Richard Kroes

115 Artikelen
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Foto: Mindaugas Danys (cc)

Kinderlijk

COLUMN - Toen ik terugkwam van mijn eerste reis naar Iran – dat was in 2004 – vertelde ik mijn ouders – die zich best zorgen gemaakt hadden – over mijn ervaringen daar. De mijne waren niet veel anders dan die van iedere westerse reiziger die er voor het eerst komt. Waar wij een land verwachtten dat bevolkt werd door geestelijken die nog in de middeleeuwen leven, onderdrukte vrouwen in chador, geheime politie, vervolgde dissidenten en religieuze fanatici die vlaggen verbrandden en ‘dood aan Amerika’ scandeerden, werd ons reisgezelschap vooral geconfronteerd met enorm vriendelijke mensen die heel erg open stonden voor westerlingen, genereus en gastvrij waren, er heel diverse opvattingen op na hielden en enthousiast reageerden als je pogingen deed hun taal te spreken.

Ik vertelde mijn ouders ook dat ik niet begreep hoe zo’n vriendelijk volk zichzelf de toch behoorlijk ruige revolutie had kunnen aandoen die het land tot nu toe zijn vorm geeft en hoe mensen met zulke opvattingen over gastvrijheid zich toch ook die opvallende haatdragendheid jegens bepaalde buitenlanders konden aanmeten (de recente geschiedenis van het land was me destijds nog niet zo in detail bekend).

Mijn vader zei toen iets dat me nog jarenlang stof tot nadenken heeft gegeven: in beide typen gedrag zat iets kinderlijks. Het mateloze enthousiasme en de grenzeloze haat waren weliswaar een tegenstelling maar ook loten aan dezelfde stam.

Foto: David Evers (cc)

Afvallige

RECENSIE - Wie Joram van Klaverens boek over zijn bekering tot de islam zou willen lezen om er achter te komen hoe dat nou in zijn werk gaat: een moslim maken van een oud-PVV’er, zal teleurgesteld worden. Dat heeft te maken met een aantal factoren. De thematische ordening – op zichzelf een hele legitieme keuze – maakt van het boek eerder een toelichting bij, en argumentatie van, zijn besluit dan de beschrijving van een chronologische Werdegang. De mens Joram en zijn worsteling met de materie blijft – op een heel enkel detail na – vrijwel buiten beeld.

Wel wordt duidelijk dat zijn besluit is voortgekomen uit twee min of meer separate kwesties. Allereerst is daar zijn orthodox gereformeerde achtergrond, die al sinds zijn tienerjaren leidde tot een aantal fundamentele twijfels ten aanzien van de Drie-eenheid, de erfzonde en de verzoeningsleer. Twijfels waar hij geen bevredigende antwoorden op vond. Diezelfde achtergrond vormde zijn nogal negatieve beeld van de islam, de tweede kwestie.

Om met dat laatste te beginnen: Van Klaveren wilde een boek schrijven dat de kwalijke kanten van de islam zou belichten en kwam tijdens zijn research zó veel informatie tegen die wees op zijn ongelijk, dat hij uiteindelijk geen andere keus meer had dan zijn mening herzien.

Foto: De moskee van Cordoba (foto Livius.org)

De Spaanse conquista en reconquista

RECENSIE - Op het eerste gezicht is het een indrukwekkend werk: De Spaanse conquista en reconquista 711 – 1492 van de Vlaamse schrijver Luc Corluy. Wel 453 pagina’s, met een uitgebreid notenapparaat, een plaatsen- en personenregister, veel kaartjes en een bibliografie. Op het tweede gezicht is het nog steeds een indrukwekkend werk. Bij eerste lezing valt onmiddellijk op dat de auteur niet alleen beschikt over een kolossale feitenkennis, maar zijn onderwerp ook breed en ruim aanpakt. Zijn eerste inhoudelijke hoofdstuk start rond 500 v.Chr. De in Spanje binnenvallende moslims laten dan nog meer dan 1000 jaar op zich wachten. “Met De Spaanse conquista en reconquista schreef Luc Corluy het eerste wetenschappelijk onderlegde boek over deze periode in het Nederlandse taalgebied”, zo meldt de flaptekst. Met zo’n aanpak over een breed front lijkt hij daar wel in geslaagd te zijn.

Tot je van iets dichterbij gaat kijken. De ondertitel acht eeuwen moeizaam samenleven tussen christenen, moslims en joden deed bij mij al een wenkbrauw rijzen. Elk samenleven van joden, christenen en moslims is nu eenmaal moeilijk, zou je nog kunnen denken, maar wie beseft dat geschiedschrijving vooral over het heden gaat, zal eerder gaan vermoeden dat in tijden van ‘minder, minder, minder’ en vuurwerkbommen op asielzoekerscentra een dergelijke ondertitel licht iets anders verraadt.

Arabisch

COLUMN - Een heel jaar lang ben ik ermee bezig geweest, in de trein op weg van en naar mijn werk: een beginnerscursus spijkerschrift. Nou ja: Akkadisch dus, dat is de taal. De spijkers zijn alleen maar het schrift. Met enige regelmaat werd ik door medereizigers aangesproken over wat ik nu aan het doen was en dat leidde altijd tot leuke gesprekken.

Sinds 24 juni 2016 doe ik hetzelfde, maar dan met Arabisch. Ik ben nu bij les 32 van de 40, dus u ziet hoe gestaag de vooruitgang is in de afgelopen bijna drie jaar. In al die tijd ben ik zegge en schrijve twee keer in gesprek geraakt met een medereiziger, in beide gevallen gehoofddoekte jongedames. Eén daarvan was zelf ook bezig, de ander was het van plan. De eerste heb ik mijn medeleven betuigd, de tweede heb ik van harte van haar plan af proberen te houden.

Niet dat mijn activiteiten niet zichtbaar zijn: ik heb een lesboek, een dik schrift (hardcover), een antwoordenboek en drie vulpennen nodig die ik steevast op het tafeltje uitstal. Ik ga dus ook vrijwel altijd in een vierzits-zitplaats zitten, medereizigers genoeg.

De steekproef is inmiddels groot genoeg om een conclusie te trekken: treinreizigers spreken Arabischlerenden significant minder vaak aan dan spijkerschriftstudenten.

Gedenkdag

COLUMN - Het is drie jaar geleden dat Salah Abdow Farah overleed, een 34-jarige onderwijzer uit Mandera in het uiterste noorden van Kenia. Over de omstandigheden rond zijn overlijden heb ik al twee keer eerder geblogd. De eerste keer naar aanleiding van de satiricus van het gesundes Volksempfinden, die zijn ergernis over de frase ‘islam is liefde’ uitventte en daarvoor precies de dag koos dat een paar Keniaanse moslims met gevaar voor eigen leven hadden bewezen dat dat kón; de tweede keer toen één van hen – om met Abraham Lincoln te spreken –  his last full measure of devotion had gegeven.

Dat was dus Salah Abdow Farah. Op 21 december 2015, op weg naar huis in Mandera vanuit Nairobi – waar hij op de universiteit een cursus ontwikkelingspsychologie van het jonge kind volgde – werd de bus waarin hij zat, overvallen door strijders van al-Shabaab. Dat was vaker voorgekomen. Ruim een jaar daarvoor, in november 2014 had al-Shabaab een bus overvallen en alle passagiers een ‘geloofstest’ afgenomen: wie koranverzen kon reciteren ging vrijuit, de rest werd – om een Godwin te gebruiken – ‘geselecteerd’. Dat waren er achtentwintig.

Van die 28 slachtoffers waren er 17 of 20 onderwijzer. Het district rond Mandera lijdt namelijk aan een tekort aan plaatselijke onderwijzers. Die komen dus uit de rest van het land en onderwijzers vormen zo een disproportioneel deel van de passagiers in de busverbindingen tussen Mandera en de rest van het land. Omdat het noorden van Kenia voornamelijk islamitisch schijnt te zijn en het zuiden overwegend christelijk, vormen ook christenen een disproportioneel deel van de buspassagiers van en naar Mandera. Na deze aanval haakten een boel christelijke en/of uitheemse onderwijzers af en bleef Mandera met zijn probleem zitten. Dat Salah in zijn hometown Mandera bleef, maakte hem dus al een klein beetje een held.

Foto: Mike Licht (cc)

An accident waiting to happen

RECENSIE - De kans dat u ooit van de Kristallnacht hebt gehoord, is meer dan levensgroot. Dat u de naam Herschel Grynszpan kent, is daarentegen niet heel waarschijnlijk. Toch hebben die twee alles met elkaar te maken. De zeventienjarige Herschel Grynszpan schoot op 7 november 1938 in Parijs de Duitse ambassadesecretaris Ernst vom Rath neer en diens dood twee dagen later werd door de Nazi’s aangegrepen voor de pogrom in de nacht van 9 op 10 november.

Sidney Smeets, strafrechtadvocaat bij Spong advocaten in Amsterdam, schreef in 2013 het boek De Wanhoopsdaad over de lotgevallen van Herschel Grynszpan, de aanslag en de – uitgebreide – nasleep van de gebeurtenissen. Het is een bijzonder goed leesbaar boek, Smeets heeft een vlotte pen, dat keurig voorzien is van noten, een register en een bronnenlijst, incluis de nummers van de stukken in de geraadpleegde archieven.

Smeets, die naast rechten in Leiden ook geschiedenis in Utrecht studeerde, heeft zich er niet makkelijk van af gemaakt. Iedere betrokkene bij de aanslag, de Kristallnacht en de diverse rechtszaken die tegen Grynszpan zijn voorbereid (hij is uiteindelijk nooit berecht), krijgt uitgebreid aandacht en ook de gebeurtenissen zelf worden goed ingeleid, toegelicht en van een korte voorgeschiedenis voorzien. Tijdens het lezen van het derde en vierde hoofdstuk kreeg ik zelfs de indruk dat zijn tekst ook prima voldeed als eerste kennismaking met wat Nazi-Duitsland nu eigenlijk was.

Foto: Jon S (cc)

Cursus kranten lezen

COLUMN - In mijn jeugd waarde bij ons in huis een boekje rond met de titel Links Lachen. Een verzameling moppen uit het Oostblok waarvan ik me er nog maar twee herinner: een functie eis voor secretaresse van de partij (hoeveel letters kunt u per minuut weggummen?) en een grap over hoe je kranten in de DDR moest lezen.

Dat vergde een systematische aanpak. Eerst keek je naar wat er stond. Dan lette je op wat er niet stond. Vervolgens vroeg je je af wat ze wilden dat we geloofden om tenslotte aan de hand van de antwoorden op die drie vragen een reconstructie te maken van wat er waarschijnlijk echt gebeurd was.

Daar moest ik aan denken toen ik gisteren in de krant las dat asielzoekers minder crimineel zijn dan autochtone Nederlanders. Ja, u leest het goed: minder crimineel, niet meer dus en ook niet evenveel maar: Minder! Minder!! Minder!!!

Het stond bovendien in de krant van wakker Nederland, die – zoals u ongetwijfeld weet – zijn mening aangaande asielzoekers doorgaans de andere kant op nuanceert, dus het moet wel kloppen. Kijk, dit was de kop die erbij stond.

Ik geef toe dat de toch best wel verrassende boodschap ietwat ondergesneeuwd is geraakt, maar ja, je kunt het hele verhaal natuurlijk niet in één kop kwijt. Ook in het relaas van de harde cijfers lees je nog niet heel precies wat er nu echt aan de hand is.

Foto: IISG (cc)

Vreedzamer

ANALYSE - Al klikkend kwam ik op dit dubbelinterview met socioloog Willem Schinkel, die hele aardige observaties had over het begrip ‘integratie’ en voor wie ik eigenlijk kwam, en filosoof Hans Achterhuis, die meende dat we in de loop der eeuwen steeds vreedzamer zijn geworden en steeds beter met conflicten hebben leren omgaan. Het is een wat contra-intuïtieve stelling zo kort na de Tweede Wereldoorlog, maar luistert u er toch maar even naar (er is beeld bij, maar het is gewoon radio), vanaf 15:00 ongeveer is Achterhuis aan het woord (al raad ik u Schinkel beslist ook aan).

Aanvankelijk zag ik de kracht van ’s mans argumenten wel in: de Eerste en Tweede Wereldoorlog waren behoorlijk gewelddadig, maar de godsdienstoorlogen aan het einde van de Middeleeuwen in Europa waren een stuk erger. Aan het begin van de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) had het huidige Duitsland evenveel inwoners als Syrië nu. Na afloop was er minder dan de helft van de bevolking over. In Syrië zijn tot nu toe 200.000 doden gevallen.

Op de eerste plaats van meest gewelddadige conflicten staat een boerenopstand in China rond het begin van de jaartelling die slechts een derde van de bevolking in leven liet (twee van de eerste drie zijn Chinees) en de twee wereldoorlogen komen niet eens in de top tien voor. De Europese godsdienstoorlogen wél.

Kinderen

COLUMN - Sinds ik een dochter heb, ben ik er achter gekomen dat het idee van een selfish gene onmogelijk kan kloppen. Mensen staan weliswaar niet op voor een zwangere vrouw (doen ze dat wel, dan gaat het steevast om buitenlanders), maar je wilt niet weten waartoe ze – en dan bedoel ik ook echt iedereen – bereid zijn om een kind te helpen. Alles doen ze om een kleintje uit de brand te helpen en uit de brand te houden. En ook onmiddellijk en zonder enige aarzeling. Opvallend is daarbij de emotionele betrokkenheid: ik heb regelmatig omstanders harder zien schrikken dan ikzelf op momenten dat mijn dochter in gevaar dreigde te geraken.

Dat gierende gebrek aan eigenbelang is denk ik de verklaring voor de kop waarmee hedenochtend De Telegraaf – de krant van wakker Nederland – het nieuws van vandaag (Lili en Howick mogen uiteindelijk toch blijven) brengt: “Harbers dook onder”.

De staatssecretaris schijnt te zijn bedreigd inzake de kwestie van de twee tieners. Dat mag niet, dat kan niet, dat moeten we niet willen en zo gaan we niet met elkaar om, maar toch klopt het als een zwerende vinger: mensen hebben nu eenmaal de niet te onderdrukken neiging kinderen te zien alsof ze hun eigen vlees en bloed zijn. Kom je aan kinderen dan kom je aan hen.

Foto: Roel Wijnants (cc)

Behoorlijk links

OPINIE - De afgelopen tijd heb ik me eens neergezet aan de studie van het pamflet van ‘Vrij Links’, uit de Volkskrant van 17 mei 2018, geschreven door Asis Aynan, Femke Lakerveld, Eddy Terstall en Keklik Yücel. Een ronkend betoog dat begint met Spinoza en de Verlichting en eindigt met een pleidooi voor secularisatie en individuele mensenrechten. Daartussen zijn enkele pareltjes te vinden, ik citeer er een paar.

Twijfel en onderzoek zijn de stuwende krachten achter individuele ontplooiing; leerlingen moeten (zelf)kritisch leren nadenken en eigen inzichten kunnen ontwikkelen over alle religies en levensbeschouwingen.

Een open maatschappij staat of valt met de aanwezigheid van het vrije woord.

Geen enkel idee, religieus of profaan, is in de vrije wereld boven kritiek verheven. Ideeën hebben geen rechten. Burgers hebben rechten.

Dat zijn van die stellingen die zo zijn geformuleerd dat je het er onmogelijk mee oneens kunt zijn.

Nou ja, het kan wel, maar als je dat doet, heb je meteen voor een hele avond stof om je gesprekspartners uit te leggen hoezo en waarom. En niemand die de moeite neemt om zo lang naar je te luisteren. Dus het werkt: platitudes. Dat was de eerste barst in mijn enthousiasme.

De tweede barst was stilistisch van aard: het pamflet bestaat uit 52 zinnen. Daarvan zijn er 13 stellingnames, zoals: Vrij Links staat voor gelijkwaardigheid van de mens ongeacht geslacht, huidskleur, geaardheid en levensovertuiging (ook zo’n zin waar je maar beter geen kritiek op kunt hebben) en 39 beschrijvende oordelen, zoals de beginzin: Groepsdenken splijt het land.

Foto: Een pijnbank in de Gevangen Poort (Den Haag; foto Nationaal Archief) copyright ok. Gecheckt 10-02-2022

Waarom wij martelen

COLUMN - Afgelopen week stuitte ik tijdens het zappen op een film die ik nog niet gezien had: Inglourious Basterds van Quentin Tarantino. Ik besloot hem te kijken, maar heb hem na een uur weer uit gezet, iets wat ik haast nooit doe. Voor wie het niet weet: de film gaat over een Amerikaanse eenheid die tijdens de Tweede Wereldoorlog in vijandelijk gebied opereert met maar één doel: Nazi’s liquideren. Dat gaat, het is immers Tarantino, met zeer grof geweld.

Ik vond de film saai. Tarantino gebruikt – in het eerste uur althans – eigenlijk maar één truc om de spanning erin te houden: door twee mensen of twee groepen tegenover elkaar te zetten in een situatie waarin de ene kant iets zeer belangwekkends te verliezen heeft en de andere kant maar blíjft praten en tijd rekken. Toegegeven, je zit op het puntje van je stoel, maar het komt wel héél erg uit de theorieboeken ‘hoe schrijf ik een Hollywood-scenario’. Na drie keer had ik het wel gehad met de eindeloze monologen voor de slachtpartij, een fenomeen dat ik ook al kende uit Pulp Fiction, maar dat me destijds niet zo stoorde.

Wat dat ene uur Tarantino me echter wel leerde: waarom wij martelen. Pas op: nu komen de spoilers. De leider van de eenheid – gespeeld door Brad Pitt – is een no-nonsenseofficier die recht op zijn doel afgaat. Als hij van een gevangen genomen Duitse officier informatie nodig heeft over de positie van een Duitse patrouille geeft hij hem eerst drie keer de kans het hem te vertellen en laat hem vervolgens met een honkbalknuppel doodslaan. De volgende Duitser die aan de beurt is, heeft dan geen enkele scrupules meer om zijn kameraden te verraden.

4 mei

COLUMN - Een goede vriend van me die de archeologische vondsten van amateurs in Brabant inventariseerde, wist even niet wat hij aan moest met een paar vondsten iets ten zuiden van ’s Hertogenbosch. Vooral die kleine tajine was bijzonder, wat deed die daar? Het bracht hem uiteindelijk op het spoor van Marokkaanse tirailleurs die in de meidagen van 1940 in het zuiden des lands hadden geopereerd in dienst van het Franse leger. Nederland had al gecapituleerd en de Fransen onderzochten de mogelijkheden om hun land te verdedigen.

Dat er Marokkaanse soldaten in Europa hadden gevochten was al veel langer bekend, dat ze ook in Nederland hadden geopereerd, wisten we ook al langer. Er is dus niets mis met de bewering dat er ook Marokkanen zijn gesneuveld voor onze vrijheid. Robert Vuijsje vroeg zich onlangs in een column terzijde af of we daar niet ook eens aandacht aan moesten besteden op 4 mei.

Maar in bepaalde kringen is alleen al de feitelijk correcte observatie dat er Marokkanen voor onze vrijheid gesneuveld zijn anathema (u treft via de links in het stuk hier een redelijk complete samenvatting van de waanzin die volgde op Vuijsje’s column). Marokkanen die zouden zijn gesneuveld voor onze vrijheid? Dat kon natuurlijk niet. Maar er liggen er ten minste vier begraven in Kapelle! Nee hoor, beweerde ene Sywert van Lienden op Twitter: verdronken bij Duinkerke, geen schot gelost in Zeeland, geen bijdrage geleverd aan de bevrijding van Nederland.

Vorige Volgende