In de tijd dat we onze behoeften met het twaalfkoppige gezin nog gewoon in een hoek van de huiskamer deden, moet de toiletverfrissingsindustrie een keiharde business zijn geweest. Maar zoals e-mail de postduif en later de brief overbodig maakte, het vliegtuig de trekschuit in de vergetelheid deed belanden en de mp3 het cassettebandje, de langspeelplaat en de cd degradeerde tot producten voor achterhoedestrijders, zo zou je denken dat de uitvinding van de wc met doorspoelmechanisme de doodssteek betekende voor de toiletverfrisser.
De poep stinkt, dus spoelen we haar weg, luidde de even simpele als doeltreffende gedachte.
Dat was echter buiten de geurfascisten van Brise en Ambi Pur gerekend; die vechten al decennia, en nog met succes ook, voor een onbegrijpelijke zaak. Ik bedoel: als het nu in het hele huis gewoon ruikt zoals het ruikt, namelijk neutraal, hier en daar misschien opgefrist met een bloemetje, maar misschien ook niet, waarom moet het dan uitgerekend op de enige plek waar je lekker ongegeneerd gaat zitten stinken, ruiken naar een slechte imitatie van een lavendelveld? Ik ben vaak genoeg in Zuid-Frankrijk geweest, maar nooit heb ik bij de aanblik van een veld vol paarse struikjes de aanvechting gevoeld om een potje te gaan schijten – althans, niet als gevolg van die struikjes.