Kijk eens aan! Wouter Bos in de bocht, en hij zegt voor de verandering eens iets interessants, iets wat tot nog toe niet al teveel is gehoord in de Nederlandse politiek. Goed, het blijft Bos (en de PvdA), en we zullen zien of hij zijn poot stijfhoudt. Ikzelf denk van niet, maar zijn uitspraak wordt er niet minder relevant door. Want het is toch wel een beetje gek dat ethiek vaak alleen wordt geassocieerd met het al dan niet aanhangen van een geloof, en dat het alleenrecht op principes en geweten dan ook ligt bij gelovigen.
Een voorbeeldje: Veel Amerikanen hebben nog liever een homosexuele vrouwelijke zwarte jood aan de macht in het Witte Huis dan een atheïst, en in dat land mogen atheïsten zich regelmatig verantwoorden voor een zogenaamd gebrek aan ethiek.
Nu lijkt dat in Nederland gelukkig wel mee te vallen, en kan een Ronald Plasterk gewoon in de regering zitten.
Maar waarom zit die notie er bij (streng)gelovigen toch zo ingeramd? Onderzoek wijst uit dat alle mensen ongeveer gelijk denken over ethiek, en er zijn zelfs aanwijzingen dat ethiek verstoord wordt door religie. Een voorbeeld daarvan werd geleverd door de Israëlische onderzoeker George Tamarin. Hij vertelde Israëlische kinderen een bijbelverhaal waarin een volk werd uitgemoord en vroeg of er daar goed werd gehandeld. Het antwoord was een overtuigend “ja”. Daarna veranderde hij de namen van de volkeren in het verhaal en verplaatste het naar China. Dezelfde vraag werd vervolgens overtuigend met een “nee” beantwoord. Je zou hier – ietwat simplistisch – uit kunnen concluderen dat religie juist minder ethisch maakt.