Zoekresultaten voor

'privacy'

Is privacy een luxeproduct geworden?

OPINIE - Als je je privacy wil beschermen, dan zul je moeten betalen. Wordt privacy daarmee iets dat alleen de welgestelden zich kunnen veroorloven? En wie garandeert dat al die beloften ook echt worden waargemaakt?

Julia Angwin pleit in de New york Times voor o.a. een betere borging van de kwaliteit van privacy beschermende producten:

As more privacy-protecting services pop up, we need to consider two important questions: Can we ensure that those who can afford to buy privacy services are not being deceived? And even more important, do we want privacy to be something that only those with disposable money and time can afford?

The food industry can offer some possible answers to those questions. Our government enforces baseline standards for the safety of all food and has strict production and labeling requirements for organic food. It may be time to start doing the same for our data.

Foto: United States Forces Iraq (cc)

Welkom in Eurabia – Het ‘islamitisch terrorisme’ verhaal

OPINIE - Het begrip ‘islamitisch terrorisme’ schept meer verwarring dan helderheid. Hierdoor worden honderden miljoenen moslims onterecht aangemerkt als potentiële verdachten, meent Martijn de Koning

In 2004, een paar dagen na de moord op Theo van Gogh, stelde een beleidsmedewerker mij bij een borrel na afloop van een vergadering de vraag of ik dacht dat er na ‘Van Gogh’ nog meer terreuraanslagen zouden volgen. Mijn antwoord daarop was tweeledig: Ik ben antropoloog en doe onderzoek naar identiteit en geloofsbeleving onder moslims. Ik ben dus a) geen helderziende en b) geen terreurexpert. Daar moest deze, overigens heel aardige, beleidsmedewerker het mee doen want dat soort gesprekken is precies één van de redenen waarom ik een hekel heb aan borrels en ik vertrok.

Eén van de gevolgen van 9/11 is een grote verandering in het denken over veiligheid; terrorisme en in het bijzonder ‘islamitisch terrorisme’ stond snel bovenaan de prioriteitenlijst. Het gevolg was dat islam en moslims niet alleen een discussie onderwerp waren wanneer het ging over integratie en over de verhouding seculier – religieus, maar ook in discussies over veiligheid. Islam werd meer en meer een veiligheidsissue en veiligheid werd steeds meer een islamissue.

Islamitisch terrorisme

Het begrippenapparaat van die kwesties is mee veranderd. Terrorisme, ‘islamitisch terrorisme’, haat, vrijheid, democratie en rechtvaardigheid hebben gaandeweg andere betekenissen mee gekregen. De term ‘islamitisch terrorisme’ komt uit het veld van terrorisme studies en is in het bijzonder terug te herleiden op het onderzoeksveld van ‘religieus terrorisme’ waarvan de basis min of meer is gelegd in een artikel van David Rapoport: ‘Fear and Trembling: Terrorism in Three Religious Traditions’ (American Political Science Review, 78: 3 (1984), pp. 658–77). In het geval van ‘islamitisch terrorisme’ is het veld daarboven tevens beïnvloed door tal van meer of minder oriëntalistische teksten over islam en het Midden-Oosten zoals het werk van Bernard Lewis en Samuel Huntington’s Clash of Civilizations. De politieke discussie over ‘islamitisch terrorisme’ is daarnaast sterk beïnvloed door moralistische verhalen over beschaving vs. barbarisme, de onschuld van het Westen, vijfde colonne, massavernietigingswapens, enzovoorts.

Foto: Marino González (cc)

‘Big data’ verkopen in de zorg – dat gaat zomaar niet

OPINIE - In Engeland is ophef ontstaan over de verkoop van patiëntgegevens. Andre Krom, Dirk Stemerding en Pascal Messer van het Rathenau Instituut delen die zorg.

Binnenkort kunnen in Engeland allerlei organisaties, waaronder verzekeraars en farmaceuten, ‘geanonimiseerde’ gegevens kopen uit het Engelse elektronisch patiëntendossier (EPD). De belofte: betere zorg tegen lagere kosten. Voorvechters van privacy hebben dit initiatief van de National Health Service (NHS) fel bekritiseerd. Patiënten zijn namelijk alsnog te achterhalen als de ‘geanonimiseerde’ data worden gecombineerd met gegevens die men al van patiënten heeft of die te vinden zijn op internet. Ook kunnen patiënten niet nagaan bij wie hun gegevens terechtkomen. Kortom: de privacy van patiënten is in het geding.

Straks gaat het bovendien niet alleen om gegevens over ziekte, gezondheid en leefgewoonten, maar ook om genetische informatie. In Engeland bestaan concrete plannen om op termijn van iedereen de complete DNA-volgorde in het EPD op te slaan. Omdat het DNA van ieder individu uniek is, kan genetische informatie per definitie niet worden geanonimiseerd. De geruststelling luidt dat de NHS genetische data op individueel niveau niet zal verkopen. De nu gelanceerde plannen voor verkoop van patiëntengegevens roepen wel de vraag op of dit zo blijft.

Netwerk van biobanken

Wouter Bos wil het maar niet begrijpen

Bos schreef vandaag een column in de Volkskrant waarin hij uitvaart tegen verschillende ‘salonpopulisten’, waaronder Bas Heijne:

Maar een salonpopulist is [Heijne] ook en als het bewijs daarvoor nog niet was geleverd dan kwam het afgelopen zaterdag (15 februari) alsnog. Onder de titel ‘Haagse modder’ laat Heijne een analyse van de affaire-Plasterk/Samsom/Pechtold uitmonden in een diepe verzuchting: ‘Hier en daar is opgemerkt dat in de affaire rond Plasterk de echte issues onbesproken bleven: hoe gaat de staat met onze privacy om? (…) Was ik lid van een politieke partij dan zou ik proberen juist die grote kwesties onderwerp van debat te maken (…). Het gaat niet om een democratisch tekort. Het gaat om een intellectueel tekort.’

Hè hè, het hoge woord is eruit, er is sprake van een intellectueel tekort, politici zijn gewoon dom!

Ik begrijp niet wat mensen met een intellectueel overschot beweegt om dit soort onzin uit te kramen

Foto: TijsB (cc)

Doel JGZ: kinderen in de participatiemal drukken

OPINIE - Goede bedoelingen en verkeerd vertaalde maatschappelijke druk kunnen leiden tot een eng systeem waarin jeugdigen “begeleid” worden om zo goed mogelijk in de maatschappij te passen, actief participeren en een reguliere baan krijgen.

Sterker nog, we zijn hard bezig dit systeem op te tuigen. Bovenstaande newspeak staat letterlijk in de beleidsdocumenten waarmee u, ik en de jeugd gestuurd en bewaakt worden. Het klinkt een beetje over the top misschien, maar iets anders kan ik er niet van maken.
Laten we bijvoorbeeld eens kijken met welk doel op dit moment de Jeugdgezondheidszorg de contactmomenten (lees privacy-schendende vragenlijsten) rechtvaardigt:

Doel van het contactmoment
Optimale participatie in de samenleving krijgt tegenwoordig veel aandacht. Belangrijk doel van het contact tussen adolescenten en de JGZ is het bevorderen van de gezondheid en gezond gedrag van adolescenten om de participatie van jongeren te vergroten.


Aanvullend staat er:

Zodat zij (later, op de door hun gewenste wijze) kunnen deelnemen aan de maatschappij en zij voor zichzelf op kunnen komen. Dit doel wordt bereikt door jongeren bewust te maken van hun gezondheid en gezond gedrag en hen (preventief) te begeleiden en te coachen om de eigen kracht te vergroten.

Waar zorg zich vroeger richtte op zaken die bedreigend waren voor de persoon zelf (ernstige ziekte, geestelijke problemen waardoor veilig en zelfstandig leven moeilijk werd), richt de zorg nu preventief op het gedrag dat maximale participatie en deelname in de maatschappij in de weg staat. En nee, dit is geen losstaande ongelukkige formulering. Neem dit stukje uit de visie van het Nederlands Centrum Jeugdgezondheidszorg:

Foto: TijsB (cc)

Jeugdwet versterkt inbreuk privacy jeugd en ouders

ANALYSE - Dinsdag stemt de Eerste Kamer over de nieuwe Jeugdwet. De wet heeft vergaande impact op de privacy van de jeugd en hun ouders.

De nieuwe Jeugdwet is allereerst bedoeld om de diverse diensten te bundelen en de regie bij de gemeente onder te brengen. Daar valt van alles over te zeggen, maar daar gaat dit stuk niet over. Hier kijken we alleen even naar de privacyaspecten die met de wet verder aangetast worden. Een groot deel van de zaken zijn overigens al een tijd gemeengoed. Maar met de huidige wet wordt het nog een beetje uitgebreid en verankerd.

Het hele verhaal begon een jaar of zeven geleden met de introductie van het elektronische kinddossier (EKD). Het papieren, lokale, dossier werd vervangen door een centrale, voor iedereen toegankelijke, versie. En als je dan toch bezig bent, stop je er gewoon nog wat meer informatie in. Vervolgens kregen we ook nog een landelijke verwijsindex risicojongeren (VIR). Daarin komen meldingen bij elkaar over jongeren. Met als doel dat hulpverleners niet langs elkaar heen werken.

Dit alles zorgt ervoor dat er inmiddels een enorme opslag van gegevens over de jeugd plaatsvindt. Ouders van net geboren kinderen krijgen al heel snel bezoek waarbij een enorme lijst met vragen voorbij komt. Alle antwoorden verdwijnen in het dossier. Alle bezoekjes aan instanties als een consultatiebureau leveren weer aanvullingen op. Als een kind vijf jaar is, komt er een brief van de JGZ met daarbij weer heel veel vragen (check vraag 21). Vrijwel niemand heeft in de gaten dat je eigenlijk helemaal geen antwoord hoeft te geven. Hoewel je dat natuurlijk weer verdacht maakt, dan lijk je immers een zorgmijder.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Het verkeerde debat met Plasterk en Hennis

COLUMN - Heeft u gisteravond en nacht het debat gevolgd met ministers Plasterk en Hennis over de onduidelijke uitspraken van Plasterk over het verzamelen van 1,8 miljoen metadata? Ik niet. Het was namelijk een nutteloos debat, slechts voor de politieke bühne. En iedereen speelde het spelletje mee.

Het ging vooral over het al dan niet helemaal juist informeren van de Tweede Kamer. Niet juist informeren van de Tweede Kamer heet een politieke doodzonde te zijn en kan de minister een motie van wantrouwen opleveren. Immers, de Tweede Kamer is het hoogste politieke orgaan in onze democratische rangorde. En als die al niet goed geïnformeerd wordt, wat stelt democratische controle dan nog voor?

Maar terwijl iedereen zich concentreerde op een enkele, mogelijk foutieve, uitspraak van Plasterk, negeerde vrijwel iedereen de olifant die in de porseleinkast staat. Het debat ging namelijk over een hoop zaken niet, die eigenlijk wel om politieke aandacht schreeuwen. En in die zin verwaarloosde de Tweede Kamer haar echte controletaak terwijl ze probeerde een politiek puntje te scoren (of het scoren te voorkomen).

Laten we even stilstaan bij wat er vooral niet besproken werd.

Het gaat niet over wat die metagegevens, die we met miljoenen tegelijk verzamelen, precies behelsen.
Het gaat niet over wat wij precies met al die metagegevens doen en hoe lang we ze bewaren.
Het gaat niet over wat er met die metagegevens gebeurt.
Het gaat niet over met wie we, naast de Amerikanen, de metagegevens allemaal delen.
Het gaat niet over wat er daarna met al die metagegevens, vaak over Nederlandse burgers, gebeurt.
Het gaat niet over alle andere data die door AIVD, MIVD, NSO en andere organisaties jaarlijks massaal wordt verzameld.
Het gaat niet over nut, noodzaak en effectiviteit van het verzamelen van al die gegevens (worden er daadwerkelijk aanslagen mee voorkomen?)
Het gaat niet over alle valse positieven (mensen die, soms tijdelijk, verdacht zijn op basis van verkeerde aannames) die ontstaan door het verzamelen van al die gegevens.
Het gaat niet over wie binnen de overheid en de speciale diensten allemaal toegang hebben tot die gegevens, waar ze voor gebruikt worden en wie dat (niet) controleert.
Het gaat niet over waarom artikel 10 van de Nederlandse Grondwet regelmatig met voeten getreden wordt.
Het gaat niet over het gebruik van al die onder het mom van “veiligheid” verzamelde gegevens voor andere doeleinden (zoals natrekken gedrag uitkeringsgerechtigden).
Het gaat niet over het informeren van burgers over wat er nu zoal allemaal van ze vastgelegd wordt, stiekem of openlijk.
Het gaat niet over de inherente onveiligheid van de opslag van heel veel gegevens en wat anderen (werkelijk kwaadwillenden) daarmee kunnen doen.
Het gaat niet over mogelijke toekomstige scenario’s waarin regeringen die het nog minder nauw nemen met privacy nog verder kunnen gaan met het misbruiken van reeds opgeslagen gegevens.
Het gaat over heel veel dingen niet.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Ronald Plasterk en de wetten van de poppenkast

OPINIE - In november trok Plasterk een grote broek aan toen Snowden onthulde dat de NSA hier in een maand tijd 1,8 miljoen telefoontjes had afgetapt. Dat was tegen de Nederlandse wet en dat kon natuurlijk niet, hij zou maatregelen nemen. En nu, drie maanden later heeft hij ontdekt dat zijn eigen spionnen al die gesprekken hebben zitten afluisteren. Plasterk was daar zelf nooit achter gekomen. Maar gelukkig heeft zijn collega Hennis van Defensie hem verteld dat NSO geen verschrijving is van NSA, zoals hij steeds dacht, maar staat voor Nationale Sigint Organisatie. En dat is onze eigen digitale spionnenclub. Opeens was dat afluisteren wel gewettigd en dus is alles nu oké. Het briefje van één kantje aan de Tweede Kamer was getekend door Plasterk en Hennis. Een briefje zonder enige zelfreflectie, laat staan de erkenning dat hij maar wat had staan bazelen. En toen viel de rest van Nederland over hem heen. Inmiddels zijn Plasterks knopen geteld  en voert de PvdA de eerste gesprekken met mogelijke opvolgers.

Maar er is meer aan de knikker dan een bewindsman die niet weet waar hij het over heeft en zijn kwek niet kan houden. Nederland werkt al jaren intensief samen met andere inlichtingendiensten en het is de bedoeling dat uit te breiden. Nederland zou wel gek zijn als het niet zou samenwerken en de echte vraag is, zoals vaak in het leven, hoever je wilt en kunt gaan. De GCHQ, de Britse neven van de NSA, zijn in ieder geval zeer lovend over de ijver waarmee de Nederlandse AIVD en MIVD, waar de NSO onder valt, internationaal meedoen. Volgens de Engelsen zijn de Nederlanders technisch competent en zeer gemotiveerd. Maar, er zijn in Nederland nog wel wat obstakels. ‘The Dutch have some legislative issues that they need to work through before their legal environment would allow them to operate in the way that GCHQ does. We are providing legal advice on how we have tackled some of these issues to Dutch lawyers.’  Plezierig als je zo geadviseerd wordt op het gebied van wetgeving die per definitie op gespannen voet staat met de privacy. Maar dit alles is natuurlijk in het belang van onze veilige toekomst. En daarom zal de NSO opgaan in een nieuwe organisatie die cyberaanvallen afweert en het radio- en satellietverkeer afluistert. Uiteraard wordt er internationaal goed samengewerkt. Er gaan zo’n 350 mensen werken. Ben benieuwd naar de “legal environment” van die club.

Foto: Merrill College of Journalism Press Releases (cc)

Bij twijfel gewoon doen

OPINIE - Altijd en overal online is de standaard. Mobiliteit betekent meer apparaten, meer locaties, meer apps en meer connecties. Tot 2019 groeit het wereldwijde dataverkeer met 45 procent, aldus het Mobility Report van Ericsson. Het aantal abonnementen groeit jaarlijks met zo’n zeven procent, eind 2013 waren er 4,5 miljard mobiele abonnees. Het werk gaat mee in de broekzak en met wereldwijd bijna een miljard tablets in gebruik wint het paperless office steeds meer terrein. Toepassingen als SharePoint, ERP, CRM of gepersonaliseerde HR-platforms worden in hoog tempo mobiel beschikbaar gemaakt.

Ondertussen moet overal de connectiviteit meegroeien. Wi-Fi – ik test het vaak als ik op bezoek ben bij bedrijven – is vaak goed beveiligd, maar wanneer je te gast bent bij een bedrijf, is beveiligde WiFi-toegang nog lang niet altijd standaard. Het stopcontact in de lobby, ook niet standaard, is over het algemeen beter beveiligd.

Informatiebeveiliging hobbelt er achteraan. Dit jaar wordt wellicht de discussie geopend (of verbreed) over cybersecurity, en misschien komt er wel een campagne die de digitale weerbaarheid van burgers moet vergroten. Dat zou tijd worden, want de risico’s van mobiel werken zitten namelijk niet in de devices, de applicaties en apps, maar in de gebruikers, zo laten onderstaande cijfers uit verschillende onderzoeken zien:

De waarde van online privacy

ONDERZOEK - In een interessant artikel proberen economen Savage en Waldman de waarde van online privacy vast te stellen.

We estimate the value of online privacy with a differentiated products model of the demand for Smartphone apps. We study the apps market because it is typically necessary for the consumer to relinquish some personal information through “privacy permissions” to obtain the app and its benefits. Results show that the representative consumer is willing to make a one-time payment for each app of $2.28 to conceal their browser history, $4.05 to conceal their list of contacts, $1.19 to conceal their location, $1.75 to conceal their phone’s identification number, and $3.58 to conceal the contents of their text messages. The consumer is also willing to pay $2.12 to eliminate advertising. Valuations for concealing contact lists and text messages for “more experienced” consumers are also larger than those for “less experienced” consumers. Given the typical app in the marketplace has advertising, requires the consumer to reveal their location and their phone’s identification number, the benefit from consuming this app must be at least $5.06.

Foto: miniyo73 (cc)

WiFi Tracking

OPINIE - Vorige week werd bekend dat een aantal winkelketens in Nederland de bewegingen van winkelende klanten volgt door ongevraagd het WiFi of Bluetooth signaal van hun telefoons te peilen. De aanbieders stellen dat ze wettelijk gezien niks verkeerd doen, en bovendien volgens webwinkels je toch ook met hun cookies. Toch maakt dit soort ongevraagd bespieden een ongemakkelijk gevoel bij mij los. Is er dan iets met mij, of met hoe we over dit soort privacy issues nadenken?

WiFi Tracking: wat en waarom

WiFi tracking houdt in dat aan de hand van het WiFi-signaal van de telefoon de positie en een identificatienummer van een telefoon worden gevolgd. Daarvoor hoeft de telefoon niet verbonden te zijn met een WiFi-hotspot, het gewoon aan hebben staan van de functie – wat de meeste gebruikers doen zodat je thuis direct met je eigen netwerk verbindt – is al genoeg.

Door op deze manier de locatie van het winkelend publiek te volgen kunnen winkeliers meten hoeveel van de mensen die langs hun etalage lopen naar binnen komen. En hoeveel extra klanten plaatsen van dat nieuwe reclamebord in de etalage oplevert. Ook binnen de winkel kunnen de bewegingen van klanten in kaart worden gebracht: Hoe lang personen in de winkel blijven hangen, welke looproutes ze volgen en in welke hoekjes veel aandacht trekken. Kom je binnen een bepaalde tijd terug dan wordt dat ook opgeslagen, om de loyaliteit van klanten te meten. WiFi tracking brengt Google Analytics van webshops naar de fysieke wereld.

Vorige Volgende