OPINIE - De kranten staan bol van nieuws over het klimaat. Het IPCC-rapport dat op 27 september uitkomt houdt de gemoederen nu al flink bezig. Ondertussen wordt dit weekend in New York al stevig vergaderd over klimaatverandering. Maar deze keer onopgemerkt door de pers, schrijven Marije Cornelissen, Europarlementariër namens GroenLinks, en Marie Christine van de Gronde, voorzitter Feministisch Netwerk GroenLinks.
Leiders uit de hele wereld komen bijeen voor de eerste conferentie van het International Women’s Earth and Climate Initiative (IWECI). Honderden politici, beleidsmakers, wetenschappers, stamhoofden, activisten, spiritueel leiders, zakenlieden en economen spannen zich in om de genderaspecten van klimaatverandering op de agenda te zetten en om plannen te maken voor de toekomst. Al deze leiders zijn vrouwen.
Veruit de meeste publieke aandacht gaat uit naar de jaarlijkse klimaattoppen, welke zijn gericht op de vraag hoe klimaatverandering en de effecten ervan kunnen worden tegengegaan. In de vakliteratuur heet dit mitigation.
Helaas leveren deze jaarlijkse toppen te weinig op om echt verschil te maken. Bovendien blijft op deze conferenties de vraag buiten beschouwing hoe mensen zich kunnen aanpassen aan de inmiddels onvermijdelijke klimaatveranderingen. Met andere woorden, er is onvoldoende aandacht voor adaptation.
Met name in de armere delen van de wereld zijn de gevolgen van een veranderend klimaat namelijk allang voelbaar. Dit geldt in het bijzonder voor de mensen die land bewerken dat steeds droger of juist steeds natter wordt, voor de mensen die dagelijks water moeten halen dat steeds moeilijker te vinden is en voor de mensen die hun gezinnen moeten zien te voeden met voedsel dat steeds schaarser wordt. Die mensen zijn voornamelijk vrouwen.