De lege plek van topbestuurders

De verhoren van de commissie kinderopvangtoeslagen toonden leegte aan de top. Het rapport moest bij de feiten blijven, maar dat lukt “Ongekend Onrecht” zeer wel. Het rapport was een politieke aardbeving, maar Groningers weten dat zoiets niet meteen tot actie leidt. Maar zij hebben nog een ruïne die min of meer bewoonbaar is, de ouders die fraudeur genoemd werden zagen hun gehele bestaan in een puinhoop veranderen. Het Parlement snapte dat er wat moest gebeuren dat verder ging dan 500 euro. Dus kwam ineens een compensatie van 30.000 per ouder(paar) als voorlopige genoegdoening. Het is het politieke syllogisme: We moeten iets doen; Dit is iets; Dit moeten we dus doen. Ik probeer niet de compensatie belachelijk te maken, want het is basaal fatsoen. Maar zijn we er dan? Of zijn we er als we nog wat politieke koppen laten rollen? Het lijkt mij niet. De Minister President Mark Rutte runt zijn regeringen als ondernemer, niet te politiek, want daar krijg je narigheid van. In zijn coronabeleid zie je de depolitiserende duik achter het RIVM, die geleidelijk lastiger valt vol te houden. Helaas, een ondernemer lost geen politieke problemen op. In zijn verhoor vielen mij twee dingen op: eerst de boodschap over de Rutte doctrine, vervolgens het ontbreken van een ‘papertrail’ ten aanzien van zijn eigen handelen en coördinerende werk van AZ. Rutte heeft niet veel visie op zijn rol of de wereld. Als je last hebt van een visie, moet je naar de oogarts, zei hij. Het is een gekozen onideologische positie, gevoed door enkele theoretische noties en vooral door praktische rol als regeringsleider. In de jaren tachtig werd het denken over ‘onregeerbaarheid’ gemeengoed. De wereld werd te ingewikkeld, de regelende aanspraken op de overheid te sterk. Daarom moest de overheid zelf kleiner worden en aanspraken op de overheid  daarvan weggeleid. Dat hield in, leunen op marktprocessen, (b.v. wonen) sociale controle, administratieve rationalisatie (b.v. zorgverzekeringen) en liberaal corporatieve regelingen (b.v. autoriteiten toezicht). Rutte heeft dit denken opgezogen. Hoe ga je als regeringsleider praktisch te werk? Daarover is hij helderder. Besluiten moeten voor hem geen vingerafdrukken dragen. Dus Algemene Zaken is klein, verslagen zijn er vrijwel niet, opdrachten van hem aan zijn medewerkers of collega’s zijn moeilijk te vinden. In de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) worden onvoldragen stukken, intern ambtelijk beraad, uitgezonderd van opeisbaarheid. Waardevol, meent Rutte: ambtenaren moeten in de ontwikkeling van beleid vrijheid voelen om gedachten te uiten en onderling te bespreken. Het lijkt redelijk, maar moet die vertrouwelijkheid in het openbaar bestuur? Zo is een regeerstijl gegroeid, waarin de beslissingen op afstand van de MP tot stand komen, waarin de leidende denkbeelden niet aan hem kunnen worden gekoppeld. De WOB wordt ter bescherming daarvan misbruikt. Het ontbreken van verslagen en opdrachten van de MP aan zijn AZ-mensen en aan zijn collega’s maakt de rol van Rutte weinig inzichtelijk. Daardoor blijft hij gemakkelijk in het zadel, als leider van diverse coalities. De Secretaris-Generaal Wat doet een SG eigenlijk? Bij het kijken naar de verhoren heb ik het mij vaak afgevraagd. Als je wilt weten waarom het op de werkvloer fout is gelopen, hoef je een SG geen vragen te stellen, want die weet dat niet. Als je wilt weten waarom een minister niet geïnformeerd is evenmin; je vraagt je af waarvoor ze dan hun inschaling krijgen. In de gangbare taakopvatting moet een SG zijn politieke bewindspersoon uit de problemen houden. Het bezwaar daarvan is dat wat het departement doet, politiek gedefinieerd wordt. Dat mag wenselijk lijken in het gangbare denken, maar je kunt ook verdedigen dat een departement een sociale en maatschappelijke taak heeft, die los staat van de toevallige politieke top. Coalities komen en gaan, de behoefte aan ordelijk openbaar bestuur blijft bestaan. Je zou die afstand tussen politieke leiding en de bureaucratische arbeid kunnen vergroten door de SG een eigen verantwoordingsplicht naar het parlement te geven. Daarbij hoort dan ook een informatieverplichting aan de Tweede Kamer, die door de SG moet worden ingevuld en daarmee los komt van het politieke opportunisme waar Omtzigt en Leijten zich terecht aan ergeren. Niet de minister bepaalt dan welke informatie de Kamerleden krijgen, maar het departement. Daarmee is niet elk probleem opgelost, maar de kans op goede informatie stijgt. Als je dat zou doen, verandert ook de relatie tot de inhoud. Een SG zal dan moeten begrijpen hoe de werkprocessen lopen, daarover zich een oordeel moeten vormen. Misschien ook moet hij mensen op de werkvloer hebben, die over de kwaliteit van het werk rechtstreeks aan hem rapporteren. De gangbare praktijk van de Algemene bestuursdienst, waarin de kennis over het inhoudelijke ambacht er niet toe doet, zal dan moeten veranderen. De topfiguren die we zagen in de verhoren zijn managers, maar hun afstand tot de inhoud van het werk werd door de ABD als voordeel gezien. Dat is een verouderde opvatting over hun rol. Dossiers Mijn eerste lunch in het restaurant van het departement: wat zie je, vroeg mijn baas? Hij gaf zelf het antwoord: een mengeling van middelbaar, oud en piepjong. Dat is goed, vond hij, want de ambachtelijke geschiedenis hoort actief en collectief te zijn, in hoofden te worden rondgedragen. Bij onze verhuizing van kantoor jaren later, kwam een wijsneus mij vertellen dat ik geen twaalf strekkende meter archiefplank meer mocht hebben, maar het moest doen met drie. Ik vroeg hoe ik dan iedereen met kennis kon bedienen, wat mijn taak was,  maar die haalde men maar uit het rijksarchief in Winschoten. Hoe moet een departement traditie en hanteerbare kennis opbouwen? Voorbeeld: van 1985 tot 1991 werkte bij VROM iemand aan de “instrumenten bundel”, waarin alle regelingen werden samengevat. Ik heb de verzameling kort geleden aan een promovenda over gedaan, die het een kostbare bron van informatie vond. Maar pardon? Is regelen en instrumenteren niet de kern van wat een departement doet? Houden we dat niet ordelijk bij? Vervelende ontdekking: neen, dat doen we niet. Wat moet een departement met een persoonsdossier? In de verhoren kwam voorbij hoeveel tijd het vroeg om een compleet beeld van iemand op te bouwen: wel 400 werkuren, later toch nog 200 uur. Ik herinner me mijn eigen aangifte die de fiscus vrijwel volledig op orde heeft en denk: dit kan niet kloppen. Leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker. Waarom is het complete beeld van iemand, die een paar toeslagen heeft gehad, pas na honderden uren ambtelijk werk te bepalen? Leijten en Omtzigt maken zich er terecht druk om: maar waarom? ICT Met Renske Leijten en Pieter Omtzigt zou ik het vermoeden willen uitspreken dat de ICT “houtje-touwtje” in elkaar zit. Binnen de bureaucratie spreekt samenwerken vrijwel nooit vanzelf en dus ook de ICT toerusting toont die kokers en fragmentatie. Maar in de organisatie kun je nog wel eens mensen vervangen, een consultant van buiten halen, en soms helpt dat. Maar doorgaans maar een beetje en vaak ook kort. Misschien is ICT neutraal als instrument, zoals een typemachine of memoblok. Maar het lijkt iets anders te zijn. De toerusting met automatische spullen was een specialiteit; dat vergde tijdelijke deskundigheid, maar als het werkte konden die specialisten weer verdwijnen. Dat was de gebruikelijke managementopvatting. Eigen automatiseringskennis hoefden we niet. Die gedachte leverde behoorlijk grote schade op: niet de kennis van de werkvloer en de uitvoering was maatgevend, maar de handelswaar van de specialisten in automatisering. Die kwamen van buiten en vertrokken na levering van hun kennis voor veel geld. Dat gaat zelden goed. Maar de automatisering moest ook helpen bij het klein houden of kleiner maken van de bureaucratie. Brieven konden immers machinaal worden geproduceerd en verzonden. De rapportage van de toeslagen spreekt van een “massa proces”. Daarin neemt de ruimte voor individuele gevallen, die een specifieke behandeling vragen, nogal af. De verdedigers van het massaproces lijken democraat: de gelijke behandeling kan met de computer goed worden geregeld. Dat is waar: maar de ongelijke behandeling van ongelijke gevallen? Dan heb je mensen nodig. De toerusting van werkprocessen met ICT hulpmiddelen verloopt vrijwel nooit zonder hobbels en problemen. Jaap Uijlenbroek was de enige die de verhoorcommissie een substantiële verklaring vooraf gaf. Daarin beklaagde hij zich over de voortdurende opeenvolging van opdrachten en taken, zonder dat de ICT ordelijk en tijdig  kon worden aangepast. Unspeakable News Verkenningsvliegtuigen in de tweede wereldoorlog brachten foto’s mee uit Polen, waar rijen mensen voor onduidelijke, rokende gebouwen stonden. Walter Laqueur was er zeker van dat de crematoria in de vernietigingskampen werden herkend, maar ze speelden geen rol in de besluiten over de oorlog. Werd er over gerapporteerd? Dat wel, maar de massamoord van de Nazi’s had geen betekenis voor de oorlog, meenden de cynische historici. Het was “onzegbaar nieuws”, onhanteerbaar en onvoorstelbaar, dus niet iets om je handelen op af te stemmen, oordeelden anderen. Buikpijn hadden ze, de ambtenaren die wisten waar ze voor verantwoordelijk waren. Maar iedereen had het druk. Waarom gebeurde er niks? Ik vrees: wat ze wisten was “onzegbaar nieuws”. Het onzegbare is gezegd, maar het probleem kan morgen opnieuw manifest worden.

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.

Foto: European Parliament (cc)

En weer geen plan Mark

COLUMN - ‘Geen plan, hoezo geen plan? We hebben bijna alles gesloten! Winkels dicht, scholen en kinderopvang dicht, zwembaden, sportscholen dicht. Hema dicht. Hoezo geen plan?’

‘En vergeet niet de musea en podia die net weer een beetje zuurstof kregen.’

‘Oh ja, de cultuur zit natuurlijk ook weer dicht.’

‘Maar dat is geen plan Mark, dat zijn maatregelen.

En daarmee ontregel je de komende tijd weer onze levens, totdat we zijn aanbeland bij de volgende akte van jullie improvisatietheater. Het enige dat je gepland hebt, is de volgende persconferentie met Hugo, over vier weken. En ook dan ben je vast niet van plan met een plan te komen. Mark, huist ergens in jou een staatsman?’

‘ …? ‘

‘Denk je weleens na over hoe de staat zich in deze crisis zou moeten verhouden tot die 17 miljoen individuele levens? Laat ik anders, voor jouw goede begrip, m’n vraag illusteren aan de hand van ‘de markt’. Wat wil de markt, de ondernemer zeg maar, van de staat? Zo weinig mogelijk inmenging in zijn zaken natuurlijk. Maar ik bedoel voor zover de staat wel iets doet. Wat verwacht de ondernemer?’

‘Minder dividendbelasting?’

Foto: Eric Heupel (cc)

Provoceren zonder te brallen

COLUMN - Iedere week sturen neerlandici een boek aan Mark Rutte, met een begeleidende brief die uitlegt waarom hij dat boek moet lezen. Deze week een bijdrage van Marc van Oostendorp die het project eerder in deze brief toelichtte.

Geachte heer Rutte,

Dertig jaar geleden heb ik u nooit ontmoet, maar in onze oren galmt soms vast hetzelfde Leidse studentengebral nog na. Ik vermoed dat u niet hebt meegebrald, of in ieder geval niet zo vaak, u was geen lid van het corps, maar wel van de JOVD, en die twee overlapten elkaar. Ik had was geen van beiden lid, maar verzeilde telkens weer in kringen van corpsleden en JOVD’ers, omdat die indertijd nog gezellig waren.

Wanneer ze een paar biertjes op hadden, begonnen de provocaties.

Wim Kok was een communist. Een Brabantse huisgenoot, die ijverig meedronk, had een zachte g en dat verklaarde waarom hij gezakt was voor een tentamen. De broek die ik aanhad was fout, alles wat ik aanhad was trouwens fout, ik was een foute man, misschien wel een homo. De volgende dag stond zo’n jongen dan bij mij op de stoep omdat hij dichter wilde worden en hij wist dat ik gedichten las – of ik eens wilde kijken of het iets was? Of hij kookte een enorme pan erwtensoep voor het hele huis.

Quote du Jour | Nee

Rutte:

Nee

Dat u niet denkt dat de premier een notoire ja-knikker is. Zijn ferme “nee”, klonk vrijdag op de persconferentie na de wekelijkse ministerraad. Het viel in deze scène:

Borgman (NOS): U zegt: dit (het vuurwerkverbod) is bedoeld om mensen in de spoedeisende hulp en zo te ontlasten. Er waren vorig jaar 385 mensen die zich bij de spoedeisende hulp hebben gemeld voor vuurwerk, maar ook 242 omdat ze een alcoholvergiftiging hadden. Gaat u dan ook het alcohol verbieden?

Foto: Opgelet, onderstaande tekst kan sporen van ironie bevatten

KRAS | Martelkapje

Een regering onder leiding van Mark Rutte stak ooit 340 miljoen euro in het opvangen van de Mexicaanse grieppandemie. Die kwam niet. Het huis te klein natuurlijk. Daar had de regering zomaar een partij geld over de balk gesmeten. Dat ging Rutte niet nog een keer overkomen. Nu hebben we wél een pandemie, maar het kabinet waakt er nog steeds voor teveel maatregelen te nemen. Straks blijkt er achteraf iets onnodig geweest en dan heeft dat geld gekost en o la la.

Ik snap het wel hoor, zo zit de Nederlander nu eenmaal in elkaar. Zelf denk ik in de supermarkt ook: misschien is hier wel helemaal niemand met pandemie en dan heb ik mijn martelkapje voor niks omgespannen. Lig ik hier straks piepend van zuurstofgebrek met gemangelde vrijheid op de grond te kronkelen, helemaal voor niks. Dus als Rutte ons straks gaat vertellen dat het niet zo best gaat, maar dat we het nog even aankijken, dat weet ik: het is misschien niet bijzonder krachtdadig, maar wat houdt hij lekker de hand op de knip.

Foto: Opgelet, onderstaande tekst kan sporen van ironie bevatten

KRAS | Tien jaar

In zijn diepste vezels was hij altijd een Unileverman gebleven. Of je nu een racist was of een mocro, een zelfbewuste homo of een hardwerkende suburbanite met een Opel en een doorzonwoning, zeep en margarine had je toch nodig – en hij was er om die aan de man te brengen. Niet omdat de marge op de Glorix en de Bertolli zo lekker aantikte, maar gewoon uit dienstbaarheid. En als het zo uitkwam, wilde hij ook best een xenofoob of multiculti-praatje met je aanknopen. Kwestie van fatsoen.

Tien jaar had hij deze functie nu al, geduldig lachend, iedere roep om visie of leiderschap luchtig wegwuivend. De laatste tijd leek het gemor luider te klinken, maar uit de zetelwinst in de peilingen kon hij afleiden dat dit schijn was. De mensen wilden wel meer vezels en minder vet eten, maar als ze voor het schap stonden kozen ze toch de Magnum. Die rekende hij dan tevreden af, en als hij een wat strengere bui was, gaf hij het dringende advies ook eens aan rijstwafels te denken.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Burgers laten Nederlandse bewindspersonen CO2-neutraal naar Madrid vliegen

Momenteel vindt de 25e klimaatconferentie plaats in Madrid. De Nederlandse bewindspersonen reizen per vliegtuig heen en terug. De afstand Schiphol-Madrid vv. bedraagt 2925 kilometer. Een vlucht tussen de 700-2500 kilometer stoot 200 gram CO2 per reizigerskilometer uit. Dat maakt 585 kilogram CO2 per kilometer. Premier Rutte en de Nederlandse overheid lijken niet in staat om deze CO2 uitstoot te compenseren, of doen dat alleen via aankoop van CO2-credits.

Op initiatief van Andy van den Dobbelsteen, Hoogleraar Climate Design & Sustainability aan de TU Delft, heeft een gelegenheidscoalitie van 7 twitteraars 7 ton CO2 gecompenseerd via Carbon Killer.

Foto: © Eric Yahnker - Pandemic Lovers (after Magritte), 2020, Oil on canvas

Misplaatst optimisme

COLUMN - Ook mij hangt het de keel uit. Ik wil argeloos de schouder van een collega kunnen beetpakken, iemand vanzelfsprekend omhelzen, hartelijk handen schudden, tegen een vertrouweling aanleunen, een vriend stevig vastpakken. Ik kan gelukkig thuis werken, zonder financiële consequenties, maar ik mis de dagelijkse omgang met collega’s vreselijk. Vooral dat je nu voor zowat alles een formele videomeeting moet beleggen hindert me – alle terloopsheid, alle natuurlijkheid is kwijt.

Inmiddels haat ik dat opgelegde optimisme van Rutte, zijn jubelend-bezwerende ‘Jongens, we doen het goed!’ Want we doen het helemaal niet goed: we zijn er collectief slecht aan toe.

Er zijn duizenden mensen vroegtijdig overleden, tienduizenden zijn ernstig ziek geweest, soms met langdurige consequenties, we zijn allemaal bang geweest dat wij of onze geliefden besmet zouden raken, en we hebben in een paar maanden tijd onze zorgverleners volledig uitgewoond. Soms parasitaire maar rijke bedrijven als Booking hebben miljoenen overheidssteun geïncasseerd, terwijl kunstenaars, muzikanten, theatermakers en acteurs de pest konden krijgen en kleine podia stilletjes omvallen. Kinderen en jongeren hebben maandenlang school gemist en kregen inderhaast in elkaar geklust onderwijs-op-afstand. De werkloosheid stijgt schrikbarend, en veel bedrijfjes gaan failliet.

Intussen neemt de besmettingsgraad weer toe, nu ook onder jongeren, en Rutte steekt zijn duimen maar weer eens omhoog. Hij deelt complimentjes aan het volk uit, als was het strooigoed.

Quote du Jour | Nuttige studies

Kijk uit voor wat ze ‘nuttige studies’ noemen. Dat wordt niks als je het niet ook echt leuk vindt.

Tijdens een interview op Lowlands geeft premier Mark Rutte de aanwezige jongeren het advies om vooral een studie te gaan doen die ze leuk vinden. Een nuttige studie die je niet leuk vindt wordt niks volgens hem.

Hier lijkt onze Mark een goed punt te hebben. Op basis van gezond verstand zou je zeggen dat een gemotiveerde student sneller en vaker de eindstreep van de studie haalt. De realiteit is echter anders, motivatie lijkt niet zo’n hele goede voorspeller voor studiesucces.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Volgende