Lachen om niet te huilen
Dit najaar heb ik in kort bestek drie boeken van Barbara Ehrenreich gelezen en samen vormen ze een mooi drieluik over ‘waar het toch naartoe gaat met Amerika’. Vrolijk word je er niet van, terwijl één van de boeken toch over positief denken gaat.
In Nickel and Dimed: On (Not) Getting By in America duikt Ehrenreich onder in de onderklasse, die sinds de afschaffing van de bijstand onder Clinton is aangezwollen tot een leger van tientallen miljoenen Amerikanen. Ze probeert rond te komen van een minimumloon, dat rond de zeven dollar zweeft. Ze werkt ondermeer als serveerster, schoonmaakster en bij een Wal-Mart.
Het mag geen verbazing wekken dat ze ondanks twaalfurige werkdagen en zevendaagse werkweken het hoofd nog steeds niet boven water kan houden. In zo’n bestaan is een lekke band een ramp, maakt een slechte dag in het restaurant (en dus weinig fooi) het verschil uit tussen een enigszins normale maaltijd of aansluiten in de lange rij voor de voedselbank. Het meest schrijnende is misschien nog wel hoe slopend het bestaan van deze groeiende onderklasse is. Van de hand in de tand leven kost niet alleen relatief meer geld (ze kan bijvoorbeeld geen borg ophoesten voor een appartement en moet daardoor noodgedwongen in ranzige, maar duurdere motels slapen), maar is ook funest voor het lichaam. Ehrenreich, op dat moment in haar vijftiger jaren, houdt het fysiek niet vol.
Europeans agree that the management of the euro must be improved to prevent future crises, or deal with them better if and when they happen. The European Commission is hopeful that it can get all 27 EU countries to agree on a package of reforms it published at the end of September. However, recent conversations in various EU capitals left me with the impression that divisions still run deep on crucial aspects of eurozone reform. Not everyone shares the Germans’ sense of urgency, and there is a risk that complacency sets in before a sustainable new framework has been created.


