Stopt de overheid nu zelf ook met het discrimineren van huurders?

De discriminatie door verhuurders is “zeer alarmerend”, aldus minister Ollongren in reactie op landelijk onderzoek. Maar de overheid maakt zich ook zelf schuldig aan discriminatie van huurders door de inzet van de Rotterdamwet en de Leefbaarometer. Uit een landelijk onderzoek in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) naar discriminatie bij woningverhuur blijkt dat woningzoekers met een buitenlands klinkende naam vaker afgewezen voor een huurhuis dan woningzoekers met een Nederlandse naam, en dat makelaars en bemiddelaars vaak meewerken aan het verzoek om bepaalde groepen uit te sluiten voor een huurwoning. Het onderzoek bevestigt de uitkomsten van eerdere onderzoeken op kleinere schaal (bijv. van de Groene Amsterdammer in 2018, van Radar in 2019, en onderzoeken in Rotterdam, Utrecht, Amsterdam en Den Haag in 2020 en dit jaar). “Zeer alarmerend” Minister Ollongren kondigde direct aan dat de aanpak van discriminatie door verhuurders wordt geïntensiveerd, want: Dat vind ik zeer alarmerend. Discriminatie is niet toegestaan en wordt niet getolereerd. Dat geldt zowel voor de verhuurbemiddelaars als voor de verhuurder die zijn woning openbaar aanbiedt. Fijn dat de ogen van de minister geopend zijn, maar gaat de minister dan nu ook eindelijk het eigen beleid kritisch onder de loep nemen? Al jaren verstrekt de minister via de omstreden Rotterdamwet aan gemeenten een wettelijke basis om huurders te discrimineren op basis van hun inkomen, en indirect hun afkomst, met het doel om de leefbaarheid in zogenaamde achterstandswijken te verbeteren. En ook het aanwijzen van de gebieden waar deze discriminerende wet mag worden ingezet is gebaseerd op een discriminerend instrument, de Leefbaarometer. Rotterdamwet Het is inmiddels alweer 16 jaar geleden dat het kabinet de Wet Bijzondere Maatregelen Grootstedelijke Problematiek (bijnaam ‘Rotterdamwet’) invoerde, waarmee gemeenten met toestemming van de minister van BZK gebieden kunnen aanwijzen waar maatregelen kunnen worden ingezet om de leefbaarheid te verbeteren. Een van die maatregelen is de inkomenseis, waarmee in aangewezen gebieden potentiële huurders met een inkomen uit bijstand kunnen worden geweigerd. Het gaat om huurwoningen van zowel particuliere verhuurders als woningcorporaties. De inkomenseis werd, na een Rotterdams experiment in 2005, direct ingezet in vier wijken in Rotterdam (allemaal op Zuid) en later uitgebreid naar vijf wijken. Ook Tilburg, Den Bosch, Nijmegen en Vlaardingen passen inmiddels de inkomenseis toe. Later is er aan de wet een maatregel toegevoegd die het mogelijk maakt om kandidaat-huurders met bepaalde sociaaleconomische kenmerken voorrang te geven, zoals mensen in maatschappelijke beroepen. Dit klinkt al een stuk minder discriminerend, maar in feite komt het op hetzelfde neer: mensen zonder die gunstig geachte kenmerken krijgen geen toegang tot huurwoningen. Deze maatregel wordt in verschillende wijken in Rotterdam ingezet, in Schiedam en in gebieden in Den Haag. “Het probleem heeft een kleur” De naam zegt het al: het idee voor de Rotterdamwet werd in Rotterdam geboren. Wie kijkt naar de aanleiding en onderbouwing van de inkomenseis, ziet dat het duidelijk óók gaat om het weren van mensen met een migratieachtergrond (vooral ‘niet-westers’). “De kleur is niet het probleem, maar het probleem heeft wel een kleur,” stond er in het beleidsdocument Rotterdam zet door uit 2003. Bovendien raakt uitsluiting op grond van inkomen en arbeidssituatie indirect groepen met een migratieachtergrond die vaker een bijstandsuitkering ontvangen. Onder meer de Raad van State en de Commissie Gelijke Behandeling (in 2012 opgegaan in het College voor de Rechten van de Mens) waren kritisch over de inkomenseis vanwege indirecte discriminatie op grond van afkomst. Bij behandeling in de Eerste Kamer noemde een GroenLinks-senator het wetsvoorstel een “schandalig, discriminerend, haast racistisch voorstel”. Zelfs een CDA-senator, die uiteindelijk wel akkoord ging, waarschuwde voor discriminatie. Het bezwaar van indirecte discriminatie echter werd door het kabinet en een meerderheid van de Tweede Kamer in de wind geslagen. Een kandidaat-huurder die de inkomenseis bestreed tot aan het Europese Hof voor de Rechten van de Mens werd helaas door het Hof in het ongelijk gesteld, maar dat deze vorm van discriminatie gerechtvaardigd is staat niet onomstotelijk vast. Zo oordeelden twee rechters in de 'dissenting opinion' dat discriminatie op grond van inkomen niet gerechtvaardigd kon worden. Leefbaarometer En het gaat nog op een andere manier mis bij het ministerie van BZK. Om te bepalen waar de Rotterdamwet moet gelden, waar het dus slecht met de 'leefbaarheid’ is gesteld, wordt het door het Rijk ontwikkelde instrument de Leefbaarometer gebruikt. Dit instrument geeft een inschatting van de leefbaarheid gebaseerd op honderd kenmerken van een gebied, onderverdeeld in vijf dimensies. De dimensie ‘Bewoners’ bestaat uit 16 indicatoren en maar liefst 7 daarvan hebben te maken met afkomst. Het aandeel ‘westerse allochtonen’ in een straat, buurt of wijk telt positief mee voor de inschatting van de leefbaarheid, terwijl het aandeel ‘MOE-landers’ (Midden- en Oost-Europeanen), ‘niet-westerse allochtonen’, ‘Marokkanen’, ‘Surinamers’, ‘Turken’ en ‘overige niet-westerse allochtonen’ een negatieve impact hebben op de leefbaarheidsscore. Ook hier komt overigens het sociaaleconomische component weer terug in het aandeel arbeidsongeschikten en bijstandsgerechtigden (beide negatief voor de leefbaarheidsscore). De Rotterdamse gemeenteraad heeft minister Ollongren verzocht te onderzoeken of de Leefbaarometer op het punt van afkomst kan worden herzien. Het model wordt elke twee jaar herijkt, antwoordde de minister (pdf), waarbij rekening wordt gehouden met “nieuwe ontwikkelingen en inzichten” wat ertoe zou kunnen leiden dat de indicatoren over afkomst uit het model gaan. Gelijke toegang tot huisvesting Uit alles blijkt dat de minister en haar voorgangers die verantwoordelijke zijn voor de Rotterdamwet een heel beperkt idee hebben van wat discriminatie op de woningmarkt behelst en wat de overheid daartegen moet doen. Expliciet racisme in de trant van ‘liever geen Marokkaanse/Poolse huurder’ is zeer ernstig en moet worden aangepakt. Maar het gaat er evengoed om dat de overheid gelijke toegang tot huisvesting garandeert en waarborgt voor groepen burgers, zeker voor mensen die financieel kwetsbaar zijn of het risico lopen om gediscrimineerd te worden. De Rotterdamwet doet het tegenovergestelde: de wet beperkt de vrijheid van vestiging voor mensen die leven van een uitkering en maakt het hen dus moeilijker om een woning te vinden. Een obstakel voor het afdwingen van rechtvaardig beleid is dat sociaaleconomische status in de Nederlandse wet geen discriminatiegrond is. Maar in de woorden van een SP-senator uit 2005: de inkomenseis van de Rotterdamwet “[maakt] kansarmen nog kansarmer.” De Speciale Rapporteur voor het recht op huisvesting van de Verenigde Naties is er duidelijk over: het volkshuisvestingsbeleid moet erop gericht zijn om groepen te helpen die beperkt toegang hebben tot huisvesting, zoals mensen die in armoede leven, en het beleid moet voorkomen dat huisvesting de sociaaleconomische ongelijkheid en uitsluiting verergert. De Rotterdamwet vergroot juist ongelijkheid en uitsluiting op de woningmarkt. Stop met de Rotterdamwet, herzie de Leefbaarometer Antidiscriminatiebeleid betekent ook het actief tegengaan van stigmatisering. Stigmatisering van groepen maakt iemand misschien niet direct dakloos, maar het heeft negatieve persoonlijke en maatschappelijke consequenties en zou om die reden door de overheid actief bestreden moeten worden. Het past dan ook niet dat de minister het discriminatoire karakter van de Leefbaarometer ontkent omdat het model “geen causaal model, maar een indicator-model” zou zijn. De Leefbaarometer werkt wel degelijk stigmatiserend door een koppeling te maken tussen afkomst en leefbaarheid. Nu de minister ervan overtuigd is dat discriminatie op de woningmarkt een stevige aanpak vereist, mogen we verwachten dat ze ook het eigen discriminerende beleid aanpakt: schaf de Rotterdamwet af en herzie de Leefbaarometer.

Quote du Jour | Nakijken

“[Starters] hebben het nakijken en zijn aangewezen op een dure huurwoning. Als de markt weer omslaat zullen deze ‘nieuwe’ beleggers snel willen verkopen. Over onderhoud van de woningen moet je je ook geen illusies te maken. Het kortetermijnrendement staat voorop.”

Johan Conijn, bijzonder hoogleraar Woningmarkt aan de Universiteit van Amsterdam, reageert op het nieuws dat een zesde van de woningen dezer dagen zonder hypotheek verkocht wordt. Door de lage rentestand is vastgoed een aantrekkelijke belegging geworden voor huisjesmelkers in spe. Starters kunnen niet meer kopen en zullen dus moeten huren.

Lezen: Het wereldrijk van het Tweestromenland, door Daan Nijssen

In Het wereldrijk van het Tweestromenland beschrijft Daan Nijssen, die op Sargasso de reeks ‘Verloren Oudheid‘ verzorgde, de geschiedenis van Mesopotamië. Rond 670 v.Chr. hadden de Assyriërs een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen verenigd in een wereldrijk, met Mesopotamië als kernland. In 612 v.Chr. brachten de Babyloniërs en de Meden deze grootmacht ten val en kwam onder illustere koningen als Nebukadnessar en Nabonidus het Babylonische Rijk tot bloei.

Foto: Ministerie van Buitenlandse Zaken (cc)

Huurverlaging

Het resultaat van het beleid van Stef Blok is een overspannen koopmarkt en een huurmarkt die op apegapen ligt. Het afslijpen van de scherpste randjes van dit beleid (huurverlaging) is vaak een wassen neus en niet genoeg geweest om een gezondere woningmarkt te creëren. Daarvoor is het wachten op een volgend kabinet. 

In tijden van “alternatieve feiten” moeten we alert zijn met de officiële berichten: kloppen ze wel, wat is de betekenis? Onlangs dwarrelde een brief van Minister Blok op mijn bureau. Doorgaans is mijn aandacht matig, want ik zie minister Blok als de zwakste bewindsman die ooit de volkshuisvesting bestierde. Maar het begrip huurverlaging trok mijn aandacht.

Beleidsvoornemens gerealiseerd?

Misschien is zwak voor Blok niet helemaal het juiste woord, want de “beleidsvoornemens zijn gerealiseerd, maar de koopmarkt is overspannen en de huurmarkt ligt op apengapen”. Dat is de conclusie van Hugo Priemus in de NRC van 28 januari, aan het einde van zijn ingezonden brief.

Dat is wonderlijk: het Regeerakkoord is uitgevoerd en Blok gaat zijn politieke loopbaan vervolgen met een Ministerschap op V en J, als opvolger van minister van der Steur. Het programma dat Blok moest uitvoeren, bevatte weinig goeds voor de socialehuisvesting. Zo komt het: Blok is tevreden, maar zijn beleid is een flop.

Foto: Eric Heupel (cc)

Minder probleemhypotheken, maar waarom?

ANALYSE - Na zeven barre crisisjaren kon Bureau Krediet Registratie (BKR) vorige maand weer eens goed nieuws met ons delen. De stichting die schulden en betaalproblemen van consumenten in Nederland bij houdt kon immers melden dat het aantal mensen met een betaalachterstand op een hypotheek voor het eerst in liefst tien jaar is gedaald. Hoewel de daling maar klein is – van 112.800 naar 112.681 – is er volgens BKR sprake van een heuse trendbreuk. Maar ik zie hem niet.

Natuurlijk, het aantal openstaande hypotheken met daarop een achterstand van meer dan 4 maanden liep terug. Maar het tempo waarmee dit aantal steeg was al een tijd aan het afnemen, zodat de huidige daling in mijn ogen de trend volgt. Belangrijker is dat het gepubliceerde getal voor mij helemaal niet zo relevant is. Banken en kredietbeoordelaars zullen zich misschien de vraag stellen hoeveel probleemhypotheken in een bepaalde portefeuille zitten, maar de maatschappelijk relevante vragen zijn hoeveel mensen er in de problemen komen – en hoe zij daar weer uit geraken.

Die twee vragen zijn beide niet af te lezen uit de cijfers die BKR publiceert. En ondanks herhaalde verzoeken gaat zij deze ook niet publiceren. Tenminste.. niet naar de media. Onderzoeksinstituut OTB van Peter Boelhouwer krijgt wél gedetailleerdere cijfers en zij publiceert naast het aantal openstaande betaalachterstanden ook het aantal ‘herstelde achterstanden’ in de monitor koopwoningmarkt.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Foto: Cyril Wermers (cc)

Hoge huurprijs door verhuring goedkoper segment

DATA - Eigenlijk is het een hondenbaan, die van ‘statisticus’. Zeker als het om woningmarktcijfers gaat. Ga maar na; NVM ligt al jaren onder vuur om de voor normale stervelingen onbegrijpelijke methodiek waarmee huizenprijzen worden berekend. Ook het CBS rekent zich suf aan de Prijsindex Bestaande koopwoningen, maar de meeste media hebben het liever over ‘de gemiddelde woningprijs’. Jammer alleen dat je aan een gemiddelde prijs he-le-maal niks hebt.

Ik moest daar afgelopen week aan denken, toen de cijfers van Pararius over de huurmarkt groot nieuws waren. Op basis van ‘het aanbod’ berekent Pararius de gemiddelde prijs van woonruimte. Of dit het onverhuurde of verhuurde aanbod betreft zie ik op de website niet zo snel terug.

Nu geloof ik direct dat wonen duurder wordt en zeker dat het duurder wordt om te huren. Immers willen ‘steeds meer‘ mensen huren. Maar met het berekenen van een simpel gemiddelde maken de onderzoekers / persberichtschrijvers van Pararius zich er wel heel makkelijk vanaf. Immers is de doorsnee lezer benieuwd of woningen duurder werden, niet of er verhoudingsgewijs meer dure woningen op de markt kwamen.

tehuurprkl

(bron: funda)

Precies dat is namelijk aan de hand – waar het aandeel beschikbare ‘goedkopere’ huurwoningen gestaag daalt, is afgelopen kwartaal een relatief forse stijging te zien van de beschikbare duurdere woningen. Deze twee factoren samen maken dat ‘de gemiddelde huurwoning’ in de ogen van Pararius dus duurder is geworden. In mijn ogen is vooral een groter deel van de goedkopere woningen bewoond geraakt, vanwege toegenomen vraag.

Foto: Christian van Elven (cc)

Waar baseert de Europese Commissie zich eigenlijk op?

ANALYSE - Het zal even wat minder gezellig zijn geweest aan de Jaffalaan in Delft. Had Peter Boelhouwer van onderzoeksinstituut OTB net nog zijn ziel en zaligheid gestoken in een essay om de politiek – in opdracht van de bouwlobby – te overtuigen hogere leningen ten opzichte van het inkomen toe te staan, nu concludeerde de Europese Commissie al weer dat het terugschroeven van de maximale lening ten opzichte van de waarde van de woning zonder grote problemen zal verlopen.

Daarbij baseert de EC zich nota bene op een rapport dat OTB samen met de bouwwereld maakt, de Monitor koopwoningmarkt. Dit baart mij om meerdere redenen zorgen.

Verdere aanscherping leennormen

Er is momenteel veel te doen om de leennormen in Nederland. Niet heel lang geleden kon je makkelijk een hypotheek voor de hele waarde van de woning plus 10 procent of meer ‘krijgen’, maar tot 2018 wordt de maximale hypotheek in stapjes van 1 procentpunt per jaar afgebouwd tot 100 procent van het aankoopbedrag. Een koper moet dus een steeds groter deel van de bijkomende kosten uit zijn spaargeld – of dat van zijn ouders – bekostigen.

Deze 100 procent is in internationaal opzicht nog altijd hoog. Het IMF moedigde Nederland daarom al eerder aan om de maximale lening verder af te bouwen tot 80 procent en momenteel onderzoekt De Nederlandsche Bank de mogelijkheden daartoe.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.

Foto: Eric Heupel (cc)

Wat nou, ‘nog nooit zo betaalbaar’?

Als je de betaalbaarheidsplaatjes moet geloven, is dit hét moment om een huis te kopen. Afgezien van het feit dat veel van die berekeningen niet letten op de kosten van aflossing en dus met een korreltje zout genomen moeten worden, knagen ze. Wie gelooft immers dat jongeren vandaag inderdaad een groter huis kunnen kopen dan twintig jaar geleden? De cijfers ter onderbouwing van die twijfel lijken alleen nooit te worden gepubliceerd.

Tijd dus om mijn kopietje van de WoON2012 database weer eens af te stoffen en zelf op onderzoek uit te gaan. De vraag die ik mezelf stelde is: ‘Wat was in 2012 de waarde van de woning van mensen die deze op een bepaalde leeftijd kochten – verdeeld naar het jaar waarin zij die aanschaf deden’.

koopkracht2
 

Het resultaat is schokkend – wie in 1995 tussen de 20 en 25 jaar was en een huis kocht, verwachtte in 2012 deze te kunnen verkopen voor 299 duizend euro. Wie op dezelfde leeftijd in 2010 een woning kocht verwachtte daarmee bij een eventuele verkoop in 2012 ‘slechts’ een kleine 184 duizend euro te incasseren. Anders gezegd; als de 24 jarige in 2010 het – vijftien jaar ouder geworden – huis wilde kopen van een inmiddels 39 jarige verkoper, kwam hij 115 duizend euro tekort, of 38 procent van het totaalbedrag!

Foto: Eric Heupel (cc)

Extreme piek kadasterinschrijvingen geeft te denken voor 2015

ANALYSE - In december 2014 registreerde het Kadaster 25.265 verkochte woningen. Dit is een stijging van 63,4% ten opzichte van december 2013 (15.463). Vergeleken met de voorgaande maand, november 2014, is er sprake van een stijging van 116,0%.

dec1
 
Nu registreert het kadaster altijd meer verkochte woningen in december, maar dit is een extreme sprong zoals niet eerder is vertoond. Afgelopen maand wisselden de meeste woningen van eigenaar sinds de registratie bij het CBS in 1995 begon. Dit heeft alles te maken met het einde van de verruimde schenkingsvrijstelling per 1 januari dit jaar.

Kennelijk hebben duizenden huizenkopers grote haast gemaakt om met een geschonken bedrag een woning te kopen. Persoonlijk kan ik me geen slechtere onderhandelaars voorstellen dan mensen met haast die beschikken over ‘andermans geld’. Deze grote sprong in verkopen zal zich dan ook ongetwijfeld in een prijssprongetje vertalen, maar informatie over de prijsontwikkeling wordt pas woensdag verstrekt, door het CBS.

De laatste keer dat er een flinke eindejaarsrun was, was eind 2012. Toen kochten mensen nog gauw een woning voordat de annuïteitenlening min of meer verplicht werd. In bovenstaande grafiek kun je zien hoe die opleving in het niet valt bij die van afgelopen maand.

Bestel je boeken bij Bazarow

Bazarow is een verkopende boekensite, waar je ook recensies, nieuws, een agenda en een digitaal magazine kan vinden. Nog niet alles is af, maar veel boeken zijn al te vinden en er komt de komende maanden steeds meer bij.

Het doel van Bazarow is om een site te vormen die evenveel gemak biedt als de online giganten maar die wél teruggeeft aan de boekensector. Tegen roofkapitalisme, en voor teruggeefkapitalisme, bijvoorbeeld door te zorgen dat een flink deel van de opbrengst terug naar de sector gaat en door boekhandels te steunen.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Jeroen Mirck (cc)

Labiele woningmarkt vraagt meer journalistieke zorgvuldigheid

ACHTERGROND - Berichtgeving over woningprijzen lijkt het gedrag van kopers te beïnvloeden. En dat is een probleem als nieuwsberichten op gekleurde data worden gebaseerd.

Huizen in Amsterdam-West zijn alweer duurder dan voor de crisis, zo viel vorige week te lezen in een artikel in het Parool, dat nog het meest weg heeft van een makelaarsbrochure waarmee een wijk moet worden aangeprezen.

Vanwege de krapte op de markt steeg de prijs per vierkante meter in de Bellamybuurt met zelfs ruim 15% sinds 2011, van 4.500 euro naar 5.200 euro. Dat zijn nog eens cijfers! Maar kloppen ze ook?

De markt loopt zeker vlotjes in de genoemde buurt. Gekeken naar het woningaanbod in de Kinkerbuurt – de Bellamybuurt is niet als zodanig op Funda te vinden – is er in het afgelopen jaar bijna zesmaal zoveel verkocht als er nu te koop staat. Dat is een zeer goede score, waarmee deze buurt binnen Amsterdam het best scoort na Tuindorp-Buiksloot.

Maar anders dan het artikel in het Parool beweert, was volgens Funda de gemiddelde vraagprijs van een verkochte woning in 2014 slechts 4.043 euro per vierkante meter (mediaan: 3.980). Dat zou dus een daling van zo’n 11 procent betekenen sinds 2011, of een vergelijkbare prijs ten opzichte van afgelopen twee jaar.

‘Maar iedereen biedt toch weer boven de vraagprijs in Amsterdam?’ denk je nu misschien, ‘want dat heb ik gezien op het journaal.’ Klopt, de NOS bracht op 21 november 2013 groots in het nieuws dat er in Amsterdam ‘steeds vaker’ boven de vraagprijs wordt geboden. De acht procent van de gevallen waarin dit volgens makelaars gebeurt, is in werkelijkheid echter niet veel groter dan de maanden ervoor.

Foto: Eric Heupel (cc)

Wat kost een huurwoning per vierkante meter?

DATA - Nadat ik eerder al liet zien wat een koopwoning per vierkante meter moet kosten en wat een vierkante meter bouwgrond moet opbrengen, miste de prijs per vierkante meter huurwoning nog een beetje. Bij deze dus een overzicht van de vraagprijs per maand per vierkante meter woonoppervlak van een huurwoning.

De top twintig duurste plaatsen met meer dan tien objecten in de verhuur ziet er als volgt uit:

top20huur

De top twintig goedkoopste gemeenten om een woning te huren is als volgt:

20goedkoopst
Om tot deze kaart te komen heb ik de gegevens van 9300 woningen van Funda gebruikt waarvoor zowel oppervlak, postcode als prijs per maand eenduidig geautomatiseerd te bepalen waren. Ik hoop binnenkort de prijzen in gemeenten net over de grens ook in de kaart op te nemen.

Voor nu kan ik er vast bijvertellen dat huurwoningen net over de grens in Duitsland tussen de 5,90 euro en de 6,50 euro per vierkante meter per maand moeten kosten. In deze post licht ik een tipje van de sluier hoe je de data uit bovenstaande analyse makkelijk binnen haalt en verwerkt.

Via Woningmarktcijfers

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Volgende