De toekomst van België heeft een prijskaartje
GeenCommentaar heeft ruimte voor gastloggers. Vandaag is dat Maarten Goethals, met een introductie in het wespennest dat Belgische politiek heet.
Het is een cruciale week voor de Belgische politiek, nu de onderhandelaars weten hoeveel hun toekomstplannen kosten. Opnieuw is alles mogelijk: een akkoord of een communautaire oorlog.
De onderhandelingen slepen al meer dan 150 dagen voort en de hoop op een politiek akkoord is nog steeds zo goed als onbestaande. Daarvoor is het wantrouwen tussen de twee winnaars van 13 juni, de Vlaamse N-VA-voorzitter Bart De Wever en de Franstalige socialistische kopman Elio Di Rupo, nog te groot. Hardnekkig twistpunt blijft de financieringswet, die vastlegt hoeveel geld er naar de deelstaten gaat.
Ter herinnering: De Wever wil Vlaanderen en Wallonië zelf verantwoordelijk maken voor hun inkomsten en uitgaven; Di Rupo gaat in dat verhaal mee tot zolang de federale solidariteit, die elke Belg sociale bescherming garandeert, niet in gedrang komt.
Verborgen agenda
Om de impasse te doorbreken, stelde de koning twee geleden de Vlaamse socialist en gewezen vicepremier Johan Vande Lanotte aan als bemiddelaar. Zijn opdracht? Het testen van “de verschillende hypothesen die zijn voorgesteld aangaande de financieringswet testen, ten einde de financiële gevolgen ervan voor het federale niveau en de gefedereerde entiteiten te voorspellen,” aldus het communiqué.





