De zomer van Hans van Duijn, deel 2
Met dank aan GeenStijl wordt 2011 de zomer van Hans van Duijn. Wie is Hans van Duijn? Die vraag fascineerde me. De man noemt zichzelf ‘Twitterextremist’ en is boos. Zoals het een ware patriot betaamt, heeft hij inmiddels de hoop uitgesproken dat Tofik Dibi met zijn ‘linkse vriendjes’ wordt afgeknald. Wat beweegt zo’n figuur om zoiets op te schrijven? En waar eindigt zijn haatretoriek en ontstaat een blinde woede, met gevaarlijke gevolgen van dien?
Tot en met 15 augustus zal ik hier elke dag een (fictief) relaas tikken over het leven van Hans van Duijn. Vandaag deel 2.
Hans eet de broodjes met gebraden gehakt zittend op het bed in zijn verhitte zolderkamer. De kruimels zoemt hij weg met een kruimeldief. Door de lamellen heen ziet hij donkere wolken samenpakken boven de Zuidhollandse woonwijk. Linkse clown Tofik Dibi gaat aan de haal met zijn tweet. GeenStijl en HP/De Tijd hebben zijn bericht over het ‘afknallen’ geplaatst. Hmm, iets meer dan 40 ‘followers’, dat moet toch beter kunnen. Hij zet het bord met kruimels op het bureau en tikt nog wat reacties op zure en verontwaardigde twitteraars.
In de spiegel bekijkt Hans zijn gezicht. De spiegel had jarenlang in zijn vaders speciaalzaak voor sportvisserij gehangen. Het is een spiegel van de Heineken Brouwerij, zo een met authentieke tekeningen van het aloude brouwproces, vol houten tonnen en ferme mannen met spierballen en snorren. Hans’ eigen gezicht is met de jaren getekend door de littekens van de acne. Zijn gebit vertoont een zachtgele gloed van vele kopjes koffie van het postsorteerbedrijf. De stofzuiger van zijn moeder blijft op de achtergrond maar door het huis jengelen. Hoe lang was ze nu al niet bezig? Hans kijkt nog eens in de spiegel. Nu iets dichterbij. Ik ben dan misschien niet knap, redeneert hij, maar ik ben niet gek.



De Mexicaanse president Felipe Calderón wordt niet zelden verweten er een bar slechte communicatiestrategie op na te houden. En dat terwijl geen Mexicaanse regering zoveel geld aan communicatie heeft uitgegeven als de huidige. Maar de falende communicatiestrategie van de president heeft soms niet zozeer met geld te maken, als wel met onnadenkendheid van het staatshoofd.