Internationale solidariteit is zelfverdediging

Internationale solidariteit is ook een vorm van eigenbelang. Want wie elders opkomt voor vrijheid, democratie en menselijke waardigheid, verdedigt uiteindelijk ook de wereld waarin wij zelf willen leven. Dat geldt voor verschillende conflicten en politieke situaties, ook al zijn ze onderling niet met elkaar te vergelijken. Cuba: solidariteit tegen isolatie Cuba is al decennialang het onderwerp van internationale solidariteitscampagnes. Vooral de Amerikaanse economische blokkade heeft geleid tot steunacties vanuit allerlei landen. Artsen, hulpverleners, maatschappelijke organisaties en politieke bewegingen hebben zich uitgesproken tegen het isolement van het eiland. Trump valt Cuba aan met een olieboycot, sancties tegen Cubaanse leiders en strijdkrachten en geniepige pogingen van een speciale taskforce van de CIA om een ‘regime change’ te forceren. Vorige week volgden nieuwe sancties. De Amerikaanse ministeries van Financiën en Buitenlandse Zaken kondigden sancties aan tegen negen staatsbedrijven in de mijnbouw, metaalindustrie en bouwsector.  Vooralsnog weet Cuba stand te houden. Mede dankzij internationale solidariteit, die overigens niet beperkt zou moeten blijven tot de directe buren. In Mexico worden herhaaldelijk grote solidariteitsprotesten voor Cuba gehouden. De Mexicanen roepen op de verstikkende sancties te beëindigen. Verder organiseren burgers inzamelingacties en worden hulpgoederen naar Cuba gestuurd, hoewel de Amerikaanse sancties dat wel lastiger maken. Die solidariteit is niet hetzelfde als kritiekloos achter de Cubaanse regering staan. Ook binnen solidariteitsbewegingen bestaat discussie over de politieke vrijheid en mensenrechten in Cuba. Maar internationale solidariteit kan juist betekenen dat je onderscheid maakt: je verzet je tegen economische en politieke druk die gewone Cubanen treft, terwijl je tegelijkertijd kritiek houdt op de machthebbers in Havana. Gaza: solidariteit met burgers onder extreem geweld De internationale solidariteit met de Palestijnen en met de bevolking van Gaza is de afgelopen jaren sterk gegroeid. Demonstraties, inzamelingsacties, medische hulp en oproepen tot een staakt-het-vuren laten zien dat mensen zich niet willen neerleggen bij het idee dat burgers in een oorlog slechts collateral damage zijn. En om het nog maar eens dik te onderstrepen: solidariteit met Palestijnse burgers is net zo min hetzelfde als steun aan Hamas als dat kritiek op de Israëlische regering antisemitisme is. Oekraïne: solidariteit met een aangevallen samenleving De steun aan Oekraïne laat een andere vorm van internationale solidariteit zien. Toen Rusland Oekraïne binnenviel, werd voor veel Europeanen duidelijk dat vrede en democratie niet vanzelfsprekend zijn. Miljoenen Oekraïners moesten vluchten, terwijl anderen hun land verdedigden tegen een Russische invasie. Humanitaire hulp, opvang van vluchtelingen, financiële steun en militaire steun zijn verschillende vormen van solidariteit. Ze komen voort uit het idee dat een groot land niet zomaar het recht heeft om met geweld de grenzen van een buurland te veranderen. Gisteren werd in Oekraïne de 35ste Onafhankelijkheidsdag gehouden. De Nederlandse hulporganisatie ‘Protect Ukraine’  maakte dezelfde dag bekend samen met een Noorse organisatie een ondergronds ziekenhuis in Oekraïne te gaan bouwen, zodat gewonde militairen straks dichter bij het front kunnen worden behandeld. Dat is mede dankzij de donaties, die een boost kregen toen Zomergast Tommy Wieringa vertelde over het werk van ‘Protect Ukraine’. Solidariteit is geen liefdadigheid Internationale solidariteit wordt vaak voorgesteld als liefdadigheid: wij hebben het goed en helpen mensen die het slechter hebben. Maar solidariteit is ook een investering in een wereld waarin democratie, rechtsstaat en mensenrechten niet afhankelijk zijn van de vraag aan welke kant van een grens iemand geboren is. Wanneer mensen in Oekraïne zich verzetten tegen Russische agressie, wanneer Palestijnen opkomen voor hun rechten en wanneer mensen wereldwijd zich verzetten tegen onderdrukking en uitsluiting, gaat het niet alleen over hun toekomst. Het gaat ook over de politieke krachten die daarmee worden tegengehouden. Het verzet tegen autoritaire en extreemrechtse krachten Internationale solidariteit is relevant voor de strijd tegen dictatoriale en extreemrechtse bewegingen. Wie alleen opkomt voor democratie wanneer die democratie zich binnen de eigen landsgrenzen bevindt, verdedigt uiteindelijk een kwetsbaar principe. Democratische waarden hebben pas betekenis wanneer we bereid zijn ze ook buiten onze eigen directe omgeving te verdedigen. Natuurlijk is niet ieder internationaal conflict een simpele kwestie van goed tegen kwaad. De werkelijkheid is ingewikkelder. Maar ingewikkeldheid mag geen excuus worden voor onverschilligheid. Internationale solidariteit begint met het besef dat mensen die ergens anders wonen niet alleen anderen zijn. Hun vrijheid, veiligheid en rechten zijn verbonden met die van ons. Daarom is solidariteit met Cuba, Gaza of Oekraïne niet uitsluitend een kwestie van medemenselijkheid. Het is ook een kwestie van verstandig eigenbelang. Solidariteit over grenzen heen is daarom geen luxe, maar zelfverdediging.

Foto: Zanyar Ibrahim on Unsplash

Nederland voldoet niet aan wet inzake bedrijfsinformatie

COLUMN - Dat de Nederlandse overheid moeilijk doet om burgers inzage te verschaffen in informatie die op de ambtenarenburelen rondgaat wisten we. De weg naar een transparant bestuur is bezaaid met hindernissen, openlijke tegenwerking en vertragingstactieken. Maar ook inzake bedrijfsinformatie maakt de Nederlandse staat geen haast om de -zeer beperkte- wettelijke verplichtingen op te volgen. Het ‘Ultimate Beneficial Owners’-register, ook wel UBO-register, is bedoeld om te laten zien wie de uiteindelijke belanghebbenden van een bedrijf zijn. Die informatie is belangrijk om fraude, corruptie en belastingontduiking op te sporen. Volgens Europese wetgeving zou het Nederlandse UBO-register uiterlijk 10 juli 2026 openbaar gemaakt moeten worden. Dat is niet gebeurd. Dat betekent dat journalisten, onderzoekers en misdaadbestrijders informatie onthouden wordt. In een gezamenlijk statement hebben de NVJ en de Vereniging van Onderzoeksjournalisten (VVOJ), samen met andere belanghebbenden de Nederlandse overheid opgeroepen om maatregelen te nemen. Al was het maar om boetes van de Europese Commissie te voorkomen.

Volgens de Open State Foundation is de transparantie over het eigenaarschap van bedrijven niet alleen van een middel om corruptie uit te roeien. Het draagt ook bij aan het bestrijden van belastingontduiking, het verbeteren van de integriteit van overheidsaanbestedingen en het bepalen van de aansprakelijkheid bij overtreding van de wetgeving inzake arbeidsomstandigheden en milieubescherming. Het tv-programma Pointer geeft een voorbeeld van wat we missen zo lang dat register niet openbaar wordt gemaakt. In zijn onderzoek naar de ‘zorgcowboys’ die misbruik maken van zorggelden bleek dat zij gebruik maken van bedrijfsconstructies die het eigenaarschap opzettelijk verbergen. De makers van Pointer waren erg veel geld kwijt om daar alsnog achter te komen. De kans dat zorgfraudeurs buiten beeld blijven is groot.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Quote du Jour | Als ik alle Belgische vrouwen was…

QUOTE - … dan gingen we morgen staken. Want ik ben echt niet van de hard harder hardst-straffen brigade, en geloof in tweede kansen en dat een straf ook tot doel moet hebben om de dader te resocialiseren. Maar als ik dit artikel lees, waaronder

De vriend bewerkte het filmpje met een liedje en een filter en stuurde het naar de andere man. Die heeft het filmpje later verder verspreid. De mannen namen de vrouw na de verkrachting in de auto mee naar het huis van een van hen, waar ze opnieuw is verkracht.

Foto: 1970luizcosta on Pixabay

Wie bestuurt de digitale stad

OPINIE - In het publieke debat over digitalisering ligt de nadruk vaak op privacy, cybersecurity en innovatie. Minder aandacht is er voor een fundamenteler vraagstuk: wie heeft feitelijk de zeggenschap over de digitale infrastructuur waarop onze overheid en publieke dienstverlening draaien? Hoewel Nederland en Europa steeds meer digitale regels maken, zijn zij voor de uitvoering in hoge mate afhankelijk van private – vaak niet-Europese – technologiebedrijven. Een gastbijdrage van Bas Guldemond over digitale afhankelijkheid, democratische zeggenschap en publieke digitale voorzieningen.

Ik schrijf dit artikel op een terras naast de oude beurs in Brussel, een gebouw dat ooit het kloppend hart vormde van de Europese handel. Mensen lopen voorbij, de stad ademt geschiedenis, maar mijn gedachten gaan naar Nederland. Naar de manier waarop een groot deel van onze digitale samenleving – van gemeentelijke dienstverlening tot vitale overheidsvoorzieningen – weliswaar in Brussel onderwerp is van politieke besluitvorming, maar elders wordt ontwikkeld en beheerd.

De macht die onze digitale samenleving vormgeeft, bevindt zich namelijk niet uitsluitend op de plaatsen waar wetten en regels worden vastgesteld. In Brussel worden kaders gecreëerd die bepalen hoe technologie moet functioneren, maar de systemen waarop onze publieke dienstverlening steunt, worden veelal buiten het directe bereik van de Nederlandse en Europese overheid ontworpen, onderhouden en aangepast. De keuzes die ons dagelijks digitaal leven beïnvloeden, worden daardoor niet altijd gemaakt waar democratische verantwoording het sterkst is georganiseerd.

Foto: Mr MdR (cc)

Het geweldsmonopolie vraagt om meer dan collegiale loyaliteit

Een zwangere vrouw die in mei tijdens een politieoptreden in een asielzoekerscentrum in Zeist hard tegen de grond werd getrokken, doet aangifte tegen de betrokken agenten. Volgens haar advocaat gaat het om mishandeling of poging tot zware mishandeling en schending van de geweldsinstructie. De vrouw stelt dat zij na het incident vroegtijdige weeën kreeg en psychisch letsel opliep.

Die aangifte is belangrijk, los van de vraag hoe een rechter uiteindelijk over deze zaak zal oordelen. Ze legt namelijk een fundamenteler probleem bloot: de manier waarop de politie reageert wanneer er serieuze vragen worden gesteld over het eigen geweldsgebruik.

Vrijwel direct na het incident volgde de boodschap dat het geweld “noodzakelijk” was. Later bleek dat een interne geweldscommissie tot dezelfde conclusie was gekomen. Op de vraag of het geweld ook proportioneel en volgens de regels was toegepast, gaf de politie geen inhoudelijk antwoord. Dat zou onderdeel zijn van een interne procedure die niet openbaar wordt gemaakt.

En dat is gek. De politie beschikt als enige organisatie over het wettelijke geweldsmonopolie. Dat is een uitzonderlijke positie, gebaseerd op vertrouwen. Burgers accepteren dat agenten geweld mogen gebruiken omdat zij ervan uit mogen gaan dat elk gebruik van geweld onafhankelijk, kritisch en transparant wordt beoordeeld.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Erik Mclean on Unsplash

De burgemeester en de lokale pers

Het vertrouwen in de democratie begint dicht bij huis. De ervaring van zeggenschap over de eigen omgeving kan een belangrijke stimulans zijn voor politieke participatie. Omgekeerd is het -al dan niet aangeblazen gevoel- dat je er niets over te zeggen hebt funest voor een gezonde democratie. Autoritaire bestuurders die dat onvoldoende beseffen bevorderen afzijdigheid en cynische tegendraadsheid. Op het lokale bestuur rust daarom een grote verantwoordelijkheid om ons huidige politieke systeem, met al zijn tekorten (maar beter is er niet), in stand te houden. Misschien wel een grotere verantwoordelijkheid dan de Haagse politici.

Lokale democratie bloeit bij een vrije lokale pers. Maar dat wil nog wel eens problemen geven. Niet alleen is in grote delen van het land de plaatselijke en regionale pers verdwenen of gedecimeerd. Waar lokale media nog wel actief zijn moeten ze nogal eens opboksen tegen lokale bestuurders die niet van kritiek gediend zijn. Sommige gemeente willen de rol de onafhankelijke media overnemen. Soms wordt er zware druk uitgeoefend op de plaatselijke pers om het beleid van de gemeente te volgen.

Een apart geval is de Gemeente Ede. Daar ligt de burgemeester, René Verhulst (CDA), al jaren in conflict met de lokale krant De Edese Vos. Het conflict is zo hoog opgelopen dat de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) zich met een brief van voorzitter Thomas Bruning heeft gewend tot de Gemeenteraad. Aanleiding is de weigering van de burgemeester om De Edese Vos interviews te geven. “Het categorisch weigeren van interviews door de burgemeester en de wijze waarop deze spreekt over de redactie van het lokale medium De Edese Vos draagt niet bij aan een klimaat waarin de lokale journalistiek goed haar werk kan doen. De opstelling van de burgemeester betreft geen incident, maar hindert nu al meerdere jaren het werk van de redactie van De Edese Vos.”

Foto: Tobias Tullius on Unsplash

Kunnen geheime diensten de democratie redden?

RECENSIE - De geheime diensten AIVD en MIVD houden bedreigingen van de nationale veiligheid en de democratische rechtsorde in de gaten. Wat mogen we van deze diensten verwachten nu in binnen- en buitenland autocratische tendensen in opmars zijn? Welke eisen mogen er gesteld worden aan inlichtingenoperaties en hoe moeten de diensten zich verhouden tot de politiek, eventuele autocratische neigingen van ministers of van de gekozen leden van het parlement? Interessante vragen, zeker sinds de kortstondige deelname van Wilders aan de regering Schoof en de opkomst van FVD bij de recente gemeenteraadsverkiezingen. In Democratie onder druk leggen Bart Jacobs en Rowin Jansen van de Radboud Universiteit de problematiek in heldere bewoordingen uit. De belangrijkste en tegelijk lastigste opgave: de diensten onafhankelijk maken van wisselende politieke stemmingen en er tegelijkertijd er voor zorgen dat ze niet als ‘staat in de staat’ los van elke verantwoording kunnen functioneren.

Jacobs en Jansen laten in hun boek zien dat de geheime diensten anders dan in het verleden rekening moeten houden met allerlei wettelijke beperkingen. En er is nu ook uitgebreid toezicht op het handelen van de diensten: door de onafhankelijke Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) en door de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB) voor bepaalde operaties vooraf. De minister van Binnenlandse Zaken wordt in de Commissie voor Inlichtingen en Veiligheidsdiensten (Commissie ‘Stiekem’) door fractievoorzitters van de vijf grootste partijen namens het parlement aangesproken op zijn verantwoordelijkheid voor de diensten. Aan de andere kant constateren de auteurs ook dat je met een vaag, niet exact gedefiniëerd begrip van nationale veiligheid nog alle kanten uit kan, zoals blijkt uit de ontwikkeling van autocratieën in de Verenigde Staten, Polen en Hongarije. Hun beschrijving van deze aftakeling van de democratie in de afgelopen jaren is bijzonder waardevol: zo werkt dat als er in een land leiders aan de macht komen die zich noch van de wet noch van de feiten iets willen aantrekken. En die de geheime diensten graag inzetten voor hun politieke doelstellingen, juist omdat ze geheim zijn.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: Arun Geetha Viswanathan on Unsplash

De staat als fort

COLUMN - Bij de Belastingdienst is vorig jaar een datakluis aan het licht gekomen met 64 miljoen documenten, waarvan ongeveer 24 miljoen bestanden ook daadwerkelijk inhoudelijk relevant zijn. Daar zitten documenten bij over het toeslagenschandaal die dus niet konden worden betrokken bij het onderzoek van de parlementaire enquêtecommissie. Het bestaan van de datakluis is pas onlangs gemeld aan de Tweede Kamer. Er zou ook belangrijke informatie in zitten over de gaswinning in Groningen. In het eindrapport Groningers boven gas (2023) stelde de gas-enquêtecommissie dat de beroerde informatievoorziening de democratische controle ‘ernstig’ ondermijnt. Volgens ambtenaren is het duidelijk dat de informatiehuishouding van de Belastingdienst al vijftien tot twintig jaar niet op orde is.

Al in oktober vorig jaar zijn de toenmalige staatssecretarissen Heijnen en Palmen geïnformeerd dat er in de datakluis informatie zat, die aan de parlementaire enquêtecommissie fraudebeleid en dienstverlening geleverd had moeten worden. Maar pas op 15 april werd de Kamer hierover geïnformeerd door de nieuwe staatssecretaris Eelco Eerenberg (Belastingen en Toeslagen) en zijn collega Palmen. Dat kwam door tegenwind uit het ambtelijk apparaat waar bezwaar werd gemaakt tegen de Kamerbrief van Eerenberg en Palmen, de verantwoordelijke bewindslieden in het nieuwe minderheidskabinet. Zo schreven ambtenaren in een concept dat de kluis ‘geen geheim’ was, omdat de Kamer hierover in april 2019 al zou zijn geïnformeerd.

Foto: Monument Universal Links on Human Rights (1995) Tony O'Malley William Murphy (cc)

Kabinet-Jetten: Gooi mensenrechten niet overboord om migratie te beperken

COLUMN - van Lize Glas, Jasper Krommendijk en Annick Pijnenburg

Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) beschermt ons al meer dan 70 jaar tegen bijvoorbeeld foltering en discriminatie en beschermt onder andere het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op privacy. Toch dreigen deze mensenrechten op een Europese top op 15 mei 2026 ten onrechte deels overboord gegooid te worden. Hieraan liggen twee motieven ten grondslag.

Allereerst zou het EVRM, zoals Tweede Kamerlid Boomsma (JA21) eind maart bij Nieuwsuur zei, ‘steeds verderstrekkend geïnterpreteerd’ worden ‘op een manier die nooit door politici zo bedoeld is’ dan toen zij het verdrag opstelden in 1950. Boomsma wees ter illustratie op de klimaatrechtspraak van het Europese Mensenrechtenhof die Zwitserland zou verplichten om miljarden aan klimaat uit te geven. In een motie uit juni 2025 wees onder anderen Boomsma ook met de vinger naar de migratierechtspraak van hetzelfde Hof dat “de ruimte voor het asielbeleid in verregaande mate” zou beperken.

Het EVRM interpreteren zoals in 1950 de bedoeling was, is duidelijk onwenselijk. De opstellers van het verdrag hadden ideeën die de meesten van ons als gedateerd of zelfs racistisch zouden zien. Zo verklaarde Nederland het verdrag niet van toepassing op Nieuw-Guinea omdat de bevolking onvoldoende ontwikkeld zou zijn en hadden de opstellers van het verdrag niet direct vrouwen voor ogen wanneer zij dachten aan mensenrechten. Bovendien voorzagen de opstellers niet in welke context het EVRM nu moet worden toegepast. Zo is het recht op privéleven van toepassing op ‘correspondentie’: brieven in de context van de jaren 50. Als het Mensenrechtenhof dit recht niet van toepassing had verklaard op mails en appjes, zou dit recht nu irrelevant zijn.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Markus Spiske on Unsplash

Haatzaaien en OM: Nog een uitzondering?

Eerder deze week schreven we al over het besluit van het OM om Geert Wilders niet te vervolgen vanwege een racistische campagneafbeelding. De kern daarvan was simpel: racisme lijkt in Nederland steeds minder strafbaar zodra het een politiek nut dient. Politieke context fungeert steeds vaker als beschermlaag waarachter uitspraken verdwijnen die buiten de Haagse arena grote problemen zouden opleveren.

De aangifte tegen PVV-Kamerlid Gidi Markuszower legt daar nu een veel ernstiger vraag naast. Markuszower stelde dat Palestijnen “misschien met nog meer geweld dan waar ze vandaan komen” tegengehouden moeten worden, en wat hem betreft in Gaza mogen “verpieteren”. Dat is geen abstract frame meer, geen “kritiek op immigratie”, geen debat over integratie of grenzen. Hier komt expliciet geweld in beeld. Niet als verspreking, maar als politiek taalgebruik richting een compleet volk.

En precies daarom zou niet-vervolgen hier een fundamenteel kantelpunt zijn.

Het Nederlandse recht kent bewust hoge drempels rond politieke uitingen. Alleen bestaat die bescherming uiteindelijk bij de gratie van één impliciete grens: dat politici geen vrijbrief krijgen om groepen structureel te ontmenselijken of geweld tegen hen te legitimeren. Als zelfs dit juridisch irrelevant blijkt zodra een Kamerlid het zegt, blijft er inhoudelijk nauwelijks nog een grens over.

Foto: nyghtowl (cc)

Als niet de daad, maar de dader het meeste telt

Er bestaat het idee in het strafrecht dat sommige daders minder straf verdienen dan andere omdat ze “te veel te verliezen hebben”. Een baan, een opleiding, een netwerk, een toekomst die nog openligt. Het klinkt redelijk. Tot je het consequent toepast.

Neem de recente uitspraak, in België: een 26-jarige student, in de rol van schachtentemmer (een oudere student met gezagspositie over eerstejaars tijdens ontgroening), werd schuldig bevonden aan verkrachting, maar kreeg een opschorting. Geen effectieve straf, wel voorwaarden en toezicht. De rechtbank woog onder meer een blanco strafblad en persoonlijke omstandigheden mee. De toekomst van de dader werd onderdeel van de strafmaat.

Daar schuift iets fundamenteels. Straf hoort te volgen uit ernst, schuld en schade. Zodra persoonlijke omstandigheden structureel strafverminderend werken, verschuift het criterium van daad naar dader. Dan ontstaat een systeem waarin twee identieke feiten verschillende uitkomsten krijgen omdat de ene dader een toekomst heeft en de ander vooral een verleden.

Het recidive-argument wordt vaak ingezet als rechtvaardiging, ook in Nederland. Wie een stabiel leven heeft, zou minder snel opnieuw de fout ingaan. Alleen wringt daar iets. Diezelfde stabiliteit geldt normaal gesproken als rem op criminaliteit. Als iemand ondanks die omstandigheden tóch over de grens gaat, zegt dat iets over de werking van die rem. De vraag verschuift dan: waarom gebeurde dit ondanks alles wat het had moeten voorkomen?

Foto: Ian Britton (cc)

Als preventie regeert, wordt de politie het probleem

Het klinkt fijn: misdaad voorkomen in plaats van achteraf opruimen. Minder slachtoffers, minder schade, efficiënter gebruik van capaciteit. Wie kan daartegen zijn. Toch wringt hier iets fundamenteels. Op het moment dat politie zich richt op wat mogelijk gaat gebeuren in plaats van wat feitelijk is gebeurd, verschuift het hele systeem van rechtshandhaving.

De recente plannen om de politie meer ruimte te geven om sociale media te doorzoeken passen naadloos in die logica. Niet wachten tot iemand een strafbaar feit pleegt, maar alvast meekijken, signaleren en ingrijpen. De belofte is veiligheid. De prijs is een steeds meer structurele verschuiving van handelen naar vermoeden.

Capaciteit verdampt in waarschijnlijkheden

Politiecapaciteit is eindig. Elke inzet op preventieve monitoring gaat ten koste van het oplossen van daadwerkelijk gebeurde misdrijven. Dat is geen ideologisch punt, dat is een rekensom. Het doorzoeken van sociale media, het analyseren van patronen, het volgen van risicoprofielen levert vooral veel ruis op en een kleine hoeveelheid bruikbare signalen.

De opbrengst per geïnvesteerd uur is laag. Ondertussen blijven zaken liggen die wél hebben plaatsgevonden en waar slachtoffers op antwoord wachten. Preventie verkoopt zich als efficiëntie, maar functioneert in de praktijk ook vaak als verdunning.

Selectie creëert zijn eigen werkelijkheid

Volgende