RECENSIE - In ‘De economie van goed en kwaad’ houdt de Tsjechische econoom Tomás Sedlácek een gedreven en goed onderbouwd pleidooi om de ethische kant van de economie weer in ere te herstellen, schrijft Hans Beerends.
Economen gaan uit van data en statistieken, verwerken deze in een computermodel en de uitkomsten worden gepresenteerd als objectieve waardevrije adviezen. Morele overwegingen of ideologische vooronderstellingen spelen volgens hen geen enkele rol. Uitkomsten van het wiskundige onderzoek zijn onweerlegbare feiten waar de goegemeente het mee moet doen, of men dat nu leuk vindt of niet.
Volgens de Tsjechische econoom Tomás Sedlácek, schrijver van het boek De economie van goed en kwaad, is hier sprake van een verloedering van de economische wetenschap. Economen gaan zijns inziens wel degelijk uit van ideologische vooronderstellingen, alleen worden die niet benoemd. Ondertussen gaan zij, als ware het een vanzelfsprekendheid, uit van de vooronderstelling van de noodzaak van economische groei en van de vooronderstelling dat groei beperkt kan worden tot het meten van materiële zaken.
Volgens Sedlácek is economie echter bij uitstek een sociale wetenschap die zich van oudsher, in samenspraak met andere disciplines, bezighield met morele vragen. De huidige economische wetenschap heeft zich echter opgesloten in een ivoren toren en laat discussies over goed en kwaad over aan anderen.