Begripsverwarring

Je kunt beter klein zijn dan groot. Als je klein bent, maak je vrienden. Dat leerde ik deze week van mijn nieuwe minicursist in de pre-inburgering. De schoolvakanties zijn begonnen, maar de pre-inburgering loopt de hele zomer door. Bij gebrek aan kinderopvang willen vluchtelingen hun kind dan nog wel eens meenemen naar de Nederlandse les. Zo maakte ik vrijdag kennis met de zesjarige Kabitan.

Door: Foto: Selma Broeder (cc)
Foto: thgmx (cc)

Regels

COLUMN - Mijn cursisten in de pre-inburgeringscursus worstelen soms met onze regels en bureaucratie. Onze gesprekken geven me echter ook een nieuwe kijk op het nut van regels.

Wie als asielzoeker naar Nederland komt en een verblijfsstatus krijgt, is verplicht om een inburgeringscursus te volgen. Sommige gemeenten willen echter dat statushouders direct met inburgeren beginnen zodra zij in de gemeente komen wonen, zeker nu een lange zomervakantie aanbreekt. Zij organiseren daarom voor de statushouders een pre-inburgeringscursus.

In de pre-inburgeringscursus zetten statushouders de eerste stappen in het leren van onze taal. Ze leren hun weg te vinden in de gemeente en de publieke voorzieningen, zoals zorg, onderwijs, jeugdzorg en werk. Uiteraard is er ook veel aandacht voor de geschreven en ongeschreven regels in ons land. Terwijl heel Nederland zich opmaakt om vakantie te gaan vieren, zijn mijn cursisten en ik vorige week gestart met een cursus die de hele zomer doorloopt.

Tot nu toe merken we nog niet zo veel van verschillen in normen en waarden, maar wel in de praktische uitwerking daarvan. Nederland is een land van regels en vergaande bureaucratie. Het regelen van zaken gaat over veel schijven en daar wil nog wel eens wat mis gaan. Voor een nieuwkomer is het soms best lastig daar je weg in te vinden.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Taalfouten

Ik heb al eens eerder geblogd over het aanleren van Nederlands als tweede taal. Een goede vriendin heeft daar momenteel een dagtaak aan, en ik kan niet anders dan zeggen dat mijn bewondering voor haar en haar mede-cursisten met de dag toeneemt. Vandaag hebben ze hun tweede toets gehaald.

Je zou echter kunnen gaan twijfelen aan het niveau van de cursus als je leest wat de deelnemers elkaar zoal schrijven op hun Facebook-pagina’s. Ergens zag ik een foto van de cursisten bij een tramhalte, met het onderschrift “Wacht aan de tram voor onze last dag”. Iemand bedankt voor de “echt mooi foto”. Weer een ander geeft zichzelf “Een bos blommen voor ikzelf omdat ik geslaagd ben”, waarop iemand weer antwoordt “Was dat een cadeautje van jouw voor jouw?”

Je kunt inderdaad twijfelen aan het niveau van de cursus, en er zijn Haagse politici (model schaap in wolfskleren) die vinden dat zulke cursussen maar geldverspilling vormen. Er wordt naar zulke politici geluisterd; ik kreeg drie dagen geleden nog een venijnig mailtje over mijn Sonneveld-stukje.

Zulke kritiek op de cursisten, op de cursus en op de docenten is echter buitengewoon misplaatst, vlerkerig en onnadenkend. Deze buitenlanders zijn nu vijf of zes maanden in ons land, en ze schrijven al hun Facebook-pagina’s in het Nederlands. U begrijpt perfect wat ze bedoelen. Ik heb grote bewondering voor de cursisten.

Foto: copyright ok. Gecheckt 09-11-2022

Inburgeren met Wim Sonneveld

Het (niet zo) geheime wapen voor iedereen die een vreemde taal wil leren, is het zingen van liedjes. Ik geloof dat de hersenwetenschappelijke verklaring is dat je informatie makkelijker terugvindt als ze kan worden opgeroepen op twee manieren, namelijk inhoudelijk en geassocieerd met een melodie.

Het zou dan natuurlijk aardig zijn als de liedjes in kwestie ook een beetje de moeite waard zijn. Die van Doe Maar komen een stuk in de richting, ook omdat ze ons dagelijks leven zo mooi illustreren. Waar ter wereld kan een jongen die net een blauwtje heeft gelopen zijn verslag afronden met de mededeling dat hij “haar naar haar fiets [heeft] gebracht, en alles was voorbij”? Helaas wordt de bruikbaarheid van Doe Maar-liedjes – althans voor inburgeringsdoeleinden – nogal verminderd door de creatieve wijze waarop de muzikanten omgingen met de spellingsregels.

Vandaag vond ik een perfect liedje: Het dorp van Wim Sonneveld. Ik wist dat het een mooie melodie had (overigens van Jean Ferrat, La montagne), maar toen ik het vandaag toevallig terug hoorde, viel me op dat het niet half zo sentimenteel was als ik het me herinnerde. Het heeft een mooie, gevoelige tekst die ergens over gáát, zonder dat Sonneveld moeilijke woorden nodig heeft. Een ander voordeel is dat de tweede helft van het tweede couplet een typisch staaltje Hollandse ironie bevat. Tot slot: Wim Sonneveld zingt zuiver en articuleert duidelijk. Dat maakt het ideaal voor elke inburgeraar. Hieronder een met liefde gemaakt videoclipje; de tekst meelezen kan daar.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

De Nederlander bestaat!

Er is wel eens discussie over geweest, maar nu is het zeker: dé Nederlander bestaat. De beste locatie om ons te spotten is niet in onze natuurlijke habitat, maar buiten de eigen landsgrenzen. Plek: een willekeurige costa aan de Méditerranée. Ontkennen is zinloos: wij zijn anders dan alle anderen. Heus. Maxima had op de buitenlandse costa´s moeten inburgeren, dan had ze het ook gezien: we zijn van mijlenver te herkennen. Goed, we zijn wellicht niet het meest sexy of stijlvolle volk, maar we hebben tenminste een volksaard.

1. Een Nederlander doet altijd iets.
Twee jongens die urenlang fanatiek een balletje overtikken? Dat zijn landgenoten. Buitenlanders tikken een balletje ter afleiding, of nog vaker, om de aandacht van het andere geslacht te trekken. Nederlanders niet. Nederlanders moeten iets doen. In plaats van dat ze het balletje ´per ongeluk´ naar een mooie dame slaan, proberen ze het balletje eindeloos in de lucht te houden. Tien keer. Honderd keer. Tienduizend keer. Record! En weer opnieuw. Tot ontzetting, onbegrip en afschuw van de overige badgasten, maar dit geheel terzijde.

2. De Nederlander is motorisch niet in orde.
De Nederlander beweegt zich op het strand als een houten klaas. Een robot. Als een pinguin in de tropen. Denk aan een dansende Nick en Simon. Visualiseer een voetballende Dirk Kuijt. Zo zijn we nu eenmaal. Aardig, gezellig, maar motorisch is er iets gruwelijk mis met ons.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

De neo-nostalgie van Nederland

Toegegeven, alles met de toevoeging “neo” is een beetje modieus. Maar het zijn vooralsnog rake typeringen voor de koude wind die over ons vlakke land raast: noem het neo-conservatisme, neo-moralisme, neo-sentiment of neo-nostalgie. Waar zijn de futuristen gebleven?

In de politiek, in de entertainment en op straat is er momenteel een sterk verlangen naar een bijna klassiek Nederland. Ik heb het in dit geval niet over ‘retro’ als modeverschijnsel. Dan eerder over het zorgwekkende ‘heimat’.

Steeds als ik uitingen hoor van het kaliber ‘Vroeger, ja toen kon je tenminste…’ hoor ik al het refrein van Wim Sonnevelds ‘Het Dorp’ in mijn hoofd jengelen. Het denken in het abstracte ‘vroeger’, als superieur ten opzichte van het heden, is een uiting van angst voor het heden en de toekomst.

Ik moet eerst even een onderscheid maken. Ik heb het niet over burgers die zich opwinden over een toename van regeltjes of burgers die roepen dat je ‘vroeger tenminste lekker ongedwongen een peukie kon opsteken of een paddo kon eten’. Ook zal ik aangedragen cijfers over criminaliteit of opeenstapeling van problemen in de zorg niet ontkrachten. Daar gaat het me ook niet om.

De digitale guillotine
Waar ik een probleem mee heb, is het opgedrongen angstvisioen van Nederland als tanende goegemeente. Dus zullen we verdorie onze herwaardering voor Nederland overdrijven. Handen af van ‘onze’ Sinterklaas! Meer knusse musicals! Kees de Jongen, gratis voor iedereen! Identificatieplicht! Jeugd, beweeg! Leef gezond! Een geschiedeniscanon! Strengere en langere straffen! Inburgeren! Onderwijs moet niet leuk maar streng zijn!

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.