Zoekresultaten voor

'privacy'

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Samenvattend

OPINIE - De muur viel in 1989. Het westerse ideaal had gezegevierd, zo heette het. Maar waar staat Nederland nou, zo’n 25 jaar later?

We hebben ons sufgeprivatiseerd. De gezondheidszorg is er niet goedkoper op geworden. En verzekeringsbedrijven geven per jaar een half miljard uit om je van verzekering te laten wisselen. Niemand die daar gezonder van wordt. Het openbaar vervoer mag dan wel meer passagiers vervoeren, maar niet op tijd, of soms gewoon helemaal niet. De dienstverlening heeft geen gelijke tred gehouden met de prijs van het kaartje. De huurmarkt is er na de verzelfstandiging van de corporaties ook niet beter op geworden. Alleen de baasjes wel.

De huizenmarktzeepbel is geklapt en veel mensen zitten met een foute hypotheek onder water. Het was voorspelbaar en werd voorspeld. Maar op schulden draait een economie nou eenmaal lekker. Lijkt het.

En voorlopig is er nog geen sprake van echte maatregelen. Dus kan dit nog een tijdje doorsudderen. Of gewoon nog een keer fout gaan.

Intussen zitten we met een grotendeels vastgelopen economie en heeft een groot deel van de bevolking nu weinig meer welvaart dan twintig jaar geleden. En iedereen die na jarenlang werken door de stroef draaiende economie buiten de boot valt en van een uitkering gebruik moet maken, noemen we een potentiële fraudeur en een profiteur. Om het allemaal wat gezelliger te maken.
Maar het moet nou eenmaal, schijnt het. Want we moeten bezuinigen. Om de overheidsschuld af te betalen. Terwijl er geen enkel bewijs is dat dit op lange termijn een goede aanpak is. Sterker nog, genoeg bewijzen voor het laten doodbloeden van een economie zijn er wel.

Foto: Anna Lena Schiller (cc)

Meer mogelijk met big data – de keerzijde

ACHTERGROND - Big data wordt big business. Met big data, analytics en het internet of things wint ook het privacydebat weer aan belang. Het uitgangspunt ‘ik heb niets te verbergen’ is daarbij geen houdbaar argument meer.

‘All the privacy solutions you hear about are on the wrong track.’ In MIT Technology Review zet Evgeny Morozov, auteur van The Net Delusion, perfect uiteen waar het mis gaat in het huidige privacy-debat. Hij begint bij 1967, als Paul Baran, een technicus, de blik vooruit werpt en mijmert over een netwerk van computers dat allerlei alledaagse problemen van mensen zou kunnen oplossen. Je zou met zo’n netwerk bijvoorbeeld precies weten wat er wanneer op televisie is en zelfs berichten krijgen wanneer jouw favoriete televisieserie begint. Baran had een vooruitziende blik.

Internet draagt niet bij aan democratie

De afgelopen twintig jaar is er hard gewerkt aan het internet. Soms komen de ideële doelstellingen daarvan nog voorbij, maar Morozov rekent af met degenen die de (digitale) free flow of information associëren met ‘meer democratie’. Een aanhoudende hallucinatie noemt hij dat. Hij wijst daarbij op de honger naar informatie – en dus data, de grondstof – van zowel bedrijven als overheden, die al langer bestaat dan het internet. Bedrijven willen meer weten omdat ze dan beter kunnen adverteren of verkopen; overheden willen graag ons gedrag in goede banen leiden, zodat we niet te veel kosten en voldoende bijdragen aan het in stand houden van de overheid. Morozov wijst op de software die door de Italiaanse overheid wordt gebruikt om verbanden te vinden tussen de opgegeven inkomsten (via de inkomstenbelasting) en de uitgaven van individuen. Wanneer de Italiaanse overheid de mogelijkheden om data over het uitgavenpatroon van burgers te verzamelen ziet inkrimpen, ligt het voor de hand dat Google en Facebook het volgende loket zijn waar deze informatie verkrijgbaar is.

Foto: copyright ok. Gecheckt 23-11-2022

Gemeente Amsterdam publiceert NAW-gegevens bewoners

NIEUWS - De gemeente Amsterdam is wederom slordig geweest. Vorige week bleek dat de gemeente nogal moeite had met punten en komma’s. Nu komt Sargasso erachter dat de gemeente onzorgvuldig omgaat met privégegevens van haar bewoners. 

In 2012 wilde het stadsdeel Centrum van Amsterdam een buurt herinrichten. Daarvoor werden inspraakavonden georganiseerd. Een aantal betrokken bewoners van de buurt stuurde vervolgens brieven en emails naar de projectmanager van de herinrichting. Die brieven en emails werden gebundeld en ongecensureerd als pdf online gezet. Dat zou op zich niet zo’n probleem zijn, ware het niet dat in alle brieven en emails volledige namen, woonadressen en privé-telefoonnummers stonden. Het document lijkt sinds september 2012 online te hebben gestaan.

Het online zetten van de volledige brieven en emails, zonder enige vorm van censurering van privégegevens, gaat mogelijk in tegen de Wet bescherming privégegevens (Wbp). Lisette Rutgers, woordvoerder van het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP), zegt dat ‘de Wbp grenzen [stelt] aan de actieve openbaarheid van de overheid als het om persoonsgegevens gaat. Gemeenten moeten bij het publiceren van documenten een belangenafweging tussen het openbaar maken van informatie en het beschadigen van de persoonlijke levenssfeer. Door NAW-gegevens te publiceren creëert een gemeente ook risico’s voor haar eigen burgers.’

Foto: mystic_mabel (cc)

Digitale vaardigheid of digitale weerbaarheid

ANALYSE - De (digitale) overheid wil de digitale vaardigheden van burgers versterken. Maar een duurzame digitale overheid kan niet zonder een digitaal bewuste burger die ook begrijpt wat de overheid wil, kan en mag.

Meer mensen, meer devices, meer data, meer apps, op meerdere plekken. Het aantal ‘always connected’ kenniswerkers in de wereldwijde beroepsbevolking is volgens onderzoek van Cognizant toegenomen: van 23 procent 2011 tot 29 procent  in 2012. De komende jaren zullen bedrijven meer hoogopgeleide informatiespecialisten en data-analisten nodig hebben. De war for talent lijkt vooral gericht op werkgevers en arbeidsmarkt. Maar niet alleen bedrijven zijn gebaat bij een goed functionerende digitale economie. Ook de overheid zet in op een goed functionerende digitale samenleving. Uiterlijk 2017 moeten burgers alle zaken met de overheid veilig en gemakkelijk online kunnen regelen. De overheid heeft dus haast. Begrijpelijk, want digitaliseren vergroot de mogelijkheden van de overheid en verlaagt de kosten.

Voor de overheid is het – net als voor een bedrijf – van belang dat de ‘klanten’ de weg weten te vinden in alle diensten en producten en bovendien verstandig kunnen omgaan met hardware en software. Dat stelt eisen aan de digitale vaardigheden van mensen: in hun rol als consument, werknemer en burger. Hoewel we in Nederland uitstekend zijn toegerust met technologie, blijven onze digitale vaardigheden achter. Volgens Stichting Lezen en Schrijven zijn er in Nederland 3 tot 4 miljoen mensen boven de 16 jaar die niet voldoende vaardig zijn om mee te komen in de huidige (digitale) kenniseconomie. Van hen zijn er 1,5 miljoen laaggeletterd.

Foto: copyright ok. Gecheckt 23-11-2022

Brief aan paus Franciscus

BRIEF - Alle kerken wereldwijd hebben twee dingen gemeen: van binnen lopen ze over van weelde en buiten zitten de bedelaars honger te lijden.

Geachte paus Franciscus,

Als het over religie gaat, is er niet heel veel nodig om mij op de kast te krijgen. Ik ben erg gesteld op logica en ratio ziet u, en dat botst nogal eens met religieuze opvattingen. Die zijn namelijk niet zelden doorspekt met een dubbele moraal of zijn, zoals uw vredesboodschap afgelopen week, hypocrieter dan Albert Verlinde die zich beroept op zijn recht op privacy.

In uw vredesboodschap (samenvatting nu.nl) hekelde u ’the greedy pursuit of material goods’ die volgens u aan de basis staat van de wereldwijde economische malaise. In plaats van die greed, roept u op tot ‘rediscovery of fraternity in the economy’. Op zich is daar niet zoveel mis mee, maar omdat u het zegt, gaan al mijn nekharen ervan overeind staan.

Ik wil best geloven dat u persoonlijk daadwerkelijk begaan bent met de armen. U bent als jezuïet min of meer verplicht tot armoede, slaapt schijnbaar liever in het gastenverblijf van het Vaticaan dan in het Pauselijk Paleis en draagt ook niet van die dure rode leren schoenen als uw voorganger. U zult het kortom allemaal best goed bedoelen.

Foto: Alan Cleaver (cc)

Schild, zwaard of doekje voor het bloeden?

OPINIE - De afgelopen weken hebben Rob de Wijk, Jacob Kohnstamm en Paul Breitbarth, Victor Toom en Jozef Rammelt gereageerd op mijn opiniestuk over de opkomst van de surveillancestaat en de balans tussen misdaadbestrijding en bescherming van de privacy. Allen reageerden vanuit eigen expertise en achtergrond, wat zeer interessante en verschillende inzichten opleverde. Ik wil een paar thema’s bespreken die in verschillende bijdrages terugkwamen en tot slot zal ik zelf nog een laatste duit in het zakje doen.

Focus op hoeveelheid gegevens of focus op kwaliteit van de gegevensanalyse?

Rob de Wijk pleit er in zijn bijdrage voor om niet te focussen op de hoeveelheid persoonlijke gegevens die mag worden opgeslagen, maar om in plaats daarvan te focussen op de kwaliteit van de analyse van die gegevens. Hij geeft aan dat er qua maatvoering onmogelijk te zeggen valt hoeveel inlichtingen er maximaal mogen worden verzameld om terrorisme te voorkomen. Met deze uitspraak geeft De Wijk de overheid een vrijbrief alle mogelijke gegevens te verzamelen over zijn burgers. Kohnstamm, Breitbarth en Rammelt stellen juist dat we ons wél moeten focussen op welke data wel of niet mogen worden verzameld.

Zij benadrukken het belang van het principe select before you collect. Kohnstamm en Breitbarth geven aan dat zowel bij het verzamelen als het gebruik van gegevens voortdurend een belangenafweging plaats moet vinden. De vraag moet beantwoord worden of de gegevens echt noodzakelijk zijn om het beoogde doel te bereiken of dat er ook andere opties zijn. Ook de kwaliteit van de gegevens – dus niet alleen de kwaliteit van de analyse – speelt een belangrijke rol.

Foto: copyright ok. Gecheckt 11-03-2022

Klasbord past voorwaarden aan

NIEUWS - Eerder schreef ik over Klasbord, een social media-app waarmee leerkrachten foto’s en andere persoonsgegevens van hun leerlingen kunnen delen met zowel de eigen ouders als de ouders van klasgenootjes. In de praktijk leidde het gebruik van deze app, zoals ik hier uiteenzette, tot een massale schending van de Wet bescherming persoonsgegevens.

Inmiddels heeft Klasbord, dankzij de aandacht op Sargasso en Ouders online, besloten de gebruikersvoorwaarden aan te passen, zo valt te lezen op de site van juridisch adviesbureau ICTRecht:

Op diverse media ontstond enige ophef over de populaire app Klasbord: deze zou de privacy van leerlingen schenden. Met Klasbord kan een leraar berichten en foto’s uit zijn klas delen met ouders die ook de app hebben geïnstalleerd. Maar op grond van de privacywet mag dat niet zomaar, daar is immers toestemming voor nodig omdat het gaat om ‘persoonsgegevens’, gegevens die een individuele leerling betreffen. En is die toestemming er wel? Wij zochten het uit voor Klasbord en lieten de app aanpassen om aan de wet te voldoen.

Leerkrachten die Klasbord gebruiken moeten voortaan bij ingebruikname van de app expliciet bevestigen dat zij beseffen dat zij met privacygevoelige gegevens werken. Verder wordt uitgelegd dat ouders vooraf toestemming moeten geven (en mogen weigeren). Tenslotte zal Klasbord, als bewerker van persoonsgegevens, voortaan ook aan de wettelijke verplichting voldoen om een zogenaamde bewerkersovereenkomst met scholen of leerkrachten aan te gaan.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Wobben op z’n Japans

INTERVIEW - Correspondente Ranko Rakkan had een gesprek met Yukiko Miki, voorzitter van Access-Info Clearinghouse Japan, een organisatie die zich inzet voor openbaarheid van bestuurlijke informatie, over de nieuwe wet in Japan die tot veel opschudding leidt.

Gisteren nam het Japanse parlement een nieuwe wet aan. De zogenoemde Wet voor de Bescherming van Speciale Geheimen. Wordt het wetsvoorstel onveranderd aangenomen, dan heeft de Japanse regering een bodemloze doofpot voor haar handelen tot haar vervoeging. Alles op het gebied van buitenlandse zaken, militaire en politie-aangelegenheden kan er onder vallen. Wat er ook toe kan leiden dat alles wat de regering niet openbaar wil maken als een diplomatieke, militaire op politie gerelateerde aangelegenheid wordt bestempeld. Want een onafhankelijke instantie die de juistheid van de omgang met de informatie controleert, is niet voorzien. Wel vergrendelt de wet de staatsgeheimen zestig jaar voor het publiek. Nieuw is ook de gevangenisstraf die klokkenluiders of mensen die toevallig, of willens en wetens geheime informatie proberen te achterhalen, kan worden opgelegd: maximaal tien jaar.

Schier onmogelijk

‘Deze wet maakt alle bestaande wetten en reguleringen voor openbaarheid van informatie nutteloos. Het wordt schier onmogelijk om informatie bij de nationale overheid in te halen.’ Yukiko Miki oogt rustig, maar ze is bezorgd. ‘We gaan natuurlijk door met waar we mee bezig zijn. Dan gooien ze me maar in de gevangenis. Daartoe ben ik bereid. En met mij heel veel anderen. Dan wordt de wet onder de juridische loep gehouden. Dat is misschien de enige mogelijkheid om hem te annuleren.’

Foto: Alex Proimos (cc)

Drogredeneringen rondom Argo II

ANALYSE - De AIVD en MIVD hebben vooruitlopend op een uitbreiding van hun wettelijke bevoegdheden surveillancetechnologie aangeschaft die hen in staat moet stellen om “kabelgebonden” telecommunicatie categorisch te monitoren.  Het ongericht uitgooien van sleepnetten dus, waarbij achteraf wordt bekeken wat bijvangst is en wat echt interessant is. De codenaam voor dit project is Argo II. Er worden een aantal redenen voor aangevoerd die bedrieglijk zijn.

Als eerste de stelling dat het noodzakelijk is om “cyberaanvallen” te detecteren en Nederlandse doelwitten daartegen te beschermen. De onthullingen over de praktijken van de NSA worden daarbij aangevoerd om nut en noodzaak aan te tonen. Zie bijvoorbeeld dit blog van Ronald Prins, die met zijn bedrijf Fox-IT te zeer onderdeel is van het kleine Nederlandse inlichtingenwereldje om zijn uitlatingen op dit terrein niet serieus te nemen. Kort samengevat komt zijn redenering er op neer dat als de AIVD al het internetverkeer zou kunnen monitoren, ze ook in staat zou zijn inbraakpogingen op Nederlandse doelen te detecteren en daarop zou kunnen handelen. De AIVD als onze nationale firewall en virusscanner.

Om te beginnen is het fout om te denken dat we een inbraakpoging bij voorbaat kunnen herkennen. Je moet een gevaar eerder meegemaakt hebben om het te kunnen herkennen. Juist zeer gerichte aanvallen van het kaliber Stuxnet zullen niet herkenbaar zijn vanwege de nieuwheid. En voor zover het om minder verfijnde aanvallen gaat op basis van reeds bekende patronen is het maar de vraag of de AIVD de beste partij is om hiertegen te waken. Internet Service Providers (ISP’s) en andere dienstverleners van potentiële doelen, zoals Ronald Prins zijn eigen Fox-IT, kunnen hier een veel nuttigere rol in spelen. Sterker nog, hier zit potentieel toegevoegde waarde. Niet dat hier geen rol voor de AIVD en het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) voor is weggelegd, sterker nog, zijn zijn essentieel voor het delen van informatie. Juist over relatief nieuwe aanvallen. In die zin is het dan ook zo jammer dat de huidige Brusselse voorstellen van een meldplicht voor beveiligingsincidenten van Eurocommissaris Kroes uitgaan van eenrichtingsverkeer: wel een meldplicht aan de overheid, maar geen waarschuwingsplicht voor diezelfde overheid. Normaal gesproken krijg ik een wat vieze smaak in mijn mond van publiek/private samenwerkingen, maar dit onderwerp is er één dat zich bij uitstek voor wederkerigheid en symbiose tussen publieke en private sector leent. Dezelfde of grotere effectiviteit door dichter bij de doelwitten te gaan tappen en tegelijkertijd een paar onsjes minder inbreuk op onze privacy.

Foto: g4ll4is (cc)

Stel overheid aansprakelijk voor kwaliteit van surveillance

OPINIE - Er is een dilemma tussen misdaadbestrijding en privacybescherming, stelt Judith Sargentini in haar bijdrage aan dit online privacydebat. De onderliggende vraag is hoe misdaad kan worden bestreden zonder een alles-controlerende staat te creëren. Aan de orde is vooral de kwaliteit van data-analyse, want de kwantiteit is al geruime tijd succesvol onderwerp van debat. Schadevergoedingen lijken een goede remedie tegen willekeur van surveillance en vervolging.

Dictaturen als Irak bleken de veiligste landen op aarde, maar ook de meest onvrije. In een dictatuur is het hele veiligheidsapparaat gericht op het overleven van het regime. Dat dit leidt tot inperking van de vrijheid van de burger hoeft geen betoog. In een democratie gebruikt de regering het veiligheidsapparaat om de burger te beschermen tegen criminaliteit en aantasting van de rechtsstaat. In democratieën zijn waarborgen ingebouwd om de burger tegen willekeur te beschermen. Zo bestaat er in Nederland een Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen en Veiligheidsdiensten die toeziet op het functioneren van de diensten.

In Nederland is criminaliteitsbestrijding overigens een verantwoordelijkheid van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, het Openbaar Ministerie en de politie. Politie en OM tappen op grote schaal. Dat is al jaren bekend. Er is kennelijk een overheid die het gedrag van burgers wil sturen en controleren; er is een burger die vindt dat als je niets te verbergen hebt, je niets te vrezen hebt; en er is techniek die grootschalig data verzamelen mogelijk maakt. Recent stelde Procureur Generaal Van Nimwegen dat tappen een Pavlovreactie van OM en politie is geworden en op deze wijze geen doel dient. Vreemd is dat over zijn uitspraken geen politiek en maatschappelijk debat is ontstaan.

Het debat over Snowdens onthullingen gaat niet over deze vorm van tappen, maar over de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, kortweg ‘de diensten’, zoals de AIVD die de bescherming van de democratische rechtsstaat tot taak hebben. Regeringen vrezen dat de discussie over de diensten het werk van diensten belemmert, waardoor de rechtsstaat niet goed beschermd kan worden. Tegelijkertijd vinden delen van de bevolking dat Snowdens onthullingen juist aantonen dat juist de diensten, bijvoorbeeld met het verzamelen van metadata, het bespioneren van een bevriende regeringsleider of onrechtmatig verkregen informatie de rechtsstaat ondermijnen. Regeringen, ook de Nederlandse, zullen het vertrouwen van de burger moeten zien terug te winnen.

Er staat veel op het spel. Stel dat er een aanslag in Nederland wordt gepleegd die met onrechtmatig verkregen informatie had kunnen worden voorkomen. Hoe reageren politiek en burger dan? Nu is alleen het onderscheppen van gegevens die via de ether worden verspreid wettelijk toegestaan; het controleren van informatie die via internationale kabelnetwerken wordt verspreid, ook wel cable-sigint (signal intelligence) genoemd, is verboden. Stel dat de Commissie Dessens, die de Wet Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten evalueert, aanbeveelt om dit laatste in Nederland ook mogelijk te maken, omdat anders de inlichtingen- en veiligheidsdiensten achter de feiten aanlopen? De kans dan is dan groot dat door alle discussies voor een dergelijke aanbeveling onvoldoende draagvlak bestaat. Daardoor kan uiteindelijk het functioneren van de diensten en dus de democratische rechtsstaat geschaad worden.

De vrees dat de democratische rechtsstaat onvoldoende kan worden beschermd is een reden waarom Europese regeringen redelijk onderkoeld op de NSA-onthullingen reageerden. Naar aanleiding van een bericht in NRC Handelsblad van 23 november dat onthulde dat Amerika sinds de jaren na de Tweede Wereldoorlog afluisterde, reageerde premier Rutte met: ‘door te reageren zouden we inzage geven in onze informatiepositie. Dat zou afbreuk kunnen doen aan onze belangen.’ Zeker is dat elk land spioneert en wordt bespioneerd. Precies daarom hebben alle landen behalve inlichtingen- en veiligheidsdiensten ook afdelingen contraspionage.

Vrijheid versus veiligheid

De huidige discussie draait om de vraag welke en hoeveel informatie moet en mag worden ingewonnen. Dat is een oude discussie die te maken heeft met doelmatigheid en de balans tussen veiligheid en vrijheid. Een probleem is de technology push: als het technisch mogelijk is, is er een onbedwingbare neiging om alle data te verzamelen die voorhanden zijn, zonder naar de doelmatigheid ervan te kijken. Daarbij komt dat de hoeveelheid data die rond de wereld wordt gepompt zo groot is dat het onderscheppen van een fractie daarvan astronomische getallen oplevert. Toen bekend werd dat in december 2012 in Nederland de metadata van 1,8 miljoen telefoontjes door de NSA waren verzameld, zette minister Plasterk daartegen over dat het hier om 0,2 procent van het berichtenverkeer van die maand betrof.

Het verzamelen van metadata leidt tot de suggestie dat iedereen voortdurend wordt bespied. Maar dat klopt niet. Daarvoor is de hoeveelheid data te groot, kan een deel van het berichtenverkeer technisch niet worden onderschept, is de analysecapaciteit te klein en de gemiddelde burger te oninteressant. Ook is de suggestie onjuist dat het verzamelen van metadata de privacy per definitie aantast. Dat is pas het geval als de metadata worden geanalyseerd en wordt gekeken naar de inhoud van berichten.

Het verzamelen van die metadata lijkt mij echter een belangrijke mogelijkheid om verdachte patronen te onderkennen die nader onderzocht moeten worden. Het echte probleem lijkt niet de maatvoering of de hoeveelheid data die wordt verzameld, maar de kwaliteit van de analyse en wat er vervolgens mee gedaan wordt. Sommige experts stelden dat er gegevens beschikbaar waren op basis waarvan de aanslagen van 11 september 2001 en Boston van 15 april 2013 mogelijk voorkomen konden worden. Maar tegelijkertijd blijkt onder meer uit de studie Doelwit Europa die ik met Carla Relk schreef, dat inlichtingendiensten en politie alleen al in Europa tientallen aanslagen succesvol hebben voorkomen.

Tegelijkertijd constateert Sargentini terecht dat in databanken fouten kunnen zitten en dat de hoeveelheid namen die bijvoorbeeld in de Amerikaanse Terrorist Identities Data Environment zit te groot lijkt voor prudent inlichtingenwerk. Zo bezien kleven er ook risico’s aan zaken als de SWIFT-overeenkomst tussen de VS en de EU en het EURODAC-systeem waarin asielzoekers hun vingerafdrukken moeten geven zodat die vervolgens door de politie voor opsporingsactiviteiten kunnen worden gebruikt.

Maatvoering en kwaliteit

Maatvoering en kwaliteit van de analyse zijn twee verschillende vraagstukken. Wat maatvoering betreft, valt onmogelijk te zeggen hoeveel inlichtingen er maximaal mogen worden verzameld om terrorisme te voorkomen. Het dilemma is dat wanneer diensten hun werk goed doen, de roep klinkt dat het wel een tandje minder kan omdat de privacy gevaar loopt, maar dat wanneer het misgaat de roep klinkt om privacy ondergeschikt aan de veiligheid te maken.

Dit pleit ervoor om niet te proberen vast te leggen hoeveel data mogen worden verzameld, maar om naar de kwaliteit van de analyse te kijken. Van elke dienst of bedrijf mag worden verwacht dat die in orde is, maar dat is niet zeker. Een oplossing is om hoge schadevergoedingen uit te keren aan degenen die het slachtoffer zijn geworden van fouten. Die schadevergoedingen dienen zowel door overheden als door eventuele uitvoerende bedrijven te worden uitgekeerd. Internationale afspraken over data-uitwisselingen zouden slechts mogen worden gemaakt als tevens overeenstemming bestaat over dergelijke schadevergoedingen. Hierbij kan worden aangesloten bij een resolutie van de Algemene Vergadering van de VN die oproept slachtoffers van onrechtmatig overheidsoptreden te compenseren. Mogelijk kunnen regeringen hiermee het vertrouwen van burgers terugwinnen. Want in onze maatschappij blijken schadevergoedingen een goede buffer tegen willekeur.

Rob de Wijk is directeur van het HCCC Centre for Strategic Studies. 

Foto: Partij van de Arbeid (cc)

Schijnheil

COLUMN - ‘De verontrusting over privacy is reëel,’ zei minister Plasterk zei vorige week. Hij voegde er quasi-verbaasd aan toe: ‘Het gekke is, als ik op werkbezoek ben, dan tilt men er niet zo aan.’

Vreemd is dat toch, hè. Hamert de politiek er tien jaar op dat wij burgers onze privacy moeten inleveren omwille van onze eigen veiligheid, en dan gaan wij dat gaandeweg nog geloven ook! Plasterk beziet het met kennelijke verwondering.

Maar dat is schijnheil en huichel. Want de AIVD – die onder Plasterks verantwoordelijkheid valt – blijkt op grote schaal internetfora te hacken en daar gegevens van alle bezoekers weg te slurpen. Dat mag helemaal niet, sleepnetacties zijn verboden; de AIVD mag alleen gericht onderzoek doen, en uitsluitend wanneer er een gerede verdenking ligt. Onder Plasterks gezag werden de wet, de privacy en de rapportageregels grof geschonden. Die wetenschap tovert Plasterks schijnheil om in pure hypocrisie.

De illegale praktijken van de AIVD worden niet bestraft, doch met de mantel der liefde bedekt. Er ligt een voorstel dat de bevoegdheden van de inlichtingendiensten regelt, de WIV 2014, waarin sleepnetacties en ongerichte gegevensopslag worden gelegaliseerd. De wet is nog niet door het parlement heen, maar de AIVD heeft de benodigde computersystemen alvast ingekocht. Dan kunnen ze straks lekker snel verder.

Vorige Volgende