ELDERS - Het is een pijnlijke affaire, die al vanaf 1931 speelt: troostmeisjes in dienst van het keizerlijke Japanse leger. Onafhankelijke historici en talloze ooggetuigen zijn het erover eens dat tienduizenden vrouwen en meisjes van hoofdzakelijk Aziatische afkomst werden gedwongen om als seksslavinnen van de bronstige Japanse soldaten te dienen. Iets dat de Japanners in 1993 schoorvoetend toegaven in de zogenaamde Kono-verklaring.
Nu is er echter een groep van twintig Japanse historici, onder leiding van emeritus hoogleraar Ikuhito Hata van de Nippon University, die openlijk twijfelt aan het gedwongen karakter van het gebruik van troostmeisjes. Hierin gesteund door een groot deel van conservatief Japan, dat zelfs tachtig jaar na dato niets wil weten van moord, verkrachting, vernedering, marteling en doodslag.
Volgens Hata waren de vrouwen en meisjes allemaal prostituees, te vergelijken met de hedendaagse sekswerkers in de rosse buurten. “Er zijn vrouwen in Amsterdam die achter het raam zitten en hun diensten aanbieden en in Japan hebben wij Soapland (massagesalons) dat onderdeel is van de seksindustrie” aldus de hoogleraar. Niks aan de hand dus. De dames waren gewoon hard aan het werk. Ook de schattingen van 200.000 slachtoffers zijn volgens Hata schromelijk overdreven. Het zouden er niet meer dan 20.000 zijn geweest.