Bloggers parodiëren met kunstmatige intelligentie

Een tijdje geleden bezweek Neerlandistiek bijna onder de belangstelling van kunstmatige intelligentie. Zoveel chatbots kwamen ons bezoeken dat de mensen er af en toe niet meer doorheen kwamen. Ondertussen zijn er wat maatregelen genomen waardoor het wat rustiger is, in ieder geval voor de mensen, maar ik bleef zitten met de vraag: wat leren die chatbots er eigenlijk van? Dus vroeg ik zelf aan kunstmatige intelligentie (Claude) om op basis van een stuk of vijftig blogposts – sommige van Neerlandistiek, andere van de eigen blogs, maar allemaal openbaar toegankelijk – rapporten te maken over enkele van mijn favoriete bloggende neerlandici. Hier is een korte karakterisering van sommige van hen. Ik geef het ongewijzigd weer (ook de volgorde heb ik door de chatbot laten bepalen): Louise Cornelis — Nuchtere tekstvakvrouw die hardop nadenkt over haar vak en daar altijd een praktische les uit trekt. Kort, conversationeel, Zeeuws-onderkoeld, met een scherp oog voor taal in het wild. Robbert-Jan Henkes — Vertaler die hardop twijfelt over het ene woord dat niet mee wil. Associatief, geestig, met een zwak voor het onvertaalbare. Marc Kregting — Melancholische essayist die elke zin laat vertakken tot hij verdwaalt, en dat verdwalen tot methode verheft. Lang, erudit, cultuurkritisch, met een ondertoon van weemoed. Marita Mathijsen — Enthousiaste geleerde die bij een glas wijn vertelt wat ze in het archief vond. Verhalend, warm, precies, met de spanning van een detective en de ontroering van iemand die van haar onderwerp houdt. Nicoline van der Sijs — Etymoloog die woorden laag voor laag afpelt, van het heden terug naar de zeventiende eeuw en verder, met uitstapjes naar het Koreaans en het Russisch. Encyclopedisch, precies, licht verwonderd, nooit uitverteld. Dat lijken me allemaal redelijk treffende karakteristieken (al kun je uiteraard over ieder van hen ook heel andere dingen zeggen – maar de tekstjes zijn niet onderling uitwisselbaar), en de uitgebreide rapporten (voor de meeste auteurs tellen die zo’n pagina of vier) voelen zo intiem aan dat het ongemakkelijk voelt om ze te publiceren. Tegelijkertijd kun je ze dus betrekkelijk makkelijk ook zelf laten maken. Grappig Ik heb Claude niet verteld waarop ze moest letten, maar haar alleen de opdracht gegeven die stukjes te lezen en daaruit een conclusie te trekken over de stijl. Het ging over het algemeen over de meest recente stukjes, dat heeft misschien een bias gelegd. De volledige rapporten voor al deze bloggers telden in doorsnee een pagina of vier en deden allerlei gedetailleerde observaties – over Henkes: “Henkes neemt zijn vak bloedernstig maar presenteert die ernst in een toon die zichzelf voortdurend ondermijnt. Het effect is dat de lezer de ernst meer gelooft, niet minder.”, over Van der Sijs: “Ze schrijft als iemand die een fascinerend feit heeft gevonden en dat nu stap voor stap ontvouwt voor de lezer, steeds een nieuw laagje toevoegend.”) Het leidt allemaal niet tot echt succesvolle imitaties van de auteurs in kwestie. De observaties worden dan trucjes die al heel snel gaan vervelen. Op de heel korte baan werkt het nog wel, bijvoorbeeld als ik vraag om een alinea te schrijven over Genesis 1 in de stijl van de desbetreffende blogger. Dat levert fragmenten op die als parodie nog wel vermakelijk zijn, maar waar je niets anders van moet verlangen: Marc Kregting: Het zou niet moeilijk moeten zijn om over Genesis te schrijven, het eerste boek, het begin van alles wat beweerde een begin te zijn, maar juist die ogenschijnlijke eenvoud — licht, duisternis, water, land, de hele inventaris van een wereld die zich nog niet realiseerde dat ze een wereld was — maakt het verdacht, zoals alles wat zich als oorspronkelijk presenteert verdacht is, want wie heeft ooit een echt begin meegemaakt, en bovendien, ik herinner me dat Hans Faverey ergens schreef over het niets dat aan zichzelf voorafgaat, wat misschien de eerlijkste parafrase van bereshit bara elohim is die ik ken, eerlijker in elk geval dan de theologen die er een hele dogmatiek op bouwden, een bouwwerk dat, net als de toren van Babel verderop in hetzelfde boek, gedoemd was om in te storten onder het gewicht van zijn eigen pretenties. Marita Mathijsen. Vorige week vond ik in het archief van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde een prekenbundel uit 1843 waarin een Haagse dominee Genesis 1 vers voor vers behandelt — niet als theologie maar als letterkundig meesterwerk. “De stijl is verheven zonder gezwollenheid,” schrijft hij, “bondig zonder duisterheid.” Ik moest lachen. Dat is precies wat ik ook vind, tweehonderd jaar later. Die zes dagen, dat ritme, die herhaling van “en God zag dat het goed was” — het is compositorisch van een verbijsterende elegantie. En dan dat slot: God rust. Niet omdat Hij moe is, maar omdat het af is. De dominee uit 1843 begreep dat. Wij, met onze debatten over creationisme, zijn het vergeten. Soms moet je terug naar het archief om een tekst weer te kunnen lezen. Als het ook maar een beetje langer wordt dan dit, leg je de tekst volgens mij meteen terzijde, want hier wordt uiteindelijk alleen een oppervlakkige imitatie gedaan. Geen van de bloggers heeft in Claudes versie iets echt interessants te melden over Genesis 1, maar vooral: geen van de imitaties heeft uiteindelijk de soepelheid en de beweeglijkheid van het origineel. Het is alsof je iemand nadoet die af en toe met zijn handen door het haar strijkt door je handen nooit meer uit je haar te halen. Dat werkt wel grappig, maar is uiteindelijk niet écht overtuigend. De handen-door-het-haar-man wordt óók gekarakteriseerd door de momenten dat hij zijn handen niet door het haar haalt. Beschrijving Vooralsnog zijn menselijke schrijvers dus zeker niet overbodig, of in ieder geval schrijvers zoals de bovengenoemde niet. Een stukje schrijven zoals zij, dat kunnen ze alleen zelf. De stijlanalyse zelf is in die zin nuttig dat je de schrijver zelf er vast iets van kan leren. Zo vindt Claude over mij dat ik lange en korte zinnen afwissel, maar ik kan misschien ook soms in een stukje in alleen korte zinnen schrijven. De analyse geeft een wat sjabloonmatig beeld van je stijl en dat ken helpen om door dat sjabloon heen te breken. Dit is overigens wat Claude van mij vindt, en hij denkt dat ik over Genesis 1 schrijven zou. Het is het allemaal net niet, denk ik, maar dat denk ik ook altijd als ik een video van mezelf moet bekijken: Marc van Oostendorp — Essayist die taalkundige observaties opentrekt naar grotere vragen over mens, cultuur en denken, met een toon die speels en serieus tegelijk is. Verwonderd, theoretisch, licht ironisch, en altijd op zoek naar het vreemde in het gewone. Genesis 1 is een vreemde tekst. Niet vreemd in de zin van onbegrijpelijk — integendeel, het is een van de helderste stukken proza uit de oudheid — maar vreemd in de zin dat hij iets doet wat taal eigenlijk niet kan. Hij beschrijft het moment waarop beschrijving mogelijk wordt. Denk daar even over na. Vóór de schepping is er niets om woorden aan te hechten. Geen licht, geen donker, geen verschil. En dan zegt God: “Er zij licht.” Een zin. En met die zin ontstaat niet alleen het licht, maar ook het onderscheid — tussen licht en donker, tussen dit en dat, tussen het ene woord en het andere. De taal schept de wereld, en de wereld maakt de taal mogelijk. Dat is een cirkel waar je duizelig van wordt als je er te lang naar kijkt. De beschrijving is in die zin accuraat dat ik inderdaad dol ben op het vreemde in het gewone, en trouwens ook op het gewone in het vreemde. Ik zou het zelf allemaal geloof ik net iets anders doen; niet beginnen met zoiets vaags als ‘een vreemde tekst’ en dat dan meteen uit elkaar trekken en daarbij beginnen met wat iets niet betekent. Niet de lezer expliciet aanspreken met een zinnetje als ‘Denk daar over na’. Niet twee keer achter elkaar een zin beginnen met “En”. Niet zoiets vaags schrijven als ’tussen dit en dat’ als je ook nog bijvoorbeeld hemel en aarde kan noemen. Niet die overbodige laatste zin van de tweede alinea toevoegen om het allemaal te verpesten. Alleen de zin ‘Hij beschrijft het moment waarop beschrijving mogelijk wordt’ zou ik misschien laten staan. Om daarna alles wat erom heen staat te herschrijven, en dan te constateren dat die zin eigenlijk niet echt past.

Foto: Anna Shvets on Pexels

Taalbeleid op twee benen

COLUMN - Met D66 kun je alle kanten op, als het om taalpolitiek gaat. Tot een jaar of vijf geleden was de partij nog een groot voorstander van het Engels in het hoger onderwijs. Het kon bij wijze van spreken allemaal niet Engels genoeg, leve de grote kosmopolitische wereld waarin die taal ons, en met name onze universiteiten, zou laten opstijgen.

De laatste jaren leek dat omgeslagen: zoals alle andere partijen was D66 heel kritisch over de internationale instroom van studenten – die inderdaad ook soms uit de hand leek te lopen, in de zin dat de buitenlandse studenten soms geen woonruimte konden vinden en er tentenkampen moesten worden ingericht – en meende de partij dat dit kon worden verwerkelijkt door Engelstalige opleidingen aan banden te leggen.

Robbert Dijkgraaf kwam als het ware uit Princeton om hier als minister de basis te leggen van de Wet Internationalisering in Balans – een wet die overigens nog steeds niet in werking is getreden.

Ruim baan

We zijn nog maar een paar jaar verder, en inmiddels is de vlag weer heel anders gaan hangen. De nieuwe minister van OCW, Rianne Letschert, is al jaren een van de grote tegenstanders van het aan banden leggen van de verengelsing. Als bestuurder van de zeer internationaal ingestelde Universiteit Maastricht heeft ze zich er herhaaldelijk in heel duidelijke bewoordingen tegen uitgesproken. Daar komt bij dat de internationalisering van het hoger onderwijs sinds een paar jaar al niet meer zo’n onbeheersbaar probleem is dat nodig in balans moet worden gebracht. De aanwas aan internationale studenten is aanzienlijk afgenomen.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Quote du Jour | definitiemacht

QUOTE - Professor Laura Batstra heeft voor het pedagogenblog pedagogiek.nu een interessant artikel geschreven over definitiemacht: de macht (van onder andere wetenschappers) om van zaken een definitie vast te stellen, waarmee vervolgens het denken over en het handelen in relatie tot deze zaken wordt gestuurd. Aanleiding is een subsidie-call voor onderzoek naar arme mensen:

Een zeer machtige definitiemacht is die van de instanties die grote sommen overheidsgeld verdelen over onderzoekers en onderzoeksgroepen. Met de inhoud van hun calls bepalen zij in sterke mate welk gedachtegoed geld en dus aandacht krijgt. Zo heeft verstrekker ZonMW (Zorg Onderzoek Nederland / Medische Wetenschappen) meerdere keren flinke impulsen gegeven aan het medicaliserende idee dat psychische stoornissen al vanaf jonge leeftijd huizen in mensen en dat vroege herkenning en behandeling erger kan voorkomen. Er is geen bewijs voor deze aanname, maar met vele tonnen onderzoeksgeld is het stoornisdenken wel extra versterkt in onderzoek en samenleving.

En nu is er de call van een andere subsidie-gigant, de NWO (Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek): “Het brein achter gezinskeuzes: inzichten voor gezondheid en gelijke kansen”, welke ook weer maatschappelijke problemen individualiseert. NWO stelt  €7.250.000 beschikbaar voor wetenschappers om oorzaken en oplossingen voor stresserende omstandigheden te definiëren op het niveau van het individu, die moet namelijk leren om onder stress toch verstandige keuzes te maken: “Door beter te begrijpen hoe hersenprocessen besluitvorming sturen, kunnen we interventies ontwikkelen en systematisch testen die gezinnen helpen gezondere, veiligere en kansrijkere keuzes te maken, nu en in de toekomst.”

Foto: Jurist in de rechtbank - Artur Puls, 1890. Collectie Rijksmuseum-Amsterdam Public domain

Begrijpelijkheid is een vorm van retoriek

COLUMN - Lang hebben we gedacht dat ingewikkelde taal een manier was om macht te laten gelden, of in ieder geval gold als een vanzelfsprekend teken van expertise. Wie gezag had, sprak niet eenvoudig, en omgekeerd. Moeilijke woorden, lange zinnen en impliciete voorkennis waren signalen dat hier iemand sprak die het overzicht had, die zoveel geleerdheid had verworven dat zijn waarheid alleen nog met moeite ontsloten kon worden. In wetenschap, recht en bestuur was helderheid geen kernwaarde. Te veel eenvoud wekte argwaan: was wat je begrijpen kon wel de moeite waard?.

Als het ooit waar geweest is, is die tijd nu wel voorbij. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een artikel over klare taal in rechterlijke uitspraken in het Tijdschrift voor Taalbeheersing. De auteurs, Geerke van der Bruggen en Henk Pander Maat, onderzochten vaak genoemde tekstingrepen, zoals het vereenvoudigen van het taalgebruik, of uitleg verschaffen over juridische regels. Juridische leken lazen verschillende versies van echte rechterlijke uitspraken, zowel in civiele als in strafrechtzaken; daarna maten de onderzoekers niet alleen wat lezers begrepen, maar ook hoe zij de tekst ervaren hadden en of zij de beslissing accepteerden. Daarbij maakten de onderzoekers expliciet onderscheid tussen daadwerkelijk begrip (kun je antwoorden geven op vragen over de tekst) en ervaren begrijpelijkheid (heb je het gevoel dat je begrijpt – wat natuurlijk niet per se hetzelfde is).

Foto: Vitaly Gariev on Unsplash

De Hetero scene

COLUMN - Zaterdagavond, en onverwacht kwam ik terecht in de Hetero scene. Gamma, waar ik meestal voor mannen cruise maar opeens was daar het Hetero Gezin.

Couple holding pink balloons spelling the word love
Photo by Vitaly Gariev on Unsplash

Ik had andere homo’s er ook al over gehoord dat Gamma een goner was qua mannen oppikken bij de houtzagerij of gereedschappen afdeling, en dat extreemrechtse ontmoetingsplaatsen nu extreem goed scoorde. Maar dan in dorpse regio’s met de naam Slachteren enzo.

De Hetero scene. Meestal in het centrum van de stad. Waar veel winkels zijn. En eten. En hoewel ze fokken als konijnen, zijn er opvallend weinig veilige speelplekken voor kinderen daar. Weinig daycare in bedrijven ook. Zo blijft die business een patriarch met minder concurrentie van moeke de vrouw.

Met de minste kennis van minderheden ook, want hoewel menselijke emoties vrij identiek en universeel zijn is dat voor de hetero meerderheid een exotische gedachte.

Wat zou typisch dé hetero scene zijn, vraag ik mij dan af ? De gay scene lijkt al een uitgemaakte zaak voor die hetero’s, dat zijn feestende, dansende homo’s. Maar de hetero scene, hoe kan ik deze groep generaliserend en als een cliché apart zetten ?

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Quote du Jour | Universiteit Groningen vrij van Big Tech

Nolda Tipping-Griffioen is initiatiefnemer van de nieuwe ambitie van de RUG: zij willen in 2030 los zijn van Big Tech. In december 2025 sprak ik hierover met haar, zij is sinds 1,5 jaar CIO en algemeen directeur IT bij de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). Met groeiende verbazing volgde ze de nieuwsberichten over de geopolitieke ontwikkeling met betrekking tot digitale autonomie. Die verbazing zette ze om in actie: binnen de RUG bracht ze een ‘coalition of the willing’ bij elkaar waarmee ze samen een roadmap ontwikkelde die de universiteit binnen vijf jaar ambieert los te maken van Big Tech.

Foto: "graf Annie M.G. Schmidt" by EddieBerman is licensed under CC BY-NC-SA 2.0

De auteur staat op van de doden

Het onderzoeken van de taalvermogens van grote taalmodellen is inmiddels een heuse eigen industrie. Kunnen we teksten van chatbots herkennen? En zo ja, waar ligt dat dan aan?

We stuiten hier meteen op een pikant onderwerp: onderzoekers kunnen inderdaad verschillen vaststellen, maar tegelijkertijd lijkt het alsof menselijke lezers ongevoelig voor die verschillen zijn. Met andere woorden: computers lijken beter in het ontmaskeren van door computers geschreven teksten dan mensen. Hier zijn bijvoorbeeld twee recente artikelen (hier en hier) die min of meer dezelfde conclusies trekken. Chatbots schrijven over het algemeen wat formeler en daarnaast zijn ze geneigd wat meer informatie per vierkante centimeter te verwerken. Dat betekent dat ze bijvoorbeeld meer zelfstandig naamwoorden gebruiken – heel veel informatie zit in de zelfstandig naamwoorden – terwijl mensen percentueel wat meer lidwoorden, voorzetsels en andere betrekkelijk inhoudsloze woorden gebruiken. (Hier schreef ik over nóg een onderzoek meteen vergelijkbare conclusie.)

De verschillen zijn meetbaar, al zijn ze ook statistisch (niet iedere door een chatbot of door een mens gemaakte tekst is op deze manier te herkennen). Maar met het blote oog op te merken zijn ze nauwelijks.

Keurmerk

Desalniettemin hebben met name ervaren redacteuren wel het gevoel dat ze de verschillen kunnen ontdekken. Chatbottekst voelt gladder aan, en cliché-matiger. Gek zou dat ook niet zijn: chatbots zijn als het ware gemaakt om gladde en cliché-matige teksten te maken. In essentie doen ze niet anders dan steeds het meest voor de hand liggende woord te gebruiken, dat wil zeggen het woord dat in het corpus het vaakst voorkomt in deze context. Als veel mensen ‘op een mooie pinksterdag’ geschreven hebben, zal de computer na ‘op een mooie…’ geneigd zijn pinksterdag te schrijven.

Foto: Max Fischer on Pexels

Een achterhoedegevecht voor de eentaligheid

Het tij begint voorzichtig te keren. Waar het Nederlandse onderwijs de afgelopen decennia heeft gezucht onder een puur door de politiek afgedwongen eentaligheid – op school moest iedereen altijd en alleen maar Nederlands spreken, we waren toch potdorie in Nederland! – met rampzalige resultaten, begint men nu voorzichtig in te zien dat wat aandacht voor de realiteit – kinderen die thuis andere talen spreken hebben daarmee een enorm reservoir aan kennis dat we kunnen aanboren om hun Nederlands te verbeteren.

Maar onmiddellijk staan er dan mensen op die het negentiende-eeuwse ideaal van één volk heeft één taal niet willen opgeven. Zoals de psycholoog Iris Breetvelt in een stuk op Vakdidactiek Nederlands.

Alle middelen

De mensheid is op het grootste deel van de wereld op een volkomen natuurlijke manier meertalig – in veel samenlevingen in bijvoorbeeld Afrika spreekt iederéén meerdere talen en wisselt die moeiteloos af. Maar het gebruik van meer talen, vooral op school werd in de Nederlandse politiek sinds ongeveer het begin van deze eeuw vooral als probleem gezien – iets wat maar zou leiden tot alles waar iederee bang voor is, zoals “taalachterstand”, “achterstandswijken”, “risicoleerlingen”. Dat is allemaal gebaseerd op een zeer diep in de Nederlandse, in de Europese geest, gewortelde ideologie: dat één volk één taal moet hebben, en dat je als individu slechter af bent als je niet al je talen in alle mogelijke domeinen – van de keukentafel tot het katheder – kunt gebruiken.

Foto: Andrew Lvov on Unsplash

How NOT to sexually harass someone

Nu mannen geen vrouwen meer mogen stalken, of zomaar mogen aanraken, een vriendelijke pets op de billen, en een welgemeend compliment over haar borsten vanuit de wagen roepen ook niet meer kan, heerst er een grote verwarring onder mannen.

WAT MAG DAN NOG WEL ?

subtitle ▶️ cc

Closing Time | Sinterklaas en de Goede Veeg Piet

5 december is de dag dat kinderen helemaal opgefokt van de suiker of juist uitzinnig van woede een onschuldige ouder met een verantwoorde haverreep traktatie aanvallen, en tot pulp trappen. De haverreep dan, in de meeste gevallen.

Mijn pedagogisch advies is om uw kinderen op die dag zoveel mogelijk vol te proppen met suiker, en ja het is even afzien en breekbare spulletjes even aan de kant, máár er komt dan die verlossende suikercoma wat net zo goed werkt als een valiumpje in de limonade siroop.

Quote du Jour | paniek om enge buitenlandse man

QUOTE - Aan de universiteit Leiden is al twee jaar lang de beveiliging flink opgeplust, én is twee jaar geleden een gebouw een tijd gesloten geweest. De aanleiding: de beveiligers vonden een in het Arabisch bellende man in het gebouw maar eng. Dat móest wel terrorisme zijn. Dit reuze interessante artikel in Mare (het universiteitsblad van de Universiteit Leiden) geeft mooi weer hoe de panikerende beveiliging zich wendde tot politie, MIVD en AIVD.

Quote du Jour | Een Inspectie voor de wetenschap?

QUOTE - Wat? Nog een inspectie? Nog meer overheid en controle en bureaucratie? Nou ja, misschien wel ja. Kijk, we hebben het hier al vaker gehad over de schaduwkanten van het academisch bedrijf, zoals de publicatiedruk (publish or perish), de perverse effecten van het belang dat citatiescores en dergelijke hebben gekregen. De wetenschapsjournalist Stan van Pelt heeft er een heel boek over geschreven. In een interview met VOX geeft hij veel interessante inzichten, waaronder een aanzet voor een oplossing: een Inspectie voor de wetenschap:

Vorige Volgende