Gods schaduw

Plots lijkt er iets mis te gaan. Na honderd pagina’s over de voorouders en de jonge jaren van sultan Selim moet de lezer onverwacht 150 pagina’s tot zich nemen over Columbus, de val van Granada, de ontdekking van Amerika en ga zo maar door. Pas daarna, rond pagina 250, pakt Alan Mikhail de draad weer op en komt Selim ‘de Grimmige’ aan de macht. Wat Mikhail de lezer (klaarblijkelijk) duidelijk wil duidelijk maken is dat de ontdekking van Amerika niet los kan worden gezien van de strijd van de Europeanen tegen de islam. Hij zal uitleggen hoe dat écht zit. Voor wie een beetje ingevoerd is in de geschiedenis van Europa rond 1500, is dat een open deur. Iedereen weet dat Columbus zijn gevaarlijke plan om naar het Westen te varen, om zo het oosten te bereiken, aan het Spaanse koningspaar Ferdinand en Isabella probeerde te verkopen door te stellen dat hij zo contact kon leggen met de tegenstanders van de islam in Oost-Azië, waardoor de aartsvijand van Spanje ingesloten zouden worden. Columbus werd daarbij, zo blijkt uit zijn overvloedige papieren, gedreven door zijn obsessie om in navolging van de Portugezen grote ontdekkingen te doen. Hij schreef over zeereizen, getuigenverklaringen, kaarten, astronomie – maar vrijwel geen woord over de islam. Maar volgens Mikhail was Columbus een echte moslimhater. Al in zijn inleiding noemt hij Columbus een matamoros, een ‘morendoder’, en voegt daaraan toe (p.12): ‘Als gewoon soldaat was Columbus, een gelovig man, betrokken geweest bij de verovering van Granada door Isabella en Ferdinand; hij was het als zijn heilige plicht gaan zien om de moslims, de belangrijkste vijanden van het christendom, uit te roeien. Hij had meegevochten in tal van veldlagen tegen moslims, en meer in het bijzonder tegen het Ottomaanse rijk, de belangrijkste tegenstrever van Spanje in het Middellands Zeegebied. Daarbij had hij de smaak van moslimbloed flink te pakken gekregen en was hij bezield geraakt door het idee van een heilige oorlog. (…) Wat het hem op zijn tocht naar Amerika vooral om ging was, in naam van het christendom strijd te leveren tegen de islam.’ Afgezien van de mededeling dat Columbus een gelovig man was (en dus ongetwijfeld een hekel had aan de islam), is dit alles complete onzin. Columbus was een drammer, een fantast, een opschepper en leugenaar, maar had geen slagveld gezien en was zeker geen fanatieke ‘morendoder’. Het staat vast dat de eerste ontdekkingsreizen, vanaf omstreeks 1450, in opdracht van de Portugese koning Hendrik de Zeevaarder, gefinancierd werden door religieuze orden die op deze wijze de kruistochten wilden voortzetten. Maar dat religieuze sentiment werd tegen het eind van de vijftiende eeuw op de achtergrond gedrongen door economische belangen. Columbus bewees alleen maar lippendienst aan een ‘koninklijke’ plicht, de strijd tegen de islam. Hij was in de buurt van Granada tijdens het einde van het beleg, en is kort na de val van de stad daar binnengegaan; dat is alles. Hij was gekomen om met de koningin te praten over zijn plan. Maar Mikhail blijft het hele boek door volhouden (p. 353): ‘De kruisvaarder Columbus heeft lang zijn uiterste best gedaan de heilige stad [Jeruzalem] te veroveren […] hij heeft haar uiteindelijk nooit bereikt.’ Mihkail meent zelfs te weten hoe Columbus zo fanatiek was geworden. Hij had als jonge zeevaarder het eiland Chios bezocht, dat toen Genuees bezit was. Het eiland was vele jaren daarvoor betrokken geweest bij de laatste pogingen om de val van Constantinopel in 1453 te voorkomen (p. 80): ‘Door de terneergeslagenheid van de Chiotische oorlogsveteranen raakte Columbus ervan overtuigd dat het christendom geen keus had: het moest vol in de aanval tegen de islam, of anders zou het finaal te gronde gaan.’ Flauwe kul. En Mikhail zet niet alleen Columbus ten onrechte weg als morendoder: in een opmerkingen terzijde op (pagina 169) worden Columbus én Hernando Cortez aangeduid als ‘veteranen van de Spaanse Reconquista’. Cortez was geen lieverdje, maar in Spanje heeft hij geen moment gevochten. En dan is Mikhail nog niet klaar. Er hebben zich in Amerika, na 1492, gruwelijke misstanden voorgedaan. Hij moet en zal aantonen dat ook daar islamhaat achter schuilging; álles wat er in Europa én in Amerika gebeurde, was volgens hem in wezen de voortzetting van de strijd tegen de islam, of beter: tegen het Ottomaanse rijk. Hij spreekt van een ‘katholieke jihad’ (een jij-bak op zijn tijd kan geen kwaad) en wijst triomfantelijk op het Requerimiento (‘Vereiste’) een document dat door de Spaanse veroveraars voorgelezen werd als zij nieuw terrein betraden, en waarin zou staan dat de indianen (die de tekst uiteraard totaal niet begrepen) zich moesten bekeren, op straffe van slavernij. (Maar Mikhail citeert verkeerd: geëist werd dat de indianen predikers niets in de weg mochten leggen. Los daarvan was dat document natuurlijk een vrijbrief voor wreedheden.) Nee, dan was het Ottomaanse rijk volgens hem veel beschaafder. Hij kan natuurlijk niet ontkennen dat ook de Ottomaanse economie dreef op slavernij, maar komt dan met de vertrouwde doorzichtige smoesjes dat het daar allemaal veel minder erg was. Slaven deden volgens hem vooral lichte werkzaamheden, en je kon als slaaf carrière maken! Hij schrijft zelfs: ‘Binnen de islam was slavernij iets tijdelijks, niet iets ‘erfelijks’, en de banden tussen een slaaf en zijn of haar familie werden niet per definitie doorgesneden.’ Dat laatste was juist wél karakteristiek voor de Ottomaanse slavenhandel. Mannen, vrouwen en kinderen werden streng gescheiden gehouden. Seksueel verkeer was onmogelijk, verboden. Vrouwelijke slaven waren voor hun mannelijke meesters. Mannelijke slaven werden na ‘vangst’ meestal al gecastreerd. (En juist daarom, omdat ze geen familie hadden, konden ze hoge functies bekleden.) Kinderen verwekken was onmogelijk. Vandaar dat er in Amerika zeer veel, en in het Midden-Oosten totaal géén afstammelingen van slaven te vinden zijn. Maar voor Mikhail kan de islam geen (echt) kwaad doen. Al het goede komt van de islam. Hij schrijft op een gegeven moment zelfs dat de Spanjaarden (p. 196) ‘islamitische irrigatie- en olijfperstechnieken’ overnamen. Het valt nog mee dat de olijven zelf niet islamitisch zijn. Maar die mooie, goede islam, daar willen Europeanen niks van weten. de val van Granada was volgens Mikhail daarbij een keerpunt, het begin van het Grote Vergeten (p. 157): ‘De welbewuste veronachtzaming van meer dan zevenhonderd jaar Europees-islamitische geschiedenis begon in januari 1492 en gaat in verschillende gedaanten tot op de dag van vandaag door. Dit verhaal over Selim, de Ottomanen en de islam, moet hoognodig verteld worden om de traditionele kijk op het verleden te corrigeren.’ De oost-west relaties tot 1500 zijn zeker een onderwerp voor een mooi boek. Maar onwetendheid corrigeren doe je niet door onzin te verkopen. En bovendien, dit boek gaat officieel over heel iets anders, niet over 700 jaar maar over acht jaar, het bewind van Sultan Selim. Selim was de kleinzoon van Mehmet II, de Ottomaanse sultan die in 1453 Constantinopel veroverde en zo een einde maakte aan het Byzantijnse rijk. Selim werd door zijn vader Bayazet (Mehmets opvolger) Bayazet uitgezonden als gouverneur naar Trabzon, ver van de hoofdstad. Hij was nu eenmaal niet de oudste zoon. Maar Selim deed zijn plicht en toen Bayazets einde naderde, vocht hij zich een weg terug naar de hoofdstad (nu: Istanboel). Gedurende de acht jaar dat hij op de troon zat, toonde hij zich een doortastend en wreed heerser. Op weg vanuit Istanboel naar zijn eerste grote confrontatie, met de Perzische Safawiden, maakten zijn soldaten systematisch jacht op sjiieten. Tijdens zijn tweede grote militaire operatie, via Damascus zuidwaarts, tegen de Mammelukken in Egypte, deed hij exact hetzelfde. En ook in de jaren daarna werden sjiieten overal in zijn rijk als beesten opgejaagd en vermoord. Als er één man verantwoordelijk is voor het verdwijnen van deze vorm van de islam ten westen van de Eufraat en Tigris, dan is het Selim. Ondertussen wordt Mikhail, die sterk leunt op een latere hagiografie waarin Selim, niet moe te benadrukken hoe tolerant Selim was (Joden en christenen werden immers niet opgejaagd!) en zet hij Selims massamoorden in kleine zinnetjes weg. Een voorbeeldje, na aankomst van Selim in Damacus (p. 367): ‘Hij sloot overeenkomsten, deelde gunsten uit en deed in algemene zin alles wat hij kon om zijn territoriale veroveringen veilig te stellen en er de vrede te bewaren. Hij bleef daarbij gebrand op het uitroken van ook de laatste restjes van het oude regime. Zo liet hij in die paar maanden duizenden Mammelukse loyalisten in het openbaar executeren.’ Selim trok verder, versloeg de Mammelukken en veroverde Egypte. Het verzet tegen de Ottomanen in Egypte hield nog decennia aan. Er ontstond een bloedige guerrilla op het platteland. Toen Selim het eindelijk aandurfde om het geplunderde Caïro te betreden, en op de citadel zijn soldaten toesprak, lezen we bij Mikhail: ‘De hele stad barstte uit in gejuich.’ En wanneer Selims derde grote militaire operatie, een aanval op Marokko, niet doorgaat (want Selim komt te overlijden), beschrijft Mikhail (p. 439) hoe de wereld eruit had gezien als die aanval was gelukt: ‘De islam had het gewonnen van het christendom, de Ottomaanse pluriformiteit had gezegevierd over de Europese intolerantie.’ Niet alleen de islam, ook Selim kan blijkbaar niets fout hebben gedaan. En zijn invloed kan ook nauwelijks worden overschat (p. 453): ‘Dat Selim in de geschiedenis van de islam een centrale plaats inneemt moge duidelijk zijn.’ Hij zou zelfs de islam hebben gemoderniseerd! Dat wil zeggen, volgens Mikhail hervormde hij de rechtspraak. Vóór Selim (p. 469) ‘volgden rechters hun eigen interpretatie van de sharia, op basis van traditie en precedent; soms drukten ze gewoon hun zin door.’ Maar Selim: ‘…voerde een secularisering van de rechtbanken door, gericht op grotere toegankelijkheid en meer invloed. Ze kregen er tal van functies bij, zoals die van gemeentearchief, politiebureau, schandpaal en geschillenbeslechting. (…) Op die manier konden ze de nieuwe onderdanen – zowel joden als christenen en moslims – voor zich winnen door ze het gevoel te geven dat ze er onder de Ottomanen echt op vooruit gingen’ En dan volgt even verderop de triomfantelijke conclusie (p. 470): ‘In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht en beweerd – vroeger en nu, door schrijvers als Salman Rushdie, Thomas Friedman en Ayaan Hirsi Ali (veelal moslims dan wel ex-moslims) – heeft er binnen de islam dus wel degelijk een reformatie plaatsgevonden, en wel onder leiding van Selim. Bij diens Islamitische Reformatie werden nieuwe wegen ingeslagen inzake het functioneren van de islam en islamitische instellingen in een veranderende wereld.’ (…) Zijn ombouw van de rechtbanken is een van de meest indrukwekkende voorbeelden van bestuurlijke hervorming in de geschiedenis van de islam geweest.’ God mag weten wat deze puur bestuurlijke hervorming (zo te zien gericht op een veel strakkere controle van Selims onderdanen) te maken heeft met de reformatie of met de islam. Het klinkt alsof Mikhail een wanhopige poging doet antwoord te geven op het maar al te bekende verwijt van ‘veelal moslims dan wel ex-moslims’ dat de islam nodig hervormd zou moeten worden. Het is vijfhonderd jaar geleden al gebeurd! Praktisch tegelijk met de protestantse reformatie! Mikhail staat niet alleen in zijn bewondering voor Selim. De Turkse president Erdogan is een vaste bezoeker van Selims graf, en de nieuwste, grootste brug over de Bosporus is naar Selim genoemd. Mikhail is duidelijk geen bewonderaar van Erdogan maar beiden beschouwen het kortstondige tijdperk-Selim als een hoogtepunt in de geschiedenis van de islam. Met de val van de Mammelukken werd Selim immers ook heerser over Mekka en Medina, en kon hij zich laten uitroepen tot kalief, de plaatsvervanger van God op aarde, de heerser over alle moslims. Zijn voorgangers Mehmet en Bayazet konden dat niet, en Selims opvolger, zijn zoon Süleyman, mag dan bekendstaan als ‘de Grote’, voor veel moslims is hij het begin van het moreel verval van het Ottomaanse rijk. Wie verlangt naar de dagen waarin de islam waarlijk prachtig en machtig was, komt dus uit óf bij Mohammed en de eerste vier Rechtgeleide Kaliefen van de zevende eeuw óf, vooral voor Turkssprekende moslims, bij sultan Selim. En dat de sjjieten Selim haten, tot op de dag van vandaag, dat ze hem beschouwen als een beest, een ‘sjiietendoder’ zogezegd, dat moeten we maar gewoon vergeten. Dat moorden was nodig om de vrede te bewaren. Selim was geweldig, vindt Mikhail. Een oordeel dat al even betrouwbaar is als zijn oordeel over Columbus. En niets met geschiedkundig onderzoek te maken heeft. [boeklink]9789025304485[/boeklink]

Foto: Screenshots Goedemorgen Nederland via Republiek Allochtonië

Moslims op TV: Goedemorgen Nederland heeft nog een wereld te winnen

ACHTERGROND - door Tayfun Balçik

Het onderzoek ‘Moslims op TV’ houdt op een systematische wijze bij hoe ‘de moslims’ en/of de ‘de islam’ wordt geportretteerd op Nederlandse TV. In dit artikel maakt Tayfun Balçik een deel van de eerste resultaten bekend, met de focus op het WNL ochtendprogramma Goedemorgen Nederland. En om gelijk met de deur in huis te vallen: het ging bar weinig over moslims specifiek in de onderzochte periode. Corona en uiteraard de Black Lives Matter-beweging domineerden de agenda in Hilversum. In de periode van 1 tot en met 20 juni zijn er direct of indirect 50 ‘moslimberichten’ verschenen. Het leeuwendeel (39 berichten, 78% van het totaal) is als ‘negatief’ te kwalificeren.

Nu heeft dat laatste onderwerp vele aanknopingspunten met waar wij naar kijken bij Moslims op TV.  Maar omdat BLM voornamelijk over anti-zwart racisme gaat, zijn de gegevens over BLM in dit artikel alleen meegenomen wanneer het kruiste met discriminatie en racisme door of tegen moslims, en wanneer BLM werd geagendeerd door mensen met een mogelijke moslimachtergrond. Over die intersecties zal later in dit artikel nog op worden ingegaan. Nu is het tijd om te kijken naar de stand van zaken met betrekking tot moslimnieuws in de afgelopen maand bij WNL Goedemorgen Nederland.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Foto: © Sargasso logo Goed volk

Goed volk | Donderdag van de doden

LONGREAD - Geen volk dat zijn doden niet herdenkt. Dit kan seculier vorm gebeuren, zoals de nationale dodenherdenking op 4 mei, of in religieuze sfeer. Christelijke dodenherdenkingen zijn niet altijd, maar wel vaak, kersteningen van heidense gebruiken en bevatten dan elementen uit dat heidense verleden. Soms is er sprake van syncretisme, maar ook van ‘dubbelgeloof’: twee tradities blijven naast elkaar voortbestaan en worden door dezelfde personen uitgevoerd. Vooral bij insulaire en Slavische volken komt dit nog steeds voor.

Niet-christelijke dodenherdenkingen zijn vaak een vorm van voorouderverering. Dodenherdenkingen vinden meestal aan het begin van de winter plaats, maar er is een specifieke reden waarom ik nu juist bij de naderende zomer over dit onderwerp begin.

Dit lange stuk gaat over twee onderwerpen, die elkaar snijden: enerzijds dodenherdenking, anderzijds het feit dat het ‘gewone volk’ wars is van abstracte principes en zich vooral bekommert om familie en primaire behoeftes. Hierin herkennen mensen elkaar, ook cultuuroverschrijdend. Deze twee elementen komen bij elkaar in de oosterse ‘donderdag van de doden’, ergens in de paastijd, maar laten we bij het begin beginnen.

Christelijke dodenherdenkingen

Van de christelijke dodenherdenkingen is ongetwijfeld het Rooms-Katholieke Allerzielen op 2 november de bekendste. De herdenking werd in 998 ingesteld door abt Odilo van Cluny om structuur aan te brengen in de diverse destijds bestaande dodenherdenkingen en kreeg haar naam in de dertiende eeuw. Odilo zal voor de datum van 2 november hebben gekozen omdat de herdenking zo een logisch vervolg werd op Allerheiligen, waarbij alle heiligen en martelaren worden herdacht. Van kerstening van heidense gebruiken is hier geen sprake, al zal de formele herdenking aansluiten bij gevoelens die al bestonden.

Foto: © Sargasso logo Goed volk

Goed volk | Legenden van het Alhambra (2)

LONGREAD - Het ‘Rode Paleis’ op een heuvelachtig plateau aan de zuidoostelijke grens van de stad Granada, in het Arabisch ‘qasr alhamra’ genoemd en algemeen bekend onder de naam ‘Alhambra’, is een van origine Moors fort c.q. paleis met de enorme oppervlakte van 140.000 vierkante meter. De Arabische naam zou in Latijnse letters eigenlijk als ‘al-Ḥamrāʼ moeten worden geschreven, maar inmiddels is de internationale spelling Alhambra gangbaar.

De laatste Moorse koning die hier resideerde was de in deel 1 besproken Mohammed XII Abu Abdallah, door de christenen genaamd ‘Boabdil’. De door Couperus beschreven scène, waarin Abu Abdallah op de plek die later bekend zou staan als ‘De laatste zucht van de Moor’, voor de laatste keer omkijkt naar het Alhambra en waarbij hij, tot ergernis van zijn moeder, in tranen uitbarst, komt ook in het boek van Washington Irving voor, maar over dit boek straks.

Het Alhambra is in feite een kleine stad die langzaam gegroeid is een waarvan het oudste gedeelte dateert uit 889 en is gebouwd op Romeinse fundamenten, de voorgangers op het Iberisch schiereiland van de Visigoten.

Volgens Irving stamden enkele torens van het complex nog geheel of gedeeltelijk uit de Romeinse tijd. Nadat het fort in de 13e eeuw ruïneus was geworden, werd het vervolgens gerestaureerd en uitgebreid. Het was uiteindelijk Yusuf I, Sultan van Granada, die in 1333 het complex zijn uiteindelijke Moorse aanzien en grootte gaf.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: © Sargasso logo Goed volk

Goed volk | Legenden van het Alhambra

ACHTERGROND - Spanje is een land met een roerige geschiedenis. Zoals in de geschiedenis, met name na de Middeleeuwen, Frankrijk en Italië de nodige overeenkomsten in historische patronen vertonen, zo geldt dit ook voor Spanje en Griekenland. Zo waren beide landen in de twintigste eeuw verwikkeld in een bloedige burgeroorlog en zijn beide landen meerdere eeuwen bezet geweest door een islamitische macht: Griekenland door de Ottomanen en Spanje door de Moren.

Volksverhalen

In beide landen leverde dat verhalen op: sagen en legenden, doorverteld, zoals in de meeste landen, op lange winteravonden bij knapperend haardvuur en een goed glas. Er waren professionele vertellers, bijvoorbeeld in Griekenland de rapsoden, die door hun wijze van vertellen dichtbij het originele verhaal bleven, maar het doorsnee volk vertelde en fantaseerde er naar aanleiding van een historisch feit lustig op los.

Onderzoek heeft uitgewezen dat verhalen doorgaans al binnen een generatie gecorrumpeerd raken. Herinneringen vervagen en verhalen worden spannender gemaakt en uitgebreid. Zie het nog steeds aansprekende voorbeeld van het liedje van Annie M.G. Schmidt: ‘Hendrik Haan uit Koog aan de Zaan heeft de kraan open laten staan’.

Onderstaand een door mijn zoon tijdens veldwerk vorig jaar gemaakte foto van de ruïne van het twaalfde-eeuwse Moorse kasteel ‘Castillo de la Encomienda’, Aliaga, Aragón, een foto die een goed beeld geeft van het desolate landschap waarin dit soort verhalen ontstonden.

Foto: edward musiak (cc)

Ongewenst

OPINIE - Met stijgende verbazing heb ik de ondervraging van imam Suhayb Salam bekeken. Wat een enorme aanfluiting. Ja, de arrogantie van Salam was stuitend. Maar de Kamerleden die de mini enquête over buitenlandse financiering van orthodox-islamitische moskeeën begeleiden, waren niet alleen zwaar bevooroordeeld, maar ook nog eens zeer slecht voorbereid. Niet gehinderd door enige kennis, werden er vragen gesteld die de imam – wel goed voorbereid – gemakkelijk kon pareren. Dat verbaast me niets.

Het hele gedoe is ontstaan na publicaties van Nieuwsuur en NRC, waaruit bleek dat zeker dertig islamitische organisaties in Nederland financiering hebben aangevraagd of ontvangen uit de Golfstaten.

Het is natuurlijk niet zo vreemd dat er zorgen zijn over ongewenste beïnvloeding door die landen op onze moskeeën. Het NCTV constateert dat er een flinke toename is van het salafisme in Nederland. Maar in datzelfde artikel wordt al duidelijk dat de overheid worstelt met deze kennis. Begin 2019 liet minister Koolmees weten dat er nogal wat haken en ogen zitten aan een onderzoek naar de kwestie. Hij gaf aan dat de term “onvrije landen” niet zomaar is om te zetten in een concrete lijst, omdat dit het diplomatieke verkeer in de weg kan zitten, en wilde meer onderzoek.

Bestel je boeken bij Bazarow

Bazarow is een verkopende boekensite, waar je ook recensies, nieuws, een agenda en een digitaal magazine kan vinden. Nog niet alles is af, maar veel boeken zijn al te vinden en er komt de komende maanden steeds meer bij.

Het doel van Bazarow is om een site te vormen die evenveel gemak biedt als de online giganten maar die wél teruggeeft aan de boekensector. Tegen roofkapitalisme, en voor teruggeefkapitalisme, bijvoorbeeld door te zorgen dat een flink deel van de opbrengst terug naar de sector gaat en door boekhandels te steunen.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: Eric Heupel (cc)

Arabier & seculier

RECENSIE - © UItgeverij Boom, boekomslag Arabier en seculier van Eva Ludemann‘Toen ik dertien was begon ik over godsdienst na te denken en er over te lezen. Na een tijdje kreeg ik twijfels en begon ik me af te vragen of Allah eigenlijk wel bestond. Ik ging overal aan twijfelen maar zei niets, Ik durfde mijn gedachten nooit te uiten, tegen niemand. Mijn familie zou eindeloos tegen me tekeergaan en ik vertrouwde mijn vriendinnen niet. Ik was bang hoe mijn vrienden zouden reageren als ze mijn ware gedachten kenden; ik droeg nota bene de hijab (hoofddoek)! Mijn familie bleef ondertussen maar aan mijn hoofd zeuren, over de muziek waar ik naar luisterde, dat mijn kleren niet lang en wijd genoeg waren, het was nooit goed genoeg. Er was ook zo’n druk om niets te dragen waardoor ook maar één man naar mij zou kijken; ik was ervan overtuigd dat het mijn schuld zou zijn als ik door mannen lastiggevallen zou worden. Dat gebeurde toen ik achttien was, in een bus…’

Het is het relaas van Rula, uit Libanon. Na afloop van de aanranding in de bus was ze er heilig van overtuigd dat ze zélf schuld had, dat het door haar kleding kwam. Ze vertelde een vriendin wat er was gebeurd. En die vertelde hetzelfde.

Foto: Kelly Garbato (cc)

Het vervallen huis van de islam

ANALYSE - Onlangs besloot ik te beginnen aan het boek van socioloog Ruud Koopmans Het vervallen huis van de islam, ondanks de flaptekst. Een cursist zou er eens vragen over kunnen stellen en dan sta ik niet graag met mijn mond vol tanden.

Het boek is geen kleine prestatie. Hoofdthese is de stelling dat de enorme achterstand in de islamitische wereld religieuze wortels heeft. De opkomst van het fundamentalisme in de afgelopen vijftig jaar zou die achterstand hebben aangejaagd. Dat is een punt dat door meer lieden wordt gedebiteerd, maar Koopmans is de eerste – ere wie ere toekomt – die dat tracht te adstrueren aan de hand van echte cijfers en wetenschappelijk onderzoek. Dat doet hij uitgebreid en daarbij verantwoordt hij de herkomst van zijn cijfers ook bijzonder goed. Daarnaast geeft hij ook vanuit zijn bevindingen kritiek op andere, alternatieve verklaringen naast de religieuze.

Ik moet zeggen: vooral bij het lezen van zijn eerste paar hoofdstukken had ik het idee dat hier eindelijk eens een beter onderbouwd stuk voorlag. Dat het niet lekker gaat in de islamitische wereld weten we wel, alleen: de oorzaken, daar lijkt nog wel een forse discussie over mogelijk. Ook met Koopmans, want een mogelijk omgekeerde causaliteit (achterstand veroorzaakt verspreiding van fundamentalisme) behandelt hij – helaas – in zijn boek niet. Dat neemt echter niet weg dat hij een boel nieuwe, frisse gegevens in de discussie aandraagt.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Lezen: Het wereldrijk van het Tweestromenland, door Daan Nijssen

In Het wereldrijk van het Tweestromenland beschrijft Daan Nijssen, die op Sargasso de reeks ‘Verloren Oudheid‘ verzorgde, de geschiedenis van Mesopotamië. Rond 670 v.Chr. hadden de Assyriërs een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen verenigd in een wereldrijk, met Mesopotamië als kernland. In 612 v.Chr. brachten de Babyloniërs en de Meden deze grootmacht ten val en kwam onder illustere koningen als Nebukadnessar en Nabonidus het Babylonische Rijk tot bloei.

Foto: Gerard Stolk (cc)

Angst voor de islam – en wat daaraan te doen

RECENSIE - Een boek over islamofobie dat een uitgebreid antwoord verdient.

Wat is islamofobie? Is iemand die ‘de islam’ een ‘achterlijke cultuur’ vindt, islamofoob? En wanneer iemand op straat moslims mijdt, denkend aan aanslagen, is dat angst voor de islam, en is die angst irrationeel, een ‘fobie’? Het begrip is met andere woorden onderwerp van discussie. Dus je zou verwachten dat wanneer iemand een essay schrijft over ‘Het sluipend gif van islamofobie’, hij zijn betoog start met een definitie. Zeker wanneer hij zijn eerste hoofdstuk begint met: ‘Elke tsunami heeft zijn voortekenen. Zo ook de huidige vloedgolf van islamofobie.’ Waar hebben we het over? Wat voor vloedgolf komt er op ons af?

Walter Palm, de auteur van dat essay, doet dat dus niet. Na zijn alarmerende openingszinnen komt hij met een samenvatting van Rushdie-affaire, de wereldwijde woede-uitbarstingen onder moslims naar aanleiding van het verschijnen van ‘De duivelsverzen’. Dat was volgens hem het eerste voorteken. Na afloop van die affaire ‘bleef in de publieke opinie het beeld hangen van de islam als intolerante godsdienst met fanatieke gelovigen.’ Die indruk lag inderdaad voor de hand. Maar is dat ‘islamofobie’? Na wat faits divers (over ons koloniale verleden, de Indische NSB en de Indische roots van Wilders, Bolkestein en Baudet: ‘Het zou zo maar kunnen dat hun afkeer van de islam voortvloeit uit hun familiegeschiedenis’) komt Palm met het tweede ‘voorteken’: de toespraak van Frits Bolkestein in 1991 in Luzern, waarin hij de Westerse cultuur superieur noemde aan andere culturen. Waar of niet, wijs of niet – is neerkijken op de islam ‘islamofobie’?

Foto: Leo Reynolds (cc)

Tellen

COLUMN - Tellen is een vak, u begint er niet voor niets al mee op de kleuterschool, ruim voordat u aan lezen en schrijven begint. En u gaat ermee door tot aan het einde van uw schoolcarrière. Desalniettemin helpt dat bij de meeste mensen niet.

Als ik een voorbeeld uit eigen ervaring mag debiteren: du moment dat ik iets rekenkundigs uitleg op een manier die zowel kort en bondig is als ondubbelzinnig, haken mijn collega’s vrijwel zonder uitzondering en onmiddellijk af. De kwestie hoeft niet ingewikkelder te zijn dan een reeks getallen die opgeteld en afgetrokken moeten worden.

Wie iets rekenkundigs wil uitleggen op een manier die zowel kort en bondig is als ondubbelzinnig, moet zich namelijk bedienen van een formulering die wiskundig is, of daar sterk op lijkt. Ik ben iemand die denkt – er zelfs van overtuigd is – dat het daar eenvoudiger en begrijpelijker van wordt, maar de meerderheid der mensheid denkt daar genuanceerder over. Ik vermoed dat hier ergens de definitie gezocht moet worden van het fenomeen ‘nerd’, maar dat terzijde.

Terzake:

die Welt am Sonntag publiceerde afgelopen 28 april 18 Jahre Terror (hier te vinden, pagina 12-14): een lijst van alle bekende islamitische aanslagen vanaf 9/11 tot en met 21 april j.l., waarbij meer dan 12 doden vielen, Drie krantenpagina’s lang, 3.071 aanslagen, 95.934 doden. Het totaal is nog indrukwekkender: 31.221 aanslagen met 146.811 slachtoffers.

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Volgende