Wobben kost geld
Wobben, het via de Wet openbaarheid van bestuur opvragen van (overheids)documenten, is een recht. De burger – of journalist – die inzage wil in de achtergronden van bestuurlijk handelen, moet de gevraagde informatie krijgen tenzij de overheid goed beargumenteerde gronden heeft om iets niet te openbaren.
In de praktijk doet de overheid er vaak alles aan om de burger de toegang tot die informatie te ontzeggen, althans, om de burger te ontmoedigen. Het Wob-pad is bezaaid met talrijke drempels, en één daarvan is financieel.
Het indienen van een Wob-verzoek is gratis. Kosten: slechts de werktijd en eventueel een postzegel (al mag het ook per mail). Maar de verstrekking kan, letterlijk, in de papieren lopen. Allereerst is er het verhaal van de leges: gemeenten proberen de werktijd van ambtenaren die de documenten bij elkaar moeten zoeken, te verhalen op de verzoeker. Dat doen ze in de vorm van leges.
Maar er is nog een andere, minder bekende kant aan de zaak.
Als de verzoeker niet expliciet heeft gevraagd om verstrekking in digitale vorm, worden de documenten aangeboden in papieren vorm. En daarvoor vraagt menig bestuursorgaan kopieerkosten. Dat kan aardig oplopen als die overheid 51 cent per kopie rekent.
