan tafel een voorstel steunden, des te groter de kans was dat het in het akkoord kwam. Dat zien we nu ook. Zoals Figuur 1 toont, van de voorstellen die één partij steunde, kwam slechts 16% in het akkoord. Als twee partijen een voorstel steunden kwam 40% in het akkoord. Als alle drie de partijen het voorstel steunden kwam 61% in het akkoord. Dat is relatief weinig in vergelijking met eerdere formaties. Zo kwamen plannen voor belastingen op e-sigaretten en een flexibele AOW-leeftijd kwamen niet het akkoord. Minderheidskabinet Eén van de andere patronen die Willumsen en ik eerder zagen was dat naarmate er meer steun was voor een voorstel in de Tweede Kamer als geheel de kans groter is dat het voorstel in het akkoord komt. Dat lijkt raar, maar is dat niet. Zeker omdat Nederland kabinetten heeft gehad zonder meerderheid in de Eerste Kamer in de periode die wij onderzochten (2006-2021) is dat niet onlogisch: de plannen van de partijen moeten brede steun hebben. [caption id="attachment_367800" align="aligncenter" width="300"] Figuur 2: Steun in de Tweede Kamer en de kans om in het akkoord te komen[/caption] Je zou eenzelfde patroon verwachten voor dit kabinet. Maar dat is niet het geval. Anders dan eerdere jaren hangt plenaire steun negatief samen met de kans dat een voorstel in het regeerakkoord komt. Figuur 2 toont het patroon als we de kans dat een voorstel in het regeerakkoord komt voorstellen met de steun in de coalitie en plenaire steun: een neergaande lijn. Als we dit uitdelen naar de mogelijke partijen waar deze coalitie naar zal kijken, is er een heel opvallend patroon: een plan van één de onderhandelende partijen waar ook GroenLinks-PvdA voor was in hun doorrekening, heeft een kans van 26% om het regeerakkoord te komen. Een plan dat JA21 steunde, heeft 41% kans om in het regeerakkoord te komen. Dat komt deels omdat GL-PvdA met name plannen van D66 gesteund heeft en zij van de drie onderhandelende partijen het kleinste deel van hun programma in het akkoord gekregen hebben. JA21 steunt met name plannen van CDA en VVD die een groter deel van hun plannen in het akkoord krijgen. Maar zelfs als we rekening houden met de steun van de coalitiepartijen zelf voor plannen dan zien we een opvallend patroon: de steun van D66, CDA of VVD verhoogt de kans dat een plan in een akkoord komt, maar de steun van GroenLinks-PvdA zorgt ervoor dat een plan een ongeveer 50% lagere kans heeft om in het akkoord te komen. Je kan dit resultaat op twee manieren lezen: het kabinet sorteert erop voor om over rechts te gaan onderhandelen met JA21, BBB, SGP en CU. Plannen die zij steunen hebben een groter kans om in het akkoord te komen. Maar je zou ook kunnen zeggen: het kabinet verwacht te gaan onderhandelen met GroenLinks-PvdA en willen hun huid duur verkopen en hebben niet alvast cadeautjes voor Jesse Klaver in het akkoord gestopt. Als het kabinet onderhandelt met GroenLinks-PvdA zal D66 daar goed uitkomen.

Door: Foto: "250710RobJetten323 (cropped)" by Jeroen Mooijman is licensed under CC BY 4.0
Foto: Azzedine Rouichi on Unsplash

De formatie: “stabiliteit” als hoogste waarde, maar voor wie?

De berichtgeving over de afsplitsing bij de PVV legt een duidelijke prioriteit bloot. In analyses verschijnt stabiliteit als doorslaggevend criterium. Het woord “kansen” valt snel, alsof het ontstaan van deze nieuwe fractie vanzelf al vooruitgang betekent. Inhoud volgt later, zo lijkt het. Of verdwijnt misschien zelfs wel naar de achtergrond.

Die framing wordt expliciet gemaakt door Rob Jetten, die zoals gezegd stelt dat de nieuwe fractie kansen biedt. Er komt een opvallend onderscheid bovendrijven: het probleem met de PVV lijkt misschien uiteindelijk minder te liggen bij haar standpunten dan bij de onvoorspelbaarheid van haar leider. Dat oordeel geldt, zo lijkt het, ook binnen D66. De PVV geldt daarmee als ongeschikt door haar vorm, niet door haar inhoud. Zodra de factor Wilders wordt afgezwakt, komt samenwerking binnen bereik. Jetten vraagt zich voor de vorm nog wel even af welke koers de nieuwe fractie gaat varen, maar die vraag kan hij zelf ook wel beantwoorden.

Dus kansen? Welke kansen zijn dat precies? En voor wie? Het antwoord op de vraag lijkt procedureel: onderhandelingsmacht in een minderheidsconstructie. Dat klinkt bestuurlijk volwassen en rationeel. Het blijft tegelijk leeg. Procedure wordt doel. Het parlementaire schaakbord verschuift en dat heet winst. het zijn in ieder geval geen kansen voor de rechtsstaat en voor al gemarginaliseerde groepen, want over de richting gaat het niet.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: De interruptie microfoon in de plenaire zaal van de Tweede Kamer Credit: www.tweedekamer.nl

66 zetels en geen richting: het kabinet dat niemand echt wil

Het wordt dus een minderheidskabinet van D66, VVD en CDA met samen 66 zetels. Een typisch symptoom van politieke uitputting. Dat het als serieuze optie wordt gepresenteerd, zegt minder over bestuurlijke moed dan over de mate waarin de Nederlandse politiek vastgelopen is in haar eigen uitsluitingslogica. Dit kabinet ontstaat niet omdat het inhoudelijk klopt, maar omdat bijna alles wat wél zou kunnen, vooraf al onbespreekbaar is verklaard, vooral door de VVD, die het formatieproces gijzelde.

Formeel is een minderheidskabinet volkomen legitiem. In de praktijk betekent het dat het kabinet structureel afhankelijk wordt van partijen die het zelf niet wil omarmen, maar wel nodig heeft om te overleven. Dat vergt openheid, onderhandelingsbereidheid en een zekere ideologische bescheidenheid. Precies die eigenschappen ontbreken bij de drie partijen die hier samen optrekken. De VVD wil regisseren zonder toe te geven. D66 wil hervormen maar weet niet waar voldoende medestanders te vinden zijn. Het CDA wil relevant blijven maar weigert te kiezen. Samen leveren ze geen experimentele bestuursvorm op, maar een permanente formatiefase.

Wat hier verkocht wordt als pragmatisme, is in werkelijkheid het ontlopen van politieke verantwoordelijkheid. Dit kabinet heeft geen gezamenlijk verhaal over de richting van het land. Er is geen gedeelde analyse van de crises die spelen, alleen een gedeelde wens om niet opnieuw te hoeven onderhandelen met partijen die inhoudelijk of electorale risico’s opleveren. Dat leidt tot beleid dat per dossier moet worden bijeengeschraapt, met wisselende meerderheden en steeds weer nieuwe concessies. Besturen wordt zo een tactisch spel, geen politieke keuze.

Foto: -JvL- (cc)

Minderheidsregeringen hoeven niet minder stabiel te zijn

Gastbijdrage van Tom van der Meer (eerder verschenen op Stuk Rood Vlees)

Minderheidsregeringen hebben in Nederland een slechte naam. Ze zouden instabiel zijn, en weinig effectief. Begin april verscheen in de Volkskrant een interview waarin staatsrechtgeleerde Wim Voermans dit punt onderstreepte. Hij omschreef de minderheidsregering als een ‘loopgravenoorlog’ en een ‘flipperkastspel’. De Volkskrant kopte zelfs: ‘gedoemd te mislukken’.

Maar is dat zo?

Verschillende politicologen raden juist aan om de optie serieus op tafel te leggen. Zitten die er dan zo naast? En waarom hebben zowel de Raad voor het Openbaar Bestuur (in 2016) als de Staatscommissie Parlementair Stelsel (in 2018) stellig geadviseerd om de minderheidsregering als een realistisch alternatief te onderzoeken tijdens een kabinetsformatie?

Inhoudelijk pleiten verschillende argumenten voor minderheidsregeringen. Ze stellen zowel coalitie- als oppositiepartijen in staat om zich te profileren, en kunnen meer ruimte bieden aan het dualisme tussen regering en parlement. Zeker in een land waar een grote bereidheid bestaat van oppositiepartijen om met voorstellen van de regering in te stemmen, is het risico te overzien.

Maar die argumenten zeggen natuurlijk weinig over de stabiliteit van de coalitie die de minderheidsregering draagt?

Minderheidsregeringen kunnen even stabiel en effectief zijn als meerderheidskabinetten

Cruciaal is hoe je de steun voor een minderheidsregering formaliseert. Wie de minderheidsregering formeert uit bittere noodzaak, bij gebrek aan enige meerderheidssteun, moet niet gek staan te kijken wanneer dat kabinet sneller valt. Maar wie weloverwogen een minderheidsregering formeert, en daarvoor a priori publieke steun vindt bij relatief vaste gedogers, kan op meer succes rekenen.

Quote du Jour | Op naar de val van het kabinet?

“Het zal niet de eerste keer in de politieke geschiedenis zijn dat Statenverkiezingen de val van een kabinet inluiden.”
(Hans Goslinga in Trouw)

Een soort Freudiaanse verschrijving van de Trouw-columnist? Hij heeft hier het woord ‘zal’ gebruikt in plaats van ‘zou’. Of is Goslinga nu toekomstvoorspeller geworden? In zijn column wijst hij er terecht op dat de coalitiepartners die het kabinet overeind proberen te houden electoraal ook elkaars grootste concurrenten zijn. VVD en PVV kijken met argusogen of het CDA wel overeind blijft, maar tegelijkertijd zouden ze die partij het liefste opvreten. Opmerkelijk: al in 1848 constateerde Thorbecke dat de Eerste Kamer elke grond en elk doel mist. En Pieter Oud, founding father van de VVD, heeft honderd jaar geleden al gezegd dat als de Eerste Kamer afwijkt van de Tweede Kamer zij de wil frustreert van de rechtstreeks gekozen volksvertegenwoordiging; maar als zij de Tweede Kamer volgt bewijst zij haar overbodigheid.

Foto: copyright ok. Gecheckt 23-11-2022

Komt er iets terecht van tegenmacht en dualisme?

ANALYSE - Tjeenk Willink schetste het al. Je moet niet verwachten dat een cultuur die in decennia is gegroeid in een paar maanden verdwenen is. En een regeerakkoord op hoofdlijnen verandert iets, maar, in zijn woorden: als de controleur (de Kamer) niet verandert, zal ook de gecontroleerde (het kabinet) dezelfde blijven. Tegenmacht en dualisme veronderstellen dat de Tweede Kamer zich als onafhankelijke macht opstelt. Nu zijn de controleur en de gecontroleerde daarvoor te zeer met elkaar vervlochten. Het vlechtwerk is in handen van de politieke partij.

Over die vervlechting gaat dit artikel en over dualisme dat een vorm van ontvlechting is. Het eindigt met verschillende voorstellen om dat dualisme te vergroten. Een aantal daarvan kwam reeds in het publieke debat langs, zoals een regeerakkoord op hoofdlijnen. Maar ze zijn niet allemaal van voldoende kaliber om langdurige verandering te bewerkstelligen.

Ollongren en het kroonjuweel van D66

Terugkijkend moet gezegd worden dat Kasja Ollongren op een wel heel uitzonderlijke manier de belangrijkste kroonjuweel van D66 opnieuw glans heeft gegeven. Zelfs zonder het zo bedoeld te hebben leidde ze een discussie in over democratische vernieuwing, die ook in ’66 werd gevoerd. Het gebrek aan dualisme klonk toen zo:

“Het parlement kan niet functioneren. De meerderheid van de parlementsleden behoort tot de coalitiepartijen. Dat maakt hun positie zwak en onvrij. Ze zijn meer betrokken bij het bestendigen van de coalitie dan bij de belangen van de kiezers. En de ministers weten dat. Ze kunnen er misbruik van maken. U weet dat ze dat soms doen.”

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Rosenthal verrast in Berlijn: Nederlands tijdens persconferentie

Uri Rosenthal (Foto: Wikimedia Commons)

Het was een belangrijk bezoek voor de kersverse Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal. Zijn eerste reis ging naar Duitsland, de belangrijkste partner van Nederland en ook het enige Europese land waar vanuit de regering harde woorden vielen over het nieuwe Nederlandse kabinet. Rosenthal verraste tijdens de persconferentie met zijn Duitse ambtgenoot Guide Westerwelle door Nederlands te spreken. Noch zijn gastheer, noch de Duitse pers verstond zo zijn uitleg over waarom VVD en CDA met de PVV in zee zijn gegaan.

De openingswoorden van Rosenthal waren nog uitgeschreven in het Duits. Rosenthal deed zijn best en met enig doorzettingsvermogen droeg hij ze voor.

‘Briljant Duits’
“Gefeliciteerd met uw briljante Duits. De journalisten zijn wat verlegen, anders zouden ze applaudisseren,” was het merkwaardige commentaar van de Duitser Westerwelle.

Rosenthal probeerde het daarna niet meer in het Duits, maar schakelde na een enkele opmerking in het Engels over op het Nederlands. Toegegeven: een Nederlandse verslaggever stelde een vraag in het Nederlands, maar dat Rosenthal vervolgens in het Nederlands antwoordde is opmerkelijk, want noch zijn Duitse gastheer Westerwelle, noch de Duitse pers verstond zo een woord van wat hij zei. Een tolk was niet aanwezig en dat terwijl het inhoudelijk niet eens zo onbelangrijk was wat hij te melden had.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Gemaakte meerderheden en het minderheidskabinet

Het Binnenhof (foto: flickr/Lightmash)Zesenzeventig zetels. Dat is de meerderheid van het komende kabinet in de Tweede Kamer. Een hele nauwe meerderheid. Maar op veel manieren heeft het komende kabinet niet de steun van een meerderheid: niet van de Nederlands kiezers of de Staten Generaal.
Er is sprake van een manufactured majority: van een minderheid wordt in een verkiezingsuitslag een meerderheid gemaakt om het land regeerbaar te maken. Eigenlijk hoort zo iets bij een land met een districtenstelsel: grappig genoeg is het nu zo dat in het Verenigd Koninkrijk het systeem niet meer werkt, er is een coalitieregering nodig omdat het districtenstelsel geen heldere meerderheden meer oplevert.

Deze coalitie heeft geen meerderheid van de stemmen gehaald. De VVD haalde 20.49% van de stemmen, de PVV 19.63% van de stemmen en het CDA 15.45%. Dat is samen 49.55% van de stemmen. De coalitie partijen hebben alle drie een restzetel binnen gehaald. Restzetels worden in ons kiesstelsel toegekend aan grotere partijen dan aan kleinere partijen: omdat rechts minder versplinterd is dan links zijn zij dus groter. Nou was er een lijstverbinding op links: tussen PvdA en GroenLinks. Als D66 bij die lijstverbinding had gezeten dan was er geen meerderheid gekomen voor rechts. Dan had hun teller stil blijven staan op 75. Links heeft dit kabinet te danken aan zijn eigen verdeeldheid.

Nou zou je kunnen stellen dat met de Trots op Nederland (0,56% van de stemmen) dit kabinet zou steunen en dat de SGP (1.73% van de stemmen en 2 zetels) in de Tweede Kamer hier daadwerkelijk steun aan heeft belooft te geven. Maar toveren met cijfers kan iedereen. Zo hebben uitgesproken tegenstanders van samenwerking met de PVV, Klink (goed voor 33115 stemmen, een halve zetel), Ferrier (1269 stemmen), Koppejan (3604 stemmen) en Schinkelshoek (304 stemmen), samen 39192 stemmen opgehaald. Zonder die stemmen zou het CDA op 20 zetels zijn blijven steken en had GL/PvdA een extra restzetel opgehaald: terug naar 75.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

het Saillant | Het rechtse gedoogkabinet komt er niet

SaillantLOGODe eerste officiële afhaker bij het CDA is een feit. Het is een kwestie van tijd voordat er meer volgen. Een rechts minderheidskabinet komt er dus niet.

Ik zal eerlijk zijn, de wens is wel enigszins de vader van de gedachte. Maar het is ook niet langer irreëel dat Rutte 1, het droomkabinet van ons Maxime er niet komt, omdat er gewoonweg geen steun is binnen de fractie van het CDA. De eerste afhaker is namelijk een feit. Jan Schinkelshoek de nummer 27 van de afgelopen kamerverkiezingen wenst niet langer aanspraak te maken op zijn mogelijke zetel in de Tweede Kamer.

Eerst waren het prominenten die protesteerden, toen een zeer prominente die vliegende start van de onderhandelingen faciliteerde. Er waren protesterende leden en nog meer bezwaarde prominenten. Er was een (fantoom-)lid in de fractie dat in gewetensnood zou zitten. En toen weer diezelfde zeer prominente CDA-er die zijn ‘ja mits, neen tenzij’-brief schreef. Het rommelde en het rommelde binnen het CDA, maar tegelijkertijd bleef het allemaal bij klagen en zeuren.

De CDA-top had al gemeld dat het congres een belangrijke stem hoewel niet doorslaggevende zou krijgen bij het al dan niet goedkeuren van het nog af te sluiten coalitieakkoord. Maar hoeveel protesterende congresgangers er ook zouden zijn, binnen het gezagsgetrouwe CDA-ledenbestand zou natuurlijk nooit meer dan de helft ook daadwerkelijk tegen een akkoord stemmen. Het land moet natuurlijk wel bestuurd worden, enzo….

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Volgende