Na de bevrijding

Veel verzetslieden en oorlogsslachtoffers hebben na de oorlog hun verhalen voor zich gehouden. Of ze gaven slechts summiere informatie. Dat gold ook voor de soldaten die in Indië gevochten hebben. Sommige verhalen zijn nooit verteld. De tweede generatie bleef ook na de dood van de (groot)ouders vaak nog met vragen zitten over wat er in de oorlog precies is gebeurd in hun familie. Voor velen, inmiddels ook met pensioen, was dat een reden om archieven van instanties en de eigen familie te doorzoeken om antwoorden te vinden. Het heeft de afgelopen decennia geleid tot een hausse aan boeken en documentaires over slachtoffers zowel als daders, verzetsmensen en collaborateurs. En daarmee worden elk jaar weer stukjes geschiedenis toegevoegd, vragen beantwoord en nuances en correcties aangebracht. Uit de stapel die dit jaar verscheen licht ik een boek met de titel ‘Na de Bevrijding’, eigenlijk dus niet over de oorlog zelf maar over de jaren direct daarna. Daarmee gaat het toch ook weer wel over de oorlog. Veel van wat direct na de bevrijding gebeurde stond immers volledig in het teken van de oorlog. Hoe sterk het verlangen ook was om de oorlogsellende snel te vergeten en vooruit te kijken, er moest een zware en voor velen tragische periode verwerkt worden. ‘Na de bevrijding’, het onlangs verschenen boek van een drietal historici verbonden aan de Radboud Universiteit laat zien hoe Nederlanders hun oorlogservaringen in de jaren veertig hebben verwerkt. De auteurs hebben daarvoor een originele aanpak gekozen. De voornaamste bronnen zijn artikelen uit de toen verschenen dagbladen die een beeld geven van de dagelijkse actualiteit en de wijze waarop gewone mensen met alle tekorten en handicaps de draad van hun leven weer proberen op te pakken. Met name regionale en lokale kranten waar er ‘nauwelijks afstand is tussen de journalist en de gewone burgers’ zijn in de ogen van de auteurs een belangrijke bron voor maatschappelijke ervaringen rond de bevrijding. Ze vormen een aanvulling op individuele getuigenissen en wat er in archieven te vinden is over deze periode. De thema’s die in het boek aan de orde komen zijn wel bekend. De rol van het militaire gezag en de Binnenlandse Strijdkrachten (BS), de afrekening met collaborateurs, de distributie van levensmiddelen, de trage wederopbouw en de woningnood komen allemaal aan de orde aan de hand van artikelen uit De Provinciale Zeeuwse Courant, De Winschoter Courant, de Helmondsche Courant, de Vrije Stemmen van Schouwen Duiveland, naast de landelijke, uit het verzet voortgekomen kranten als De Waarheid, Trouw, Het Parool en Het Vrije Volk. Uit de pers van die dagen blijkt bijvoorbeeld dat de ‘bijltjesdag’-excessen en de verhalen over de interneringskampen voor collaborateurs die pas onlangs door Ewout Kieft uit de archieven van een Parlementaire Enquête zijn opgediept ook toen al de nodige aandacht kregen. Zo waarschuwde de Nijmeegse Courant eind 1944 al voor eigen richting: ’...dan gelden niet meer de normen van de rechtsstaat, maar van de jungle en dan is de strijd dien wij meer dan vier jaar gevoerd hebben en nog voeren tegen tyrannie en barbarij zonder zin geweest’. De Nieuwe Nederlander, een links protestants dagblad klaagt dat het moeilijk is een beeld te krijgen wat er in de interneringskampen gebeurt. ‘Wij willen weten, omdat het niet voor mag komen, dat in ons land mogelijk toestanden ontstaan, die wij, zoo wij het geweten hebben, niet geduld zouden hebben.’ Het lokale dagblad Het Kompas schrijft over kinderen van collaborateurs die in Nijmegen onder hevig protest van de moeders door de politie uit een interneringskamp werden gehaald. Pas in 1950, na de Parlementaire Enquête, wordt een van de kampcommandanten door de rechtbank in Groningen veroordeeld omdat, zo schrijft de Zierikzeesche Nieuwsbode, hij ‘op de meest ergerlijke wijze Duitse kampmethoden had overgenomen en zijn machtswellust heeft willen botvieren op zijn arrestanten.’ Een apart hoofdstuk is gewijd aan de koloniale oorlog in Indonesië. Volgens velen toen noodzakelijk. Want: ‘Indië verloren, rampspoed geboren’. De wederopbouw van het sterk verarmde Nederland is afhankelijk van het herstel van de band met Nederlands Indië. De Heldersche Courant schrijft op 2 augustus 1945: ‘De bevolking is verzwakt, het jongere geslacht ondervoed. De bodem is uitgemergeld en de veestapel verminderd. De bedrijven zijn gehavend, geplunderd en ontwricht. De koopvaardijvloot leed zware verliezen. Maar verreweg het ergste is dat onze rijke overzeese gebieden verloren gingen in de strijd’. En zo wordt het pas bevrijde Nederland voorbereid op een nieuwe oorlog met geweld van ‘onze jongens’ en misstanden die ook toen al aan het licht kwamen, zij het niet in alle kranten. De Waarheid publiceert een brief van een Nederlandse militair die in Indië dient. ‘De meeste jongens schieten iedere pemoeda, gewond of niet, meteen maar dood. Je maakt hier staaltjes mee, zo diep treurig en beschamend, dat je je afvraagt waarom de nazi’s zo weinig succes hebben gehad bij ons volk (…). Mijn grootste grief echter is dat gevangenen niet alleen geslagen, maar ook werkelijk gemarteld en gefusilleerd worden.’ Deze stemmen zullen pas veel later doordringen tot het grote publiek. De keuze voor krantenartikelen van vlak na de bevrijding als bron voor een beeld van de toestand in die dagen is interessant, maar heeft natuurlijk, net als dagboeken en archieven een beperking. De kranten waren in die tijd nauw verbonden met politieke groeperingen en kerkelijke autoriteiten. Ze weerspiegelen hun denkbeelden en laten vooral de stemming in het land zien, meer denk ik dan wat de auteurs noemen de ‘maatschappelijke ervaringen’. ‘Geselecteerde ervaringen’ zou je misschien moeten zeggen. Dat laat onverlet dat dit boek zeker ook een waardevolle bijdrage is aan de geschiedenis over een periode waarover voorlopig nog niet het laatste woord is gezegd. Xia van Beuningen, Charlotte Dommerholt en Lieke Speerstra. Na de bevrijding; wederopbouw, schaarste, zuivering. Uitgeverij Wbooks Zwolle, €27,95

Door: Foto: NIOD BeeldbankWO2 bevrijding rijckholt september 1944 copyright ok. Gecheckt 06-11-2022
Foto: British Library on Unsplash

De grote koloniale oorlog

Chris Kaspar de Ploeg herschrijft in zijn trilogie ‘De Grote koloniale oorlog’ vijfhonderd jaar geschiedenis vanuit het gezichtspunt van kolonialisme, racisme en het verzet van onderworpen volken, arbeiders en vrouwen. Deel 1 gaat tot en met de Tweede Wereldoorlog. Het is een indrukwekkend werkstuk gebaseerd op een enorm aantal bronnen. Die leveren verrassende feiten en gezichtspunten op die de westerse beeldvorming van de Tweede Wereldoorlog en alles wat er aan voorafging op scherpzinnige wijze corrigeren en vooral ook aanvullen.

De oorlog is in de meeste populaire verhalen een conflict tussen staten met een hoofdrol voor de leiders. Onze vijand was Duitsland, de kwade genius was Adolf Hitler. Vorig jaar, bij de 80e herdenking van de bevrijding, fietste ik door een Drents dorp waar aan elke boom vlaggen van bevrijders hingen: Canadese, Amerikaanse, Franse en Britse. Ik miste de vlaggen van de Sovjets die met hun Rode Leger de nazi’s de genadeklap hebben gegeven, ook al kwamen ze uiteindelijk niet zo ver als Drenthe. Grote verbazing. De rol van Sovjet-Rusland is na de oorlog snel ondergesneeuwd onder de Koude Oorlogspropaganda. Zoals ook het in de westerse landen virulente antisemitisme. Na de bevrijding was er voor de verschrikkingen van de holocaust lange tijd slechts beperkte aandacht. De bezetting van ons land door een vreemde mogendheid stond centraal en niet het fascisme. Dat was voor velen, zeker in de jaren dertig, niet het grootste probleem. De Ploeg citeert in zijn boek diverse Amerikaanse en Britse autoriteiten die zich positief hebben uitgelaten over het fascisme als tegenwicht tegen socialisme en communisme. En die ook niet vies waren van antisemitisme en racisme. Zo toonde Churchill zich in de jaren twintig enthousiast over het verbod van linkse partijen door Mussolini. Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk steunden met een geheim pact de bezetting van Ethiopië door de Italiaanse fascisten.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Quote du Jour | Makkelijk zoeken op foute familie?

Anderen tonen juichend hun screenshots van de achternamen van de mensen door wie ze geobsedeerd zijn. Duk! Niemöller! Blommestijn! Zie je wel! Het zal wel familie wezen! NSB-genen!

Het Nationaal Archief, NIOD en aanverwante organisaties zijn bezig het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) digitaal openbaar te maken.

Oorlogsarchief over collaboratie

Volgens eigen zeggen is dit het grootste en meest geraadpleegde archief over de Tweede Wereldoorlog in Nederland, “met 30 miljoen pagina’s over personen die verdacht werden van samenwerking (collaboratie) met de Duitse bezetter. Naast juridische documenten bevat het CABR getuigenverklaringen, persoonlijke brieven en verhalen van slachtoffers.”

Foto: mark6mauno (cc)

Wie houdt de VS in bedwang?

Met alle ontwikkelingen op het politieke wereldprobleem vraag je je onwillekeurig af wie de ‘nieuwe geallieerden’ zullen zijn die de VS in bedwang gaan houden als het allemaal echt fout gaat. Maar wie daar vandaag naar zoekt, vertrekt eigenlijk al vanuit een historisch beeld dat misleidend is. De geallieerden van de Tweede Wereldoorlog bestonden voor die oorlog ook al niet als vanzelfsprekend ‘moreel’ blok. Ze ontstonden pas toen neutraliteit onhoudbaar werd en de kosten van afzijdigheid hoger lagen dan die van handelen. Daarvoor waren het losse staten met overlappende belangen, geen hecht front. Dat gegeven maakt de vergelijking met nu ongemakkelijk actueel.

Maar in de jaren dertig waren er in elk geval staten die Duitsland op papier de baas konden. Groot-Brittannië en Frankrijk beschikten samen over legers, industrie en imperiale middelen die Duitsland hadden kunnen afremmen of vroegtijdig hadden kunnen verslaan, mits ze bereid waren die macht in te zetten. De Verenigde Staten stonden erbuiten, maar vormden een potentiële overmacht die iedereen kende. Het probleem lag niet in een gebrek aan capaciteit, maar in terughoudendheid, verdeeldheid en uitstel.

Dat onderscheidt die periode fundamenteel van het heden. Vandaag ontbreekt een vergelijkbare constellatie. Er is geen groep staten die, zelfs theoretisch, de Verenigde Staten kan corrigeren of indammen. Europa wordt vaak genoemd, en tegelijk is duidelijk waarom dat niet werkt. Militair blijft het afhankelijk. Politiek opereert het gefragmenteerd. Economisch weegt voorzichtigheid zwaar. Op papier bestaat er geen Europese macht die de VS aankan, zelfs niet collectief.

Foto: Charles Roffey (cc)

De bevrijding die dat niet was

Net als André van Duin ga ik voor Dodenherdenking liever naar het Homomonument dan naar het monument op de Dam. Toen Van Duin afgelopen dinsdag wel op de Dam aanwezig was, en daar een ontroerende speech hield, sprak hij met liefde over het Homomonument. ‘Dat wij in Nederland sinds 1987, als eerste in de wereld, zo’n monument hebben, tekent onze vrijheid: de vrijheid dat iedereen hier zichzelf mag zijn, zonder dat iemand anders daar wat van zegt.’

De geschiedenis was wranger dan dat. Het Homomonument kwam tot stand omdat homo-organisaties jarenlang bij de officiële Dodenherdenking werden geweerd. Meelopen in het formele defilé mochten ze niet, laat staan een krans leggen. Hun aanwezigheid werd gezien als provocatie jegens andere oorlogsslachtoffers en -getroffenen.

Ook in boeken over de Tweede Wereldoorlog was amper aandacht voor de homovervolging. Erger: nog lang werd gedacht dat homoseksuelen – en zij die daarvoor versleten werden – eigenlijk een plaats in een Duits kamp verdienden. De geallieerden zouden in 1948 nog bevestigd hebben dat criminelen, moordenaars en homoseksuelen in hun ogen met recht in het kamp hebben gezeten; in 1953 herhaalde de Duitse overheid dat rijtje (en voegde daar de zigeuners nog aan toe).

Toen de homobeweging opkwam, vanaf eind jaren zestig, waren de meer activistisch ingestelde homo’s het zat: ze vroegen niet braaf toestemming om mee te mogen doen, ze deden het gewoon. Twee van hen speldden zichzelf roze driehoekjes op, die voor de homo’s waren wat de gele ster voor de Joden was, en togen naar de Dam. Maar toen zij hun krans met roze linten wilden neerleggen, werden ze gearresteerd. De krans werd vernield. Dat was op 4 mei 1970.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Deutsche Fotothek‎, CC BY-SA 3.0 DE creativecommons.org licenses by-sa 3.0 de, via Wikimedia Commons

Wolfstijd

RECENSIE - ‘Zonder wrok of haat aan de dag te leggen, moet het gedrag van de Amerikanen kille vijandigheid en afkeuring uitdrukken. De Duitsers moet duidelijk worden gemaakt dat zij verantwoordelijk zijn voor de Tweede Wereldoorlog, en dat het hen niet vergeven dat ze andere volkeren onder hun heerschappij afschuwelijk hebben onderdrukt.’

Aldus een richtlijn voor Amerikaans militair personeel, even voor het einde van de oorlog. Verbroedering tussen de overwinnaars en de verslagen Duitsers moest te allen tijde voorkomen worden. Dat was de gulden regel. Een hand geven, snoep uitdelen, gezamenlijk feest vieren – het was allemaal verboden. Want álle Duitsers waren in principe schuldig aan de oorlog. Ze waren militaristisch en autoritair; ze hadden allemaal achter de Führer aangelopen en waren allemaal door het nazisysteem gehersenspoeld.

Ze hadden geen vriendelijk contact verdiend – en dat was misschien nog gevaarlijk ook. Wat dat betreft mochten de Russische soldaten veel meer. De Russische visie op Duitsers was gebaseerd op marxistische theorie. Die stelde dat het Duitse volk van arbeiders en boeren misleid was door de kapitalistische elite. Ze waren onderdrukt – en werden nu door de Russen bevrijd. Reden voor een gezamenlijk feestje!

Het geallieerde beeld van de Duitsers, gebaseerd op de pop psychology die ontstaan was rond de figuren van Hitler en ‘de Duitser’, hield zoals bekend niet lang stand. De Amerikaanse soldaten, die net hun strenge instructies hadden gehad, stonden stomverbaasd over de hartelijke ontvangst die hen overal ten deel viel (en dat terwijl men voor de Russische ‘bevrijders’ op de vlucht sloeg). Overal werden de Amerikanen als helden binnengehaald, en de samenwerking met ambtenaren en ondernemers liep van een leien dakje. Iedereen schakelde probleemloos over van hard werken voor de Führer naar hard werken voor de bezetter. Het Duitse volk had, zo leek het, een wonderbaarlijke transformatie ondergaan.

Foto: Erfgoed in Beeld (cc)

De Quay “persona gratissima” in het Koninklijk Huis

ACHTERGROND - Nederland viert dit jaar 75 jaar bevrijding. Nog altijd komt er nieuwe informatie vrij over hoe het er in die tijd in Nederland toeging. Onlangs is het tweede deel van het oorlogsdagboek van dr. Jan de Quay door het Brabants Historisch Informatie Centrum online gezet.

Direct na de bevrijding van het zuiden in september 1944 ging dr. Jan De Quay voortvarend aan de slag om het naoorlogse bestuur op het spoor te zetten van de politieke vernieuwing zoals hij dat voor zich ziet. De oude verzuilde structuren moeten plaats maken voor een nieuwe volksbeweging. In het eerste deel van zijn dagboek zie je hem netwerken in kringen van de katholieke elite, de geestelijkheid en de ondernemers. Ook meldt hij zich bij de bevelhebbers van het Militair Gezag, de representant van de Regering in Londen die het vacuüm na het vertrek van de Duitse bezetter moest opvullen. Daarbij ook Prins Bernhard, die op gezag van zijn schoonmoeder Wilhelmina zijn eigen rol opeiste ter versterking van de band van het Nederlandse volk met het Huis van Oranje .

De Quay, hoogleraar aan de Economische Hogeschool in Tilburg, wordt al snel door het Militair Gezag benoemd tot voorzitter van het College voor Economische Aangelegenheden (overigens tegen de wens van de regering in Londen volgens L. de Jong in zijn Geschiedenis van Nederland in de Tweede Wereldoorlog, deel 10a tweede helft, p. 590-591). Hij is geen econoom, maar psycholoog. Kennelijk is dat geen probleem. Ook zijn rol in de Nederlandse Unie blijkt geen drempel op te werpen voor een rol in het bevrijde Nederland. De Unie kwam in de eerste oorlogsjaren de bezetters vergaand tegemoet. De Quay toont daarover nergens enige spijt. Hij brengt zijn ideeën over politieke vernieuwing in bij het initiatief voor een Nederlandse Volksbeweging van de groep van zeventien gegijzelden politici en wetenschappers in het gijzelaarskamp St Michielsgestel. En na de bevrijding maakt hij propaganda voor de NVB onder zijn katholieke kennissen. Met beperkt succes, de bisschoppen voelen toch meer voor een katholieke zuil en dan vooral voor de katholieke arbeiders die behoed moeten worden voor invloed van atheïstische socialisten en communisten. In het tweede deel van zijn dagboek, dat de periode van januari tot mei 1945 bestrijkt, lezen we minder over de volksbeweging. Des te meer over de contacten van De Quay met een in crisis verkerende Londense regering en een koningin die een geheel eigen koers vaart.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: Alan Wilson (cc)

De B-25 Mitchell: vliegend erfgoed

COLUMN - Ook als we geen coronacrisis hadden, zou ik een flink deel van mijn tijd thuis werken. Dat gaat echter niet altijd even gemakkelijk. Als een vliegtuig overkomt, verlies ik concentratie. Dat geldt ook voor bouwvakkers of andere kabaal. Of, als ik zit te werken in de trein, voor geklets in de stiltecoupé.

Petities om de vliegbewegingen van Schiphol terug te brengen tot een aanvaardbaarder niveau, of om rolkoffers uit de Amsterdamse straten te weren, of om de stiltecoupés te voorzien van automatische schietstoelen voor mensen die blijven kletsen, zal ik ongezien tekenen. Geluidsoverlast veroorzaakt hart- en vaatziekten. Het RIVM schat dat we door onvoldoende bestreden geluidsoverlast elk jaar ruim tachtig extra doden hebben.

Ik sympathiseer dan ook ten diepste met de mensen in Gilze, die deze zomer klaagden over een B-25 Mitchell-bommenwerper. Die vloog nogal laag over en bleef laag overvliegen. “Je kunt buiten geen gesprek meer voeren als het gevaarte overkomt.” Heel herkenbaar. Ik zou een grap over luchtdoelgeschut maken als die grap niet al duizend keer gemaakt was.

Er is aan deze zaak een andere kant. De B-25 Mitchell is niet zomaar een bommenwerper. De Britse luchtmacht heeft deze Amerikaanse vliegtuigen tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikt om Duitse stellingen in Europa te bombarderen. Ook het 320 Dutch Squadron van de RAF vloog met dit type. De Militaire Luchtvaart van het KNIL heeft B25s gebruikt in Nederlands Indië en bij de bevoorrading van geïsoleerde dorpen na de Zeeuwse Watersnoodramp vloog de Marine Luchtvaartdienst met dit toestel. Dit is vliegend erfgoed.

Foto: Abhi Sharma (cc)

In dienst van de nazi’s

RECENSIE - © Uitgeverij Omniboek. Boekomslag In dienst van de nazis, door Paul van de WaterHet was een soort spelletje, in het beruchte Groningse Scholtenhuis. De arrestant werd omringd door vier beulen, die hem om de beurt een klap gaven met een gummiknuppel. Na elke klap liet de beul de knuppel op de grond vallen, waarna de arrestant deze moest oprapen om hem aan de volgende beul te geven. En weer een klap te krijgen.

Op een dag was het de beurt aan de opgepakte verzetsstrijder Louis Swaagman om deze behandeling te ondergaan. Swaagman zag dat één van de beulen de gehate Sleijffer was, en op het moment dat hij had opgepakt en aan hem moest geven, haalde Swaagman keihard uit en raakte Sleijffer met de knuppel vol in het gezicht.

‘De reactie van Sleijffer, ‘zo schrijft Paul van de Water, ‘was dodelijk voor zijn positie. Hij begon namelijk te huilen.’ Sleijffer herpakte zich snel, en begon hij Swaagman in blinde razernij te slaan en te schoppen maar voor zijn reputatie onder zijn collega’s was het te laat. Die vonden hem al gestoord, een sadist en een lafaard (Sleijffer ging klussen in executiepelotons en doodseskaders steevast uit de weg) maar dit incident liet zien dat hij ook een zwakkeling was. Hij had zich laten slaan én hij had gehuild.
Louis Swaagman werd door de SD afgevoerd naar het concentratiekamp Neustadt en overleed daar op 11 mei 1945.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: copyright ok. Gecheckt 05-10-2022

Whisky, wapens en weelde

RECENSIE - Whisky, wapens en weelde van Herman Langeveld en Bram Bouwens is de biografie van de Nederlandse zakenman Daniël Wolf. Dat was, om eerlijk te zijn, geen naam die ik op mijn radar had. Gelukkig stapte ik onlangs in Haarlem in de trein met een heer die ik, hoewel er nogal wat jaren waren verstreken sinds ik hem voor het laatst had gezien, meteen herkende: mijn oud-docent Herman Langeveld, die me tijdens de rit naar Sloterdijk vertelde over zijn laatste boek.

Ik heb in 1985 of 1986 bij Langeveld een werkcollege gevolgd over partijpolitieke vernieuwing in het Nederland van na de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandse Volksbeweging, het personalistisch socialisme, de rol van koningin Wilhelmina, de Doorbraak, het ontstaan van de PvdA en de VVD – dat soort onderwerpen. Ik vond dat destijds een ontzettend leuk college omdat het je met de neus op de archivistische feiten drukte, een genoegen dat je als oudhistoricus maar zelden kunt smaken. Later heb ik Langevelds biografie van Colijn gelezen, opnieuw met veel plezier.

En nu dus een biografie van Daniël Wolf. Iemand die zich, zoals dat heet, van krantenjongen tot miljonair opwerkte. Hij had een beetje geluk toen hij trouwde met René Gokkes (die door een schrijffout bij de burgerlijke stand geen Renée heette). Zij had een groot familienetwerk van handelscontacten, maar het was Wolf zelf die er tijdens de crisisjaren in slaagde een enorm handelsimperium op te bouwen: eerst de handel in sterke drank (zie het eerste woord in de titel), vervolgens de handel in spoorbielzen waarmee hij rijk werd, daarna het transport van wapens uit Polen en de Baltische staten naar de republikeinen in Spanje (zie het tweede woord in de titel) en als gevolg daarvan een kapitaal van rond de twintig miljoen gulden (zie het laatste woord van de titel). Dat was 1937.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

De honger die ons vormde

RECENSIE - © Prometheus uitgeverij boekomslag, De hongerwinter, Ingrid de Zwarte‘Nooit in zijn geschiedenis heeft Holland zo erg als in de laatste maanden voor mei 1945 rekening moeten houden met de ondergang van zijn bevolking en de verwoesting van zijn beschaving.’

Aldus de historicus Ernst Kossmann in zijn De Lage Landen 1780-1980. Ingrid de Zwarte citeert zijn woorden in de conclusie van haar boek De Hongerwinter, als voorbeeld van de ‘krachtige mythes’ die rond de Hongerwinter zijn ontstaan.

De Hongerwinter is het verhaal van de wrede Duitse bezetter die al ons voedsel naar de Heimat versleepte. Van gaarkeukens, tulpenbollen en hongertochten naar het oosten, van uitgemergelde kinderen – maar toen waren daar ineens de Geallieerde bommenwerpers die het ‘Zweeds wittenbrood’ deden regenen. En daarmee was het leed geleden. Een verhaal van goed versus fout. Van haat versus dankbaarheid. Dat verhaal werd een van de stichtingsmythes van het nieuwe Nederland. Een mooi verhaal én een mythe, zo maakt het boek van De Zwarte duidelijk.

Onverwacht kwam de hongerwinter niet. Dat wil zeggen, al ruim vóór het uitbreken van de oorlog waren ambtenaren betrokken bij de landbouw en veeteelt doordrongen van het besef dat een eventuele oorlog het voedselproductiesysteem en de bijbehorende ketens zwaar onder druk zou zetten. Het toenmalige schrikbeeld was het ‘aardappeloproer’ in 1917; dat lag nog vers in het geheugen. Toen de Duitsers in mei 1940 onze grenzen overschreden, troffen ze dan ook een goed functionerend ambtelijk apparaat aan, centraal geleid vanuit Den Haag, met als grootste uitvoerder het Centraal Distributiekantoor in Zwolle. Dit systeem heeft tot in de herfst van 1944 goed gefunctioneerd. Bezet Nederland kreeg prima te eten. Maar vanaf september liep alles in het honderd.

Foto: Koningin Wilhelmina (foto Nationaal Archief) via Wikipedia

Een afschuwelijk mens

RECENSIE - Ze besloot naar Hoek van Holland te gaan. Waarom, dat heeft ze nooit duidelijk weten te maken. En daar lag, heel toevallig, een Brits oorlogsschip aan de kade. Kom, dacht ze, ik ga aan boord. En ze gaf de kapitein opdracht om naar Zeeland te varen want, zei ze, ze wilde zich aansluiten bij de dappere verdedigers van het vaderland aldaar. Maar o jee, de kapitein zei dat hij geen contact mocht opnemen met de commandant in Zeeland. En dus… terug naar Hoek van Holland? De oorlog was in volle gang. Nee, ze ging maar mee naar Engeland.

Ziedaar het verhaal dat koningin Wilhelmina heeft opgehangen over haar vertrek uit Nederland in mei 1940. Een vertrek dat onnodig was, defaitistisch en bovendien onconstitutioneel. Het werd haar dan ook niet in dank genomen. Na de meidagen zetten heel wat vaderlanders het portret van de majesteit bij de vuilnisbak.

Waarom sloeg ze op de vlucht? Een paar dagen daarvoor had ze het volk nog bezworen dat ze dat nooit zou doen. Het was pure paniek. Ze vertrok zonder het kabinet in te lichten (dat moest zijn eigen vlucht maar regelen), zonder dat er wettelijk iets geregeld was. Tegelijkertijd was de vlucht maanden, zo niet jaren eerder al voorbereid. Maar niet alleen het koninklijk gelieg is betreurenswaardig, minstens zo erg is dat ze haar verhaal nooit heeft bijgesteld. Tot haar laatste snik bleef ze bij die flauwekul over het schip dat ‘toevallig’ in Hoek van Holland lag, en de bewering dat ze wilde vechten en nooit heeft willen vluchten. Zoiets volhouden tegen alles in, dat vereist een diepe minachting voor ‘onderdanen’.

Volgende