Moties van wantrouwen, afkeuring en treurnis in cijfers

van Erie Tanja Kamerleden kunnen ernstige kritiek op (het beleid, handelen of optreden van) een kabinet, de minister-president of andere bewindspersonen verpakken in een motie. In oplopende kracht kan dat een motie van treurnis, afkeuring of wantrouwen zijn. In deze bijdrage worden de moties van wantrouwen, afkeuring en treurnis die sinds 1945 zijn ingediend in de Tweede Kamer cijfermatig verkend. Dit gebeurt op basis van getallen die zijn verzameld ten behoeve van de website parlement.com, aangevuld met eigen speurwerk voor de meest recente periode. De cijfers geven een korte inkijk in dit parlementair instrument. Vooraf enkele korte opmerkingen over deze drie bijzondere vormen van moties (van orde). De motie van treurnis heeft weinig politieke waarde. Hoewel staatsrechtelijk zonder betekenis wordt de motie van treurnis niettemin ingediend omdat de indiener geen steun vindt voor een ‘zwaardere’ motie en/of als een signaal naar de achterban. Moties van afkeuring en wantrouwen waren lange tijd synoniem van elkaar; meer recent lijkt de motie van afkeuring als een lichtere vorm van de motie van wantrouwen te worden gezien, in ieder geval door Kamerleden. Een motie van afkeuring zou niet dwingen tot aftreden, een motie van wantrouwen wel. Overigens zijn er ook genoeg voorbeelden waar bewindspersonen het eventuele oordeel van de Kamer over hun tekortschietend handelen niet afwachtten, en voor of tijdens een debat hun aftreden al aankondigden, ook zonder een motie. Bij het veranderend gebruik van moties van afkeuring en wantrouwen moet ook in ogenschouw genomen wordt dat het parlementair taalgebruik verandert en directer is geworden: de bekende motie-Deckers (RKSP) uit 1939, sprak weliswaar van afkeuring maar werd door het kabinet-Colijn V (terecht) geïnterpreteerd als een motie van wantrouwen. De Kamer, die in meerderheid voorstemde, achtte volgens de tekst van de motie ‘gemeen overleg’ niet mogelijk, wat feitelijk betekende dat er geen vertrouwen tot goede samenwerking bestond. Tegenwoordig zou een Kamerlid dat niet meer zo omfloerst formuleren. De roemruchte motie-Schmelzer (KVP) sprak niet woordelijk van afkeuring (noch van wantrouwen overigens). De motie werd wel als zodanig door premier Jo Cals geïnterpreteerd, en leidde uiteindelijk tot de val van zijn kabinet. Ten slotte, als indicatie van de verharding van de politieke verhoudingen en in zekere zin ook de uitholling van het instrument: los van een numerieke toename van het aantal moties, kwam het de afgelopen jaren voor dat een motie van wantrouwen al in de eerste termijn is ingediend (dus zonder de reactie van regeringszijde af te wachten), en zonder een inhoudelijke toelichting. Dit geldt voor de afgestemde motie van wantrouwen van Kamerlid Geert Wilders (PVV) over de dividendbelasting in 2018 en de eveneens door hem geïnitieerde motie van wantrouwen rondom het optreden van VVD-fractievoorzitter Rutte in de kabinetsformatie van 2021. Onder de kabinetten Rutte was de PVV, onder aanvoering van het lid Wilders, de indiener van de meeste moties: van de 126 moties, zijn er 51 mede door de PVV ondertekend (40%) en was in 35 gevallen (27,8%) de PVV de enige indiener. In deze bijdrage gaat het in de eerste plaats om het geven van een cijfermatig overzicht; niet om een staatsrechtelijke analyse van de drie instrumenten en hun veranderende betekenis en toepassing. Wel kunnen deze cijfers daar enige achtergrond bij geven. De moties zijn geteld tot en met 23 oktober 2024. Moties van wantrouwen/afkeuring/treurnis per minister-president (gericht tegen afzonderlijke bewindspersonen of het hele kabinet wantrouwen afkeuring treurnis Totaal Schoof (2024- 5 0 1 6 Rutte (2010-2024) 97 33* 8 138 Balkenende (2002-2010) 23 6 2 31 Kok (1994-2002) 1 19 0 20 Lubbers (1982-1994) 1 21 0 22 Van Agt (1977-1982 1 13 2 16 Den Uyl (1973-1977) 3 14 3 20 Biesheuvel (1971-1973) 0 0 0 0 De Jong (1967-1971) 2 5 0 7 Zijlstra (1966-1967) 0 0 0 0 Cals (1965-1966) 0 4 1 5 Marijnen (1963-1966) 0 0 0 0 De Quay (1959-1963) 0 0 0 0 Beel (1946-1948/1958-1959) 0 0 0 0 Drees (1948-1958) 1 3 2 6 Schermerhorn (1945-46) 0 0 0 0 Totaal 134 118 19 * Inclusief motie tegen Rutte als VVD fractievoorzitter Wat meteen opvalt: het overgrote deel van de bovengenoemde soorten moties wordt niet aangenomen. Dit geeft ze een overwegend declaratoir karakter waarin politiek ongenoegen wordt geuit. Sinds 1945 zijn in de Tweede Kamer in totaal 271 van dergelijke moties ingediend, waarvan 134 moties van wantrouwen, 118 moties van afkeuring, en 19 moties van treurnis. Daarvan werden 5 moties (4 van afkeuring, 1 van treurnis) ingetrokken, afgevoerd of niet behandeld; 7 moties (5 van afkeuring, 2 van treurnis) aangenomen; en 259 moties verworpen. Op twee moties na zijn alle moties ingediend door één of meer oppositiepartijen. Dit geldt niet voor twee niet-aangenomen moties-Oud (VVD) in 1950 en 1951 gericht tegen het Indonesiëbeleid van het kabinet-Drees I en de al genoemde motie-Schmelzer. Overigens worden ook veel ‘gewone’ moties van orde niet aangenomen. Als we kijken naar de aantallen moties valt een aantal zaken op. Allereerst dat de moties van treurnis weinig voorkomen, en tussen 1981 en 2004 helemaal niet. Tussen begin jaren ’70 (kabinet-Den Uyl) en eind jaren ’90 (kabinetten-Kok) bleef het totaal aantal moties ongeveer gelijk; daarvoor kwamen ze eigenlijk weinig voor. Moties van afkeuring kwamen tot 2006 het meeste voor, maar sinds het kabinet-Balkenende IV is de balans veranderd in de richting van de moties van wantrouwen. Het was tijdens het demissionaire kabinet-Balkenende III dat VVD-minister Rita Verdonk (met steun van het kabinet, maar tegen de wil van de meerderheid van de Kamer) aanbleef, ondanks dat tegen haar een motie van afkeuring was aangenomen. Vanaf het laatste kabinet-Balkenende namen de aantallen moties toe, en tijdens zijn laatste kabinet werden alleen nog moties van wantrouwen ingediend. Het totale aantal ‘reguliere’ moties is in het algemeen de afgelopen decennia weliswaar flink toegenomen, maar de toename is minder sterk als het aantal moties van afkeuring en wantrouwen. Rekening houdend met de zittingsduur van de kabinetten/minister-presidenten, werden er onder Rutte ruim 2,5 keer zoveel moties van wantrouwen, afkeuring of treurnis ingediend als onder Balkenende. Over het kabinet-Schoof is na vier maanden nog weinig te zeggen, maar de eerste signalen wijzen niet op een afname, zo laat de telling hierboven zien. Aangenomen moties In de hele hier onderzochte periode gaat het om 5 aangenomen moties van afkeuring en 2 aangenomen moties van treurnis. Al gezegd is dat de dreiging of verwachting van een motie ook al kon leiden tot het vertrek van bewindspersonen. De eerste motie van afkeuring, die als zodanig geteld wordt, was de motie-Schmelzer in 1966 gericht tegen het door Jo Cals (KVP) geleide kabinet. De motie repte overigens zoals gezegd niet woordelijk van ‘wantrouwen’ of ‘afkeuring’, maar gaf wel uiting aan een breed in de Kamer levend gebrek aan vertrouwen in het financieel-economisch beleid van het kabinet-Cals, dat bovendien te kampen had met een dalende populariteit bij de achterban van regeringspartijen PvdA en KVP. De motie leidde tot de val van het kabinet. Daarna werd tot 2006 geen enkele motie van treurnis, afkeuring of wantrouwen meer aangenomen. De volgende aangenomen motie was een motie van afkeuring in december 2006 over het handelen van de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, Rita Verdonk (VVD), die twee door de Kamer aangenomen moties rondom het generaal pardon niet wilde uitvoeren. Bijzonder in dit geval was dat het ging om een motie van afkeuring tegen een demissionair bewindspersoon, die ook niet vertrok (er vond een herschikking van portefeuilles plaats). In 2010 werd een motie van treurnis aangenomen rondom de glossy ‘Gerda’ van minister van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit Gerda Verburg (CDA, 2010) en werd gesteund door regeringspartij PvdA. De motie was ingediend door Marianne Thieme (Partij voor de Dieren), die het ‘ongehoord’ vond dat een tijdschrift dat de minister en haar beleid ‘verheerlijkte’ op kosten van de belastingbetaler in verkiezingstijd werd verspreid. De glossy was gemaakt ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van het ministerie en werd in een oplage van 830.000 meegestuurd met vrouwenbladen als Margriet, Libelle en Flair. De minister ‘betreurde’ op haar beurt het ontstane beeld. Op 2 april 2021 volgde een bijzondere motie van afkeuring, omdat deze niet gericht was tot een lid van het kabinet, of althans niet in diens hoedanigheid van een lid van het kabinet. Tijdens de formatie van het kabinet-Rutte IV kreeg Rutte in april 2021 als VVD-fractievoorzitter een motie van afkeuring tegen zich gericht omdat in een uitgelekte memo (‘positie Omtzigt - functie elders’) de schijn was gewekt dat een kritisch Kamerlid buitenspel gezet moest worden en Rutte daarover niet de waarheid had gesproken in het Kamerdebat. De laatste drie moties speelden alle drie rondom de Nederlandse militaire aanwezigheid in Afghanistan. Allereerst was er de aangenomen motie van treurnis van PvdA, GroenLinks en D66 die de als onzorgvuldig gekwalificeerde uitzending van militairen naar Afghanistan (2021) betrof. Deze motie was gericht tegen het hele kabinet, dat voordat het Kamerdebat over het besluit tot uitzending begonnen was, al militairen naar Afghanistan had laten vertrekken. Het kabinet was overigens op moment van aannemen al demissionair, in verband met de toeslagenaffaire. De twee laatste moties van afkeuring gingen specifiek over het handelen rondom de rommelig verlopen evacuatieoperatie uit Afghanistan in augustus 2021. De eerste motie van afkeuring was gericht tegen de toenmalige demissionair minister van Defensie, Ank Bijleveld (CDA), voor haar rol in deze evacuaties, en ging in het bijzonder over het niet-evacueren van (alle) tolken die voor Nederland hadden gewerkt. Nadat haar aanblijven discussie opriep, trad zij, in tegenstelling tot Verdonk in 2006, wel af. Daarbij speelde ongetwijfeld mee dat demissionair minister van Buitenlandse Zaken Sigrid Kaag (D66) een dag eerder wel was afgetreden. In het debat over de evacuatieoperatie kreeg namelijk ook het gehele demissionaire kabinet-Rutte III een motie van afkeuring tegen zich aangenomen. Deze motie betrof de onvoldoende bescherming van het lokaal ambassadepersoneel, waarover Kaag als minister van Buitenlandse Zaken specifiek werd aangesproken. De cijfers, en vooral de grote toename van het aantal moties van wantrouwen en afkeuring sinds 2006, maken duidelijk dat de terughoudendheid van het uitspreken van afkeuring of wantrouwen in een kabinet die vroeger bestond, is verdwenen. Analyse van de redenen daarvoor, vereist nader onderzoek. Wel is de groeiende behoefte zichtbaar onder oppositiepartijen tot het uitspreken van afkeuring en vooral wantrouwen in (leden van) het zittende kabinet, ook als duidelijk is dat dit zonder politieke gevolgen blijft. De vraag is of het op deze manier niet veel meer een middel is dat wordt ingezet voor de achterban en bühne, en een kenmerk van een toenemend gepolariseerd debat waar verkiezingen nooit ver weg lijken, dan een staatsrechtelijk instrument bedoeld om de verhouding tussen Kamer en kabinet te reguleren. Dit artikel verscheen eerder in De Hofvijver van het Monte4swquieu Instituut. Met dank aan Bert van den Braak van het Montesquieu Instituut. Erie Tanja is historisch onderzoeker en promoveerde in 2011 op een proefschrift over de parlementaire cultuur van de Tweede Kamer 1866-1940

Foto: CIFOR-ICRAF (cc)

Geopolitiek in de Sahel

ANALYSE - In Niamey, de hoofdstad van Niger, vond vorige week een conferentie plaats van anti-westerse groepen uit alle delen van de wereld. De slotverklaring van de conferentie haalt uit naar de NAVO, de Verenigde Staten en de Europese koloniale machten, in het bijzonder Frankrijk. De conferentie steunt het samenwerkingsverband Alliance des États du Sahel (AES) dat de drie Sahellanden Niger, Mali en Burkina Faso vorig jaar sloten. ‘Wij zijn optimistisch dat deze regeringen, door te blijven luisteren naar hun bevolking, hun doelstellingen voor volledige nationale bevrijding zullen verwezenlijken en een bijdrage zullen leveren aan het bredere doel van een verenigd en vrij Afrika.’

In het westen wordt met argusogen gekeken naar wat er in dit deel van Afrika gebeurt en dan met name naar de rol van Rusland en de nauw met het Kremlin verbonden Wagnergroep. Het nieuwe samenwerkingsverband AES is opgericht als een onderling defensief pact toen het bestaande regionale, primair economische, bondgenootschap ECOWAS dreigde tussenbeide te komen na een coup van het leger in Niger. De militaire leiders van de Niger, Mali en Burkina Faso besloten daarop het lidmaatschap van ECOWAS op te zeggen (‘onze Brexit’ citeerde De Volkskrant een criticus). In juli van dit jaar bevestigden de militaire leiders van de drie landen hun bondgenootschap dat inmiddels verder gaat dan de landsverdediging. Recent is gesproken over één paspoort voor de inwoners van alle drie de landen.

Doneer voor ¡eXisto!, een boek over trans mannen in Colombia

Fotograaf Jasper Groen heeft jouw hulp nodig bij het maken van ¡eXisto! (“Ik besta!”). Voor dit project fotografeerde hij gedurende meerdere jaren Colombiaanse trans mannen en non-binaire personen. Deze twee groepen zijn veel minder zichtbaar dan trans vrouwen. Met dit boek wil hij hun bestaan onderstrepen.

De ruim dertig jongeren in ¡eXisto! kijken afwisselend trots, onzeker of strak in de camera. Het zijn indringende portretten die ook ontroeren. Naast de foto’s komen bovendien persoonlijke en vaak emotionele verhalen te staan, die door de jongeren zelf geschreven zijn. Zo wordt dit geen boek óver, maar mét en voor een belangrijk deel dóór trans personen.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: Thirdman, via Pexels.

Morele nood sociaal werkers onder radicaal rechts

ESSAY, LONGREAD - door Thomas Kampen

Veel sociaal werkers tonen een gespleten loyaliteit bij moeilijke morele keuzes. Hoe reageren zij als radicaal rechts beleid hun morele integriteit onder druk zet? Volgens hoogleraar Thomas Kampen helpt een robuuste kennisbasis tegen radicale invloeden en populistisch gedachtegoed.

Door de komst van het nieuwe kabinet komt het sociaal werk in nieuw vaarwater terecht. De plannen van dit kabinet verhouden zich op onderdelen moeizaam tot de kernwaarden van het sociaal werk, zoals het waarderen van diversiteit en gelijke toegang tot ondersteuning. Dat zien we bijvoorbeeld aan de beëindiging van de bed-bad-broodregeling per 1 januari 2025. Gemeenten vrezen dat veel mensen daardoor op straat zullen belanden.

In onmogelijke situaties ontstaat morele nood: geen enkele oplossing doet recht aan alle morele verplichtingen

Als zij voor een slaapplek aankloppen bij sociaal werkers kan dat bij hen leiden tot morele nood. Volgens de regels kunnen zij uitgeprocedeerde mensen niet onderbrengen in de reguliere opvang, maar mensen tegen hun zin op straat laten slapen, strookt niet met de kernwaarden van het beroep. Dan ontstaat wat Bernardo Zacka (2017) een ‘onmogelijke situatie’ noemt: een situatie waarin beleid haaks staat op beroepsidealen. In onmogelijke situaties ontstaat morele nood omdat er geen enkele oplossing is die recht doet aan alle morele verplichtingen. Deze druk op de morele integriteit van sociaal werkers resulteert in gevoelens van frustratie, schuld en machteloosheid.

Foto: Retha Ferguson Studio, via Pexels.

Is er plek voor de wetenschappelijke expert in de democratie?

ESSAY - door Lucas Dijker (University College Dublin)

Coronavirus, stikstofcrisis, kunstmatige intelligentie – onze samenleving staat bol van complexe problemen die alleen experts kunnen begrijpen. Toch verwachten wij in een liberale democratie dat burgers direct of via hun gekozen vertegenwoordigers deelnemen aan de besluitvorming over dit soort zaken. In een democratie ligt de uiteindelijke politieke macht immers bij het volk. Maar wanneer besluitvorming steeds afhankelijker wordt van wetenschappelijke experts, wat blijft er dan over van de democratie?

In veel opzichten staan wetenschap en democratie lijnrecht tegenover elkaar: democratische besluitvorming gebeurt door te stemmen, terwijl wetenschappers niet stemmen over wat waar is. De wetenschap zegt, of probeert te zeggen, wat de feiten zijn. Zoals filosofe Hannah Arendt schreef: feiten staan los van “overeenstemming, discussie, mening of instemming.” Het democratisch debat daarentegen draait juist om instemming, onenigheid en verschillende meningen.

Twee uitersten

De liberale democratie is min of meer een geïnstitutionaliseerd besluitvormingsproces waarin burgers op basis van gelijkheid collectief beslissen, met respect voor grondwettelijk beschermde individuele rechten. Maar omdat wij deze besluitvorming ook toepassen op complexe vraagstukken, zijn wij vaak afhankelijk van deskundigen.

Als de democratie zo sterk afhankelijk wordt van experts, riskeert zij een technocratie te worden – een elitaire vorm van epistocratie waarin alleen experts publieke besluiten nemen.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Sinn Féin (cc)

Ierland vervroegd naar de stembus

Volgende week vrijdag zijn er parlementsverkiezingen in de Ierse Republiek. Taoiseach (premier) Simon Harris heeft de verkiezingen vervroegd omdat hij de gunstige cijfers in de polls voor zijn partij hoopt te verzilveren en straks met flinke winst opnieuw een centrum-rechtse regering kan leiden. De grootste oppositiepartij Sinn Féin staat op verlies en daar zouden de zittende partijen graag van willen profiteren.

Harris is pas sinds april van dit jaar premier. Hij is de opvolger van Leo Varadkar die op 20 maart 2024 onverwacht voortijdig vertrok als taoiseach en leider van de Fine Gael-partij. Deze partij vormde sinds de vorige verkiezingen in 2020 een coalitie met de andere centrum-rechtse partij Fianna Fáil en de kleinere Groenen. De samenwerking tussen de rivalen FG en FF, die Ierland al honderd jaar regeren (maar nooit samen), was uniek. Beide partijen verloren flink bij deze verkiezingen. SF was met Mary Lou McDonald de grote winnaar en kwam met 37 zetels bijna op dezelfde hoogte als FF. Om haar uit de regering te houden sloten FF en FG een historisch compromis dat onder andere inhield dat Micheál Martin (FF) de eerste helft van de vijfjarige zittingsperiode premier werd waarna de aftredende regeringsleider Varadkar hem zou opvolgen.

Foto: Screenshot Tweede Kamer Debat Direct Wilders interrumpeert Schoof 13 november 2024

Schoof, de marionet van Wilders

COLUMN - Wie regeert: Schoof of Wilders? Naar het antwoord op die vraag wordt gezocht vanaf het moment dat Dick Schoof minister-president werd.

Volgens de pers

De Correspondent wist op 2 juli al: Wilders is dan geen premier, hij heeft alle touwtjes in handen.

Het AD blikte op 5 juli terug op het allereerste Kamerdebat met het kersverse kabinet. Wilder had Schoof weggezet als ‘slappe hap’.  Oud-Kamervoorzitter Wim Deetman zei (CDA) zei: “Het was een krachtmeting tussen Wilders en de premier: wie is de baas? De indruk in het debat is gewekt dat Wilders nu de dienst uitmaakt.”

Maar als RTL Nieuws op 7 juli vraagt: “Als Geert Wilders en Dick Schoof tegelijkertijd bellen, wie nemen de PVV-ministers uit het nieuwe kabinet dan als eerste op?”, dan beweren de PVV’ers eerst Schoof te zullen aanhoren. De premier is dus de baas, concludeert RTL hieruit.

In o.a. de Gelderlander (28 september) wordt een tweet van Wilders geciteerd: “Schoof is absoluut niet de baas, dat is de Tweede Kamer.”
Wilders doelde daarmee op een interview in het AD, waarin Schoof reageerde op speculaties dat Wilders in feite de dienst uitmaakt. De minister-president zei: “,Als premier ben je de baas” en “Nou ja, de baas… je bent premier. Dus je bepaalt wat het kabinet doet, en niemand anders.’’

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Buiten op straat lijkt iedereen gelukkig

COLUMN - Er zijn tijden dat het nodig is om de straat op te gaan. Dat je niet kunt volstaan met achter je scherm woedende berichten de wereld in te slingeren – ieder voor zich –, maar dat het nodig is om anderen te laten zien dat je er bent, dat er genoeg voor je op het spel staat om ergens met zoveel mogelijk anderen te zijn.

Het kabinet-Schoof bezuinigt ruim twee miljard in het onderwijs – een onderwijs dat juist gebaat zou zijn bij investeringen of op zijn minst bij enige rust. Vorige week is het bovendien verschillende grenzen overgegaan. Een gezelschap dat het enige Marokkaans Nederlandse lid laat vertrekken nadat allerlei op zijn minst dubieuze uitspraken zijn gedaan, en dat daarna verklaart ‘niet racistisch’ te zijn en geen enkele aanstalten doet tot zelfonderzoek, met zo’n gezelschap is iets mis. Er worden voortdurend kleine stapjes gezet, en er worden steeds meer grenzen opgerekt.

Op de sociale media ging dit weekeinde een citaat rond uit het bekende boek They Thought They Were Free: The Germans, 1933–45 van Milton Mayer, gepubliceerd in 1955. Daarin onderzocht Mayer hoe gewone Duitsers geleidelijk de opkomst van het naziregime accepteerden. Onder andere schreef hij:

Foto: Bernard Spragg. NZ (cc)

Kunst op Zondag | Een streep in het zand

Het had zo mooi kunnen zijn: een staatssecretaris die, beter laat dan nooit, beseft hoe onverbeterlijk racistisch, xenofoob en discriminerend bepaalde leden van het kabinet zijn en om die reden opstapt.

Met mijn stap trek ik een streep in het zand voor mij als persoon, zei ze ter toelichting van haar besluit.

Minder mooi is dat de staatssecretaris volgens de officiële verklaring (15 november) en streep in het zand trekt omdat ze genoeg heeft van de polariserende omgangsvormen. Ik bedoel, dat is ook mooi, maar daarmee zijn niet de racistische, xenofobe en discriminerende uitlatingen benoemd die in de ministerraad zijn gebezigd.

Nog niet zo heel erg lang geleden, 1 november,  zei een andere NSC-staatssecretaris ook een streep in het zand te zetten en stapte eveneens op. Hij voelde zich enorm gepiepeld door de grootste coalitiepartner, die instemde met een motie die een gedetailleerde openbaarmaking van zijn zakelijke belangen eiste.

Het verschil tussen de ene de andere met de streep in het zand? In die van 1 november werd wel wat duidelijker en concreter benoemd waarom de staatssecretaris in het zand ging spelen.

Het is allemaal van een lelijkheid, dat we broodnodig weer een KoZ nodig hebben. Er zijn immers zoveel strepen in het zand van schonere klasse.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: ERIC SALARD (cc)

Hoe lang nog voor Barnier?

De voetbalwedstrijd moest doorgaan. Hoe dan ook. De Franse president Emmanuel Macron was er zelf bij met 4000 politieagenten en 1600 beveiligers in het stadion. Niet zozeer omdat hij van voetbal houdt, maar ‘uit solidariteit met de Joodse gemeenschap.’ Hoezo hebben sport en politiek niets met elkaar te maken?

De voetbalwedstrijd eindigde gisteravond in gelijkspel (0-0). Het schijnt een bijzonder saaie wedstrijd geweest te zijn die werd gespeeld in een stadion dat maar voor een kwart gevuld was. In de Franse politiek is het een heel stuk spannender. Daar dreigt de president binnenkort de wedstrijd te verliezen. Zijn premier Michel Barnier verkeert in zwaar weer nadat het parlement deze week de begroting voor 2025 verwierp. Even recapituleren: in juni won het extreemrechtse Rassemblement National (RN) van Marine Le Pen de Europese verkiezingen met een overweldigende meerderheid: 31,4%. Daarop schreef Macron tot verbazing van iedereen nieuwe verkiezingen uit. Die werden begin juli gewonnen door het Nouveau Front Populaire (Verenigd Links). RN eindigde derde na de linkse alliantie en Macrons middenblok. De president wachtte vervolgens tot na de Olympische Spelen met het benoemen van een nieuwe regering. Dat werd geen centrum-linkse regering zoals je op grond van de verkiezingsuitslag zou verwachten, maar een rechtse coalitie onder leiding van de conservatieve Michel Barnier, voormalig Brexit-onderhandelaar namens de EU.

Foto: Schermafbeelding OOG TV, reportage 15 oktober 2019.

Boerenstaatsgreep (2)

Deel 2 – Een gastbijdrage van Valentijn Wösten (*), eerder verschenen op zijn website. Deel 1 verscheen hier.

De boerenstaatsgreep is compleet. We hebben toegelaten dat een clubje radicale boeren het LNV-ministerie hebben kunnen veroveren, die nu hun kans grijpen om daar het werk van de afgelopen 5 jaar kort en klein te slaan. Sloopwerk, zonder enig idee over een serieus alternatief. Ze zullen wel even raar hebben staan kijken dat ditmaal geen tractor nodig was om de deur te forceren. Sommigen noemen dit democratie.

Buitengebied = boerendomein

In Nederland hebben we twee werelden, die langs elkaar heen schuren; de stad en het buitengebied. Het buitengebied, dat is hoofdzakelijk agrarische grond, met ook nog wat natuur. Boerenpolitiek ziet het hele buitengebied als boerendomein, waar niet-agrarische activiteiten enkel worden geduld zolang ze geen geluid maken. Natuur is in de visie van boerenpolitiek potentiële landbouwgrond. En, voor zover onbruikbaar, dan geldt de eis dat ze erg geen last van mogen hebben. Natuur levert niks op, en is hooguit goed voor de jacht.

Op deze plaats zijn in de afgelopen jaren al veel artikelen gepubliceerd waarin is gewaarschuwd dat we ons in deze jaren geen naïviteit kunnen permitteren over boerenpolitiek. Voor de duidelijkheid gezegd: boerenpolitiek is scherp te onderscheiden van de boeren zelf. Boerenpolitiek is waarschijnlijk nauwelijks representatief voor de boerensector. De hardste schreeuwers zetten de toon. Zoals ook in voetbalstadions de relschoppers vaak de toon zetten, het merendeel van het publiek daar niet van gediend is maar zich machteloos waant. In boerenpolitiek gaat het iets beheerster, maar het sociale mechanisme is identiek.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Vorige Volgende