BP-olieramp was geen ongeluk
“Safety remains our number one priority“, zei BP-baas en wandelende PR-ramp Tony Hayward eerder dit jaar om de groeiende kritiek te bezweren. Het oliegat wilde maar niet dicht. Op dit blog is er al veel over geschreven.
Er is een hoofdstuk van dit verhaal nog niet of nauwelijks geschreven. Deze ramp was geen ongeluk. De Amerikaanse site voor onderzoeksjournalistiek ProPublica en PBS Frontline laten in een mooie documentaire zien hoe BP jarenlang stelselmatig veiligheidsvoorschriften aan zijn laars lapt. Een oud-medewerker van een grote raffinaderij in het plaatsje Texas vertelt bijvoorbeeld dat er iedere week brandjes waren. Totdat de boel in 2005 echt mis ging en bij een ontploffing 15 werknemers om het leven kwamen en 170 gewond raakten. Jarenlang belooft de oliegigant beterschap, maar geld gaat voor veiligheid. Telkens weer.
Het BP-drama valt na het zien van deze documentaire eindelijk in een kader. Wat aanvankelijk domme pech leek, was een haast voorspelbare uitkomst van risicovol ondernemen. Risico’s werden op anderen afgewenteld, de winst ging naar de aandeelhouders en de bazen die het allemaal zo fantastisch leken te doen. Dit begint zo’n liedje te worden dat je als een vervelende zomerhit blijft achtervolgen?
Een financiële crisis laat zich niet zomaar in beeld brengen. Het bekende bordje met ‘foreclosed’ kun je een paar keer gebruiken voordat het sleets wordt. De wanhopige gezichtsuitdrukking van de Wall Street handelaar kennen we nu wel. Het BP-drama laat ons in ieder geval een sterker beeld na. De winst is voor de winnaar en de risico’s zijn voor ons. Hayward zeilt op zijn jacht en de zuidelijke Amerikaanse staten zitten in de troep.



De Tea Party op hol geslagen?