Hoe groot is de instroom van asielzoekers?

Het was een uur, negen minuten en veertig seconden in het tweede RTL-debat voor de verkiezingen, 19 oktober,  en de RTL-redacteur was op dreef, terwijl de partijleiders wachtten. Ter introductie van het thema kregen de kijkers getallen over de verschillende soorten immigratie naar Nederland. En de insider wist: hier komt een valkuil aan. Want voor asielmigratie kun je twee heel verschillende getallen noemen, en welk van de twee het juiste is, hangt af van je vraag. Dit was de tekst van de RTL-redactie: “asiel is dertien procent van de immigratie in Nederland.”  En dat getal is correct. Maar de redactie had ook een heel ander percentage kunnen geven: 23. En ook dat is correct. Hoe zit dit? Ben Burger legt uit wat het verschil is tussen deze twee getallen over de asiel-instroom. Bij aankomst in Nederland vraagt maar iets meer dan tien procent asiel aan, de overige bijna negentig procent van de immigranten arriveert voor studie, werk of familie. De studenten zijn na een paar jaar weer bijna allemaal vertrokken, en van arbeidsmigranten blijft pakweg de helft. Maar wie asiel aanvraagt komt in beginsel voor altijd. Simpel gezegd: de Italiaanse studenten zijn zo weer weg, de Polen blijven voor de helft, maar de Eritreeërs blijven allemaal. En dus is er na tien jaar dat andere verhaal: 23% van de blijvers na tien jaar is er voor asiel. Nog steeds slechts een kwart. Maar toch dubbel zoveel als het getal dat de RTL-redacteur noemde in het verkiezingsdebat. Was dat erg? Was hier sprake van misleiding? Het verschil tussen de twee asielpercentages is de laatste jaren in de media besproken, onder meer in de Volkskrant en Trouw. Johan van Heerde schreef in Trouw het meest evenwichtige stuk. “De conclusie dat asielmigratie de afgelopen tien jaar ‘slechts’ 11 procent van de totale immigratie besloeg, is dus maar een halve waarheid. Van de immigranten die na tien jaar nog steeds in Nederland aanwezig zijn, klopte ten minste een kwart als asielzoeker aan in Nederland.” (Het lage getal van 11 procent komt overeen met de 13 van RTL, alleen voor een ander jaartal.) Een rij gerenommeerde bronnen Maar wie googelt op ‘asiel als percentage van immigratie in Nederland’ vindt een hele rij gerenommeerde bronnen die slechts het lage percentage geven, dus 10 tot 13 procent, afhankelijk van het jaartal waarnaar wordt gekeken. Zie NOS , COA, NRC, VPRO Tegenlicht , RTL.nl , One World. De Adviesraad Migratie geeft wel beide cijfers. Wie heeft gelijk? Mijn favoriete bron over cijfers is het Centraal Planbureau. Het CPB publiceerde twee jaar terug een prima studie over asielcijfers, kort en overzichtelijk. Asielmigratie bedraagt zo’n 12% van de jaarlijkse immigratie, maar van alle typen migratie leidt asielmigratie het vaakst tot langdurige vestiging. Asielmigranten hebben van alle categorieën migranten …de langste verblijfsduur: van de asielmigranten is na tien jaar nog ongeveer driekwart aanwezig in Nederland. Met 23% vormen zij dan ook de op één na grootste groep (naar migratietype) onder de immigranten met een verblijfsduur van minstens tien jaar.” (p.18) Conclusie : er zijn twee cijfers die er toe doen.  Op de jaarlijkse instroom is asiel rond 12% (sommige jaren 13 of 11). Maar van degenen die blijven is asiel rond 23%. Welk van de twee cijfers doet er toe? Dat hangt af van wat je probeert te betogen. Als je bezorgd bent over de verwerkingscapaciteit aan de grens en bij registratie van nieuwkomers op korte termijn, dan gaat het je om de 12%. Ben je bezorgd over de samenhang van onze samenleving voor de lang duur, en om voorzieningen als scholen of woningen, dan gaat het je om de 23%. En dus is er echt wel een voorkeur te geven tussen gebruik van het lage of het hoge percentage. Want de bezorgdheid van een deel van de kiezers en het protest van rechts gaan over degenen die blijven. En dus over het hoge percentage. Het lage getal is niet fout, het is alleen niet waar het om gaat. De RTL-redactie loog niet, in het verkiezingsdebat, haar cijfer was correct. Maar het was niet raak. Tegenstanders van het asielbeleid gaat het om de lange termijn, niet om de percentages bij de douane. Om hen gerust te stellen, “het valt erg mee met asiel”, is het lage percentage dus niet zo relevant. Beter om dan het getal te noemen dat het effect op lange termijn aangeeft.  En waarom ook eigenlijk niet? Met een kwart van de instroom is de blijvende asielimmigratie eigenlijk nog steeds opmerkelijk laag. Wie het als zijn taak ziet om asielmigratie te verdedigen, kan met die kwart voor de dag komen. De overdrijving (de 12%) is onverstandig. Nog even over de RTL-redacteur. Heeft die overdreven? Opzettelijk? Om het debat te sturen, weg van asiel (het thema van Wilders) en toe naar arbeidsmigratie, (waarover zelfs SP en VVD het eens kunnen worden)? Het is onwaarschijnlijk. Die redacteur moest een tekstje schrijven waarmee in vijf seconden arbeidsmigratie werd geïntroduceerd. Niet asiel, maar arbeidsmigratie centraal! De redacteur zal gedaan hebben wat journalisten altijd doen: het verhaal wat versterken, omdat dat is waarop ze worden afgerekend door de eindredactie. COA Redacties hebben vaak maar een uurtje om een cijfer te vinden; vat het dus niet te zwaar op als ze zich vergissen. Maar dat ligt anders voor een bron die ook voorbij kwam, het COA. De organisatie die asielzoekers opvangt publiceerde een site met korte filmpjes ‘Wat is waar over asielopvang’. De pagina, gedateerd juli 2025, is zeer stellig: “Waar of niet waar”, met duimpjes om juiste antwoorden te belonen of foutieve te bekritiseren. Het is zeer stellig. Bekijk het filmpje (een minuut) over de vraag ”is het waar dat een klein deel van de migranten asielzoeker is?” Volgens het COA is maar een getal juist: 11 procent. Wie “hoger” zegt zit fout, volgens de site. En dit is problematisch. Zeker, het COA is dagelijks onderwerp van onheuse politiek, demonstraties, van dreigementen. Dus de emotie is echt heel erg te snappen. Maar als een organisatie zich bemoeit met het debat waarvan ze zelf onderwerp is, moet de gegeven informatie toch foutloos zijn en niet vatbaar voor twijfel. De oplossing zou in dit geval uiteraard zijn om beide getallen te geven. Bijvoorbeeld: “Asielzoekers zorgen voor slechts elf procent van de instroom, en voor 23% van degenen die in Nederland blijven.” En daarom mijn verzoek aan de afdeling Communicatie van het COA: overweeg nog eens wat U eigenlijk wilt bereiken. De twijfelende burger wilt U behoeden tegen overdreven of beledigende frames van sommige politici. Maar daarvoor hoeft niet het allerlaagste nog presenteerbare getal te worden gebruikt. Waarom geeft U niet de cijfers die juist precies de kern weergeven, en die gaan over dat waar burgers over twijfelen. Namelijk het effect van asiel op Nederland op lange termijn. In dit geval dus het percentage asiel ten opzichte van immigratie na verloop van tijd, bijvoorbeeld tien jaar. Dan spreekt U de twijfelende burger aan op wat haar bezig houdt. De Raad voor Openbaar Bestuur kwam afgelopen zomer met een uitstekend rapport over deze zaken, ‘Betekenisvol transparant’ : “Het gaat erom een selectie te maken van de gegevens die nodig zijn voor burgers, volksvertegenwoordiging en de samenleving om inzicht te krijgen … en dus moet het verstrekken van gegevens altijd gericht (zijn) op de informatiebehoefte die er in de samenleving bestaat.” (zie p 28) Het gaat om de informatie die de vrager zoekt. We hebben voor dat verschijnsel geen apart woord. Misschien: “rake informatie”? Dus “foutloos” is niet genoeg. Om dat te kunnen geven moet het COA, de politicus of de ambtenaar niet alleen in zijn papieren kijken, maar ook naar de burger: wat heeft die nodig om de eigen vraag beantwoord te krijgen? Nog lastiger Overigens zijn er nog wel wat andere vraagjes rond het asielpercentage, maar die zijn lastiger op te lossen. Tellen bijvoorbeeld de Oekraïners mee? Zij zijn vluchtelingen, maar hoeven geen asiel te vragen. De afgelopen jaren gaat het om ongeveer 20.000 mensen per jaar. En hoe zit het met de asielzoekers die worden afgewezen? Vermoed wordt dat een gedeelte, meer dan de helft, niet uit Nederland vertrekt. Dus in de orde van 10.000 mensen. Hoe zet je informele verblijvers zonder adres toch in de immigratiestatistiek? Deze voorbeelden geven aan dat het niet verstandig is om met lage asielpercentages naar de burgers te gaan. Ben Burger is econoom en journalist

Door: Foto: Youtube (uitzending RTV Utrecht, 27 september 2024)
Foto: "Zoetermeer- Verkiezingsbord (2025)" by Sneeuwvlakte is licensed under CC BY-SA 4.0

Europese verkiezingsregulering: het papier en de praktijk

Sinds 10 oktober 2025 is de Europese Transparantieverordening van kracht. Deze verordening legt strenge vereisten op aan de verspreiding van politieke reclame. Zo worden online platforms verplicht om politieke advertenties in een centraal Europees register te plaatsen, waarbij de advertenties vergezeld moeten gaan van een ‘transparantieverklaring’ met gedetailleerde informatie over de advertentie. Daarnaast gelden strenge eisen voor gegevensverwerking ten behoeve van microtargeting, dat wil zeggen het gericht benaderen van specifieke groepen kiezers.

De eerste gevolgen van deze regels waren al bekend voordat zij überhaupt in werking traden: Meta en Google gaven aan de nieuwe regels zo complex en onduidelijk te vinden dat zij besloten om helemaal te stoppen met het verspreiden van politieke advertenties. Van complexiteit en onduidelijkheid is inderdaad sprake, bijvoorbeeld waar het gaat om de vraag of een advertentie aangemerkt moet worden als politieke advertentie (en dus binnen de reikwijdte van de verordening valt). Het risico van de beslissing om geen politieke advertenties meer te verspreiden, is echter dat politieke actoren hun boodschappen ‘vermommen’ als politiek neutrale content om toch gepubliceerd te kunnen worden. De praktijk heeft bovendien uitgewezen dat de algoritmes van sociale media met influencercampagnes en nepaccounts zo te bespelen zijn dat zulke boodschappen een groot publiek bereiken – met vorig jaar in Roemenië zelfs ongeldig verklaarde verkiezingen als gevolg. De onzichtbare politieke beïnvloeding waartegen de EU met de Transparantieverordening ten strijde trekt, behoort dus allerminst tot het verleden.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: © Enki Bilal_Nikopol Trilogie_Recensie_Fair Use

Kunst op Zondag Enki Bilal Nikopol Trilogie

RECENSIE - De Nikopol-trilogie is een visueel en politiek interessante serie van drie stripboeken die in een periode van twaalf jaar zijn getekend en in 1 boek zijn samengebracht. Gecreëerd door de Servische tekenaar Enki Bilal.

© Enki Bilal_Nikopol Trilogie_Recensie_Fair Use

Enki Bilal werd geboren in het voormalige Joegoslavië in 1951. Zijn jeugd in Belgrado tijdens het bewind van Tito, was bepalend voor zijn stijl en geopolitieke thema’s.

Tito was een dictator en toch ervaarde een groter deel van de bevolking iets meer welvaart. Zo zette hij de Joegoslavische economie meer open voor het westen.

Maar Goli otok, een eiland met nu een verlaten, uitgestrekt gevangenis complex was ook een symbool van zijn regime.

© Enki Bilal_Nikopol Trilogie_Recensie_Fair Use

Dit gevangenis systeem stond bekend om zijn grenzeloze wreedheden, waar gevangenen hun medegevangenen moesten heropvoeden. Dat was het lot van zijn tegenstanders en dat waren er velen. Zo creëerde Josip Tito een maatschappelijke en sociale censuur.

Dit gegeven is een herhalend thema in Bilal’s werk. Zijn verbeelde werelden zijn vaak dystopisch, onveilig waar een totalitair regime heerst en paranoia geeft.

Brutalist gebouwen, maar ook rijen communistische, verwaarloosde flats tekende Bilals beeld. Hoewel Tito Joegoslavië meer vrij had gemaakt van Russische invloed was diens stijl in architectuur nog lange tijd zichtbaar, en nog in het huidig Servië.

Foto: DL314 Lin on Unsplash

Zaterdag Nacht C🌟medy Groenezuela

                                         Subtitles ▶️ CC

85% van de Groenlanders wil niet dat Groenland ICE-land wordt, en 15%, dus dat zijn 3 Groenlanders die Groenezuelaan willen worden.

J.D. Vance triggerwarning ‼️

                                                                               Subtitles ▶️ CC

 

Iemand nog iets over de Epstein files gehoord ?

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: "Destroyed Drugs Vessel" by Defence Images is licensed under CC BY-NC-ND 2.0

Narcostaat: van beschuldiging naar legitimatie

Het woord narcostaat klinkt alsof het een vastgestelde diagnose is. Een technisch oordeel, ergens tussen VN-resolutie en strafrechtelijk vonnis. Maar dat is het niet. Narcostaat is geen juridische categorie, geen internationaal erkend statuut en geen neutrale beschrijving. Het is een beschuldiging. En een beladen ook.

In de berichtgeving over Venezuela wordt dat onderscheid opvallend vaak weggepoetst. Het NOS-artikel over het Kamerdebat rond het Amerikaanse optreden neemt het begrip vrijwel probleemloos over. Venezuela is een narcostaat, en vanuit die veronderstelling wordt vervolgens besproken of begrip voor Amerikaans ingrijpen gepast is. De fundamentele vraag of die kwalificatie zelf overeind blijft, wordt nauwelijks gesteld.

Want juist over die term bestaat aanzienlijke discussie. Veel onafhankelijke onderzoekers, criminologen en Latijns-Amerika-deskundigen betwisten dat Venezuela voldoet aan wat doorgaans onder een narcostaat wordt verstaan. Niet omdat er geen corruptie of drugshandel zou zijn, maar omdat het bewijs voor structurele staatssturing van de internationale cocaïnehandel zwak, fragmentarisch en sterk gepolitiseerd is. De meeste drugs die Europa en de VS bereiken, lopen via landen die nooit dat etiket krijgen opgeplakt.

Die nuance verdwijnt zodra het woord eenmaal is uitgesproken. Narcostaat fungeert als morele snelkoppeling. Het suggereert totale morele ontwrichting, een staat die zichzelf heeft opgegeven, en dus ook het recht heeft verspeeld op normale behandeling. Soevereiniteit wordt daarmee voorwaardelijk gemaakt: geldig zolang Washington het ermee eens is.

Foto: De interruptie microfoon in de plenaire zaal van de Tweede Kamer Credit: www.tweedekamer.nl

66 zetels en geen richting: het kabinet dat niemand echt wil

Het wordt dus een minderheidskabinet van D66, VVD en CDA met samen 66 zetels. Een typisch symptoom van politieke uitputting. Dat het als serieuze optie wordt gepresenteerd, zegt minder over bestuurlijke moed dan over de mate waarin de Nederlandse politiek vastgelopen is in haar eigen uitsluitingslogica. Dit kabinet ontstaat niet omdat het inhoudelijk klopt, maar omdat bijna alles wat wél zou kunnen, vooraf al onbespreekbaar is verklaard, vooral door de VVD, die het formatieproces gijzelde.

Formeel is een minderheidskabinet volkomen legitiem. In de praktijk betekent het dat het kabinet structureel afhankelijk wordt van partijen die het zelf niet wil omarmen, maar wel nodig heeft om te overleven. Dat vergt openheid, onderhandelingsbereidheid en een zekere ideologische bescheidenheid. Precies die eigenschappen ontbreken bij de drie partijen die hier samen optrekken. De VVD wil regisseren zonder toe te geven. D66 wil hervormen maar weet niet waar voldoende medestanders te vinden zijn. Het CDA wil relevant blijven maar weigert te kiezen. Samen leveren ze geen experimentele bestuursvorm op, maar een permanente formatiefase.

Wat hier verkocht wordt als pragmatisme, is in werkelijkheid het ontlopen van politieke verantwoordelijkheid. Dit kabinet heeft geen gezamenlijk verhaal over de richting van het land. Er is geen gedeelde analyse van de crises die spelen, alleen een gedeelde wens om niet opnieuw te hoeven onderhandelen met partijen die inhoudelijk of electorale risico’s opleveren. Dat leidt tot beleid dat per dossier moet worden bijeengeschraapt, met wisselende meerderheden en steeds weer nieuwe concessies. Besturen wordt zo een tactisch spel, geen politieke keuze.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Milad Fakurian on Unsplash

Wanneer wordt ‘het is AI’ zeggen voldoende?

De dood van Renee Good, 37 jaar, door kogels van een ICE-agent is op zichzelf al een schokkende tragedie. Een vrouw doodgeschoten door gemaskerde ‘handhavers’ van de staat, vastgelegd door omstanders, verspreid via nieuwsmedia en sociale netwerken. Er is geweld, er zijn beelden, er is publieke woede, en er is een officiële lezing die meer dan schuurt met wat zichtbaar is. Tegelijk, het is iets waar we de afgelopen jaren bijna gewend aan zijn geraakt. Maar de tijden veranderen: het geweld niet, maar de vraag hoe lang beelden nog tellen wordt steeds meer relevant.

Want we bewegen ons richting een moment waarop de reactie van Donald Trump niet langer hoeft te zijn dat beelden uit context zijn gehaald, of dat journalisten liegen, of dat demonstranten opruiers zijn. De volgende stap is tegelijk eenvoudiger én radicaler: hij zal gaan roepen dat de beelden niet echt zijn. Dat het AI is, of erger nog, dat er alternatieve beelden worden gefabriceerd die beter passen bij het gewenste verhaal.

Tot nu toe functioneerden beelden als laatste anker van de werkelijkheid. Je kon discussiëren over intentie, framing en context, maar wat er te zien was, stond min of meer vast. Dat anker begint los te raken, omdat de mogelijkheid om ze te ontkennen steeds geloofwaardiger wordt gemaakt. AI biedt niet alleen de techniek om te vervalsen, maar ook het excuus om alles wat ongemakkelijk is als vervalsing weg te zetten.

Foto: Catholic Church England and Wales (cc)

Gaza zit nog steeds op slot

Israël laat nog steeds geen journalisten toe tot de Gazastrook. De Foreign Press Association (FPA) heeft een proces aangespannen om internationale media weer toegang tot Gaza te laten verkrijgen. Sinds het begin van de oorlog met Hamas in oktober 2023 is er geen buitenlandse journalist meer in Gaza geweest. Voor informatie over de situatie daar zijn we afhankelijk van steeds minder lokale verslaggevers. Volgens het Committee tot Protect Journalists (CPJ) zijn er in de oorlog tot nu toe meer dan tweehonderd journalisten gedood in Gaza.

Israël gaat intussen gewoon door met het bombarderen van zowel Gaza als Libanon. Sinds het begin van ‘het staakt-het-vuren’ in Gaza zijn er volgens de lokale zorgautoriteiten 422 Palestijnen door Israël gedood, zowel bij bombardementen en drone-aanvallen als beschietingen door Israëlische militairen die nog in Gaza zijn gelegerd. Israël weigert hulporganisaties de toegang tot het gebied waar duizenden mensen noodgedwongen in tenten verblijven en nog steeds voedsel en medicijnen moeten ontberen. De nieuwe registratieplicht voor hulporganisaties als Artsen Zonder Grenzen en Oxfam is volgens hen een ‘bewuste ondermijning van de hulp met voorzienbare gevolgen’ en volledig in strijd met het internationaal recht.

Duizenden Palestijnen leven nog steeds in een staat van gedwongen ontheemding. Ze kunnen niet terugkeren naar hun huizen of land, dat nu buiten de zogenaamde “Gele Lijn” ligt. Deze lijn splitst de Gazastrook van noord naar zuid in tweeën. Het Israëlische leger is nog steeds actief in het oostelijke gedeelte en bedreigt iedereen die vlak bij de grens woont. De ‘Gele lijn’ luidt een nieuwe fase van oorlog in, een fase die zich in stilte voortzet, buiten het zicht van de camera’s. Een vluchteling uit het oostelijk deel: “We hebben niet het gevoel dat de oorlog voorbij is. Ze hebben ons niet toegestaan ​​terug te keren naar onze woongebieden of zelfs maar onze huizen te controleren. We leven nog steeds in een andere oorlog, de oorlog van ontheemding en lijden, vooral nu de winter eraan komt.”

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: Kilian Seiler on Unsplash

De formatie: verzoening als rookgordijn

Er is een hardnekkige misvatting in het Haagse debat over polarisatie: dat die verdwijnt zodra je de juiste mensen rond dezelfde tafel zet. Alsof maatschappelijke spanningen het gevolg zijn van logistiek falen. In de NRC-opinie van historicus en politicoloog Kemal Rijken waarin wordt betoogd dat het betrekken van rechts bij de formatie Nederland dichter bij elkaar zou brengen, wordt die misvatting niet alleen herhaald, maar verheven tot morele plicht.

De redenering klinkt redelijk. Nederland is verdeeld. Er is wantrouwen. Er zijn kiezers die zich niet vertegenwoordigd voelen. Dus moeten partijen die zichzelf profileren als anti-establishment worden opgenomen in het bestuur, om zo het systeem weer geloofwaardig te maken. Het probleem is niet dat dit idee nieuw is, maar dat het telkens opnieuw wordt gepresenteerd alsof het een neutrale observatie is, en geen politieke keuze met duidelijke winnaars en verliezers.

Wat hier gebeurt, is dat polarisatie wordt gedefinieerd als een communicatieprobleem. Te weinig luisteren. Te weinig samenwerken. Te veel morele scherpte. Daarmee wordt de inhoud buiten beeld geschoven. Alsof het er niet toe doet waaróver men verdeeld is. Alsof de kloof tussen partijen primair gaat over stijl, toon en temperament, en niet over fundamentele meningsverschillen over rechtsstaat, minderheden, wetenschap en macht.

Vorige Volgende