Gedachtelezen met de bandrecorder

Zouden we binnenkort inderdaad echt gedachten kunnen lezen, zoals sommige wetenschapsredacties de afgelopen week meldden? Of zou het op zijn minst hoop kunnen bieden aan locked-in-patiënten, zoals anderen berichtten? Dat zou prachtig zijn; eindeloos kun je dromen over wat dat zou kunnen beteken! Geen Twitter meer – je abonneert je rechtstreeks op je favoriete brein. Het onderzoek dat aanleiding was tot dat soort speculaties is een echte doorbraak. Maar de nieuwe techniek kan niet veel beter gedachtelezen dan een bandrecorder. Het experiment waarover de Amerikaanse neurowetenschapper en Paisley en anderen deze week publiceerden, zat vernuftig in elkaar. 

Door: Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

ET vermijdt ons

Het is een bekende grap: het beste bewijs dat levensvormen in ons heelal intelligent zijn, is dat ze nog geen contact met ons hebben gezocht. Al een jaar of acht geleden, en misschien wel meer, werd het gelijk van de moppentapper voorgerekend. Daarvoor was geen hogere wiskunde nodig; ik heb het al eens eerder uitgelegd.

De crux is dat er alleen al in ons Melkwegstelsel niet minder dan 400.000.000.000 sterren zijn. Als er daarvan slechts één op de tien planeten heeft, en als slechts één op de honderd daarvan voldoet aan de voorwaarden waaronder leven ontstaat, en als op slechts één op de duizend daarvan intelligent leven is ontstaan, moeten er nog altijd zo’n 400.000 plekken zijn die onze radio-astronomen zouden opvallen. Daar wordt al heel lang naar gezocht, op allerlei frequenties, en er is nog steeds niets gevonden. Dit gebrek aan bewijs voor iets wat zeer frequent moet voorkomen, staat bekend als de Fermiparadox.

Er zijn verschillende oplossingen, die óf statistisch onaannemelijk zijn (“de mensheid is de eerste”), óf pure science fiction (“ze zoeken met opzet geen contact met ons”) óf complotdenken (“het bewijs wordt achtergehouden”). Het grote aantal oplossingen bewijst dat we te maken hebben met een vertrouwd probleem zonder veel nieuwswaarde. Daarom stoort het me dat ik er vanmorgen weer opnieuw over moest lezen.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Sta embryoselectie in sommige gevallen toe

Preïmplantatie genetische diagnostiek (PGD), ook wel bekend als embryoselectie is al een tijd mogelijk. Sommige toepassingen ervan zijn echter verboden in Nederland. Zo is het bijvoorbeeld verboden om PGD te gebruiken om het krijgen van een zgn. ‘donorbaby’ mogelijk te maken. Virgil Rerimassie vindt dat ouders zelf moeten kunnen beslissen of zij PGD om deze reden willen gebruiken, zeker omdat het over leven en dood kan gaan. Een nieuwe aflevering in de serie Intieme Technologie van het Rathenau Instituut.

Een paar jaar geleden, toen ik nog rechten studeerde, bedacht ik mij dat het misschien interessant was om mijn bachelorscriptie te schrijven over ‘humane genetica en het recht’. Uiteindelijk kwam ik terecht bij het onderwerp preïmplantatie genetische diagnostiek (PGD), ook wel bekend als embryoselectie. PGD is een techniek waarbij diagnostiek voor geboorte mogelijk is voordat een door middel van in vitro fertilisatie (IVF) tot stand gekomen embryo in de baarmoeder van de vrouw wordt geplaatst. Het toestaan van PGD om embryo’s te selecteren die geen drager zijn van het gen voor (erfelijke) borstkanker, leidde in 2008 nog tot stevig debat. Andere toepassingen ervan zijn echter nog steeds verboden in Nederland. Zo is het bijvoorbeeld niet toegestaan om PGD te gebruiken om het krijgen van een zgn. ‘donorbaby’ mogelijk te maken.

Ik had niet kunnen voorspellen dat mijn bescheiden scriptieonderzoekje zo’n grote impact op mij zou hebben. Door dit thema besloot ik immers om mijn professionele leven te willen leiden op het snijvlak van technologie, recht en samenleving. PGD is immers exemplarisch voor de lastige dynamiek tussen deze krachtenvelden. Maar uiteindelijk gaat het natuurlijk om mensen. Mensen die voor hele lastige situaties en keuzes komen te staan. Tijdens het schrijven van mijn scriptie zag ik ze vaak voor me:

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Sociale wetenschappen berusten deels op drijfzand

Grote delen van de sociale wetenschap op drijfzand opgetrokken, stelt Han Oud, statisticus aan het Behavioural Science Institute van de Radboud Universiteit Nijmegen.

VSNU-voorzitter Noorda noemt het weglaten van statistische informatie om de conclusies van wetenschappelijke artikelen te verfraaien een ‘dagelijkse zonde’. Verbazingwekkend, omdat Noorda hiermee de hoofdoorzaak voor de onbetrouwbaarheid van sociaalwetenschappelijke onderzoeksresultaten miskent.

Wat is het geval? Sociaal-wetenschappelijk en ander statistisch geaard onderzoek is op steekproeven gebaseerd. Iedere steekproef heeft zijn eigen toevallige afwijkingen. Tamelijk willekeurig is afgesproken om alleen de 5 procent sterkste afwijkingen in de steekproefverdeling serieus te nemen: significantie-toetsing op het 5%-niveau.

Andere percentages treffen we veel minder aan. Het betekent dat, ook als er niets aan de hand is en dus geen enkel effect in de populatie, in 5 procent van de gevallen wordt besloten tot een (‘significant’) effect of resultaat.

Dat foutenpercentage van 5 is al heel wat maar hoe gaat het in de praktijk? Het uitblijven van het beoogde resultaat is voor veel sociale wetenschappers waaronder promovendi het startsein voor de significantiejacht.

Dit kan worden geïllustreerd aan de hand van een enquêteonderzoek, bijvoorbeeld naar houdingen en meningen met betrekking tot voeding. Dat zal al gauw 100 of meer vragen omvatten (een vraag gaat bijvoorbeeld over vlees eten en het antwoord op een andere vraag wordt indicatief geacht voor de ‘hufterigheid’ van de respondent).

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

De farce van het Nationaal Historisch Museum

De farce rond het Nationaal Historisch Museum blijft de gemoederen bezig houden. Bas Heijne wijdde er onlangs een boek aan en medievist Henk ‘t Jong zei er gisteren verstandige dingen over (hier). Beide heel lezenswaardig.

Ik heb er zelf voortdurend een ongemakkelijk gevoel bij gehad. Eén reden was persoonlijk, namelijk dat ik in een vroeg stadium ben geciteerd als voorstander van de nationale canon die het museum aanvankelijk geacht werd te zullen presenteren. De reden was dat ik in een boekje aan immigranten had uitgelegd hoe Nederlanders hun verleden graag zien. De eerste zin maakte al duidelijk dat ik het beschouwde als een mythografie. Dat de voorstanders van een canon me als geestverwant rekruteerden – en dat ze dus een mythe niet van geschiedenis konden onderscheiden – gaf mij een ietwat nare bijsmaak bij wat op zich leuk projecten hadden kunnen zijn: vijftig vensters op het verleden en een daaraan gewijd museum.

Voor het goede begrip: ik had, en heb, er geen eenduidige mening over. Ik zie het voordeel van een canon voor het onderwijs, maar het is wel een ladder die, na te zijn beklommen, dient te worden weggeworpen. Geschiedenis is immers vooral een open dialoog, een discussie zonder einde, die echter toch ten einde komt als er een canon is.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Crisis in 1458

Arthur van Schendel twitterde al in 1906

Google kan wel inpakken. Gisterenavond kreeg ik een seintje dat er een nieuwe kleine zoekmachine voor het Nederlands online is, Kronos. Hij is nog in staat van ontwikkeling, ik heb hem nog nergens aangekondigd gezien, de interface is wat eenvoudiger dan die van andere zoekmachines. Maar hij biedt iets anders: historische diepte.

Je gebruikt Kronos om oude voorkomens van Nederlandse woorden te zoeken. Als basis gebruikt het systeem het Chronologisch Woordenboek dat Nicoline van der Sijs tien jaar geleden samenstelde en waarin ze van zeer veel Nederlandse woorden vermeldde wanneer ze voor het eerst werden opgetekend. Dat woordenboek is in Kronos uitgebreid met heel veel nieuwe bronnen — vooral oude teksten die te vinden zijn bij de Digitale Bibliotheek der Nederlandse Letteren of het al Project Laurens Jz. Coster. Je kunt daardoor ineens de woorden zien in de omgeving waarin ze echt gebruikt werden.

Soms worden Van der Sijs’ bevindingen ook nog eens sterk verbeterd. In 2002 kwam de eerste vindplaats voor crisis bijvoorbeeld nog uit 1763. Dankzij Kronos weten we nu dat Bartholomeus Engelsman het al in 1485 gebruikte (so en salmen die lopinge int begin niet stempen op dat crisis niet belet en wert).

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Gezondheidszorg op maat schuurt met privacy

Het ontrafelen van het menselijk genoom gaat verregaande gevolgen hebben voor de gezondheidszorg en onze privacy, betoogt ethicus Niels Nijsingh in deze nieuwe aflevering van Intieme Technologie.

“De privacy van de 20e eeuw is niet privacy van de 21e eeuw”, zo vertrouwde een klinisch geneticus mij recent toe. Hij maakte deze opmerking in een gesprek over de toegenomen mogelijkheden wat betreft het in kaart brengen en analyseren van de drie miljard basenparen die het menselijk genoom vormen. Toen James Watson in 2002 zijn genoom liet sequencen en analyseren, kostte dit miljoenen dollars. Inmiddels is de prijs rap aan het dalen en is de grens van duizend dollar in zicht. Door de afnemende kosten en de toenemende mogelijkheden van interpretatie openen zich perspectieven op een andere benadering van geneeskunde: personalised medicine, ‘gezondheidszorg op maat’. Kennis over het genoom stelt ons in staat om naar aanleiding van het individuele risico-profiel te anticiperen op de ontwikkeling van aandoeningen en om te interveniëren op een manier die het beste werkt voor een specifiek individu. De doelen zijn bepaald ambitieus: er wordt ingezet op niet minder dan het bewerkstelligen van een ‘revolutie’. Deze revolutie zou een effectieve bestrijding van onder meer kanker, diabetes, hart- en vaatziekten mogelijk maken, terwijl op de kosten bespaard kan worden. De verwezenlijking van geneeskunde op maat wordt door Margaret Hamburg & Francis Collins vergeleken met de aanleg van snelwegen in het begin van de vorige eeuw. Snelwegen structureren volgens hen de logistieke infrastructuur analoog aan de manier waarop toepassing in de genetica de medische praktijk structureren. Het gebruik van het netwerk van wegen werd alleen begrensd door standaarden voor veiligheid, het gebruik -dat wil zeggen welke bestemming men kiest- wordt overgelaten aan de individuele gebruiker. Het is nu, aldus Hamburg en Collins, aan de artsen en patiënten om te navigeren langs de ‘wegen’ en de infrastructuur die neergelegd worden om gezondheidszorg op maat mogelijk te maken, binnen de daarvoor opgestelde kaders.

Welke lesmethode werkt het beste?

In de serie Kortlopend Onderzoek, vond ik een fascinerende studie van het door het GION (Gronings Instituut voor Onderzoek van Onderwijs). Fascinerend omdat de uitkomsten wellicht ingaan tegen de heersende opinies. GION deed onderzoek op één school, naar de effecten van drie didactische methodes. De school wilde weten hoe ze Dalton onderwijs kon vormgeven, met behulp van moderne media en het digitale schoolbord.

Dezelfde lesstof voor geschiedenis in groep 5 werd uitgewerkt in drie didactische methodes: de ‘Daltonvariant’, de ‘Directe Instructievariant’ en de ‘Interactieve variant’. De ‘Daltonvariant’ heeft als kenmerken het zelfontdekkend en taakgericht leren in een ICT-omgeving; de ‘Directe Instructievariant’ met een PowerPoint presentatie met alleen beeldmateriaal en zelfstandig werken uit een leerboek en de ‘Interactieve variant’ met klassendiscussie waarbij de verwerking deels klassikaal via het digitale schoolbord verloopt.

De onderzoekers lieten verschillende toetsen afnemen. Onderstaande grafiek toont het resultaat.


Directe instructie leidt tot de beste leerresulaten, op korte afstand gevolgd door de Daltonvariant en op redelijk grote achterstand daarvan de interactieve variant. De achterstand kan worden verklaard uit het ontbreken van uitgebreide individuele verwerking van de lesstof in de interactieve variant. In deze variant verliep de verwerking klassikaal aan de hand van meerkeuze vragen en een klassikale quiz via het digitale schoolbord. De leerstof wordt op deze manier blijkbaar minder goed verwerkt. In de andere varianten is er veel meer individuele verwerking van de leerstof.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Institutionalisering is een drug

In 1806 versloeg Napoleon de legers van Pruisen in de slag bij Jena. Het jaar ervoor had hij Oostenrijk en Duitsland bij Austerlitz al vernederd, en hij had langs de Rijn al een reeks vazalstaatjes gesticht. Midden-Europa was door-en-door geschokt en in Duitsland was men ervan overtuigd dat alles anders moest. In de Pruisische hoofdstad Berlijn trad, onder leiding van Heinrich Reichsfreiherr vom und zum Stein, een van de meest vernieuwingsgezinde kabinetten aan die de wereld ooit heeft gezien.

Onderwijs ressorteerde onder minister Wilhelm von Humboldt, een bekende taalkundige en een persoonlijke vriend van de beroemdste classicus van die tijd, Friedrich August Wolf (1759-1824). Zij samen zijn de architecten van de oudheidkunde, zoals die tot op de huidige dag bestaat: Wolf als architect en Von Humboldt als uitvoerder.

Oudheidkunde, zo redeneerde Wolf, had geen duidelijk doel, maar wie Grieks leerde, zou leren denken zoals de oude Grieken, en dus even slim, creatief, briljant en nobel zijn – allemaal eigenschappen die men aan het begin van de negentiende eeuw toeschreef aan de antieke cultuur. Wilde Duitsland zich herstellen, dan moest al het onderwijs zijn gericht op de navolging van de Grieken. Von Humboldt richtte daartoe gymnasia op en stemde het onderwijs aan de nieuwe, Berlijnse universiteit daarop af.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Onzekerheid troef? Het betwiste gezag van de wetenschap

Wat is het grootste probleem bij het tanende gezag van de wetenschap? Zijn dat de plagiaatfratsen van Karl-Theodor zu Guttenberg? Of zijn dat de cijferknutsels van Diederik Stapel? Nee, dit soort uitwassen zijn randverschijnselen. Schadelijk voor het vertrouwen in academisch onderzoek, dat wel, maar de oorzaak van het tanende gezag moet gezocht worden in de relatie tussen de wetenschap en politiek enerzijds en weldenkende burger anderzijds. Niet de wetenschapspraktijk moet veranderen, maar de communicatie over de resultaten moet transparanter. Wetenschappers zijn niet zo bezig met zekerheden, ze richten zich liever op de onzekerheden. Dat is voor wetenschapsvoorlichters en de media geen gemakkelijke boodschap om aan het publiek over te brengen.

Onzekerheid troef, het betwiste gezag van de wetenschap is een bundel artikelen onder redactie van Huub Dijstelbloem (verbonden aan de WRR en aan de leerstoelgroep Wetenschapsfilosofie van de UVA) en Rob Hagendijk (hoofddocent bij de afdeling Politieke Wetenschappen van de UVA). Tussen het inleidend hoofdstuk en de uitleiding vind je elf interessante bijdragen die tot het domein van de wetenschaps- en technologiestudies kunnen worden gerekend. Het idee voor de bundel is ontstaan tijdens een lezingenreeks aan de Universiteit van Amsterdam, de meeste auteurs traden daarin op als gastspreker.

Het meest overtuigend is de bijdrage van Annemarie Mol, zij houdt een pleidooi voor het afschaffen van de kilocalorie. Er is niets twijfelachtigs aan het wetenschappelijk onderzoek naar de energiebehoefte van mannen en vrouwen, maar in het dagelijks leven heb je er weinig aan. Mensen leven nu eenmaal niet in het lab, maar in een jungle van verleidelijke producten, kant-en-klaar uit de fabriek; bied daar als gewone sterveling maar eens weerstand aan. Kinderen leren tegenwoordig hoe ze etiketten moeten lezen in de supermarkt, maar het zou veel beter zijn om ze te leren koken met gezonde basisproducten.

https://youtube.com/watch?v=zcFSazDA9SA

Een taaie geschiedenis van ongeloof

Een aardige documentaire van Jonathan Miller over de – tamelijk heftige – geschiedenis van het atheïsme. Miller gaat ver terug in zijn verhaal, tot en met de oude Grieken tot vandaag. Uiteraard komt de onvermijdbare Dawkins aan het woord, maar ook interessante filosofen als Daniel Dennett.

Een aardig detail, de Amerikaanse publieke zender PBS wilde de driedelige documentaire alleen uitzenden als de naam werd veranderd. A Rough history of atheism, kon mensen nog wel eens voor het hoofd stoten. A brief history of disbelief mocht wel.

Deel 2

Deel 3

foto AlphaBetaUnlimeted

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Ik wil gewoon even rustig zitten

Technologie gaat ons steeds meer vertellen hoe we ons moeten gedragen. En dat zou wel eens heel irritant kunnen zijn, denkt universitair docent Andreas Spahn. Een nieuwe aflevering in de serie Intieme Technologie van het Rathenau Instituut.

Een van de rituelen van getrouwde stellen die elkaar al heel lang kennen, is de vaak volkomen geritualiseerde wijze waarop ze elkaar advies geven over elkaars gedrag en de precies zo geritualiseerde manier om dit advies te negeren. In augustus vorig jaar overleed de grote Duitse komediant Loriot. In zijn sketches gaat het vaak over zulke intieme relaties binnen een gezin. Een van zijn meesterlijke sketches is een gesprek van een oud echtpaar, waarbij de vrouw aan de man allerlei nuttige dingen blijft voorstellen die hij kan doen, terwijl hij gewoon rustig in zijn stoel wil zitten. Natuurlijk, een wandeling is gezond, en ja, een boek lezen kan verrijkend zijn, natuurlijk heeft ze gelijk; maar hij wil gewoon rustig in zijn stoel zitten, en raakt steeds geïrriteerder omdat zijn vrouw hem aldoor zegt wat hij moet doen. Bekijk het filmpje

Zou het heel futuristisch zijn om te veronderstellen dat we deze strijd in de toekomst niet alleen maar met onze dierbaren zullen voeren, maar ook met de technologie? Is het denkbaar dat technologie in de toekomst net als onze partner, schoonmoeder, ouders en vrienden zal proberen ons gedrag te sturen?

Vorige Volgende