Goed volk | Legenden van het Alhambra

ACHTERGROND - Spanje is een land met een roerige geschiedenis. Zoals in de geschiedenis, met name na de Middeleeuwen, Frankrijk en Italië de nodige overeenkomsten in historische patronen vertonen, zo geldt dit ook voor Spanje en Griekenland. Zo waren beide landen in de twintigste eeuw verwikkeld in een bloedige burgeroorlog en zijn beide landen meerdere eeuwen bezet geweest door een islamitische macht: Griekenland door de Ottomanen en Spanje door de Moren.

Volksverhalen

In beide landen leverde dat verhalen op: sagen en legenden, doorverteld, zoals in de meeste landen, op lange winteravonden bij knapperend haardvuur en een goed glas. Er waren professionele vertellers, bijvoorbeeld in Griekenland de rapsoden, die door hun wijze van vertellen dichtbij het originele verhaal bleven, maar het doorsnee volk vertelde en fantaseerde er naar aanleiding van een historisch feit lustig op los.

Onderzoek heeft uitgewezen dat verhalen doorgaans al binnen een generatie gecorrumpeerd raken. Herinneringen vervagen en verhalen worden spannender gemaakt en uitgebreid. Zie het nog steeds aansprekende voorbeeld van het liedje van Annie M.G. Schmidt: ‘Hendrik Haan uit Koog aan de Zaan heeft de kraan open laten staan’.

Onderstaand een door mijn zoon tijdens veldwerk vorig jaar gemaakte foto van de ruïne van het twaalfde-eeuwse Moorse kasteel ‘Castillo de la Encomienda’, Aliaga, Aragón, een foto die een goed beeld geeft van het desolate landschap waarin dit soort verhalen ontstonden.

Kasteel Aliaga

Legende

Spanje als land van sagen en legenden dus. Maar eerst een korte zijsprong: mijn gebruik van de term ‘legende’ in deze blog. De meeste lezers zullen op de middelbare school het rijtje ‘sprookje, mythe, sage en legende’ geleerd hebben, waarbij een sage een zeker fictief verhaal is met een historische kern en een legende hetzelfde, al is die historische kern en derhalve het hele verhaal christelijk religieus van aard.

In het Engels gebruikt men voor beide begrippen één en dezelfde term: legend (bijv. ‘The Legend of King Arthur’). Men kent wel het woord saga, maar dat slaat op Noordse (inclusief IJslandse) heldensagen, familiekronieken en zelfs gewoon lange verhalen. Omdat deze blog voor een groot deel draait om een boek van de Amerikaan Washington Irving, Tales of the Alhambra (1832), waarin de schrijver regelmatig het woord legend hanteert zal ik in deze Nederlandstalige blog, wat inconsequent, voor zowel sage als legende de letterlijk uit het Engels vertaalde term ‘legende’ gebruiken.

Hiervoor is nóg een reden. Ook in het Nederlands wordt steeds meer de term ‘legende’ gebruikt als men in feite ‘sage’ zou moeten schrijven. Dit ligt mijn inziens niet alleen aan het feit dat ons middelbaar onderwijs steeds slechter lijkt te worden, maar ook aan het feit dat het woord legende de bijklank van iets geheimzinnigs heeft, iets dat het woord sage ontbeert. Zoals Nicoline van der Sijs recentelijk nog schreef: “de taalfout van nu is de taal van de toekomst”.

Deze blog werkt langzaam naar het eigenlijke onderwerp toe, dat je ook kunt beschouwen als de kers op de taart. Ten behoeve van de context houd ik er van om zaken in een zo ruim mogelijk kader te plaatsen en het liefst laat ik elk artikel beginnen bij de Big Bang en vervolgens de schepping van de Aarde, maar je kunt perspectief ook overdrijven. In ieder geval, noodzakelijkerwijs, eerst een paragraaf over de Moorse bezetting van Spanje.

Al-Andalus

In het jaar 410 plunderde de Visigotische koning Alarik I Rome. Alariks opvolger Athaulf sloot een verdrag met de Romeinse keizer en vestigde zich in het tegenwoordige Aquitanië. In de volgende vijftig jaar veroverden de Visigoten grote delen van Spanje. Uiteindelijk beheersten ze, op het Baskenland na, het hele Iberische Schiereiland. De Romeinse structuren werden echter intact gelaten.

De Visigoten waren echter verdeeld en een troonpretendent riep militaire hulp in uit het Moorse Noord-Afrika. Dat was niet handig, want de Moren hadden in 708 al hongerige blikken geworpen op de kusten van het Iberisch Schiereiland. De verdeelde Visigoten konden een Moorse inval in 711 niet afslaan. Een jaar later veroverden de Moren Catalonië en bereikten zij de Pyreneeën, die ze later overstaken. Ze werden uiteindelijk bij Poitiers in 732 teruggeschopt door Karel Martel, die op zijn beurt handig gebruikt maakte van de door verdeeldheid verzwakte Berbers.

De Reconquista

De geschiedenis van Moors Spanje, door de Moren ‘al-Andalus‘ genoemd, is een complexe geschiedenis van verdeeldheid onder twee partijen, christenen en moslims. Al in de negende eeuw begonnen christelijke reconquistadores ermee de moslims terug te dringen. Hierop volgden allerlei conflicten waarbij kastelen en forten nogal eens van partij wisselden. Uit het noord-westen verdwenen de Moren al binnen één generatie, Toledo bleef ruim 300 jaar lang in Arabische handen en Granada, waarbinnen het Alhambra ligt, bijna 800 jaar.

Een overzicht van deze geschiedenis valt uiteraard buiten het bestek van deze blog, maar wie het rustig wil nalezen kan bijvoorbeeld hier en hier terecht. Voor iemand die nog wat verstrooiende visuele toelichting nodig heeft kan ik de fameuze rolprent El Cid (1961) aanraden die op mij indertijd een diepe indruk maakte, niet zozeer vanwege de vertolking van Charlton Heston als El Cid, maar vanwege de verschijning van Sophia Loren, hoewel de slotscène, waarin het stoffelijk overschot van El Cid op een paard is opgezet om alsnog zijn leger naar de overwinning te leiden en waarbij een orgel magistraal inzet, nog steeds niet te versmaden is.

De Moren

De term ‘Moren’ (Spaans: Moros) is al een paar keer voorbij gekomen zonder deze te definiëren, maar dat is wel nodig, want het is geen eenduidig begrip. Het is een verzamelnaam voor de islamitische bevolking van het Iberisch Schiereiland, Sicilië, Sardinië, Corsica en Malta gedurende de Middeleeuwen. De Moren waren voornamelijk Noord-Afrikaanse Berbers en kwamen oorspronkelijk uit de Maghreb: het huidige Marokko, Algerije, Tunesië en Mauritanië. Berbers of Imazighen zijn de bewoners die al voor de komst van de islamitische Arabieren in de zevende eeuw in de Maghreb leefden. Het zijn dus geen Arabieren. De oorsprong van de Berbers is onzeker. Tegenwoordig wordt er meestal van uitgegaan dat de Berbercultuur in essentie teruggaat tot het holoceen, toen de Sahara nog een vruchtbare, vochtige vlakte was.

De herkomst van de naam ‘Moren’ is omstreden. De Byzantijnse historicus Procopius omschreef de Moren in de zesde eeuw als zwarthuidigen die Numidië en Carthago bevolkten. De aartsbisschop Isidorus van Sevilla (560-636) schreef naar analogie van het Griekse mavros dat hun naam ‘zwart’ betekende. Hedendaagse onderzoekers beschouwen de Moren van al-Andalus als een donkergetint Afrikaans volk.

Het einde van Moors Spanje

Zoals gezegd begon al in de negende eeuw de herovering, de ‘reconquista‘, te beginnen door Kruisvaarders avant la lettre. De term is alleen juist als men uitgaat van een christelijke herovering op de moslims (de joden vielen dus buiten de boot) en niet van een reconquista van de Spanjaarden op de Moren, aangezien er vóór de (christelijke) Visigoten nog geen Spanje bestond.

Het Alhambra, uit ‘Sketches and Drawings of the Alhambra’ van James Duffiel

Het langst heeft het koninkrijk van Granada het volgehouden, nadat de Almohaden door de christelijke koningen waren verslagen en zich hadden teruggetrokken in Afrika. Zolang Granada als zelfstandig rijk heeft bestaan, was het een toevluchtsoord voor moslims die zich in de door de christenen bezette gebieden niet meer wisten te handhaven. In 1487 besteeg de laatste Nasridenvorst de troon, Mohammed XII Abu Abdallah, wiens naam door de christenen verbasterd werd tot ‘Boabdil’. In 1491 begon het beleg van Granada, dat meer dan zes maanden duurde. Uiteindelijk werd overeengekomen dat de stad zich zou overgeven onder acceptabele condities. Koning Ferdinand II garandeerde de islamitische bewoners van Granada dat zij hun geloof zouden kunnen blijven uitoefenen en dat hun taal en gewoontes gerespecteerd zouden worden. Abu Abdallah overhandigde op 2 januari de sleutels van de stad aan de Castilianen.

Louis Couperus

De in het Alhambra residerende Mohammed XII Abu Abdallah was een tragische figuur en de hele ondergang van al-Andalus had iets tragisch, zo niet weemoedigs. Deze sfeer wordt uitstekend vertolkt in het boek van Louis Couperus met de veelzeggende titel De ongelukkige (1915), El Zogoybi, een van de bijnamen van Abu Abdallah. Couperus haalt op de laatste pagina de historische (?) woorden van de moeder van Abu Abdallah, Ayxa, aan nadat zij Granada hadden verlaten en nog eenmaal omkeken: “Snik als een vrouw, jij, die niet als een man verdedigen kon je stad en je land”. Het sarcasme van de moeder komt beter tot uitdrukking in de formulering van Washington Irving in de vertaling van H.G.B. de Leeuw (1995): “Je doet er goed aan,” zei zij, “om te wenen als een vrouw over datgene, wat jij niet als man hebt kunnen verdedigen.”

De plek waarop dit gebeurd zou zijn heet nog steeds ‘El último suspiro del Moro’ (De laatste zucht van de Moor).

Opvallend is dat in het boek van Couperus drie ‘zieners’ voorkomen, misschien soefi’s maar het kunnen ook ‘magi’ geweest zijn die de toekomst konden voorspellen. Hoewel magie en bijgeloof in de Oudheid en Middeleeuwen wijd verbreid waren, was en is de Maghreb een uitgelezen plaats hiervoor. De oude Egyptenaren hielden zich al veelvuldig bezig met magie en zelfs de christelijke Kopten waren er niet vies van. Ook de huidige islamieten in Noord- en Noordwest-Afrika doen op het gebied van magie en bijgeloof van alles wat de Koran verboden heeft.

Het is slechts een logische aanname, maar het is niet ondenkbaar dat de Moren een flinke portie magie en bijgeloof hebben meegenomen naar het Iberisch Schierland die ook in de volkslegenden zijn blijven hangen. Er zij daarbij wel aangetekend dat deze vormen van magie en bijgeloof, zoals amuletten, vrij universeel zijn, zodat één en ander moeilijk valt aan te tonen.

(Wordt volgende week vervolgd)

  1. 1

    Prachtig geschreven.

    Louis Couperus zelfs erbij citeren.

    Jammer, meerdere malen naar Spanje geweest, maar Granada met het Alhambra nog niet gezien.

  2. 2

    Smakelijk verhaal weer! Moren ( zwarte piet iemand?) en Ottomanen, al zijn die laatsten nooit over de slag bij Wenen uit 1639 heengekomen.
    De Saracenen uit de Levant daarentegen, mis ik nog een beetje , want die zijn weer helemaal terug van weggeweest en belagen na eeuwen betrekkelijke rust opnieuw de grenzen waardoor er bij menig huiselijk vuur (vanouds) rillend en griezelend over ze wordt gesproken!

  3. 3

    @1: Beugwanda en ik zijn er ooit speciaal voor naar Andalusië getogen (toegegeven, wel in september want kaasfestijn in Zuheros ?) en dat we zowel een ochtend- als een middagticket hebben gekocht (dus twee keer door de Palacios Nazaríes) met tussendoor een lucullusmaal in de Parador is ons erg goed bevallen.