Heb dat voor nodig?

COLUMN - Wie het nut van literatuur, archeologie of voetbal niet inziet, heeft gewoon volkomen gelijk, maar daarmee nog niet voldoende argumenten om het maatschappelijk belang ervan terzijde te schuiven.

Het enige statistisch zekere feit dat ik voor u heb, is dat het altijd mannen zijn. Voor het overige heb ik de indruk – maar meer dan een impressie is dat dus niet – dat het vooral mannen uit het midden- en kleinbedrijf zijn: veehouders, tuinders, aannemers, kleine projectontwikkelaars, dat soort bedrijven. Collega’s van me delen overigens die impressie.

En dat is gek, want het zijn natuurlijk niet alleen MKB’ers die onevenredig zwaar getroffen kunnen worden door de in de wet vastgelegde plicht om bij bouwwerkzaamheden archeologisch onderzoek te laten doen. Ook particulieren treft dat lot, maar gek genoeg klagen die niet.

Dat wil zeggen: ze klagen wel, maar over dat het zoveel kost en soms over dat de gemeente ze heeft beetgenomen. En dat klopt: archeologisch onderzoek is voor de meeste particulieren een hele zware financiële dobber, vooral als het na het vooronderzoek uitloopt op een opgraving.

En lang niet alle gemeentes wijzen hun burgers tijdig op archeologie. Ik maak regelmatig klanten mee die pas vlak voor de deadline van hun vergunningaanvraag nog een seintje van de gemeente krijgen: O ja, doet u ook nog even archeologisch onderzoek? De gevolgen voor dit foutje van de gemeente dragen zij zelf, want iedereen wordt geacht de wet te kennen, ook als de ambtenaar van dienst die niet kent.

MKB’ers klagen niet alleen dat het allemaal te veel kost, maar geven vooral lucht aan hun overtuiging dat het allemaal maar overbodige onzin is. Nergens voor nodig. Burgertje (sic) pesten. Geld over de balk gooien. De hoofdprijs gaat wat mij betreft naar een woordvoerder van een landbouworganisatie: ‘Archeologie is een elitaire hobby’.

We hebben als archeologen heel wat uit te leggen aan de maatschappij sinds we een verplicht onderdeel zijn geworden van het bouwproces. Gek genoeg doen we dat niet, helemaal niet zelfs.

Mijn vakbroeders (M/V) gaan nu heftig protesteren. Sinds archeologie een verplicht onderdeel van het bouwproces is geworden, wordt er regelmatig geld vrijgemaakt om de burger te laten zien wat er allemaal gedaan wordt en gevonden is. Open dagen op opgravingen, informatieborden, tentoonstellingen in gemeentehuizen, straatarchitectuur die wijst op wat er in de ondergrond gevonden is, u kunt het zo gek niet bedenken. Een geteleviseerde gender reveal party van de in Nieuwegein in de armen van haar moeder gevonden baby uit de Steentijd staat inmiddels ook al op de lijst, ik maak geen grap.

En mijn vakbroeders hebben gelijk: er wordt den volke uitgebreid getoond wat we zoal van al dat geld vinden en hoe leuk het allemaal is. Dat zorgt ervoor dat als ik op verjaardagen en partijen vertel dat ik archeoloog ben, er altijd wel iemand is die antwoordt: ‘Dat wilde ik vroeger ook worden!’

Maar wat we beslist nooit uitleggen, is waarom we dat eigenlijk allemaal willen vinden. En dat zorgt er ook voor dat als een liberale staatssecretaris van Cultuur zich openlijk afvraagt waar al die musea vol potten en pannen in vredesnaam goed voor zijn, niemand het antwoord weet, ook de archeologen zelf niet.

Terwijl het best gek is dat een liberaal niet weet dat al die musea vol potten en pannen in de 19e eeuw een empirische basis leverden voor het zojuist bedachte liberalisme; net zo gek eigenlijk als dat archeologen geen idee hebben dat hun wetenschap als eerste steun bood aan het liberalisme en dan met name aan het voor het liberalisme noodzakelijke vooruitgangsidee.

Daar zit hem ook het probleem: archeologen denken niet na over het waarom van hun vak, nooit. Als je ze vraagt waar hun vak goed voor is, dan hebben ze wel een antwoord: dat archeologen geschiedkundige informatie documenteren die anders voor eeuwig verloren zou gaan bijvoorbeeld.

Die constatering is – voor zover het archeologische opgravingen betreft – volkomen juist, maar beantwoordt de vraag niet: want waarom zou het voor eeuwig verloren gaan van informatie op zichzelf voldoende reden zijn om het dan maar te gaan documenteren? We laten dagelijks informatie voor eeuwig teloor gaan en heel wat actuelere informatie dan waar archeologen zich mee bezig houden.

Een ander veelgehoord antwoord is dat archeologie het enige vakgebied is dat nieuwe informatie kan toevoegen aan de kennis over een periode waar onze informatie eindig en beperkt is en voor bepaalde perioden – die welke geen schriftelijke bronnen voortbrachten – zelfs de enige bron van informatie.

Maar ook dat beantwoordt de vraag niet: want waarom zouden we ons eigenlijk interesseren in perioden van onze geschiedenis waar we nul tot weinig informatie over hebben? Mijn goede vriend Jona heeft een charmant antwoord: het leert ons om te gaan met te weinig informatie en de oudheid leert ons onze eigen cultuur en gedachtengangen te bekijken van buitenaf. Het relativeert.

Maar wie zit er – in deze tijden van filterbubbels – te wachten op relativering? En waarom zou je je relativering niet in andere filterbubbels zoeken?

Ik vrees dat zelfs het antwoord van mijn goede vriend Jona geen steek houdt. De archeologie is gewoon het slachtoffer van het gegeven dat het ruimte inneemt (en dus in de weg zit) en niet meer (onmerkbaar) via de belastingen wordt betaald. Neem de sterrenkunde: een even nutteloze als boeiende wetenschap, die echter de ruimtelijke ontwikkelingen en de financiën van de gewone burger en MKB’er totaal niet in de weg zit.

Of neem voetbal: een even nutteloze als boeiende bezigheid (zelfs ik heb gisteren de finale bekeken), die noch de ruimtelijke ontwikkelingen, noch  de financiën van de gewone burger en MKB’er in de weg zit (althans niet merkbaar pijnlijk).

Er is denk ik maar één antwoord: archeologie is helemaal nergens goed voor, maar er zijn een heleboel mensen die het mateloos interessant vinden, zó mateloos dat een onevenredig aantal mensen het ooit zelf heeft willen doen.

En daarom vinden we het een maatschappelijk belang, net als voetbal, net als sterrenkunde, net als poëzie, film en literatuur, en als u nog even zelf verder nadenkt, heeft u vast binnen tien minuten een veel langere lijst van bezigheden die nergens toe dienen, maar die u beslist niet zou willen missen.

Het punt is: die lijst is niet voor iedereen hetzelfde. Er zijn mensen die geen literatuur lezen (en toch president van de VS worden), er zijn mensen die niks van archeologie willen weten (en toch staatssecretaris van Cultuur worden) en er zijn mensen die niks hebben met voetbal (en toch naar finales kijken).

Wie het nut van literatuur, archeologie of voetbal niet inziet, heeft gewoon volkomen gelijk, maar daarmee nog niet voldoende argumenten om het maatschappelijk belang ervan terzijde te schuiven.

Full disclosure: ik ben dus archeoloog en verdien er ook mijn inkomen mee.

Dit betoog verscheen eerder bij Apoftegma.

  1. 1

    1. het ‘maatschappelijk’ in de term ‘maatschappelijk belang’ is om ‘belang’ een beetje te pimpen

    2. maar goed, als het belang dan zo maatschappelijk is, doe dan eens botje bij botje en compenseer de geluksvogel die op een fijne stek zit eens financieel uit maatschappelijke middelen of een doelfonds in plaats van hem te rippen ?

  2. 2

    @1:
    1. nee hoor, dat is om het te onderscheiden van andere dan maatschappelijke belangen.

    2. En vroeger was het ook zo, toen archeologisch onderzoek uit maatschappelijke middelen werd betaald (lees: belastinggeld). Daar was niemand tevreden mee, dus werd de wet gewijzigd.

    Beoogd doel van die nieuwe wet was onder andere een financiele prikkel te creeren die ertoe zou leiden dat bouwers voortaan rekening zouden gaan houden met archeologische resten en liefst zo dat ze die archeologie zoveel als mogelijk ongemoeid in de grond lieten zitten. Uit onderzoek blijkt dat die prikkel inderdaad vaak werkt.

    Een compensatie uit maatschappelijke middelen – is overigens in extreme gevallen nog steeds mogelijk – zou die gedachte natuurlijk weer onderuit halen.