De adviezen van de Raad van State over de Asielnood­maatregelen­wet en de Wet invoering tweestatus­stelsel

van dr. Lisanne Groen Op 10 februari 2025 werden de adviezen van de Afdeling advisering van de Raad van State (hierna: de Afdeling) gepubliceerd over twee langverwachte wetsvoorstellen, die volgens minister Faber (Asiel en Migratie) moeten bijdragen aan ‘het strengste asielregime ooit’. Het gaat om de Asielnoodmaatregelenwet en de Wet invoering tweestatusstelsel. Welke maatregelen bevatten de voorstellen, hoe heeft de Afdeling ze beoordeeld en wat is de strekking van de adviezen? Inhoud wetsvoorstellen Het voorstel voor de Asielnoodmaatregelenwet bevat de volgende maatregelen: - De geldigheidsduur van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verkort van vijf tot drie jaar; - Er worden geen nieuwe verblijfsvergunningen asiel voor onbepaalde tijd verleend; - De mogelijkheden tot ongewenstverklaring van vreemdelingen worden verruimd; - De voornemenprocedure wordt afgeschaft; De voornemenprocedure is geregeld in art. 39 van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw 2000), en houdt in dat de vreemdeling schriftelijk op de hoogte wordt gesteld van het voornemen van de minister om de aanvraag voor een verblijfsvergunning af te wijzen. De vreemdeling mag hierover dan zijn zienswijze naar voren brengen. Afschaffing van die procedure leidt ertoe dat de minister direct mag beslissen op een aanvraag nadat de vreemdeling is gehoord. - De nareismogelijkheden voor ongehuwde partners en meerderjarige kinderen worden beperkt; - De afdoening van asielaanvragen wordt vergemakkelijkt, door 1) nieuwe feiten en omstandigheden strenger te toetsen bij opvolgende aanvragen, 2) een verwijtbaarheidstoets te introduceren bij opvolgende aanvragen en 3) de afwijzingsmogelijkheden te verruimen. Het voorstel voor de Wet invoering tweestatusstelsel bevat de volgende maatregelen: - De invoering van een tweestatusstelsel; Hoewel – in navolging van Europese regelgeving – in de Vw 2000 twee categorieën vluchtelingen worden onderscheiden (‘verdragsvluchtelingen’, die gegronde vrees hebben om te worden vervolgd vanwege bijvoorbeeld hun ras, religie of politieke overtuiging en ‘subsidiair beschermden’, die willekeurig oorlogsgeweld ontvluchten), is hun verblijfsstatus identiek (een eenstatusstelsel). Invoering van een tweestatusstelsel brengt met zich dat voor beide categorieën verschillende voorwaarden in het leven worden geroepen. - Het beperken van nareis tot het kerngezin; - Het stellen van aanvullende voorwaarden (een wachttermijn, inkomensvereiste en huisvestingsvereiste) voor nareis bij subsidiair beschermden. Beoordelingskader Afdeling De Afdeling hanteert voor de beoordeling van wetsvoorstellen haar beoordelingskader. Dat bestaat uit verschillende onderdelen. In de eerste plaats verricht de Afdeling een beleidsanalyse. Daarbij wordt gekeken naar de analyse van het probleem dat een wetsvoorstel zou moeten oplossen en naar de aanpak van dat probleem. Bij de beoordeling komen vragen aan de orde als: voor welk probleem is wetgeving geformuleerd, en welke informatie is over het probleem bekend? Zijn er over het probleem misschien al (wetenschappelijke) adviezen of rapporten verschenen en zo ja, zijn die dan bij de voorbereiding van het wetsvoorstel betrokken? En wat zijn het doel en het beoogde resultaat van de voorgenomen wetgeving – helpt het wetsvoorstel, kortom, het probleem ook op te lossen? Is voldoende rekening gehouden met betrokken partijen en met de financiële consequenties van een wetsvoorstel? Daarnaast wordt een constitutionele en juridische analyse verricht. De Afdeling gaat na hoe het wetsvoorstel zich verhoudt tot hoger recht. Worden grondrechten beperkt en zo ja, wordt voldoende toegelicht waarom dat noodzakelijk en proportioneel is? Zijn er eventuele rechtsbeginselen, zoals het rechtszekerheids- of evenredigheidsbeginsel, in het geding? En hoe zit het met de juridische systematiek van het wetsvoorstel? Past het binnen en naast bestaande wetgeving en zijn bevoegdheden duidelijk toegekend? En is voorzien in rechtsbescherming en overgangsrecht? De uitvoeringsanalyse ziet in het bijzonder op het doenvermogen van burgers en de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van het wetsvoorstel. Zijn de doelgroepen die door het wetsvoorstel worden geraakt goed in beeld gebracht, en begrijpen zij wat de wet van hen verlangt? Heeft de regeling tot gevolg dat nieuwe, meer of andere taken bij bijvoorbeeld (mede-)overheden of uitvoeringsorganisaties worden belegd? En zijn die dan geraadpleegd in de consultatiefase? Ten slotte ziet de analyse van de gevolgen voor de rechtspraktijk op de vraag of het wetsvoorstel duidelijk en toepasbaar is voor de rechtspraak, en of rechterlijke colleges over de wet ook zijn geraadpleegd. Wordt een toename van procedures verwacht en zo ja, is deze aanvaardbaar? Zijn er financiële en organisatorische gevolgen voor de rechtspraak, en zo ja, zijn daarvoor dan genoeg mensen en middelen beschikbaar? De vragen in het beoordelingskader die de Afdeling beantwoordt bij de advisering over een wetsvoorstel, zijn als het goed is bij de voorbereiding van dat wetsvoorstel op het departement ook al aan de orde gekomen. Veel van deze vragen zijn terug te vinden in het Beleidskompas – dat wordt gebruikt bij het voorbereiden van beleid en regelgeving – en in het Draaiboek en de Aanwijzingen voor de regelgeving. Dicta Aan het slot van een advies geeft de Afdeling haar eindoordeel over een wetsvoorstel in de vorm van een ‘dictum’. Hiervoor gebruikt de Afdeling vier vaste formuleringen: Dictum A: De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen opmerkingen bij het voorstel en adviseert het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal in te dienen. Dit dictum spreekt voor zich: de Afdeling heeft geen (noemenswaardige) opmerkingen bij het voorstel. Dit wordt ook wel aangeduid als een ‘advies conform’. Dictum B: De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal opmerkingen bij het voorstel en adviseert daarmee rekening te houden voordat het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal wordt ingediend. Hiermee geeft de Afdeling te kennen dat er wat haar betreft nog wel iets aan het wetsvoorstel moet gebeuren. Het kan zijn dat sommige van de voorgestelde bepalingen beter moeten worden geformuleerd of dat de toelichting op bepaalde punten aanvulling behoeft. Dictum C: De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal bezwaren bij het voorstel en adviseert het voorstel niet bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal in te dienen, tenzij het is aangepast. Ook als een advies uitmondt in een C-dictum moet er volgens de Afdeling nog wel iets aan het voorstel gebeuren. Dat is duidelijk méér dan bij een B-dictum, hoewel de beide dicta op elkaar lijken: het B-dictum is geformuleerd als ‘ja, mits’; het C-dictum als ‘nee, tenzij’. De bezwaren van de Afdeling tegen het wetsvoorstel zijn bij een C-dictum aanzienlijk, maar nog wel te repareren. Dat is anders bij een dictum D, dat luidt: De Afdeling advisering van de Raad van State heeft ernstige bezwaren tegen het voorstel en adviseert het niet bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal in te dienen. Dit dictum gebruikt de Afdeling als zij fundamentele bezwaren tegen het voorstel heeft, die door aanpassingen niet kunnen worden opgelost. Het C- en het D-dictum zijn zogenoemde ‘zware dicta’: voorstellen die van de Afdeling zo’n dictum krijgen, moeten opnieuw worden besproken in de ministerraad. ‘Zware dicta’ worden niet heel vaak toegekend. Hieronder zijn de dicta die de laatste jaren door de Afdeling zijn toegekend, weergegeven: Jaar Totaal A B C D ‘zware dicta’ 2023 340 212 93 31 4 10,2 % 2022 357 203 128 20 6 7,2 % 2021 417 251 112 47 7 12,9 & 2020 465 269 153 40 3 9,2 % 2019 407 262 103 32 10 10,3 % Bron: jaarverslagen Raad van State (www.raadvanstate.nl). Algemene maatregelen van bestuur zijn ook in deze cijfers betrokken. Adviezen van de Afdeling over de beide wetsvoorstellen De beide adviezen over beide wetten van de Afdeling zijn langs dezelfde lijn opgebouwd. Ik noem een aantal belangrijke punten. De adviezen beginnen met de belangrijkste bevindingen van de Afdeling die betrekking hebben op beide voorstellen. Die worden vervolgens per voorstel nader uitgewerkt. De belangrijkste bevindingen zien in hoofdzaak op drie aspecten: in de eerste plaats zijn de beide voorstellen volgens de Afdeling onzorgvuldig voorbereid. Ze zijn voorgelegd aan een beperkt aantal relevante instanties die maar een week de tijd kregen om erop te reageren: te weinig om de gevolgen goed in kaart te kunnen brengen, hoewel ze alle grote zorgen hebben geuit. Die onzorgvuldige voorbereiding is problematisch vanuit het perspectief van wetgevingskwaliteit en het belang van een ordentelijk wetgevingsproces, en kan niet worden gerechtvaardigd door de gestelde urgentie die tot versnelling van de procedure zou nopen. Het tweede punt gaat over de effectiviteit en de uitvoering van de wetsvoorstellen. Inzichten waaruit blijkt dat de voorgestelde maatregelen zullen bijdragen aan het beperken van de instroom of een efficiëntere asielprocedure zijn er niet, terwijl wél duidelijk is dat sommige maatregelen de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en de rechtspraak extra zullen belasten, zo schrijft de Afdeling. Dat geldt bijvoorbeeld voor het afschaffen van de asielvergunning voor onbepaalde tijd en de inperking van nareismogelijkheden (Asielnoodmaatregelenwet) waar in eerste instantie door de IND over moet worden beslist, en voor de invoering van het tweestatusstelsel (Wet invoering tweestatusstelsel), die in de hand zal werken dat vreemdelingen over hun status gaan procederen – met alle gevolgen voor de rechtspraak van dien. Ook het afschaffen van het ‘filter’ dat de voornemenprocedure vormt, kan uiteindelijk leiden tot meer en complexere zaken waarover moet worden beslist. Verder is de uitwerking van de beide wetsvoorstellen in onderlinge samenhang naar het oordeel van de Afdeling niet goed in beeld gebracht. De voorgenomen bezuinigingen op de asielketen leiden er bovendien toe dat niet alleen niet wordt voorzien in de financiële middelen die nodig zijn om de bestaande achterstanden weg te werken, maar óók niet voor de uitvoering van het wetsvoorstel. Deze uitvoeringsproblemen kunnen volgens de Afdeling in de praktijk voorts leiden tot grondrechtenschendingen, bijvoorbeeld omdat de IND en de rechtspraak niet binnen een redelijke termijn kunnen beslissen over verblijfsrechten van vreemdelingen en nareizigers. Dat kan tevens tot gevolg hebben dat gezinsleden lang gescheiden blijven. Dat niet is voorzien in overgangsrecht kan daarnaast ongelijke behandeling en schending van het rechtszekerheidsbeginsel in de hand werken. Verder wijst de Afdeling erop dat de maatregelen uit het Europese asiel- en migratiepact in 2026 van kracht worden. Dat betekent dat de asielwetgeving voor die tijd ingrijpend zal moeten worden gewijzigd. De Afdeling geeft te kennen dat een goede afstemming nodig is – niet alleen omdat twee verstrekkende wetswijzigingen kort na elkaar de IND en de rechtspraak nog verder zullen belasten, maar ook omdat samenvoeging van bepaalde onderdelen van (de nu voorgestelde en binnenkort noodzakelijke) wetsvoorstellen wellicht tot de mogelijkheden behoort. Kortom: hoewel geen van de voorgestelde maatregelen direct strijdig is met grondrechten en andere bepalingen van hoger recht, kan die strijd zich in de concrete uitvoering wel voordoen. De belangrijkste kanttekeningen van de Afdeling hebben betrekking op de probleemanalyse die aan het wetsvoorstel ten grondslag ligt en de wijze waarop is toegelicht dat de voorgestelde maatregelen aan de oplossing van het gestelde probleem bijdragen. Niet duidelijk is in hoeverre het voorstel effectief zal zijn en relevante instanties hebben te weinig tijd gekregen om de uitvoerbaarheid goed in kaart te brengen. Goed voorstelbaar is echter dat de beide voorstellen tot uitvoerbaarheidsproblemen zullen leiden bij de IND, en dat ook de rechtspraak aanzienlijk extra zal worden belast, zonder dat wordt voorzien in middelen om aan die extra belasting recht te doen. Ten aanzien van beide wetsvoorstellen adviseert de Afdeling dan ook om ‘de maatregelen opnieuw te bezien, voor iedere maatregel dragend te motiveren waarom deze effectief en uitvoerbaar is, en anders van de maatregel af te zien’. Aan beide voorstellen is een C-dictum toegekend. En, gelet op aard en aantal bedenkingen van de Afdeling: dat C-dictum ligt vermoedelijk dichter bij een D- dan bij een B-dictum. En nu? Nog voordat ze de adviezen had gelezen, heeft minister Faber al laten weten ‘hooguit punten en komma’s’ in de beide wetsvoorstellen te zullen aanpassen. “Het advies is niet bindend, ik kan ermee doen wat ik wil,” zei ze. Strikt genomen heeft ze daarin gelijk: een advies van de Afdeling advisering van de Raad van State hóeft niet te worden gevolgd. Dat neemt niet weg dat adviezen van de Afdeling serieus moeten worden genomen: de grondwettelijk verankering van de adviestaak van de Raad van State vereist dat. Het getuigt ook van weinig constitutionele etiquette om al bij voorbaat en in weinig subtiele bewoordingen duidelijk te maken dat een advies zal worden ‘weggeschreven’. Mocht niettemin blijken dat aanpassingen in de voorstellen die worden ingediend beperkt zijn gebleven, dan hebben de beide Kamers in ieder geval voldoende aanknopingspunten om de minister kritisch te bevragen. Dit artikel verscheen eerder bij het Montesquieu Instituut. Lisanne Groen is als fellow betrokken bij het Montesquieu Instituut. Haar onderzoek richt zich op wetgevingsvraagstukken, politiek staatsrecht (in het bijzonder de verhouding tussen de staatsmachten) en grondwetsinterpretatie.

Door: Foto: Flickr CC BY 2.0 Metro Centric Verboden toegang
Foto: Sönke Biehl (cc)

‘Polarisatie ten faveure van de rechts-radicale minderheid’

COLUMN - Hoe moet Europa reageren op het loslaten van alle vormen van factchecking door de grote Amerikaanse platforms? Volgens Meta is de maatregel bedoeld om de vrijheid van meningsuiting te bevorderen en beschuldigingen van vooringenomenheid bij het modereren van content te verminderen. In Europa wordt daar over het algemeen anders over gedacht.

Extreemrechts is wel ingenomen met de maatregelen van Trumps adjudanten Zuckerberg en Musk. Van Wilders zul je geen kritiek horen. Die heeft zelf ook nooit enige maat gekend. Ophef is net als bij Trump zijn businessmodel en dan neem je het niet zo nauw met de feiten en gebruik je grote, liefst aanstootgevende woorden. De AfD kan Musk ook goed gebruiken in de verkiezingscampagne om de uitsluiting en cancelling van de op een na grootste partij van Duitsland aan te vechten. Maar verder is er in Europa nog wel een meerderheid om de macht van de techplatforms in te perken en desinformatie actief te bestrijden. 

Want het gaat hier niet om uitingsvrijheid, maar om macht. De macht om de publieke opinie te beïnvloeden en te ontregelen. Met uitgekiende algoritmes waar niemand een vinger achter kan krijgen. Vorig jaar schreef Rob Wijnberg op De Correspondent naar aanleiding van de overname van X door Musk: ‘Nadat hij eerst zijn eigen tweets gingen de sluizen steeds verder open voor conservatieve, rechtse en radicaal-rechtse content. Accounts en posts van (radicaal-)rechtse aard groeien sinds zijn overname als kool, ontdekte The Washington Post na uitvoerig dataonderzoek.’ De Groene Amsterdammer deed onderzoek in Nederland en kwam tot de conclusie dat het inruilen van factchecking door community-opmerkingen geleid heeft tot ‘polarisatie ten faveure van de radicaal-rechtse minderheid.’ In het systeem van Musk blijft het nepnieuws overigens gewoon staan omdat de gebruikers het niet eens kunnen worden. In de praktijk, schrijven de onderzoekers, ‘lijkt het systeem vooral een manier om je politieke opponenten aan te vallen.’ Zo past het misschien wel in het Amerikaanse gepolariseerde tweepartijensysteem, maar hier is het destructief voor het openbare debat.

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.

Big Brother Awards voor Minister van Financiën en DPG Media

Bits of Freedom  heeft gisteravond de de Big Brother Awards uitgereikt aan grootste schenders van onze digitale rechten in 2024

De grote publieksfavoriet van deze misschien wel minst begeerde prijs van Nederland was dit jaar de Minister van Financiën. Hij wint de publieksprijs vanwege het maken van beleid dat indirect leidt tot privacyschendingen en discriminatie door financiële instellingen.

“Omdat Nederland niet gezien wil worden als bron voor financiering van terrorisme, heeft de Minister een zware last op de schouders van de financiële instellingen gelegd. Die willen ook niet met terrorisme worden geassocieerd, dus hanteren ze meedogenloos beleid. Op zoek naar ‘verdachte’ kenmerken, zetten ze discriminerende risicoprofielen en algoritmen in,” vertelt Evelyn Austin, directeur Bits of Freedom. Uit onderzoek van het ministerie van Financiën zelf blijkt dat negen procent van alle Nederlanders vermoedt de afgelopen twee jaar te maken hebben gehad met discriminatie. Onder mensen met een niet-westerse migratieachtergrond is dit zelfs 32%.

Foto: Dominik Bartsch (cc)

De rechtsstaat wereldwijd onder druk: hoe ziet haar zelfverdediging eruit?

De roep om ‘weerbaarheid’ klinkt steeds luider. In het regeerakkoord van het huidige kabinet komt het woord weerbaarheid 42 keer voor. Onder meer de Europese industrie, de energievoorziening, het onderwijs, burgers en de voedselvoorzieningsketen moeten weerbaarder worden. En de regering wil ‘weerbare instituties’ en ‘weerbaar bestuur’.

Als het gaat om de verdediging van de democratische rechtsstaat horen we op allerlei plekken steeds vaker het begrip ‘weerbare rechtsstaat’ opduiken. Zeker onder juristen. Een duidelijk concept van die weerbare rechtsstaat ontbreekt echter. Het is lang niet altijd helder waartegen bijvoorbeeld de rechtsstaat weerbaar moet zijn, en op welke manier.

En wat is die rechtstaat zelf dan eigenlijk? De weerbare rechtsstaat lijkt een wel heel brede paraplu: het kan wijzen op diverse vormen van ‘rechtsstatelijke zelfverdediging’ of ‘rechtsstatelijke innovatie’. ‘Weerbare rechtsstaat’ wordt dan wat Britse staatsrechtdenker Martin Loughlin een ‘slogan in search of a concept’ heeft genoemd.

In deze korte bijdrage laat ik zien hoe de weerbare rechtsstaat inhoud zou kunnen krijgen en een rol kan spelen bij het verdedigen van de democratische rechtsstaat. Ook ga ik dieper in op een vorm van die rechtsstatelijke weerbaarheid: de vangrails die de Grondwet ons kan bieden.

De verschillende facetten van de weerbare rechtsstaat

Foto: Fred Davis (cc)

Militairen en boeren houden niet van transparantie

COLUMN - Defensieminister Hennis (VVD) heeft de Tweede Kamer “keer op keer” onjuist geïnformeerd over de luchtaanval op de Iraakse stad Hawija in 2015, zo blijkt uit onderzoek van een commissie onder leiding van oud-minister Winnie Sorgdrager. Het zal niemand meer verbazen. Defensie heeft wat openbaarheid betreft een bijzonder slechte reputatie (zie bijvoorbeeld hier, hier, en hier). Dat wordt nu ook bevestigd door hoogleraar staatsrecht Wim Voermans. Hij deed onderzoek naar het onjuist of onvolledig informeren van het parlement. In de jaren 2001 tot 2020 telde hij 69 incidenten. 14 keer was Defensie de ‘schuldige’. Een greep uit die incidenten: in 2003 misleidde toenmalig minister Kamp (VVD) de Kamer over een schietincident in Irak. Eimert van Middelkoop (ChristenUnie) hield tussen 2007 en 2010 informatie achter over de kosten van de JSF. En in 2020 bleek dat de voortgang van de politietrainingsmissie in Afghanistan te rooskleurig en positief werden voorgesteld om politiek draagvlak te behouden. De huidige minister van Defensie Ruben Brekelmans belooft beterschap. De vraag is of dat gaat lukken in het huidige politieke en bestuurlijke klimaat. Dit kabinet staat bepaald niet bekend als voorvechter van de openbaarheid van bestuur.

Boeren

Dat blijkt ook uit de steun die landbouworganisaties van minister Femke Wiersma krijgen in een zaak van journalisten van FTM, NRC en Omroep Gelderland. Zij waren op zoek naar cijfers over aantallen dieren in Nederlandse boerenbedrijven. Boerenorganisaties hebben publicatie ervan tot dusverre weten te voorkomen. Dat deden ze via de rechter, de media en recentelijk ook via hun goede contacten met landbouwminister Wiersma (BBB). Tijdens een rechtszaak op 13 januari trok zij plots een bijna twee jaar oud besluit tot openbaarmaking van gegevens van boeren in. De journalisten werden al twee jaar aan het lijntje gehouden. De overheid hield al die tijd vol die gegevens wel te willen verstrekken, maar vanwege juridische procedures van boeren is dat tot op de dag van vandaag nog niet gebeurd. Op het laatste moment maakte Wiersma een draai met een telefoontje naar haar vertegenwoordiger in de rechtszaal om te vertellen dat ze van mening is veranderd. De BBB minister toonde zich daarmee een werktuig van de branchebelangen, waarbij je je kunt afvragen hoe serieus zij de rechterlijke macht neemt.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Donal Boyle (cc)

Inwoners Bonaire krijgen prijs voor rechtszaak tegen de staat

De inwoners van Bonaire en Greenpeace Nederland zijn uitgeroepen tot winnaar van de Issue Award 2025. Met hun rechtszaak tegen de Nederlandse Staat vragen zij op krachtige wijze aandacht voor klimaatverandering en koloniale ongelijkheid. De prijs werd gisteren uitgereikt op het Issuecongres 2025. De Issue Award wordt jaarlijks uitgereikt aan een initiatief of organisatie die zich op opvallende en effectieve wijze inzet voor een maatschappelijk issue en dit weet te agenderen bij het brede publiek en/of de politiek.

Een jaar geleden stapten acht inwoners van Bonaire met Greenpeace naar de rechtbank Den Haag voor een rechtvaardig klimaatbeleid. Net als bij de stikstofzaak die deze week door Greenpeace werd gewonnen gaat het om nalatigheid van de staat bij de bescherming van mens en natuur. Voor de inwoners op Bonaire zijn er nauwelijks plannen om hen veilig te houden in de klimaatcrisis. Een vijfde van Bonaire dreigt te worden opgeslokt door het water, door zeespiegelstijging richting het einde van deze eeuw. De gevolgen van klimaatverandering voor Bonaire zijn in kaart gebracht door onderzoekers van de VU. Grote delen van het eiland lopen het risico permanent onder water te komen. Zonder adaptatiemaatregelen zullen in 2050 alle wegen in het zuiden van Bonaire onbruikbaar zijn. Veel koraal en populaire duikplekken rond Bonaire kunnen in de komende decennia al verdwijnen. Dat betekent dat er aanzienlijk minder toeristen naar het eiland zullen komen. En toerisme is nog altijd een belangrijke inkomstenbron. Verder zullen inwoners door extreem weer en hittegolven te maken krijgen met groeiende aantallen ziekte- en sterfgevallen.

Foto: Tim Dennell (cc)

Intimidatie van journalisten

In november 2023 werd Quote-journalist Jeroen Molenaar ontboden op het politiebureau in Almere vanwege een belediging. Pas nadat er foto’s en vingerafdrukken waren gemaakt kreeg hij te horen waar het precies om ging. Hij zou op 9 oktober 2022 een ondernemer beledigd hebben en dat was voor het OM aanleiding om een strafrechtelijk onderzoek in te stellen. Dat onderzoek is vanwege gebrek aan bewijs op niets uitgelopen. Maar het feit dat de journalist als verdachte van een strafrechtelijk proces is opgeroepen is zorgelijk, oordeelt Thomas Bruning van de NVJ.

De oproep van de politie volgde op de aangifte van Jaap Bakker, oprichter van het in oktober 2022 gefailleerde Welkom Energie, die eerder als directeur betrokken was bij Flexenergie, dat in 2018 op de fles ging. Molenaar heeft daarover meermalen geschreven. Maar dat hier gekozen is voor de weg van het strafrecht is opmerkelijk, vindt de Bruning. Voor mensen die een klacht hebben over een journalistiek product staan civiele procedures open. Het inzetten van het strafrecht om een publicatie aan te pakken noemt hij ongewenst, dit in verband met het zogenaamde chilling effect dat met bemoeienis van het OM gepaard gaat.

Dat het OM de aangifte van Bakker heeft opgepakt laat zien dat ook in Nederland het risico op SLAPP-zaken actueel blijft. Eerder schreef ik over de zaak van ondernemer Blijdorp tegen het FD. Het aantal zogenaamde SLAPP-zaken (Strategic lawsuits against public participation) neemt in Europa gestaag toe. Vooral journalisten en mediabedrijven zijn het doelwit, maar ook advocaten krijgen er mee te maken, schrijft Advocatie. Free Press Unlimited deed onderzoek waaruit blijkt dat de toenemende juridische druk op media en individuele journalisten in Nederland leidt tot zelfcensuur en psychische en financiële druk, met name op freelance journalisten en kleinere media. De zwaarste, en meest zorgwekkende, vorm van juridische druk zijn zogeheten SLAPPs. Deze rechtszaken worden vaak ingesteld door rijke en machtige actoren tegen journalisten, mensenrechtenverdedigers en maatschappelijke organisaties, met als voornaamste doel hen te intimideren, onder druk te zetten en hen het zwijgen op te leggen.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Youtube (uitzending RTV Utrecht, 27 september 2024)

Asielzoekers en statushouders als pseudoburgers

ANALYSE - door Jaco Dagevos

De kabinetsmaatregelen dempen de integratie en participatie van asielzoekers en statushouders. Het gevaar dreigt dat dit een categorie pseudoburgers creëert, vindt hoogleraar Jaco Dagevos. Waar gaat het naartoe met het participatiebeleid voor asielzoekers en statushouders?

In politieke en maatschappelijke discussie weinig aandacht voor de implicaties van het voorgenomen kabinetsbeleid voor de participatie van asielzoekers en statushouders die al in Nederland verblijven. Dat terwijl de voornemens van het kabinet rond de participatie van asielzoekers en statushouders ingaan tegen de positieve ontwikkelingen die er de laatste jaren zijn geweest. De discussie gaat vooral over het terugdringen van de (asiel)migratie. Men kan van mening verschillen over de omvang van de migratie en de noodzaak om daar wat aan te doen, maar los daarvan is het belangrijk om te stimuleren dat asielzoekers en statushouders de Nederlandse taal leren en aan het werk kunnen gaan.

Meer aandacht voor participatie

In de afgelopen jaren zijn er twee maatregelen genomen die meer ruimte bieden voor de participatie van asielzoekers in ons land. Eind 2023 werd de 24-weken-eis afgeschaft. Dit betekent dat asielzoekers het gehele jaar mogen werken. Dit was het resultaat van jarenlange adviezen vanuit de wetenschap en van maatschappelijke organisaties en werkgevers. Een door een werkgever aangespannen rechtszaak gaf uiteindelijk de doorslag. En met succes: kort na het afschaffen van de 24-weken-eis nam het aantal aan asielzoekers afgegeven werkvergunningen snel toe.

Foto: Schermafbeelding WNL-radio 'Sven op 1’. met Richard van Zwol

Raad van State-adviseur Richard van Zwol prijst kabinet-Schoof

ANALYSE - van Annemarie Kok

Afgelopen donderdag heeft Richard van Zwol, werkzaam als staatsraad bij de Afdeling advisering van de Raad van State, verschillende complimenten geuit aan het adres van het kabinet-Schoof. Ook nam Van Zwol de regering in bescherming tegen kritiek. Dit gebeurde in het WNL-radioprogramma ‘Sven op 1’. Omdat dit nieuwsfeit voor zover ik weet niet verder naar buiten is gekomen, wijd ik er een eigen bericht en commentaar aan.

Het gesprek in kwestie vond plaats in Van Zwols werkkamer bij de Raad van State. Officiële aanleiding was het op woensdag 4 december gehouden Tweede Kamerdebat over het vorig jaar verschenen eindrapport van de Staatscommissie demografische ontwikkelingen 2050, waarvan Van Zwol voorzitter was.

Bij een reactie op de parlementaire bespreking van dit rapport bleef het echter niet. Van Zwol liet zich in dit verband ook zeer lovend uit over BBB-minister Mona Keijzer van volkshuisvesting en ruimtelijke ordening. Daarnaast ging hij in op andersoortige vragen over de regeringscoalitie van PVV, VVD, NSC en BBB. En dat deed hij nadrukkelijk niet louter als informateur en formateur van dit kabinet. Hij zei er ‘ook hier bij de Raad van State’ bij wijze van ‘bemoediging’ van uit te gaan dat het kabinet komend voorjaar nog zal bestaan.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Lezen: Het wereldrijk van het Tweestromenland, door Daan Nijssen

In Het wereldrijk van het Tweestromenland beschrijft Daan Nijssen, die op Sargasso de reeks ‘Verloren Oudheid‘ verzorgde, de geschiedenis van Mesopotamië. Rond 670 v.Chr. hadden de Assyriërs een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen verenigd in een wereldrijk, met Mesopotamië als kernland. In 612 v.Chr. brachten de Babyloniërs en de Meden deze grootmacht ten val en kwam onder illustere koningen als Nebukadnessar en Nabonidus het Babylonische Rijk tot bloei.

Foto: Schermafbeelding OOG TV, reportage 15 oktober 2019.

Boerenstaatsgreep (2)

ESSAY - Deel 2 – Een gastbijdrage van Valentijn Wösten (*), eerder verschenen op zijn website. Deel 1 verscheen hier.

De boerenstaatsgreep is compleet. We hebben toegelaten dat een clubje radicale boeren het LNV-ministerie hebben kunnen veroveren, die nu hun kans grijpen om daar het werk van de afgelopen 5 jaar kort en klein te slaan. Sloopwerk, zonder enig idee over een serieus alternatief. Ze zullen wel even raar hebben staan kijken dat ditmaal geen tractor nodig was om de deur te forceren. Sommigen noemen dit democratie.

Buitengebied = boerendomein

In Nederland hebben we twee werelden, die langs elkaar heen schuren; de stad en het buitengebied. Het buitengebied, dat is hoofdzakelijk agrarische grond, met ook nog wat natuur. Boerenpolitiek ziet het hele buitengebied als boerendomein, waar niet-agrarische activiteiten enkel worden geduld zolang ze geen geluid maken. Natuur is in de visie van boerenpolitiek potentiële landbouwgrond. En, voor zover onbruikbaar, dan geldt de eis dat ze erg geen last van mogen hebben. Natuur levert niks op, en is hooguit goed voor de jacht.

Op deze plaats zijn in de afgelopen jaren al veel artikelen gepubliceerd waarin is gewaarschuwd dat we ons in deze jaren geen naïviteit kunnen permitteren over boerenpolitiek. Voor de duidelijkheid gezegd: boerenpolitiek is scherp te onderscheiden van de boeren zelf. Boerenpolitiek is waarschijnlijk nauwelijks representatief voor de boerensector. De hardste schreeuwers zetten de toon. Zoals ook in voetbalstadions de relschoppers vaak de toon zetten, het merendeel van het publiek daar niet van gediend is maar zich machteloos waant. In boerenpolitiek gaat het iets beheerster, maar het sociale mechanisme is identiek.

Volgende