De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.
Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.
Rehabilitatie
COLUMN - Mijn huis heeft een balkon. Wie de moeite neemt over een hekje te klauteren, loopt zo het balkon van de buren op, een Marokkaans gezin. Omgekeerd kunnen de jongens makkelijk mijn balkon op, en hun schotelantenne staat dan ook aan mijn kant, waar een betere ontvangst is.
Vroeger – ik heb het over 2005 – klom een van de buurjongens wel eens naar mijn balkon en liep mijn huis dan binnen om aan de computer te werken. Werkstukken printen, wat zaken opzoeken op het internet, dat soort dingen. Hij leende soms wat geld, waarvan ik eigenlijk wel wist dat ik het nooit terug zou krijgen, maar ik bekreunde me er niet zo om. Het leek me niet makkelijk als Marokkaanse puber te leven in het Nederland van Fortuyn en Wilders, waar je op voorhand gestigmatiseerd was.
Dat die stigma’s niet helemáál onverdiend waren, ontdekte ik toen ik in het voorjaar van 2006 thuiskwam van een bezoek aan Oxford. Ik wilde net beginnen met het downloaden van de foto’s uit mijn camera, toen mijn buurjongen aankwam: hij moest iets opzoeken. Ik liet hem zijn gang gaan, ging ergens wat zitten lezen, maar toen hij even later weer vertrok en ik verder wilde gaan met mijn foto’s, kon ik mijn camera nergens meer vinden. Mijn halve huis afgezocht, maar de camera was weg en ik was niet zo naïef dat ik niet wist wie die had meegenomen.
Stufi op zijn Amerikaans
ELDERS - In de VS kunnen minder vermogende studenten gemakkelijk geld lenen van de federale overheid om hun studie te bekostigen. De laatste jaren wordt almaar meer geleend, voor steeds minder rendement. Hoe zit dat?
Voor veel Amerikaanse (ex-)studenten is 1 juli een belangrijke datum. Onderneemt het Congres voor die tijd geen actie, dan verdubbelt de rente op door de federale overheid gegarandeerde studieleningen van 3,4% naar 6,8%. Voor de gemiddelde Amerikaan die een beroep heeft gedaan op dit federale leenprogramma betekent dat een jaarlijkse verzwaring van de rentelasten met maar liefst duizend dollar. Geen kattenpis in deze tijden.
Een veel groter probleem dan de rente op de studieleningen is echter het totale leenbedrag zelf. Een kleine 39 miljoen Amerikanen hebben gezamenlijk bijna duizend miljard dollar aan studieschulden uitstaan bij de federale overheid: gemiddeld zo’n 25 duizend dollar per persoon.
In dit artikel van het tijdschrift MotherJones wordt in negen grafieken uit de doeken gedaan dat de VS kampen met een regelrechte student loan crisis. Zo kunnen we zien dat gedurende de afgelopen tien jaar het bedrag aan uitstaande federale studieschulden is verviervoudigd. Dit bedrag is inmiddels hoger dan alle openstaande creditcard schulden in de VS. Erger nog: terwijl de Amerikaanse creditcard schulden sinds 2008 stevig aan het dalen zijn, stijgen de federale studieschulden onverminderd door. Het percentage studieleningen dat met een betalingsachterstand kampt van tenminste drie maanden stijgt mee: dit bedraagt inmiddels meer dan tien procent, een hoger percentage dan voor hypotheken, creditcard schulden of autoleningen.
Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.
‘De publieke omroep is momenteel te vatbaar voor politieke druk’
Wantrouwen
COLUMN - De NSA, de geheime dienst van de VS, onttrekt op grote schaal gebruikersdata aan internetbedrijven. Ze blijken ook hun Nederlandse confrères vrijelijk toegang te verschaffen tot die goudmijn. De onthulling heeft fikse repercussies.
Zo blijkt de NSA keihard tegen de Amerikaanse senaat te hebben gelogen. Directeur James Clapper verklaarde daar afgelopen maart onder ede dat de NSA ‘geen massale dataverzamelingen’ over burgers aanlegt. Die man kun je dus nooit meer vertrouwen.
Ook de betrokken bedrijven (waaronder Yahoo, Facebook, Google, Microsoft en Apple) zitten met de gebakken peren. Zij hebben een fikse reputatieschade opgelopen: ze staan nu te boek als verlengstuk, tegen heug en meug, van de verzamelde opsporingsdiensten. Als gebruiker kunnen we zulke bedrijven daarom niet meer vertrouwen.
Wie wil nog zijn agenda, foto’s, documenten of e-mails in de cloud zetten – bijvoorbeeld via al die leuke Google apps – nu duidelijk is dat de NSA daar rechtstreeks toegang toe heeft? Noorwegen heeft daarom overheidsdiensten verboden om Google apps te gebruiken: het geeft immers geen pas je eigen burgers willens en wetens bloot te stellen aan privacyschending door vreemde mogendheden. We kunnen clouddiensten simpelweg niet meer vertrouwen.
(Niet dat je iets te verbergen hoeft te hebben om daar kopschuw van te zijn. De enige relevante vraag is: op grond van welk recht mag een overheid – die van ons, laat staan een vreemde overheid – in hemelsnaam in onze gegevens zoeken, wanneer er geen enkele verdenking tegen je bestaat?)
Concurrentie tussen doden
COLUMN - Mijn vrouw en ik waren enkele dagen in New York. Op zaterdagochtend liepen we vanaf 31st Street langs de westelijke oever naar de zuidpunt van Manhattan. Het gebied is een dode hoek tussen de vele toeristische bestemmingen op het eiland.
We passeerden een kooi met de omvang van een omgevallen kantoorkolos. Daarin oefenden golfers hun afslag door ballen in de richting van New Jersey te slaan.
Een stuk verderop stond weer een kooi, iets kleiner deze keer. Binnenin wachtten meisjes van een jaar of acht in rode tenues tot hun voetbalwedstrijd zou gaan beginnen. De ouders keken toe vanuit hun SUV’s die als een stilstaande file rondom kooi stonden opgesteld. Je mocht er eigenlijk niet parkeren en iedereen liet de motor draaien als alibi om daar stil te kunnen staan. Achter het glas zaten moeders en vaders die hun koffie dronken, de krant lazen of telefoneerden, en ondertussen met een schuine blik de meisjes in de kooi observeerden.
Tegen het middaguur kwamen we in de buurt van Ground Zero, waar het herdenkingsmonument voor 11 september wordt gebouwd. De toeristen zijn nagenoeg overal op Manhattan, maar hier hadden ze als een ware bezettingsmacht de straten overgenomen.
Om het monument te kunnen bezoeken, moest je eerst een kaartje halen bij het bezoekerscentrum een eind verderop. Er bevond zich een rij van een meter of vijftig voor de ingang. Geüniformeerde medewerkers stonden als kilometerpaaltjes langs het traject. In het centrum zelf bleek de rij nog langer. Iedereen schuifelde beleefd achter elkaar aan.
Met videobeelden en voorwerpen werd verteld over de levens van de mensen die waren omgekomen. De inzet van de tentoonstelling was duidelijk: het abstracte cijfer van drieduizend doden moest vervangen worden door drieduizend gezichten, drieduizend mensen met hun eigen verhaal.
Een verdedigbaar streven, maar het stond me toch een beetje tegen. Ze namen zoveel plaats in, de drieduizend individuen. Onwillekeurig moest ik denken aan de slachtoffers die nog zouden volgen en die elders opeengestapeld liggen in een handzaam getal. Ook tussen doden bestaat concurrentie.
Maar het meest fnuikende effect van de individualisering van de ramp was dat het mijn bedenking, elke bedenking, in een persoonlijke belediging veranderde. Een belediging van de brandweerman die me aanstaarde vanaf een levensgrote foto. Of van de receptioniste over wie zo liefdevol werd gesproken door haar nabestaanden op het videoscherm.
Toen we ons kaartje bemachtigd hadden, sloten we aan bij de menigte voor de toegangspoort van Ground Zero. Het bleek de eerste van een lange serie rijen te zijn voordat we het monument zelf bereikten. We schuifelden, we openden onze tassen, we liepen door scanners en poortjes, we stonden stil en we schuifelden verder, overal geëscorteerd door ernstig kijkende geüniformeerden. Ik dacht: eigenlijk is deze rij is het monument. Ik was alleen met mijn verveling en met mijn gedachten over wat zich verderop, achter de schutting, had afgespeeld. Bij een bedevaart gaat ook het niet om de bestemming.
Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.
Armoede is geen keuze
‘AIVD kan wel met PRISM-data werken’
Peter Olsthoorn leest de kabinetsbrief van Plasterk over PRISM en de Nederlandse veiligheidsdiensten eens goed door. Die brief sluit in tegenstelling tot wat media melden het gebruik van PRISM-data niet uit.
Waarom wijnproeven meer gemeen heeft met waarzeggerij dan met wetenschap
Gepensioneerd oceanograaf en wijnboer Robert Hodgson ontdekte dat wijnkenners zelfs één en dezelfde wijn in één en dezelfde sessie zeer verschillend waarderen.
Princeton-econoom Orley Ashenfelter ontwikkelde een eenvoudige wiskundige formule waarmee hij de prijs van antieke wijnen net zo goed kan voorspellen als één van de meest gezaghebbende wijnkenners van de VS.
Conclusie: de expertise van zelfverklaarde wijnconnaisseurs om de prijs en kwaliteit van exclusieve wijnen te bepalen, lijkt vooral te berusten op bluf en een hoop broeha.
55 professoren wijzen schaliegas af
Snowden geland in Moskou, op weg naar Venezuela
Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.
In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.