Duopolie | Redders van het universum
COLUMN - Het Congres van de Verenigde Staten hield vorige maand een hoorzitting over high frequency trading. Een en ander lijkt in gang te zijn gezet door het boek Flash Boys. Maar doet high frequency trading meer kwaad dan goed en moet er in Nederland ook een hoorzitting komen?
In Flash Boys (aanrader voor de vakantie) zet Michael Lewis de strategieën van high frequency traders uiteen. Deze strategieën komen steeds voort uit het sneller handelen dan andere investeerders, en gebruiken prijsverschillen om vrijwel risicoloos winst te maken. Denk bijvoorbeeld aan een aandeel GM dat in New York verkocht wordt voor $40, en in Chicago gekocht wordt voor $40.01. Een high frequency trader kan het aandeel in New York inkopen en verkopen in Chicago om een cent winst te maken. In New York stijgt de prijs door de extra vraag terwijl de prijs van het aandeel daalt in Chicago, zodat de prijzen naar elkaar toe bewegen. Nuttig, omdat een investeerder dan op elke markt kan handelen voor dezelfde prijs.
Kwaadaardiger is front running, waarbij high frequency traders aandelen voor de neus van een investeerder opkopen. Deze strategie is mogelijk omdat investeerders een grote order vaak uitsmeren over meerdere aandelenbeurzen om te voorkomen dat de prijs van het aandeel stijgt terwijl de order wordt uitgevoerd. Maar die order komt niet op alle beurzen tegelijkertijd aan en high frequency traders zijn snel genoeg om hier gebruik van de maken: ze zien bijvoorbeeld dat een investeerder in Chicago aandelen GM koopt voor $40, kopen snel GM in New York voor $40 en verkopen die aan de originele investeerder voor $40.01. Op deze manier creëren high frequency traders als het ware transactiekosten op de aandelenmarkt.