Populisme? Of Rutte-doctrine?

Gastbijdrage door Frank Huysmans Moest het parlement nou echt zes uur lang debatteren met de minister-president over hoe en waarom hij sms’jes verwijderde van zijn oude Nokia? Het is oorlog in Europa. Gas, stroom en benzine zijn onbetaalbaar. Asielzoekers slapen op stoelen. Door stikstof ligt de bouw stil. En wat doet de oppositie in de Kamer? Die grijpt een bericht in de Volkskrant aan om populistisch op de premier in te hakken. Zo ziet althans De Correspondent-correspondent Jesse Frederik het. In een column die hij uitsprak bij Raad van State noemt hij het onderzoekspopulisme: “Appjes, sms’jes, notulen, nota’s, notities, conceptverslagen, brieven, faxen, telegrammen, rooksignalen – alles moet boven water.” Alleen al van dit spervuur aan informatieverzoeken gaat de suggestie uit dat de regering cruciale informatie achterhoudt. En dus gewantrouwd moet worden. Boze Kamerleden en een geïrriteerde premier: gefundenes Fressen voor de nieuwsmedia. Juist daarom moeten zij zich niet in dit spelletje laten meeslepen, zegt Frederik. De echte schandalen liggen voor het oprapen in documenten die al openbaar zijn maar waarvoor niemand zich interesseert. Zie de toeslagenaffaire. Die had al veel eerder aan het licht kunnen komen. Indicaties waren er genoeg; die vielen alleen niemand op. Men had het te druk met ophef. Over ‘inquisitiedemocratie’ en medialogica, de (te) innige verstrengeling van pers en politiek, werd al in 2003 de noodklok geluid. Los daarvan was het sms-debat op 19 mei allesbehalve betekenisloos.

Foto: Minister-president Rutte (cc)

Patroon Rutte

COLUMN - Het lijkt een trend te worden: op de persconferenties na de ministerraad stelt de pers de persoon van Rutte verantwoordelijk voor alle hoofdpijndossiers waar het kabinet een oplossing voor moet zien te vinden.

Dat begon bijvoorbeeld op de persconferentie van 1 april (we schreven er hier over). Journalist Leendert Beekman (BNR) vroeg, tot chagrijn van Rutte, hoe de nieuwe bestuurscultuur in Ruttes gedrag tot uiting kwam.

Beekman vroeg: “We zouden een nieuwe Mark Rutte zien?” En Ruttes geheugen rammelde: “Nou, ik heb niet die citaten precies voor ogen”.

13 mei

Op de persconferentie van 13 mei (zie ook ons verslag) werd Rutte opnieuw, nu wat scherper, gevraagd naar zijn verantwoordelijkheid in relatie tot alle problemen. We citeren:

Sam Hagens (SBS): Ziet u uzelf nog als de premier die problemen oplost?
Rutte: Dat is in ieder geval mijn ambitie, ja.

Hagens: Want als je kijkt naar de afgelopen twaalf jaar kun je ook zeggen dat u problemen veroorzaakt.
Rutte: Ook, ongetwijfeld. Als je bestuurt gaan er ook dingen niet goed, zeker. Maar ik ben ook trots op heel veel dingen die wel bereikt zijn.

Hagens: Als u dat rijtje opnoemt, wat het beleid heeft veroorzaakt aan problemen: toeslagenschandaal, Groningen, jeugdzorg, volgens mij ziet u het allemaal als losstaande incidenten toch?
Rutte: Nou, dat kun je zo zwart/wit niet zeggen.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Quote du Jour | Democratie werkt zo lang men erin gelooft

Daan Heerma van Voss schrijft in de NRC over zijn afnemend vertrouwen in de politiek. Dat begon volgens hem bij de bruiloft van Grapperhaus  die zich bij die gelegenheid niet aan de coronaregels hield. Daarop volgde een Kamerdebat.

Was Grapperhaus nog geloofwaardig, was de vraag. Premier Rutte zei van wel. Rutte vond dat zijn collega nog geloofwaardig was, en dus was hij het ook. De premier deed daarmee een poging eigenhandig de regels van het sociale contract [tussen burgers en volksvertegenwoordigers] te herschrijven. Want waar politici de macht hebben om wetten te bedenken en beleid te voeren, hebben ze níet de macht om te bepalen of ze geloofwaardig zijn. Dat oordeel is aan de burger.

Foto: blackpictures (cc)

Politiek taalgebruik

OPINIE - ‘We zullen iets verarmen’ zei premier Rutte vrijdag. ‘Het kabinet kan de gevolgen van de snelle prijsstijgingen niet voor iedereen verzachten.’ Niet voor iedereen, dat kan ik me voorstellen. Maar dat ‘we’ stoort me. Het stond zaterdag ook weer in een paginagrote advertentie van de Rijksoverheid waarin ‘we’ worden geadviseerd om de thermostaat op 19 graden zetten. Om energie te besparen en minder afhankelijk te zijn van het Russische gas moeten ‘we de knop om zetten‘.

Wat me stoort in dat ‘we’ is het wegpoetsen van de ongelijke startpositie. Dat ‘iets’ dat ‘we’ er op achteruit gaan is niet voor iedereen even zwaar. Voor Rutte en zijn collega’s betekent het weinig meer dan niets. Er zijn ook mensen voor wie het veel betekent. Ondanks de schamele compensatie voor een kleine groep via de gemeenten zal het er weer op neer komen dat de zwakste schouders de zwaarste lasten gaan betalen. Zoals dat al het geval is bij de belastingheffing: de allerrijkste huishoudens in Nederland betalen gemiddeld veel minder belasting dan andere huishoudens, volgens een onderzoek van het CBS. Lagere inkomens betalen relatief juist meer belasting. En die algemene belastingverlagende maatregelen die nu genomen worden vanwege de exorbitante prijsstijgingen (benzine als eerste, gas en elektra pas in de zomer) komen in veel grotere mate ten goede aan midden- en hogere inkomens (en het bedrijfsleven) dan aan de laagstbetaalden die het meest moeten beknibbelen. De snelheid van deze maatregelen staat overigens ook nog in groot contrast met de eindeloos voortkabbelende toeslagenaffaire. ‘Het is zo acuut, het kan. Nood breekt wet’, zei staatssecretaris van Financiën Marnix Van Rij over belastingverlaging. ‘Acuut’ en ‘nood’ zijn woorden die in de afwikkeling van de toeslagenaffaire niet voorkomen. Trouwens ook niet in de crisis bij de opvang van asielzoekers in Ter Apel. En vele andere gevallen van tekortschietend beleid voor minderheidsgroepen.

Foto: EU2017EE Estonian Presidency (cc)

Hoe zeg je sorry als politicus?

ACHTERGROND - “Ik zeg daar sorry voor”, “dat was een inschattingsfout” en “ik baal daar ongelofelijk van”. Dit is slechts een greep uit de vele verontschuldigingen die premier Mark Rutte de afgelopen jaren aan de kiezer deed. Onze premier is niet de enige politicus met spijt: politieke verontschuldigingen zijn wereldwijd populair. Hoe zeg je eigenlijk sorry als politicus?

Van de vele spijtbetuigingen voor het toeslagenschandaal tot de excuses van Kaag over het verloop van de evaluatie in Afghanistan: in 2021 regende het politieke verontschuldigingen in Den Haag. Critici hebben de Haagse beleidscultuur intussen omgedoopt tot ‘sorry-democratie’: een beleidscultuur waarin bewindspersonen ernstige fouten van zichzelf, of van de ambtenaren voor wie ze verantwoordelijk zijn, slechts afdoen met een excuus. Hoe kan deze toename aan politieke spijtbetuigingen eigenlijk worden verklaard? Wij spraken hierover Henri Beunders, emeritus hoogleraar Ontwikkelingen in de publieke opinie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR). Beunders is gespecialiseerd in de moderne geschiedenis van de publieke opinie in Nederland. Ook schreef hij veelvuldig over hoe de druk van de publieke opinie kan doorwerken in zowel de strafrechtbank als het politieke bestel.

Burger versus overheid

Is de toename van politieke excuses het gevolg van politici met een sterker ontwikkeld moreel kompas? Beunders denkt van niet: hij beargumenteert dat de opkomst van politieke excuses voortvloeit uit de zogeheten ‘rechtendemocratie’. “De burger waant zich tegenwoordig een soort ‘homo deus’, een koning in zijn eigen bestaan”, stelt Beunders. “Je kan het eigenlijk zien als de totale emancipatie van het individu. Wij burgers claimen als individuen recht te hebben op allerlei vrijheden, van gelijke behandeling en goede zorg tot huisvesting en privacy.” Dit zijn stuk voor stuk enorme zorgtaken die op het bordje van de overheid zijn terechtgekomen. De afgelopen decennia resulteerde dit volgens Beunders tot een dubbele houding van burgers. “Overdreven gezegd, aan de ene kant vragen we de vrijheid om te doen wat we willen, maar als het verkeerd gaat eisen we dat de overheid de schade vergoedt.” We neigen er volgens Beunders dus naar om de verantwoordelijkheid voor het realiseren van deze rechten en vrijheden alleen bij de overheid neer te leggen. Beunders: “De overheid is bovendien een makkelijke zondebok om de schuld van alles te geven als het misgaat, want die kan immers geld uitkeren”.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Quote du Jour | Een zwak democratisch besef

Herman Tjeenk Willink (79), voormalig raadsadviseur van de minister-president, regeringscommissaris, hoogleraar, voorzitter van de Eerste Kamer, en jarenlang vice-president van de Raad van State, wil het nog een keer zeggen in de heruitgave van zijn boek Kan de overheid crises aan?

Zijn antwoord op deze vraag is negatief en klinkt nogal bitter:

 ….omdat de politiek niet bij machte is om op eigen kracht te veranderen (…) De politiek komt steeds tot dezelfde conclusie over overheidsfalen, maar herinnert zich dat niet. En geeft daardoor geen richting aan hoe het wél moet.

Wat volgens Tjeenk Willink ontbreekt is een diep gevoeld besef dat democratie meer is dan alleen de vertegenwoordigende democratie van parlement en gemeenteraden: het zijn ook burgers die zelf initiatieven nemen, het algemeen belang willen dienen, de maatschappij vorm willen geven. Representatieve democratie kan niet zonder maatschappelijke democratie, waarschuwt hij al jaren: dan wordt de democratische rechtsorde uitgehold (…) Nederland heeft altijd een zwak democratisch besef gehad. We vertrouwen erop dat we het door redelijkheid wel opvangen, ondanks een aantal inherente zwaktes in de democratie

Foto: ALDE Party (cc)

Doorschuiven en afwentelen

COLUMN - Nederland houdt zich vast aan vergane glorie. We prijzen onze liberale opvattingen van leven en laten leven, onze polderpolitiek en compromisbereidheid: liever eindeloos praten dan de hakken in het zand zetten.

Rutte vindt ons zodoende nog steeds een puik land. Maar doorpakken kunnen of durven onze politici niet, wanneer iets tegen de gevestigde orde in gaat: niet bij de aardbevingsschade, niet bij het almaar uitdijende toeslagenschandaal, niet bij de Belastingdienst die tegen alle regels in zwarte lijsten van burgers aanlegt, en al helemaal niet bij de coronacrisis.

Zachtjes aan, dan breekt het lijntje niet, lijkt het devies: maar juist door dat halfzachte beleid neemt het wantrouwen jegens de overheid toe en ondergraaft de regering haar eigen beleid. Daar komt het inhoudelijke gezwalk nog eens bovenop. Telkenmale wordt het kabinet ‘verrast’ door ontwikkelingen die elk weldenkend mens van mijlenver zag aankomen. En wie krijgt de schuld van de wederom oplaaiende pandemie? De burgers, die niet goed genoeg luisteren of niet weten wat goed voor ze is.

Intussen blijft Rutte roepen hoe geweldig wij zijn, wat vooral een verpakte zelffelicitatie is: want dat vermeende succes schrijft hij uiteraard op eigen conto. Maar Nederland gaat zich permanent te buiten aan doorschuif- en afwentelpolitiek. In doorschuiven zijn we echt heel goed. De ziekenhuizen kunnen de toevloed van coronapatiënten voor de derde keer niet aan? Geen reden om het beleid grondig te herzien: we maken gewoon weer een plan om zieken over te brengen naar Duitsland, daar hebben ze nog wel bedden. (Hier hebben we die al jaren geleden wegbezuinigd: Nederland heeft twee ziekenhuisbedden per duizend inwoners, waar Duitsland er zes per duizend heeft, plus een relatief veel grotere IC-capaciteit.)

Foto: Gerard Stolk (cc)

Overheid verspeelt eigenhandig vertrouwen van burgers

COLUMN - De boeren zijn de overheid gaan wantrouwen, het werd afgelopen week breed uitgemeten. Nog maar 2 procent van de veehouders vertrouwt de overheid, 70 procent heeft geen fiducie meer in de regering of in overheidsinstanties. Ook het CDA, de partij die van oudsher op hun stem kon rekenen, heeft afgedaan: nog 4 procent zou, waren er nu verkiezingen, op die partij stemmen.

Sindsdien vraag ik me af hoe dat bij andere groepen zit. Waarom zou je die vraag naar het vertrouwen per slot van rekening alleen aan boeren stellen, er zijn wel meer bevolkingsgroepen die het zwaar te verduren hebben. Wat te denken van huurhuiszoekers? Betaalbare huurwoningen zijn uiterst schaars, huurcorporaties moeten elk jaar een deel van hun woningbezit verkopen omdat de overheid hen via de verhuurdersheffing leegzuigt. Ondertussen kopen investeerders en huisjesmelkers die panden, gebouwd met publiek geld, massaal op en bieden ze ver boven de oude prijs te huur of te koop aan. Voor hen is het snel geld. Maar wie een huis zoekt, moet lijden – en wachten. Hoe is het met hun vertrouwen in de overheid gesteld?

De zorgsector: van hetzelfde laken een pak. Al jaren is duidelijk dat Nederland te weinig ic-bedden heeft, dat wachtlijsten oplopen, dat de jeugdzorg wankelt en deels ten prooi is gevallen aan investeerders – daar heb je ze weer – en dat de mensen die het werk opknappen, te weinig verdienen, in elk geval niet genoeg voor een huurhuis in een grote stad. En terwijl het kabinet beweert het beslag op de zorgcapaciteit als voornaamste criterium in de coronabestrijding te hanteren, negeert het keer op keer de zorgen van de zorg. De uitval daar is groter dan ooit, en de hoeveelheid mensen die de zorg de rug toekeren, stijgt. Op welke politieke partij willen zij niet meer stemmen?

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Foto: Gerard Stolk (cc)

Rutte record: meest opgestapte kabinetsleden

COLUMN - Mona Keijzer werd met spoed het kabinet uitgetrapt. Mark Rutte beroerde zichzelf en jubelde: “Yes, yes, yesss!!”. Hij was er klaar mee want hij had zojuist alweer een record gebroken.

Nog maar kort geleden evenaarde Rutte het Lubbers-record van de meeste opgestapte bewindslieden (Volkskrant 17 september). Toen Kaag en Bijleveld opstapten kon Rutte III, net als Lubbers III, tien opgestapte bewindslieden noteren.

Maar we constateerden  in juni ook dat Ruttpsje-nooit-genoeg niet tevreden is met zijn huidige records. Dus toen Mona Keijzer de stok aanbood waarmee ze zich als een hond kon laten slaan, aarzelde Rutte geen moment. Nu is hij nummer één als premier met de meeste opgestapte bewindslieden.

Nog een succesje: De allerwolligste Troonrede tot nu toe stond op naam van kabinet-Van Agt II. De kabinetten van Rutte lieten de laatste jaren al een stijgende wolligheidtrend zien, nu scoorde demissionair Rutte III met 82,4 procent de wolligste Troonrede ooit.

Ondertussen werkt Rutte ijverig aan de volgende drie records: dat van langstzittende demissionaire MP, premier met de langste kabinetsformatie en vervolgens de langstzittende minister-president. Per vandaag steeg hij in de eerste categorie van de derde naar de tweede plaats (zie de vorige stand onderaan dit artikel).  Nog een dag of zestien en het record van langstzittende demissionaire MP is een feit.

Foto: G8 UK (cc)

Een formatie-ideetje: onderhandel zonder partijleiders

COLUMN - Nu het al een half jaar niet over de inhoud gaat, kunnen we in ieder geval concluderen dat niet de inhoud, maar de hoofdrolspelers de formatie klem zetten. En daar is wel iets aan te doen.

Beste Johan Remkes: vervang die hoofdrolspelers!

Natuurlijk snap ik best dat het de partijleiders zijn die normaal gesproken zo’n formatie doen. Maar een groot nadeel is toch de vermoeidheid na anderhalf jaar corona en een half jaar schaduwvechten. Ze zijn moe, ze zijn elkaar moe en wij zijn ze moe. En energie om nog over een schaduw heen te springen is er al helemaal niet meer.

En nu is het zo dat ons parlementaire stelsel sinds honderd jaar politieke partijen centraal stelt. En dat levert allerlei problemen op. Zoals het door partijen ondermijnen van het individuele mandaat van kamerleden door het afdwingen van fractiediscipline. Maar in dit geval bieden die politieke partijen misschien een oplossing.

Laat Remkes gaan onderhandelen met de voorzitters van de zes welwillende partijen. Zo’n voorzitter is toch ook een soort partijleider. De secondanten mogen dan gewoon blijven zitten vanwege de link met de fracties en de partijleiders en hun inhoudelijke kennis. Dan kan Kaag even bijkomen van haar verliezingsoverwinning van vorige week en kan Rutte zich eindelijk eens gaan verdiepen in wat demissionair eigenlijk betekent.

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.

Volgende