Niet-vechten in Kunduz: losse definities
Tijdens het debat begin dit jaar waarin tot de missie in Kunduz werd besloten, werd klare taal gebruikt over de bevoegdheden van de door Nederlandse militairen op te leiden Afghaanse agenten. Zij mogen, aldus André Rouvoet van de ChristenUnie, ‘niet schouder aan schouder met het Afghaanse leger tegen de Taliban vechten’ en zullen ‘niet gemandateerd zijn om militaire taken uit te voeren.’ Jolande Sap van GroenLinks eiste en kreeg van premier Rutte de keiharde garantie ‘dat de agenten in de praktijk alleen voor civiele taken worden ingezet.’ Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat agenten ‘offensieve of militaire acties’ uitvoeren, aldus Sap.
In de zeven maanden sinds het debat is zeer ter discussie komen te staan wat deze ‘keiharde garantie’ nog waard is. Halverwege februari bleek uit een artikel in de Volkskrant al dat agenten in Kunduz juist graag willen vechten en niets zien in de Nederlandse voorwaarde dat dat niet mag. ‘Aan politie die alleen achter winkeldieven aangaat en door de straten patrouilleert, is weinig behoefte in Afghanistan,’ aldus de agenten.
Twee maanden later citeerde dagblad Trouw de plaatsvervangend politiecommandant van Kunduz, Abdurrahman Aktash. ‘De ervaring leert dat de politie in Kunduz vaker in gevecht raakt met de Taliban dan het Afghaanse leger,’ liet hij de krant weten. Dat de agenten soms moeten vechten noemt Aktash ‘de realiteit van vandaag.’

