Boekrecensie | Het universum uitgelegd aan mijn kleinkinderen
Wat was er voor de oerknal? Waarom weten wij zo zeker dat er kernexplosies in de zon plaatsvinden? En wat zijn zwarte gaten nou precies?
Voor filosofisch ingestelde kinderen is er een mooi boekje verschenen over de geschiedenis van het universum. Hubert Reeves behandelt in dialoogvorm een keur aan vragen die ingaan op allerlei aspecten van het heelal. Als grootvader is hij met zijn kleindochter in gesprek over zijn vakgebied: de astronomie. Vanuit hun ligstoelen bekijken zij de nachtelijke sterrenhemel.
Het boek begint met een hoofdstukje over de menselijke voortplanting. Dat lijkt misschien overbodig in een kinderboek over sterrenkunde, maar het heeft toch een functie: Reeves wil zijn kleinkind uit leggen dat wij zelf ook sterrenstof zijn.
Hij gebruikt in het boek vaker huis- en tuinbegrippen om het universum te beschrijven. Bijvoorbeeld: het heelal kun je vergelijken met een rozijnenpudding en ons sterrenstelsel is net een bijenkorf. Dat is de kracht van dit kinderboek: abstracte feiten over het universum worden uitgelegd aan de hand van alledaagse voorbeelden. Hubert Reeves weet ook een brug te slaan tussen astronomische kennis en het klimaatprobleem.
De kleindochter stelt goede vragen. Ze wil bijvoorbeeld weten hoe je de leeftijd van de zon kunt bepalen en waarom er op de aarde wel zuurstof is en op andere planeten niet. Het boeiendste onderwerp vind ik of er in de toekomst op aarde een hogere levensvorm dan de mens te verwachten is. Als wij ons hebben ontwikkeld vanuit eencelligen, dan is het toch niet ondenkbaar dat de mens zal evolueren tot een nog complexer wezen?



